Keniaans eiland Lamu: Paradise lost

In het uiterste noorden van de Keniaanse kust ligt het idyllische eiland Lamu. Parelwitte stranden, wuivende palmbomen, een zwoele zeebries. Maar dat is niet het hele plaatje. Sinds een jaar staat op Lamu een wereldhaven in de steigers en wordt er geboord naar gas en olie. MO* nam er de temperatuur aan de vooravond van het einde van een tijdperk.

  • Griet Hendricxk Lamu. Griet Hendricxk
  • Griet Hendrickx Het gloednieuwe havengebouw op het eiland Lamu is slechts een schakel in een ambitieus en internationaal miljardenproject. Griet Hendrickx

In het paradijs geraken is geen sinecure. Kenia’s grootste havenstad Mombasa ligt op nog geen 350 kilometer, maar er vertrekken geen rechtstreekse vluchten naar Lamu. Een vlucht vanuit de hoofdstad Nairobi is dan weer erg prijzig. Voor de gewone sterveling is de enige optie dus over land, in een stoffige bus die er vanuit Mombasa maar liefst acht uur over doet op een weg die naam niet waardig. Tijdens de trip ervaar je de jarenlange achteruitstelling van de Keniaanse kustregio aan den lijve. De bus brengt je tot Mokowe, het vasteland vlak tegenover het eiland Lamu, waarna je de tocht per boot verderzet. In Lamu stad maken de smalle zanderige straatjes auto’s geheel overbodig. Ezels, trekkarren en hier en daar een motorfiets zijn de enige vervoermiddelen in het straatbeeld.

Ecotoerisme

Iedereen in Lamu heeft intussen van het havenproject gehoord, maar ooit was dat anders. De mensenrechtenorganisatie Muslims for Human Rights (MUHURI), die kantoor houdt in Mombasa, kaart in een filmpje de klachten aan van Lamu-inwoners die hun grond kwijtspeelden. Hun gewassen werden platgewalst, begraafplaatsen vernield en bossen verbrand omdat de bouw van de haven plots was begonnen.

‘De overheid hield ons opzettelijk in het duister over de plannen’, zegt Monsoon. Officieel heet hij Kassim Muhsin, maar ‘omdat veel moslims dezelfde namen hebben, hebben we bijnamen om te weten wie precies bedoelt wordt. De mijne is Monsoon’, zegt hij glimlachend, ‘zoals de wind.’ Monsoon heeft een boot en organiseert snorkeltrips en rondvaarten. Na zijn studies in Mombasa en Nairobi stapte hij met zijn oom in het ecotoerisme. Door het electoraal geweld in 2007 en 2008 viel het toerisme echter stil. Monsoon en zijn oom zagen zich genoodzaakt hun business af te bouwen. De kidnappings in 2011 deden hen helemaal de das om. Ook aan de luwte voor de verkiezingen van maart 2013 zagen ze heel wat inkomsten verloren gaan. Nochtans zagen hun toeristische plannen er een tijdlang veelbelovend uit. In 2009 richtten de bootvaarders een beroepsvereniging op om hun krachten te bundelen, Monsoon werd secretaris. Het legde hen geen windeieren maar de tegenvallende inkomsten van de laatste twee jaar hebben de zuurstof uit het initiatief gehaald. Tot de effecten van de havenplannen zich duidelijk lieten gevoelen. Samen met een veertigtal andere organisaties sloot de bootvaardersvereniging zich aan bij Save Lamu, een lokale koepelorganisatie die de vinger aan de pols houdt van de overheidsplannen voor hun regio.

Olie en gas

De haven is niet het enige dat het aangezicht van Lamu voor altijd dreigt te veranderen. Op het naburige eiland Paté voert een Chinese onderneming in opdracht van een Brits bedrijf proefboringen uit naar olie en gas.

Kilometers mangroves, een eenzame richtingaanwijzer en een verkiezingsaffiche midden in het water. Na een boottrip van 45 minuten zijn in de verte enkele lila tentjes te zien. Daar slapen de arbeiders van de olie- en gasindustrie. ‘Driekwart komt uit de buurt’, zegt een van hen. Hij is zelf een lokale inwoner van Paté en greep de kans om hier te werken met beiden handen. Vroeger moest hij naar verafgelegen steden op zoek naar een baan. ‘Wij hier op Paté zijn de eersten die voordeel halen uit de zoektocht naar olie en gas.’ De man werkt nu al acht maanden onder contract, zonder al te veel vrije dagen. De Chinese projectleiders, die zich niet onder de lokale bevolking mengen, verwachten noeste arbeid maar betalen goed. Ze staan niet te springen om tekst en uitleg te geven. ‘Wij zijn hier gewoon om te werken’, klinkt het droogweg. ‘Het kan ons echt niet schelen wat de wereld van ons denkt.’

Haven in zicht

Op 2 maart 2012 zakten Salva Kiir, de president van Zuid-Soedan, zijn Keniaanse ambtsgenoot Mwai Kibaki en de toenmalige Ethiopische premier Meles Zenawi af naar Mokowe om de eerstesteenlegging van het Lamu-havengebouw bij te wonen. Dat gebouw is slechts een schakel in het miljardenproject Lamu Port South Sudan Ethiopia Transport Corridor (LAPSSET). Dat moet via spoorwegen, pijplijnen en snelwegen de drie landen met elkaar verbinden om de regio een economische impuls te geven.

Het havengebouw, een imposante betonnen constructie, is intussen bijna afgewerkt. Aan de lopende band worden elektriciteitspalen gezet, wegen aangelegd en omheiningen opgetrokken. De wegen nemen de Chinezen voor hun rekening, het gebouw wordt door een Indiase firma opgetrokken en de omheining wordt geplaatst door de National Youth Service (NYS). ‘NYS is een overheidsprogramma van drie jaar voor jongeren die bij het leger of de politie willen’, zegt Swaleh. ‘Zij werken gratis maar krijgen wel kost en inwoning.’ Swaleh komt uit de regio. Zijn familiebedrijf levert brandstof en materialen aan de overheid voor de bouw van de omheining.

Dat de haven uitgerekend in Lamu wordt aangelegd, komt omdat het water er diep is, in tegenstelling tot de meeste andere kusten. De haven is ingeschreven in het overheidsplan Vision 2030. Tegen 2016 moet de eerste aanlegsteiger klaar zijn. Ook die werken zijn al van start gegaan. Wat verderop wordt de weg afgezoomd door zwartgeblakerde mangrove, die gestaag weggekapt wordt om plaats te maken voor zandzakjes die de twee oevers verbinden. In de verte zijn de Keniaanse en Amerikaanse marinebasissen zichtbaar.

Op de bouwwerf heeft de bewaking er al veel zien passeren, buitenlanders die lucht hebben gekregen van het grootse havenproject en zelf eens een kijkje komen nemen. ‘Het havenproject is bekender in het buitenland dan hier in Kenia’, grinnikt een gepensioneerde militair die door de Keniaanse overheid is aangesteld om de bouwsite te bewaken. Met de Indiase bouwheer heeft hij niets te maken. ‘Die ziet me hier niet graag staan, denk ik. Hij vermoedt allicht dat ik hier ben om hem te controleren.’ In de buurt van de tijdelijk opgetrokken kantoorgebouwen komt de bewaker niet.

Als Luo uit het binnenland heeft de man maar weinig goede woorden voor de overheid, die sinds de onafhankelijkheid voornamelijk in handen van de Kikuyu’s was. Volgens hem hebben die alle macht en postjes in handen. Hij heeft trouwens de indruk dat de Kenianen er niet in geloven dat de haven er echt komt. De Keniaanse overheid heeft er het geld niet voor, Zuid-Soedan en Ethiopië hebben intussen een afwachtende observatorrol opgenomen en potentiële geldschieters zoals China, Qatar en Singapore lijken ook terughoudend gezien de onzekere politieke situatie en onduidelijkheid over grondrechten in het land.

Graaicultuur

‘De mensen uit de buurt maken te veel problemen’, vindt de bewaker. ‘Ze ruiken geld en vragen astronomische bedragen als compensatie voor hun grond.’ Zelf is hij niet van de kustregio, maar hij is er niettemin van overtuigd dat de komst van de haven een stap vooruit zal betekenen voor de ontwikkeling van Afrika.

De bewoners die op een blauwe maandag de bulldozers zagen opdoemen en pardoes van hun land werden verjaagd, denken er anders over. Sommigen daagden de Keniaanse staat voor de rechter voor het onwettig gebruik van de grond. Ze klagen over gebrekkige communicatie en stellen dat de overheid heeft nagelaten om de resultaten van een impactstudie af te wachten vooraleer met de aanleg van de haven te starten.

De achteruitstelling van de kustregio dateert nog van de koloniale tijden. Met de komst van de Britten werd al het land overheidsbezit. Na de onafhankelijkheid zette de Keniaanse overheid dat beleid verder. Als een van de weinige regio’s in het land was alle grond in Lamu overheidsgrond –terwijl er elders wel officieel gemeenschapsgrond werd voorzien.

De lokale bevolking van Lamu maakte jarenlang gebruik van grond die ze op papier niet bezat, terwijl buitenlanders en Kenianen uit het binnenland gestaag stukken grond konden opkopen. De nieuwe grondwet van 2010 brengt hierin verandering door voortaan drie types grond te voorzien: publieke percelen, gemeenschapsgrond en privégrond. De recent opgerichte nationale landcommissie moet een systeem opzetten om de historische onrechtvaardigheden recht te trekken. De landeigendomscertificaten worden voortaan door lokale overheden uitgevaardigd, niet langer door de administratie in de hoofdstad.

‘Uhuru Kenyatta heeft hier onlangs nog grond gekocht’, zegt Swaleh tijdenso onze rit door de velden in de havenbuurt. Hij bevestigt dat er de afgelopen jaren een ratrace was naar grond. Vooral gegoede Kikuyu’s uit het binnenland toonden zich geïntersseerd; zij kunnen veel gemakkelijker aan de nodige papieren geraken. Zelfs als lokale en goedgeïnformeerde zakenman is het voor Swaleh niet evident om de registratieprocedure succesvol en vlot af te handelen. Toch heeft hij –zoals vele anderen– zijn kans gewaagd en een procedure gestart om 1,2 hectare op zijn naam te laten zetten. Ondertussen passen ze het krakersprincipe toe. Swaleh: ‘In afwachting van de papieren zetten mensen alvast een hutje of beginnen de grond te verbouwen –in de hoop dat alles na een tijdje officieel wordt.’

De havenweg maakt een flauwe bocht rond een van de weinige boerderijen die nog rechtop staan. Benneth Kwase, zoon van de eigenaar, vertelt gelaten hoe zijn familie wacht op een compensatie- en verhuisplan. ‘Alleen de overheid weet wat ze doet. Wij kunnen niets anders dan wachten’, klinkt het gelaten. ‘Hier leven is onmogelijk geworden. Er rijden constant auto’s en vrachtwagen af en aan. Onlangs werd nog een geit aangereden. Voor kinderen is het dus ook veel te gevaarlijk geworden.’ Niettemin geeft hij toe dat de haven werkgelegenheid kan scheppen voor de jongeren in de regio. En dat is broodnodig.

Inspraak

Ook Monsoon en de andere activisten van Save Lamu hebben zich intussen neergelegd bij de komst van de haven. ‘We zijn er niet tegen’, preciseert Monsoon. ‘We komen gewoon op voor onze grondrechten en inspraak.’

Monsoon weet wel dat de haven een antwoord kan bieden op de grote werkloosheid en achteruitstelling in deze regio, maar hij is niet blind voor de grote offers die gebracht moeten worden. ‘Het leven zal niet meer hetzelfde zijn. Een deel van onze cultuur zal verloren gaan.’ Hij maakt zich het meeste zorgen om de milieuvervuiling en de teloorgang van de unieke ecosystemen in Lamu. ‘Er komen allicht ook een hele boel regels bij, onder meer over plekken waar we niet meer mogen komen. Vooral het leven van de vissers zal daardoor aangetast worden.’

Via juridische stappen hebben de activisten al enkele dingen uit de brand kunnen slepen. Zo is er een officieel erkende stuurgroep gekomen, samengesteld uit mensen van de regio om als liaison op te treden tussen de overheid en de lokale gemeenschappen. President Kibaki vaardigde duizend studiebeurzen uit voor de inwoners van Lamu die in in Mombasa een opleiding willen volgen om later in de haven te kunnen werken. Monsoon stelde zich kandidaat en wacht nog op het resultaat van de intakegesprekken.

Heel wat inwoners van Lamu vestigen hun hoop op de nieuwe grondwet. Daarin staat letterlijk dat er iets aan de landdisputen moet worden gedaan. Niet iedereen vertrouwt er echter op dat de nieuwe machthebbers de progressieve grondwet zullen implementeren. In Lamu zijn ze alvast van plan om hun rechten verder af te dwingen.

Raya Famau Ahmed is actief in een vrouwenbeweging in Lamu, die bij Save Lamu is aangesloten. Net zoals Monsoon heeft ze zich kandidaat gesteld voor een van de duizend studiebeurzen. ‘Als je als vrouw niet bent opgeleid, wordt er niet naar je geluisterd.’ Zij schat de toekomst alvast positief in. Famau Ahmed: ‘Wie er ook aan de macht komt, ze zullen zich gedwongen zien om de grondwet te implementeren.’

Bekijk een uitgebreide fotoreportage over Lamu op griethendrickx.com

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur