Kan kunst bjidragen tot een nieuwe, multiculturele wereld?

‘Kan kunst een bijdrage leveren tot een nieuwe, multiculturele wereld? Kan duurzame ontwikkeling beginnen bij een artistieke dialoog?’ Deze vragen, die tot gefilosofeer maar ook tot gepieker uitnodigen, lagen aan de basis van deze studiedag. Uit de diverse uiteenzettingen die vandaag naar voor werden gebracht en uit de gedachtewisselingen en meningsverschillen die hieruit voortvloeiden, mag afgeleid worden dat deze vragen niet in het ijle werden gesteld.
Aan de vooravond van het magische jaar 2000 valt het onmogelijk te ontkennen dat, waar niet langer dan een eeuw geleden het gros van de bevolking nooit of nauwelijks de grenzen van de eigen lokale gemeenschap overschreed, de wereld momenteel overal langs deuren en schermen de huiskamers binnenspoelt. Op minder dan honderd jaar evolueerden we van de vaststelling ‘mijn dorp, mijn wereld’ naar een realiteit van ‘mijn wereld, een dorp’. Met alle consequenties vandien.

Deze veranderde werkelijkheid werd vandaag onder de loupe genomen met het scalpel van de kunstenaar in de hand. En dat is geenszins reden tot verwondering. Kunstenaars staan nooit los van de tijd en de maatschappij waarin zij leven en creëren. Hoe abstract en hermetisch het oeuvre van een artiest ook moge zijn, zijn artistieke input bestaat er net uit dat hij op een uiterst eigenzinnige wijze de vinger aan de pols houdt. Uitgangspunt én basismateriaal voor een artiest is hoe dan ook zijn ‘Umwelt’. Maar hij dissecteert en voegt toe. Met zijn creaties werpt hij een specifiek licht op zijn leefomgeving en zijn tijd en doet hij bij de toeschouwer een specifieke kijk op die werkelijkheid ontstaan. De kunstenaar speelt de dubbelrol van een, weliswaar wereldse, profeet en van een, weliswaar esthetisch ingesteld, analyticus. Het artistieke veld is met andere woorden het ideale laboratorium om het veranderende heden te onderzoeken en blauwdrukken voor de toekomst te maken.

Als Vlaams minister, bevoegd voor Brusselse aangelegenheden, heb ik een zwak voor die laboratoriumsituatie. In onze hoofdstad delen we, als lid van een of andere culturele minderheid, het terrein en het leven met de leden van andere minderheden. Voor sommigen is deze smeltkroessituatie een avontuurlijke droom, voor anderen een nachtmerrie, dat weten we, maar voor iedereen blijft het hoe dan ook een uitdaging om er als individu in te overleven. In Brussel ervaren we nu reeds het wereldbeeld dat morgen Suburbia zal beheersen. We leren er ook dat we verplicht zijn om onze werkelijkheid actief in de hand te nemen. En we doen dat in het Brussels laboratorium niet slecht, al zeg ik het zelf.

Dit Brussel fungeert immers, alweer voor de ontvankelijke toeschouwer en ‘belever’, als een soort miniatuurwereld. Het is decor én podium voor verschillende culturen, uit alle hoeken van de wereld. Die culturen beleven zichzelf, niet in artificiële terrariumomstandigheden die leiden tot exotisme of oriëntalisme, maar in een soms authentieke, doch ook wel verbasterde, besmette maar bovenal springlevende vorm.

Maar ik wil u Brussel niet voorspiegelen als paradijs van peis en vree. De omschrijving van Brussel als samenlevingswerf is dichter bij de realiteit. Maar er is bij heel wat Brusselaars, en niet het minst bij de Brusselse Vlamingen, het inzicht en het engagement om op die werf te wroeten. En er is het besef dat de arbeid aan die leefbare maatschappij gezamenlijk moet gebeuren, met iedereen die het terrein deelt. Indien er niet samengewerkt wordt, zullen alle inspanningen vruchteloos blijken.

Ook daar blijkt dat moeizame proces plots essentieel en uiterst waardevol. Dan wordt er aangetoond dat wie met een open gemoed in Brussel rondwaart, woont en werkt, er aan den lijve kan ondervinden dat men zichzelf pas echt leert kennen via de blik van de ander.

De heterogene omgeving blijkt dé voorwaarde voor individualiteit. En individualiteit en zelfbewustzijn zijn op hun beurt voorwaarden voor een onderbouwd en waarachtig respect voor de ander. Want de eigen waarden, maar ook de eigen vooroordelen en idee-fixen worden door het wederzijds aanschouwen, maar meer nog door de wederzijdse dialoog voortdurend in vraag gesteld en bijgevolg uitgezuiverd. Een zuiverheid die, paradoxaal genoeg, slechts dankzij de wederzijdse contaminatie wordt verkregen.

Ook andere maatschappelijke velden voelen dezelfde noodzakelijkheid om de samenleving te laten steunen op een respect voor de andere culturen; een respect dat niet eenzijdig wordt ingekleurd. Zij volgen het voortrekkersvoorbeeld van de artistieke sector.

In de bedrijfswereld zijn er heel wat ondernemingen die oog beginnen te hebben voor de kleurrijke maatschappij waarin zij functioneren. Hoewel hun interesse voor de andere culturen soms haar oorsprong vindt in het puur menselijke, zal geen enkele bedrijfsleider ontkennen dat het economisch erg voordelig is om de drie volgende principes te onderschrijven:

1. dat elke onderneming een stabiele maatschappelijke voedingsbodem nodig heeft

2. dat discriminatie afstotend werkt, zowel naar eigen werknemers, als naar klanten toe

3. dat een onderneming zichzelf niet mag afsluiten van een aanzienlijk deel van de markt van menselijk potentieel

Het is vanuit deze beginselen dat aan personeelsverantwoordelijken geleerd wordt dat niet elke sollicitant een blanke man is. De werkelijkheid is breder en rijker. Ook daar relativeert men dus de eigen dominerende context en verlaat men de opvatting dat het maar aan de sollicitanten is om zichzelf te kneden naar een voorgekauwd maar werkelijkheidsvreemd profiel.

Deze inzichten en evoluties juiclh ik toe, ook al nemen ze voorlopig nog een te marginale plaats in. Als minister, bevoegd voor het Gelijkekansenbeleid van de Vlaamse Gemeenschap, ondersteun ik daarom ook initiatieven die processen op gang brengen waar, in het kader van de maatschappelijke globalisering, de diversiteit als troef wordt naar voor geschoven en gehanteerd. Ik ben er namelijk van overtuigd dat dit soort processen zowel de lokale samenleving, inclusief de plaatselijke identiteit, als de maatschappij op wereldschaal kan versterken.

Ik weet dat van mij verwacht wordt dat ik hier schets hoe een overheid, hoe een beleid een beweging als Glokale Kunst of de zogenaamde glokalisering op andere deeldomeinen kan en zal ondersteunen. Ik wil de bal terugspelen, maar zonder mezelf buitenspel te zetten.

Na het discours dat hier vandaag werd gevoerd, mogen we concluderen dat glokalisering inderdaad niet alleen een onafwendbare realiteit is, maar ook en vooral een proces dat de voedingsbodem levert voor een stabiele mondiale samenleving. Beide stellingen worden onderschreven door de parallelle evolutie binnen de ondernemingswereld.

Omwille van het essentiële belang van dit gegeven is het vooral de taak, en zelfs de verplichting van de culturele wereld om, binnen elke artistieke werking, wezenlijk aandacht te hebben voor wat er zich buiten de grenzen of net op de grens van de eigen gemeenschap afspeelt. Het is eveneens zaak om die artistieke realiteit op een correcte manier te kaderen en hierbij effectief de verschillende publieken te bereiken. Liefst gezamenlijk. Het is niet aangewezen dat deze problematiek, of beter deze uitdaging, in het totale artistieke veld enkel een marginale zijsprong betekent.

Mutatis mutandis gelden deze opmerkingen ook voor andere maatschappelijke sectoren.

De praktijkkeuze kan enkel vanuit het veld zelf komen. Een overheidsdictaat is nooit een goede manier om een enthousiaste en dus vruchtbare werking te genereren. Een overheid met een visie op de toekomst, en van mezelf kan ik tenminste stellen dat ik dromen heb over die toekomst, zal van haar kant graag positief op deze uitdagingen inspelen.

De aanbevelingen van het colloquium dat aan deze studiedag voorafging, de zogenaamde normen van Oostmalle, zal ik, als minister voor het Vlaamse Gelijkekansenbeleid meenemen, zeker voor wat betreft het zichtbaar maken van andere culturen via het stimuleren van interculturele teams. Dat staat trouwens reeds op mijn agenda. Meer oog voor diversiteit, ook in de opmaak van het beleid, moet tot betere antwoorden leiden op de echte, reële noden van de mensen.

Er is, met de open mentaliteit die zo eigen is aan de Vlaamse Gemeenschap, geen reden om bang te zijn voor de wereld van morgen.

Brigitte Grouwels is Vlaams Minister van Brusselse Aangelegenheden en van Gelijke Kansenbeleid

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift