Kenia op een kruispunt

De laatste keer dat de Kenianen naar de stembus trokken om een president te kiezen, in december 2007, liep het faliekant mis. Het postelectorale geweld kleurde vele straten in Kenia rood en joeg een indrukwekkend aantal mensen op de vlucht: meer dan duizend Kenianen lieten het leven en ruim een half miljoen werd vluchteling in eigen land. Sindsdien zijn er op institutioneel vlak kosten noch moeite gespaard om de verkiezingen van 4 maart alle kansen van slagen te geven.

In 2010 kozen de Kenianen via een referendum voor een nieuwe grondwet die het reilen en zeilen in het land grondig moest veranderen. De post van eerste minister werd geschrapt en de president moest heel wat van zijn bevoegdheden delen met het parlement en justitie. Het land werd opgedeeld in 47 provincies, die niet alleen budget en bevoegdheden van de centrale overheid overgeheveld krijgen, ze worden ook geleid door gouverneurs die niet door de president maar rechtstreeks door het volk verkozen worden. Het nationale parlement werd  uitgebreid en er kwam een nieuwe nationale verkiezingscommissie. Voortaan heeft een presidentskandidaat meer dan de helft van de stemmen, verspreid over het hele land, nodig om te winnen. 

Met al die maatregelen hopen de hervormers de druk op het gevecht om het presidentsambt  wat te verlichten. Doel is ook te beletten dat de etnische stem zou volstaan om president te worden. 

Ondanks de vele institutionele inspanningen twijfelen critici aan de politieke wil van de huidige machthebbers om het systeem te veranderen. Zo waren er in de afgelopen maanden nog steeds gevallen van etnische stemmingmakerij en geweld. Bovendien liepen bepaalde concrete maatregelen, zoals de politiehervorming om een veilige stembusgang te garanderen, kritieke vertragingen op. Aanslepende problemen die mee aan de basis lagen van het geweld in 2007 –gronddisputen, jeugdwerkloosheid, armoede, corruptie en ongelijkheid– zijn niet kordaat genoeg aangepakt. 

De denktank International Crisis Group toont zich bezorgd over het feit dat tegen twee presidentskandidaten een zaak loopt bij het Internationaal Strafhof in Den Haag voor hun aandeel in het geweld van 2007. In binnen- en buitenland wordt met argusogen gekeken naar de nakende verkiezingen. 

In een videoboodschap vroeg de Amerikaanse president Barack Obama begin februari de kiezers in het land van zijn vader om een vredevolle stembusgang.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur