Jonge Kinois keren terug naar het platteland

Steeds meer jonge inwoners van Kinshasa verlaten de hoofdstad waar het leven steeds zwaarder wordt, om hun geluk te beproeven op het platteland.
Op de wekelijkse markt in Kwamouth, een stadje op zo’n 150 kilometer van Kinshasa, is inmiddels het merendeel van de marktkramers afkomstig uit de hoofdstad. De jonge twintigers vallen in het rustige stadje op door hun kledij en houding. Ze hebben Kinshasa verlaten om aan de uitzichtloze werkloosheid te ontsnappen en een nieuw leven op te bouwen op het platteland.
Een groot deel van de jongeren zijn uit Angola teruggekeerde Congolezen. Ze waren vertrokken om er hun geluk te beproeven in de diamantindustrie, maar de meeste kwamen van een kale reis terug. In Kinshasa keken ze aan tegen uitzichtloze werkloosheid - de meest optimistische schattingen spreken van een werkloosheidspercentage van 60 procent.
“Ik droomde ervan om fortuin te maken en dan terug te keren naar Kinshasa”, vertelt Chico Lomanga, een van de uitgewezen Congolezen. Maar toen hij zonder een cent terug in Kinshasa kwam, besliste hij al snel om uit te wijken naar het platteland om de spot en vernederingen van zijn familie te mijden. Hij is nu eigenaar van een maïsplantage van verschillende hectaren in Nioki, een dorpje in de buurt. Anderen bleven langer in Kinshasa voor ze het besluit namen. “Ik heb er zes maanden gewoond zonder één dag werk,” vertelt Giresse Kafuti. “De situatie werd onhoudbaar. Toen ik hoorde over het succes dat de andere uitgewezen Congolezen uit Angola in de dorpen hadden, heb ik mijn bagage bijeengepakt en ben naar Kwamouth gekomen.”
De overgang van het stadsleven naar het platteland was niet vanzelfsprekend voor de Kinois. Voor de meesten bleek de beslissing echter de moeite waard. Marie-Jeanne Mbonda slaagde erin om een motel te openen: “Toen ik hier tien maanden geleden aankwam, had ik geen cent. Met de verkoop van vis kon ik wat sparen en dit motel bouwen. Mijn leven is nu tien keer beter dan in Kinshasa.”
In Esabe, een boerderij even buiten Kwamouth, is het optimisme voelbaar. “Toen we hier naartoe kwamen, was het gekkenwerk,” vertelt Tarcisse, een van de oprichters van de boerderij. “De mensen raadden ons af om in deze brousse aan landbouw te doen. Maar we hebben volgehouden en beetje bij beetje hebben we de boerderij uitgebouwd. Nu kunnen we in ons eigen levensonderhoud voorzien. We kweken maïs, maniok, en noten en we houden geiten, varkers en kippen…” Tarcisse is inmiddels getrouwd, wat als werkloze in Kinshasa onmogelijk was.
Ondanks het succes van de Kinois blijft de stroom voornamelijk in de andere richting vloeien en blijft Kinshasa een magische aantrekkingskracht uitoefenen op duizenden Congolese dorpelingen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift