Journalist als opgejaagd wild in Rwanda

Donor darling Rwanda heeft in aanloop naar de verkiezingen van 9 augustus de onafhankelijke media verboden en de oppositie het zwijgen opgelegd. Rwanda’s bekendste onafhankelijke journalist Charles Kabonero: ‘President Kagame denkt dat hij eigenaar is van Rwanda. Maar ik ben ook aandeelhouder en ik maak me zorgen om mijn aandelen.’
De telefoon van journalist Charles Kabonero (29) gaat al vroeg in de ochtend. De anders stralende glimlach waarachter een overdaad aan energie schuil gaat, verdwijnt abrupt. ‘Dit is heel erg.’
De avond ervoor, op 24 juni, is in Rwanda’s hoofdstad Kigali zijn vriend en collega-journalist Jean Leonard Rugambage vermoord – hij wordt neergeschoten vlakbij zijn huis. Rugambage werd al weken bedreigd en geschaduwd door de Rwandese geheime dienst en had twee dagen later willen vluchten. ‘Ik kan niet eens naar zijn begrafenis. Ik moet mijn moeder sturen. En als zij nu zou sterven, kan ik daar niet eens bij zijn,’ zegt Kabonero somber.
In de zeven jaar dat hij hoofdredacteur was van Rwanda’s populairste onafhankelijke krant Umuseso (‘Dageraad’) groeide Kabonero uit tot boegbeeld van de onafhankelijke journalistiek. Geen ander hield het zo lang vol - in haar tienjarige bestaan moesten alle vijf hoofdredacteuren van Umuseso vluchten. Oprichter John Mugabi kreeg asiel in Nederland, zijn twee opvolgers in Canada. Ook Kabonero vluchtte uiteindelijk, maar blijft werken voor Umuseso in buurland Oeganda.
Alleen twijfelt hij deze ochtend aan het nut. De moord op Rugambage is de derde in een week. Vijf dagen ervoor wordt de naar Zuid-Afrika gevluchte generaal Kayumba neergeschoten – hij overleeft een maagschot – een dag later een politicus van een oppositiepartij in Rwanda. De tengere Kabonero zakt in elkaar. ‘We gaan er allemaal aan. Wat heeft het nog voor zin om aan het werk te gaan?’
Plastic zakken verbod
Donor darling Rwanda ontvangt dit jaar zo’n 45 miljoen euro Nederlandse steun en geldt als succesverhaal in de regio. De Nederlandse ambassadeur in Kigali Frans Makken stelt: ‘We hebben hier te maken met een hele effectieve overheid – effectief in het uitvoeren van het ontwikkelingsprogramma, met een fors beleid tegen corruptie, een ombudsman, een rekenkamer en een enorme accountability. Overheidsgelden worden hier effectiever en efficiënter besteed dan in de meeste andere landen.’
Rwanda’s succes is vooral te danken aan de strakke hand van één man; president Paul Kagame. Kagame stond aan het hoofd van het Tutsi-rebellenleger RPF (Rwandan Patriotic Front) dat in 1994 Rwanda binnentrok, nadat de regering van Habyarimana de Hutu-meerderheid (zo’n 85% van alle Rwandezen) had aangespoord om bijna een miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s te vermoorden.
Kagame loodst de ene na de andere wet door het parlement - maar zijn strakke hand beperkt de vrijheid van het individu. Zo kwam er een algeheel verbod op plastic zakken; de overheid verschafte zich het recht op het aftappen van alle telefoon- en e-mail verkeer; er kwam een verplichte volksgezondheidsverzekering tegen zeven procent van het jaarsalaris; en ambtenaren kregen een gedragscode opgelegd, die onder meer inhoudt dat ze geen buitenechtelijke affaires aangaan. Jongeren die op straat rondhangen worden opgepakt en verplicht te werk gesteld voor maximaal drie jaar.
Oppositie en vrije media werd de mond gesnoerd. De Nederlands-Rwandese oppositie-kandidaat Victoire Ingabire en haar Amerikaanse advocaat Peter Erlinder werden opgepakt en beschuldigd van divisionisme (wat zoveel betekent als etnische verdeeldheid zaaien). Alle andere oppositiepartijen is het – op één na – onmogelijk gemaakt zich te registreren voor de presidentsverkiezingen van 9 augustus. Kabonero’s Umuseso en Rugambage’s krant Umuvugizi kregen een verschijningsverbod opgelegd van zes maanden wegens het aanzetten tot haat. Kabonero: ‘We wilden zorgen voor een ander soort media na de genocide, maar het is ons niet gelukt. De overheid heeft opnieuw de volledige controle.’
Kabonero praat snel en zet zijn smalle handen in om met grote gebaren zijn uitspraken kracht bij te zetten. Hij heeft het postuur van een zestienjarige en probeert dat te compenseren met krachtige, formele woorden. ‘President Kagame gedraagt zich als eigenaar van Rwanda. Maar ik ben ook aandeelhouder en ik maak me zorgen om mijn aandelen.’
Vrienden en familie zeggen: ‘Er is iets met hem. Hij kent geen angst. En hij is heel slim.’ Kabonero zelf meent vooral dat hij niet anders kan. ‘We hebben allemaal een verantwoordelijkheid. Kagame heeft de verantwoordelijkheid en het mandaat om alle Rwandezen te beschermen. Wij journalisten om te controleren of hij dat ook doet. Als we dat niet doen, en de situatie verslechtert, dan is dat onze eigen schuld.’  
Bananen
Kagame en Kabonero – de president en zijn criticaster. Ze schetsen samen een goed beeld van Rwanda’s recente geschiedenis. Beiden zijn Tutsi en groeien op buiten Rwanda. In 1959 vluchten de ouders van de dan tweejarige Kagame en de vader van Kabonero, een onderwijzer, naar Oeganda, als de Belgische terugtrekking uit Rwanda leidt tot de eerste genocide. Ze belanden in zuidwest-Oeganda. Ruim twintig jaar na Paul Kagame wordt Charles Kabonero geboren (in oost-Afrika krijgen kinderen een Christelijke en een Afrikaanse voornaam, geen achternaam).
Als in 1981 Idi Amin alle buitenlanders het land uit zet, komt het gezin van Kabonero in een vluchtelingenkamp in Rwanda terecht. ‘Er was een tekort aan alles, veel kinderen stierven,’ vertelt Kabonero’s moeder met een zachte, zangerige stem. ‘Ik beschermde mijn kinderen als een kip die op haar eieren zit.’
Kabonero is zeven als het gezin terugkeert naar hun lapje grond in Oeganda, zodat hij en zijn oudere broer Henry naar school kunnen. Kabonero groeit op in een lemen hut te midden van bananenplantages, op uren lopen van de doorgaande weg. ‘Hij zat altijd te schrijven,’ herinnert zijn moeder zich. ‘Dan oefende hij op zijn handtekening of maakte hele beschrijvingen van de mensen om hem heen. Ik was dol op hem, hij was slim en had een goed hart. Als een ander kind een vies of gescheurd shirt aanhad, gaf hij hem het zijne, ook al kreeg hij dan een flink pak slaag van zijn vader.’
Om zijn schoolgeld te betalen, verkoopt Kabonero al vanaf zijn tiende in de pauzes bananen op het schoolplein. Na schooltijd werkt hij op het land, zoals al zijn broertjes en zusjes – na Kabonero volgen er nog drie zusjes en drie broers. Contact met de buitenwereld is er nauwelijks. Pas op zijn veertiende ziet Kabonero voor het eerst een televisie (Nederland-Brazilië, WK’94; Nederland verloor).
Kabonero vervolgt zijn studie op een jongenskostschool, zoals daar gebruikelijk is. Maar al in het tweede jaar wordt hij van school gestuurd omdat hij met oudere jongens een rivaliserende school heeft aangevallen. Hij durft het zijn ouders niet te vertellen en gaat daarom maar zelf op zoek naar een andere school. Het wordt Ntare High School in Mbarara - dezelfde jongensschool waar ook president Kagame en zijn Oegandese ambtsgenoot Museveni naartoe gingen.
Vier jaar na de genocide keert zijn vader terug naar Rwanda. Kabonero’s moeder: ‘Hij nam Kabonero vast mee, omdat we ons zorgen om hem maakten. Hij trok met vrienden op die veel ouder dan hem waren en voerde daar vaak stevige discussies mee.’
Op de eerste schooldag in Rwanda leert hij Didas Gasana kennen, net als hij een uit Oeganda teruggekeerde Rwandees. Gasana vindt in afwachting van het begin van de universiteit een baantje bij de krant. ‘Toen ik de eerste keer zijn naam in de krant zag staan wist ik, dat wil ik ook,’ vertelt Kabonero. Ook hij gaat aan de slag bij de Rwandan Herald. Kabonero verdient nog geen vijf euro per stukje, maar is meteen gegrepen. ‘Ik kon eindelijk iets betekenen.’
Hij haalt voor het eerst de voorpagina met een stuk waarin buitenlandse mensenrechtenorganisaties reageren op een door de overheid uitgebracht mensenrechtenrapport. ‘Ik heb maanden rondgelopen met een editie van die krant. Iedere keer als iemand me om een exemplaar vroeg, gaf ik die.’
Kort nadat Kabonero en Gasana oud-president Bizimungu hebben geïnterviewd, worden ze gearresteerd. Kabonero wordt aangehouden in een hotellobby (hij vraagt de agenten of hij nog even zijn tas mag pakken – een beginnersfout, want in zijn tas zit de verboden autobiografie van de oud-president). Gasana komt met een donderpreek vrij, maar Kabonero wordt naar ‘1930’ gebracht, de centrale gevangenis, en daar opgesloten met honderden verdachten van de genocide. Maar zodra ze horen dat hij een onafhankelijke journalist is die juist over de misstanden in het land bericht, verdwijnt de vijandigheid. In dezelfde week wordt ook de redactie van Umuseso binnengebracht. Zo houdt hij er uiteindelijk een baan en waardevolle contacten aan over. Eenmaal thuis is zijn vader onverbiddelijk: de journalistiek uit, of het huis uit. Hij kiest het laatste. Nauwelijks een jaar later wordt Kabonero directeur van de Rwandan Independent Media Group, dat naast Umuseso ook het Engelstalige Newsline uitbrengt.
Landjepik
Al vanaf 2003 brengt Umuseso verhalen over overheidsfunctionarissen die land stelen. Rwanda is een klein, heuvelachtig land met tien miljoen inwoners die grotendeels leven van de landbouw. Gemiddeld is er per inwoner 0,8 hectare grond beschikbaar. Maar als hele families Tutsi’s zijn uitgeroeid en Hutu-families gevlucht, breken er conflicten uit over land. In 2007 stelt Kagame een commissie in om de kwestie te onderzoeken, maar die bestaat voornamelijk uit diezelfde functionarissen.  
Het rapport wordt niet openbaar gemaakt. De commissie weigert zelfs een interview te geven. Kabonero vertrekt naar de provincie om uit te zoeken hoe hij het rapport in handen kan krijgen. Na drie dagen krijgt hij een medewerker van een regiokantoor zover om het rapport voor hem te kopiëren. Kabonero schrikt van wat hij ziet. Sommige prominenten bezitten 300 of zelfs 600 hectaren land. Als hij een commissielid confronteert met zijn bevindingen, weet die gelijk dat Kabonero het rapport in handen heeft. Kabonero stapt over in een taxi om ongezien terug te komen. Hij publiceert de volledige lijst met namen.
In hetzelfde jaar wordt het alle overheidsinstanties en aan de overheid verbonden bedrijven verboden om in Umuseso te adverteren. Vrijwel alle adverteerders trekken zich terug. Kabonero schrapt een groot deel van het personeel en uitgaven, en gaat verder op de opbrengsten van de losse verkoop, wat, met de lage loonkosten, haalbaar is. Tot drie keer toe krijgt hij een baan met riant salaris aangeboden bij de staatsgelieerde krant ‘The New Times’ maar hij weigert, ook nadat zijn vader sterft en hij het schoolgeld voor zijn broers en zussen moet opbrengen. De staatsmedia zetten nog een lastercampagne in, maar niets kan de populariteit van Umuseso indammen. ‘We wilden Rwandezen informeren over wat de regering doet, ook over wat er mis gaat. De rol van de journalist is om tussen de leider en het volk in te staan, om te luisteren naar de mensen en hun gedachten terug te geven aan de regering. We vertellen ze ook dat ze iets mogen verwachten van de overheid – dat ziet de regering als aanzetten tot haat.’
‘Kabonero schrijft op wat de meeste Rwandezen niet eens durven dromen,’ vertelt één van Umuseso’s advocaten, die ik in Kigali ontmoet waar ik spreek met anonieme bronnen van de krant, familieleden, lezers en advocaten. Er lopen inmiddels vier rechtszaken tegen de krant; twee voor een tijdelijk en een permanent verbod (Umuseso vecht het tijdelijke verbod aan maar wacht nu al vier maanden op een uitspraak); een omdat de krant berichtte over de affaire van de burgemeester van Kigali met de minister van kabinetszaken; en een omdat de krant de belastingontduiking van een Rwandese zakenman in Zuid-Afrika onthulde. De advocaat is weinig optimistisch over de kans op een eerlijk proces. ‘Er is hier geen onafhankelijke rechtspraak. Zodra het om een politieke zaak gaat, worden rechters van hogerhand aangestuurd.’
We zitten in zijn smalle, raamloze kantoortje, buiten staan zijn vrouw en een medewerker op de uitkijk voor de veiligheidspolitie. De advocaat spreekt moeizaam Engels, maar houdt vol. Rwanda stapte vorig jaar over van het Frans naar het Engels (de taal van de uit Engelstalige buurlanden teruggekeerde Tutsi’s) als officiële taal naast het Kinyarwanda, en hij wil die taal machtig worden.
‘Normaliter praat ik niet zo openhartig met blanken. Het is dat Charles me heeft verteld dat ik je kan vertrouwen,’ laat hij zich ontvallen. Veruit de meeste Rwandezen zwijgen, wantrouwen overheerst. ‘Kabonero en Gasana geloven in de vrijheid van meningsuiting. Ik zie hoe de autoriteiten hen aanvallen in de rechtbank. Maar ze zijn overtuigd van hun gelijk en ze houden van hun werk. Ik bewonder hen om hun moed. Ze zijn nog jong.’
Nummerborden noteren
Umuseso’s kracht zijn haar bronnen die tot diep in de haarvaten van het systeem zitten. ‘Ik wil een schoon geweten hebben,’ verklaart een van de geheime bronnen  die al die jaren informatie doorspeelde aan de krant. ‘De RPF stond ooit voor vrijheid, daar vochten we voor.’ Kabonero heeft altijd een bron in de drie belangrijkste departementen – de inlichtingendienst van de politie, de militaire inlichtingendienst en de nationale veiligheidsdienst. Een paar keer per week gaat een medewerker naar het parkeerterrein van de centrale inlichtingendienst om nummerborden te noteren. Auto’s die er drie dagen in de week staan, komen op de lijst met verdachte voertuigen. ‘We weten ook dat ze het liefst Toyota Corolla’s gebruiken, die zijn driedeurs en dat is handig als je iemand wilt ontvoeren. En ze gebruiken het liefst nummerplaten die beginnen met “IT”; die zijn gereserveerd voor non-gouvermentele organisaties en dus niet te herleiden tot een individu.’
Maar na jaren kat- en muis spelen, verliest ook Kabonero uiteindelijk het gevecht. In mei 2009 vertellen vier afzonderlijke bronnen dat er een plan is om hem te ontvoeren en merkt hij dat hij continu wordt geschaduwd. ‘Overdag maakte ik me zorgen om mijn bronnen, ’s avonds vreesde ik voor mijn leven.’ Op 16 mei gaat Kabonero naar hotel Africana voor de voetbalwedstrijd Arsenal-Everton. Na afloop belt hij een vriend en vraagt hem om hem op te pikken. Al snel merken ze dat ze gevolgd worden door een witte Toyota Corolla. Zijn vriend probeert de achtervolger van zich af te schudden. Tot twee keer toe slaat hij af en keert dan weer terug naar de doorgaande weg. Maar ook de tweede keer rijdt de Corolla met hen terug.
Kabonero vraagt zijn vriend te stoppen op de doorgaande weg en stapt over in een taxi die meteen de donkere, onverharde weg naar zijn huis inslaat. Als hij eenmaal de poort van zijn huis achter zich dichttrekt, is de Corolla verdwenen. Maar ze weten waar hij woont. Hij verzwijgt de achtervolging voor zijn moeder, broers en zussen, maar als hij die avond in bed stapt, beseft Kabonero dat het tijd wordt om te vluchten.
Een week na de achtervolging stuurt Kabonero een neef met twee tassen vooruit. Die nacht waakt Didas met een collega voor de poort van zijn huis, zonder dat Kabonero het weet. Om vijf uur ’s ochtends bellen ze hem wakker. Kabonero zegt tegen zijn familie dat hij een paar dagen naar Oeganda gaat, zoals wel vaker. Bij de grens informeert de beambte naar de lopende rechtszaken, maar Kabonero wijst op zijn kleine tas en belooft met een paar dagen terug te komen.
Hij is dan nog van plan om terug te keren zodra de situatie is bekoeld. Via een hulporganisatie kan hij stagelopen in Zuid-Afrika terwijl hij blijft schrijven voor zijn krant. Als generaal Kayumba naar Zuid-Afrika vlucht, is Kabonero de eerste om hem te interviewen. Maar daags na het verschijnen van het stuk beweert Kagame op een persconferentie dat Kabonero en de gevluchte generaal samen een coup tegen hem beramen. Vlak erop krijgt de krant een verschijningsverbod opgelegd en moet ook Gasana het land ontvluchten.
De verkiezingen komen eraan, Kabonero heeft geen moment te verliezen. Hij blaast het oude Engelstalige zusje Newsline nieuw leven in. ‘De president heeft continu spreektijd, we moeten zorgen dat er ook een ander geluid te horen is.’
We gaan naar vluchtelingenkamp Nakivale, even buiten de zuidwestelijke provinciestad Mbarara, waar nog dagelijks nieuwe vluchtelingen arriveren. De bewoners zijn bang om met ons te praten. ‘Er zijn spionnen in het kamp,’ zegt iemand. Maar als duidelijk wordt wie de Rwandees aan mijn zijde is, wil iedereen Kabonero de hand schudden. ‘Toen Umuseso nog verscheen, stuurden we iemand met de bus naar Kampala om de krant voor ons te halen.’
Dan komen de verhalen los. Een boer vertelt dat hij is gevlucht omdat hij weigerde lid te worden van de RPF. Zijn broers, aanhangers van de partij van de vorige president, werden na de genocide door de RPF vermoord en nu heeft de RPF het op het land van zijn broers gemunt. Een ander vertelt dat hij in 2003 zes maanden gevangen werd gezet omdat hij campagne voerde voor een oppositiepartij. Toen de bedreigingen zich in 2010 herhaalden, sloeg hij op de vlucht. Een derde heeft een broer die uit het leger deserteerde. Het regime verdenkt hem ervan zich bij de Hutu-extremisten van de FDLR te hebben aangesloten en intimideert sindsdien zijn familie. Veel van de vluchtelingen die we spreken, werden zonder aanklacht vastgezet. 
De rechtsgang is nog zo’n dossier dat Umuseso consequent volgde. In de jaren na de genocide puilen de Rwandese gevangenissen uit. Om alle moordenaars toch binnen redelijke termijn te kunnen berechten, stelt de regering gacaca’s in, volkstribunalen, onder leiding van een paar dorpsoudsten. Het systeem lijkt de eerste jaren redelijk te werken, maar na verloop van tijd signaleren Kabonero en zijn collega’s steeds meer misbruik: ‘Gacaca werden vooral een goede manier om Hutu’s die zich uitspraken tegen misstanden het zwijgen op te leggen. Later werd het ook misbruikt door dorpsgenoten die zo andermans bezit wilden inpikken.’
Darfur
Van alle buurlanden van Oeganda die grote stromen vluchtelingen creëren - Congo, Ethiopië, Eritrea, Soedan en Rwanda – is Rwanda het enige dat niet te boek staat als ‘failed state’. Hoe komt het dan toch dat zoveel inwoners vluchten? Volgens de Rwandese regering ontvluchten ze rechtsvervolging voor daden gepleegd tijdens de genocide. Rwandese vluchtelingen krijgen daarom sinds ’98 nog maar met mondjesmaat een officiële status. Er vinden zelfs gedwongen repatriëringen plaats.
Ook veel buitenlandse diplomaten bagatelliseren de vluchtelingenstroom en het repressieve regime. Stabiliteit en een stevige leider zouden belangrijker zijn (zie ook kader). Kabonero kan er niet over uit. ‘Een sterke regering? Wat we nodig hebben, zijn sterke instellingen. Een sterk parlement, een sterke commissie voor de mensenrechten. Hoe heeft er überhaupt een genocide kunnen plaatsvinden? Doordat er een regering was die de macht had om burgers te onderdrukken en te doden. Maar buitenlandse mogendheden steunen Afrikaanse tirannen liever; het is een stuk makkelijker zaken doen. Aan ons parlement is bijvoorbeeld nooit uitgelegd waarom we soldaten naar Darfur sturen. Wat is het belang van de VS om een krant te steunen die daarover kritische vragen stelt?’
Een paar uur na het nieuws van de dood van zijn collega, gaat opnieuw de telefoon. Een Oegandees radioprogramma vraagt of Kabonero die avond hun gast wil zijn. Gasana houdt zich al weken in zijn hotelkamer schuil en probeert hem ervan af te brengen. ‘Het is een live show, dan weten ze precies waar je bent.’
Kabonero neemt felle trekjes van zijn sigaret en staart in de verte. ‘Ik ga toch,’ zegt hij. ‘Veel mensen dachten dat het hielp om te zwijgen en werden evengoed vermoord.’
Radiostation KFM ligt bij een verlaten spoorweg in een uithoek van Kampala. Het is al bijna donker als een bevriende motortaxi ons afzet. In de kleine studio op vierhoog staan alleen een tafel en zes stoelen. Presentator Charles Mwangushya kondigt zijn programma ‘Hot Seat’ aan, waarin journalisten discussiëren over het nieuws. Hij vraagt aan Kabonero: ‘Rwanda wordt gezien als succesverhaal in de regio als het gaat om het overwinnen van etnische verschillen. Wat is jouw mening?’
‘Rwanda is zeker een succesverhaal als het gaat om het aantal gepleegde moorden, of de mate van dictatuur – Kagame gebruikt het hele arsenaal van een dictator. Veel buitenlanders laten zich eenzijdig door de overheid en overheidsmedia informeren. Maar als je kijkt wat er in Rwanda aan de gang is - de schending van mensenrechten, de inperking van de vrijheid van meningsuiting, het gebrek aan een onafhankelijke rechtsgang - dan weet ik niet over welke vooruitgang we het hebben.’
De volgende dag, als Kabonero’s moeder in Kigali Rugambage’s begrafenis bijwoont, gaat Kabonero op zoek naar een nieuwe woning. Om Rwandese spionnen voor te zijn, zou hij eigenlijk iedere drie maanden moeten verhuizen, adviseert een ‘vriend’ van de Oegandese veiligheidsdienst. Precies een week later gaat de telefoon. Een bron uit Kigali. ‘Ze hebben een cd van de uitzending opgevraagd. En men is niet blij met de mensen met wie je daar omgaat. Charles, je hebt geen idee hoeveel mensen er al zijn vermoord.’
Op 27 juli verschijnt de eerste Newsline in de straten van Kigali en wordt gelijk door de Rwandese politie in beslag genomen.  
Dit artikel kwam mede tot stand dankzij een bijdrage van het Freevoice-Postcodeloterij fonds.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift