Keniaanse ex-vrijheidsstrijders eisen compensatie van Groot-Brittannië

Juristen hebben alles rond voor een aanklacht van vijfhonderd voormalige Keniaanse onafhankelijkheidsstrijders tegen Groot-Brittannië. Die eisen compensatie voor het leed dat hen tijdens de koloniale tijd is berokkend door Britten.


Een juridisch team werkt vanuit Londen en de Keniaanse hoofdstad Nairobi aan een compensatieregeling voor de voormalige strijders van de Mau Mau, de rebellen die in de jaren vijftig in opstand kwamen tegen het koloniale bewind. Het is de bedoeling bij de Britse overheid een nog niet nader gespecificeerde som geld te eisen die gebruikt kan worden voor herstelbetalingen aan de slachtoffers van de koloniale overheersing.

We zijn klaar met de voorbereidingen, we wachten alleen nog tot onze Keniaanse collega’s voldoende geld bij elkaar hebben om de zaak aanhangig te maken, zegt teamlid Martyn Day. Dat zal waarschijnlijk niet lang meer duren. De Keniaanse Mensenrechtencommissie (KHRC) moet 80.000 dollar inbrengen, alleen om een zaak aan te kunnen spannen. Day schat dat de hele procedure uiteindelijk zo’n twee miljoen dollar zal gaan kosten.

Martyn Day is in Kenia bekend vanwege de zaak die hij eerder namens veehoeders uit het noordelijke Samburu-district aanspande tegen Groot-Brittannië. In 2003 werd in die zaak een schikking getroffen. Groot-Brittannië betaalde bijna zeven miljoen dollar aan veehoeders die gewond waren geraakt door munitie die door Britse soldaten was achtergelaten op Samburu-land, en aan hun nabestaanden.

Volgens de advocaten van de Mau Mau-strijders waren de wreedheden die door het koloniale bewind zijn begaan, in strijd met alle internationale verdragen. We hebben er jaren voor uitgetrokken om voldoende bewijs te verzamelen, zegt Macharia Wanyeki, secretaris van de Vereniging van Mau Mau Veteranen. We zijn ervan overtuigd dat we in Londen ons recht zullen halen.

In Groot-Brittannië wordt erop gewezen dat ook de Mau Mau-strijders bloed aan hun handen hebben. Ze zouden blanken hebben afgeslacht terwijl die lagen te slapen, en vrouwen en kinderen hebben verkracht. Uit onderzoek blijkt dat dergelijke wreedheden inderdaad voorkwamen, maar op relatief kleine schaal. Het zou gaan om 32 slachtoffers onder blanke kolonisten en om 50 onder Britse militairen.

De voormalige Keniaanse guerrillastrijders verdwenen na de onafhankelijkheid van Kenia vrijwel in de vergetelheid. David Gicheru (74) is een oud-guerrillastrijder die in de periode voorafgaand aan de onafhankelijkheid van Kenia in 1963, vocht tegen het Britse koloniale bewind. Hij heeft nu een koffieplantage in de heuvels bij Nyeri in Centraal-Kenia.

“Het georganiseerde verzet tegen de Britten begon in 1952”, zegt Gicheru. Samen met honderden andere jonge Kikuyu-mannen (Kikuyu is de grootste etnische groep in Kenia) zworen ze om de ‘blanke bezetters’ te verjagen. Daarmee was de Mau Mau-opstand geboren.

We verscholen ons in de bossen en vielen de Britten en Keniaanse collaborateurs aan, vertelt Gicheru. Meestal met messen en bijlen. Een enkeling had een oud geweer. Veel medestrijders zijn doodgeschoten door de Britten. Er zitten nog steeds kogels in mijn lichaam. Gicheru zegt dat de rebellen ook wreedheden begingen tegen leden van hun eigen Kikuyu-gemeenschap, als die ervan verdacht werden dat ze collaboreerden met de Britten. Over die dingen wil ik het liever niet hebben, fluistert hij. Het was oorlog.

Caroline Elkins, historicus aan de Universiteit van Harvard in de Verenigde Staten en auteur van een veelgeprezen boek over de Keniaanse onafhankelijkheidsstrijd, Britain’s Gulag, schat dat de Britten in de jaren vijftig meer dan 100.000 Kenianen ombrachten. De meesten stierven in concentratiekampen die bedoeld waren om de Kikuyu-bevolking in bedwang te houden, zodat ze geen hulp konden geven aan de Mau Mau-strijders.

Pas sinds enkele jaren is er enige aandacht is voor de oud-strijders. De eerste president van het onafhankelijke Kenia, Jomo Kenyatta, had nauwelijks oog voor de Mau Mau. Kenyatta had van de onafhankelijkheidsstrijd vrijwel niets meegemaakt, omdat hij het grootste deel van de tien jaar durende opstand in de gevangenis doorbracht. Ook was hij afwezig op conferentie die in 1960 werd gehouden in Lancaster House in Londen, waar de weg vrijgemaakt werd voor de onafhankelijkheid van Kenia.

De voormalige guerrillastrijders restte in 1963 weinig anders dan te proberen hun oude leven als boer weer op te pakken. Zowel Kenyatta als zijn opvolger Daniel arap Moi, weigerde het statuut te herroepen waaronder het koloniale bewind de Mau Mau illegaal had verklaard.

Anne Wahome (69) werd destijds gearresteerd en opgesloten in een concentratiekamp, omdat ze ervan verdacht werd voedsel aan de rebellen te hebben gegeven. Haar man, een voormalige rebel, overleed een paar jaar geleden in Nairobi. We hebben een advertentie in de krant gezet met de tekst Mwangi Gachoka: Mau Mau-strijder. Hij vocht voor onze vrijheid, zegt Wahome. Maar niemand kwam ons te condoleren. Het kon niemand wat schelen.Ze zijn ons gewoon vergeten. Alles waar mijn man voor gevochten heeft, is van ons gestolen en we hebben er niets voor teruggekregen.” Ze had gehoopt dat er iets zou veranderen nadat de regering-Kibaki in 2002 aan de macht kwam. Maar er is nog niets veranderd sinds de Britten vertrokken. We leven nog steeds in armoede.

De regering-Kibaki heeft intussen wel beloofd om een museum te bouwen ter nagedachtenis aan de Keniaanse onafhankelijkheidstrijd. In de nieuwe ontwerpgrondwet wordt voorgesteld om Kenyatta-Dag (20 oktober) te hernoemen in Mashuja-Dag (Dag van de Helden), ter ere van de Kenianen die geleden hebben voor de onafhankelijkheid van Kenia. (JS/ADR)



Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift