Kenia weert Somalische factieleiders

Kenia heeft een reisverbod ingesteld voor Somalische factieleiders en hun bondgenoten die buurland Somalië destabiliseren. Eén van deze leiders, Abdul Rashid Hussein Shiry, werd vorig week aangehouden in de Keniaanse hoofdstad Nairobi.
Shiry behoort tot een alliantie die bij recente gevechten in de Somalische hoofdstad Mogadishu het onderspit moest delven tegen islamitische milities. De Keniaanse politie en immigratiedienst arresteerden de Somaliër op 7 juni in een hotel in Nairobi.

Kenia en Somalië zijn buurlanden. De factieleiders hebben nauwe banden met Kenia. Ze zouden in het buurland ook allerlei bedrijven uitbaten. De betreffende Somaliërs spelen een centrale rol in de wetteloosheid die Somalië teistert sinds het regime van Muhammad Siad Barre in 1999 ten val kwam.

In Kenia vonden de vredesonderhandelingen plaats die eind 2004 tot de vorming van een overgangsbestuur voor Somalië leidden. De Somalische overgangsregering geniet in eigen land echter maar bitter weinig steun. De aanhoudende onveiligheid in Mogadishu maakt het voor de regering onmogelijk om daar te functioneren. Noodgedwongen resideren president Abdullahi Yusuf en zijn regering in Baidoa, in het zuiden.

Fundamentalistische islamitische milities veroverden vorige week de hoofdstad Mogadishu na een langdurige strijd met leiders van de Alliantie voor het Herstel van de Vrede en Antiterrorisme (onder wie vier ministers uit de overgangsregering). Het geweld eiste de laatste weken meer dan driehonderd mensenlevens. Er vielen 1.500 gewonden en 17.000 burgers werden uit hun woningen verdreven, zeggen de Verenigde Naties.

Kenia heeft nu veel minder geduld met de Somalische krijgsheren. Volgens Bethwel Kiplagat, de belangrijkste onderhandelaar uit de vredesgesprekken, trokken de Somalische krijgsheren zich niets aan van het nieuwe charter. “In het charter is sprake van een staakt-het-vuren, maar de krijgsheren begonnen een campagne tegen de islamitische milities zonder de goedkeuring of steun van de overgangsregering waarmee ze wel overleg moesten plegen.”

Volgens Kiplagat bleven de krijgsheren geld aannemen “van een buitenlandse mogendheid”. “Met dat geld kochten ze wapens om problemen te veroorzaken in Somalië. Ook dit gebeurde zonder de goedkeuring van de Somalische regering. Op die manier ondermijnden de krijgsheren de positie van die regering.”

De alliantie zou geld krijgen van de Amerikanen, die onverstoorbaar hun oorlog tegen het terrorisme voortzetten. Als de Amerikanen zich verder
bemoeien met Somalië, wordt het misschien nog moeilijker om de veiligheid in het Oost-Afrikaanse land te herstellen, vrezen politieke waarnemers.

Het Somalische parlementslid Ashara Awadh vindt het bijzonder jammer “dat de Amerikanen de verkeerde mensen steunen en sponsoren”. Volgens het parlementslid kiest Washington voor de krijgsheren die sinds vijftien jaar voor wetteloosheid in Somalië zorgen.

De Amerikanen mengden zich al eerder in de gebeurtenissen in Somalië. In 1993 leidden ze een VN-vredesmacht in het land. Die operatie werd een catastrofe. Achttien Amerikaanse militairen werden gedood bij confrontaties met Somalische strijders in Mogadishu.

In de VN-Veiligheidsraad pleitten de Amerikanen ooit (mee) voor een wapenembargo tegen Somalië. Dat embargo was gericht tegen de krijgsheren die ze nu zouden steunen.

De Somalische regering hoopt de vrede te laten terugkeren in Mogadishu. Zij voert nu gesprekken met de leiders van de islamitische rechtbanken. (DB/JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift