Kasjmir in het nucleaire tijdperk

India en Pakistan behoren sinds mei 1998 tot de club van de atoomnaties. Hun wederzijdse wantrouwen vindt zijn scherpste uitdrukking aan de bestandslijn in Kasjmir. De nucleaire paraplu’s houden daar de granatenregen niet tegen.
‘Er zijn te veel wapens aan beide zijden van de grens om de vrede een schijn van kans te geven’, zei Balraj Puri twee jaar geleden in zijn werkkamer in Jammu. Puri is al járen in de weer om tussen de kogels door te lopen in de Indiase deelstaat Jammu and Kashmir, maar zijn vredeswerk blijft zonder veel resultaten. Trouwens, aan die veel te uitgebreide wapenarsenalen waarover Puri het in 1996 had, zijn intussen enkele zwaargewichten toegevoegd. De nucleaire tests die eerst India en daarna Pakistan uitvoerden, hebben de vredeskansen voor Kasjmir alleen maar verkleind.

Een hete zomer

Na de ondergrondse kernontploffingen in de Rajastaanse woestijn, zei de Indiase minister van Binnenlandse Zaken L.K. Advani dat ‘de besliste stap om een atoommacht te worden een kwalitatieve verandering teweeggebracht had in de verhoudingen tussen India en Pakistan, en met name in verband met het vinden van een duurzame oplossing voor het conflict in Kasjmir. Islamabad moet beseffen dat de geostrategische situatie in de regio grondig veranderd is.’ De machotaal van Advani werd enkele dagen later in hetzelfde jargon beantwoord door Pakistan dat ook een kernknal organiseerde. De inwoners van Kasjmir voelden tijdens de zomermaanden aan den lijve dat de ‘veranderingen’ die Advani beloofde zeker geen ‘verbeteringen’ waren. In juli werden dorpen en bergpassen in het Indiase deel van Kasjmir hevig onder vuur genomen vanuit Pakistan. Nu is het sinds de opstand in Kasjmir begon in 1989 de gewoonte dat er meer militaire activiteit is tijdens de zomer. Tussen september en maart is het immers onmogelijk om via de hogere passen van de Himalaya rond te trekken, ook voor geharde moslimmilitanten. Dus moeten zij hun stellingen innemen tijdens de overblijvende maanden en daarvoor hebben ze behoefte aan ondersteunend mortiergeschut vanuit Pakistan. Bovendien begint de maïs te groeien in augustus, wat de militanten toelaat om ongezien tot bij de dorpen te komen. Herders en boeren werden door de bombardementen op de vlucht gejaagd, waardoor onder andere de abrikozenoogst rottend achtergelaten werd. Aan de andere kant van de grens kregen de Pakistaanse Kasjmiri’s eveneens een overdosis munitie te verwerken. ‘We hebben ons uiterste best gedaan om terughoudend te reageren’, meldde de Indiase luitenant-generaal Krishnan Pal. ‘Het principe was: granaat voor granaat, salvo voor salvo. En indien we bij onze reactie burgers geraakt hebben, dan is dat enkel te wijten aan het feit dat Pakistan zijn geschut opstelt in het midden van de dorpen.’ De zomer van 1998 is echter erger geweest dan wat de geteisterde bewoners van de Vallei de afgelopen jaren gewend waren. De reden is dat de drempel voor een ‘full-scale’ respons flink hoger geworden is door de verschrikkelijke consequenties die een atoomoorlog zou hebben.

Het resultaat van de oorlogszuchtige houding van de beide regering was na veertien dagen al minstens 50 doden in India en wellicht het dubbele in Pakistan. ‘In het hele dorp is geen enkele venster nog heel’, klaagde Manzoor Ahmad begin augustus in het Indiase Bayari, ‘en we vrezen dat dit nog maar het begin is van een verdere verslechtering van de situatie.’

Op de knieën voor de islam

De vrees van Ahmad werd sneller bewaarheid dan hij gedacht had. Aanleiding waren weer eens explosieve gebeurtenissen elders. De Amerikaanse bombardementen op Afghanistan en Sudan deden de fundamentalistische koorts in de hele islamitische wereld nogmaals met enkele graden stijgen. De Hizbul Mujahedeen, één van de voornaamste milities in Kasjmir, gaf onmiddellijk een verklaring uit waarin de groep stelde dat de Amerikaanse raketten bedoeld waren als ‘een aanval op moslims waar ook ter wereld’ en dat ze ‘afgevuurd waren op verzoek van de Indiase regering’. Dezelfde Amerikaanse actie zorgde in Pakistan voor enorme religieuze druk op Eerste Minister Nawaz Sharif. Die had ook al het handje moeten ophouden na de economische sancties die Pakistan troffen als gevolg van de atoomproeven. Saoudi-Arabië, Koeweit, Qatar en de Islamitische Ontwikkelingsbank leenden Pakistan een kleine 100 miljard BEF, maar dat was onvoldoende om het land weer op poten te helpen. Eind augustus kondigde Sharif dan aan dat Pakistan binnenkort de koran boven de grondwet zal plaatsen. Benazir Bhutto -de vorige Eerste Minister- omschreef dit reeds als de ‘talibanisering’ van Pakistan. Bhutto is natuurlijk vooral politiek geïnspireerd, maar ze zou in deze wel eens gelijk kunnen hebben. De hele regio dreigt meegezogen te worden in een spiraal van religieus extremisme. Het spook van de Taliban werd gecreëerd door een gezamenlijke inspanning vanuit Pakistan en de VS; momenteel proberen beide landen de geest terug in de fles te krijgen, maar dat wil niet lukken. Steeds meer moslimmilitanten in Kashmir zijn getraind én zelfs geboren in Afghanistan. ‘Het ergste wat ons kan overkomen, is dat de Afghanen komen’, zei opstandelingenleider Amanullah Khan me in Islamabad. ‘Kashmir werd in de 14de eeuw en opnieuw in de 17de eeuw al eens gekoloniseerd door Afghaanse heersers. Die periodes waren de ergste tragedies van onze geschiedenis.’

Net als in de film

Intussen vervreemdt de politieke klasse van Kashmir steeds meer van de bevolking die ze moet vertegenwoordigen. Toen deelstaatpremier Farooq Abdullah van de zomer terugkeerde van zijn vakantie in Groot-Brittannië, had hij geen tijd om de 10.000 families te bezoeken die uit hun huizen en van hun velden verdreven waren door de beschietingen. In de plaats daarvan opende hij in de zomerhoofdstad Srinagar de nieuwe filmzaal ‘Broadway Theatre’. Daarmee toont Abdullah wel dat hij zich niet plooit naar de dictaten van de moslimmilitanten, die in 1989 alle cinema’s lieten sluiten wegens onverenigbaar met de islam, maar wie de premier ermee wenst te dienen, is onduidelijk. Misschien hoopt hij dat de geplande Zuid-Azië-reis van Bill Clinton in november toch doorgaat. Dan kan hij in Srinagar rustig komen genieten van ‘Wag the Dog’ of een andere film waarin de seksuele escapades van een fictieve Amerikaanse president getoond worden. Wedden dat zelfs de moslimmilitanten dan een kaartje kopen?

(kadertje)

Kasjmir kort

Bij de splitsing van de Britse kolonie Indië in het huidige India en Pakistan, geraakten de politici het niet eens over de status die de deelstaat Jammu and Kashmir moest krijgen. De hindoe-maharaja koos in 1947 uiteindelijk voor aanhechting bij India, de bevolking -in de Vallei van Kasjmir in meerderheid islamitisch- leek te twijfelen tussen onafhankelijkheid of aansluiting bij Pakistan. De twee andere delen van Jammu and Kashmir zijn Ladakh (een meerderheid van boeddhisten) en Jammu (een meerderheid van hindoes). Daarvan kwam een gewapend treffen tussen de twee pas gestichte naties, wat in 1965 nog eens overgedaan werd. Het resultaat van deze oorlogen is de huidige bestandslijn. India verloor in 1962 ook nog een stukje Jammu and Kashmir aan China. De gewapende vrede werd vanaf 1989 opnieuw verstoord door een militaire opstand van moslimmilitanten. Tientallen organisaties staken de kop op, waarvan de meesten gesteund en bewapend worden door Pakistan. De jongste jaren is er een toenemende aanwezigheid van Afghaanse strijders.

(In het Wereldwijd-septembernummer van 1996 verscheen een uitgebreide reportage over Jammu and Kashmir)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur