Kerkasiel in België: van recht naar rechtvaardigheid

De eerbied voor gewijde plaatsen bestond reeds in de oudheid. Ontzag voor de godheid verbood om op bepaalde plaatsen bloed te vergieten. Wanneer een vervolgde een dergelijke plaats kon bereiken, genoot hij een soort asiel.
Van eerbied voor de plaats naar eerbied voor de persoon

Want het vergieten van bloed op een cultusplaats zou de godheid die er werd vereerd wel eens ongunstig kunnen stemmen. Deze primitieve vorm van asiel hield dus meer verband met de bezorgdheid van de vervolger om met de transcendente krachten en machten op een goed blaadje te staan, dan met een recht op bescherming. Studies wijzen op een directe band tussen deze heidense asielplaatsen, vooral Grieks-Romeinse tempels en standbeelden van de keizers, en het asiel dat de christelijke cultusplaatsen boden.

Maar de idee om het op te nemen voor een vervolgde persoon en hem te beschermen tegen een buitenmatige of wrede straf, heeft waarschijnlijk altijd geleefd binnen de kerk, als een emanatie van de naastenliefde. Ook in het Oude Testament is er al sprake van een plaatsgebonden asielrecht met de bedoeling de praktijk van de bloedwraak in te perken. Zo lezen we in Numeri 35, 9-15: ‘Jahwe sprak tot Mozes: Zeg aan de Israëlieten: Wanneer gij over de Jordaan naar Kanaän trekt, moet gij enkele steden als vrijsteden aanwijzen. Daarheen kan iemand die een ander zonder opzet heeft gedood, de wijk nemen. Die steden zullen dienen als wijkplaats tegen de bloedwreker om te voorkomen dat iemand die doodslag heeft begaan, de dood vindt alvorens hij voor de gemeenschap terecht heeft gestaan. Zes steden moet gij als vrijsteden aanwijzen…. Zowel voor de Israëlieten als voor de vreemdelingen en buitenlanders bij u zullen die zes steden tot wijkplaats dienen, waarheen ieder de wijk kan nemen die iemand zonder opzet heeft gedood.’

Een heus recht van de kerk om asiel te verlenen is maar tot stand kunnen komen na de ontwikkeling van volwaardige kerkelijke structuren en na de erkenning van het christendom als staatsgodsdienst in het jaar 380. Zo verklaarde het concilie van Carthagena in 399 dat iemand die in een kerk zijn toevlucht heeft gezocht er niet mag worden verjaagd. Aldus groeide een kerkasielpraktijk. In de loop van de geschiedenis heeft de kerk zelf de lokale en tijdelijke voorwaarden van deze bescherming afgelijnd en gedefinieerd. De pausen hebben de lijst van misdrijven die geen aanleiding konden geven tot kerkasiel in verschillende constituties uitgebreid. Dat liep parallel met de ontwikkeling van het seculiere strafrecht. Naarmate het strafrecht een rechtvaardige procedure waarborgde, verminderde de nood voor de kerk om op dat vlak corrigerend op te treden. Tot aan het einde van het Ancien Régime kon de staat best leven met het kerkasiel, met dien verstande dat hij er wel naar streefde de kerkelijke bescherming te beperken tot uitzonderingsgevallen die steeds zeldzamer werden.

In de 19e eeuw hielden de pausen nog sterk vast aan het recht van de kerk om asiel te verlenen en stelden zij kerkelijke straffen op het niet naleven ervan. Daarbij bleef men ervan uitgaan dat het kerkasiel een authentieke kerkelijke aanspraak was en geen voorrecht dat door de staat werd toegekend. Deze visie vond een vertaling in canon 1179 van het Kerkelijk Wetboek van 1917 (1). Deze canon hield echter een beperking in ten opzichte van de vroegere, soms zeer verregaande interpretatie, vooral m.b.t. de plaatsen waar asiel kon worden verleend. In de loop van de 20e eeuw werd nog zelden teruggegrepen naar deze bepaling.

Hoewel er in het herzieningsproject nog naar werd verwezen, is het kerkasiel uit de uiteindelijke versie van het Kerkelijk Wetboek van 1983 verdwenen. De precieze reden is niet zo duidelijk. Wellicht is de kerkelijke wetgever ervan uitgegaan dat de kerk dit privilegie niet (meer) nodig had om haar taak te vervullen. Of heeft hij gemeend dat de ontwikkeling van de rechtsstaat en de internationale mensenrechtenverdragen voldoende waarborgen bieden voor de rechtzoekenden, zodat een aparte bescherming door de kerk achterwege kon blijven? Of heeft de vaststelling dat de burgerlijke overheid meestal toch geen gevolg gaf aan het kerkasiel de doorslag gegeven?

Het vigerend Belgisch recht regelt het kerkasiel niet maar verbiedt het evenmin. Een restant ervan, artikel 781, 3° van het vroegere Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde tot 1967 dat een schuldenaar niet mocht worden aangehouden in een gebouw bestemd voor de eredienst, tijdens de godsdienstige oefeningen.

Naar een nieuwe invulling van het kerkasiel

Het onderzoeken van een asielaanvraag en het toekennen of weigeren van het vluchtelingenstatuut behoren onmiskenbaar tot de bevoegdheid van de staat. Daarbij geldt een uitgebreide nationale, supranationale en internationale regelgeving. Maar de jongste jaren worden de regels almaar strenger en vallen steeds meer mensen uit de asielboot.

Vanuit deze vaststelling is in verschillende landen bij christenen de overtuiging gegroeid dat de kerkgemeenschap een actief antwoord moet bieden op de reële noodsituatie van vreemdelingen zonder geldige verblijfsvergunning die met uitzetting worden bedreigd. Vaak gaat het om asielzoekers wier aanvraag is afgewezen. Zo is een kerkasiel-nieuwe-stijl ontstaan. Kerkwerk Multicultureel Samenleven omschrijft die nood als volgt: ‘Bij kerkasiel gaat het om een dreigende uitwijzing die het leven en de toekomst van de betrokkene(n) rechtstreeks raakt. Het gaat om situaties waarin een deportatie levensbedreigend, onrechtvaardig of onaanvaardbaar is’.

In de herleving van het kerkasiel heeft de Noord-Amerikaanse ‘Sanctuary Movement’ een belangrijke rol gespeeld. Die heeft op haar beurt wortels in de 19e eeuwse strijd tegen de slavernij. Religieuze gemeenschappen zorgden voor vluchtplaatsen in de Zuidelijke Staten en voor vervoer naar het noorden. Dat leverde inspiratie op voor de kerken die begin jaren ’80 hulp boden aan Salvadoraanse vluchtelingen. Hieruit is op 24 maart 1982 de ‘Sanctuary Movement’ geboren. De aangesloten katholieke, protestantse en joodse kerken en instellingen bieden onder meer asiel aan vluchtelingen zonder papieren in de gebouwen die zij voor hun eredienst gebruiken.

Soms zijn er aanwijzingen dat ondanks het officiële standpunt dat een uitgewezen vreemdeling veilig naar zijn land van herkomst kan terugkeren, hij daar in feite toch gevaar loopt gemarteld of gedood te worden. De verklaring van een buitenlandse overheid dat ze een teruggestuurde niet zal vervolgen, is geen garantie dat ze hem effectief kan of wil beschermen tegen maffiamoordenaars of doodseskaders. Soms kan een juridisch correcte procedure toch leiden tot een zeer onrechtvaardig resultaat. Of de procedure kan zolang aanslepen dat de asielzoeker zich ondertussen al goed heeft ingeburgerd in de Belgische samenleving door de taal te leren en werk te zoeken. Vaak zijn de kinderen hier geboren en gaan zij bij ons naar school.

Kerkasiel is een reactie op de vrees dat de burgerlijke overheid de fundamentele rechten van een persoon of een groep personen onvoldoende waarborgt. In dit opzicht is wellicht een parallel te trekken tussen het ‘oude’ en het ‘nieuwe’ kerkasiel. Naarmate het strafrecht en het procesrecht gaandeweg meer waarborgen boden voor een eerlijk proces, verloor het historische kerkasiel zijn reden van bestaan. Naarmate de wetgeving op het vlak van vluchtelingenrecht en van de asielprocedures stringenter wordt en voor bepaalde categorieën onvoldoende bescherming biedt, duikt het kerkasiel-nieuwe-stijl op als een correctie op de wetten en praktijken van de staat. Kerkasiel kan men beschouwen als een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid. Die is er niet op gericht de rechtsorde te ondermijnen, maar wel haar te verfijnen. Burgerlijke ongehoorzaamheid situeert zich daarmee in het eeuwige spanningsveld tussen recht en rechtvaardigheid.

Kerkasiel voor met uitwijzing bedreigde vreemdelingen kan twee vormen aannemen. Zo kunnen de leden van een gelovige gemeenschap een persoon of een gezin op basis van een beurtrol gastvrijheid verlenen in de eigen woning. Het is dan meestal de bedoeling om geen aandacht te trekken omdat men de betrokkene(n) laat onderduiken. Deze vorm van ‘kerkasiel’ sluit nauw aan bij het engagement van vele individuele burgers, zowel vrijwilligers als professionele hulpverleners om mensen zonder papieren in het dagelijkse leven bij te staan met advies, bescherming en concrete hulp.

Maar wanneer we over kerkasiel spreken, bedoelen wij doorgaans het verlenen van onderdak in een kerkgebouw. Het gaat dan vaak om een groep van mensen. En het is daarbij ook helemaal niet de bedoeling om mensen te verstoppen maar wel om precies de aandacht van de media, van de publieke opinie en de overheid op hun situatie te vestigen.

Geen improvisatie

Kerkasiel is nooit de eerste stap om een prangend probleem op te lossen. De stap wordt maar gezet omdat alle andere middelen zijn uitgeput. Het kan daarbij gaan om juridische, procedurele, politieke, humanitaire en diplomatieke middelen en symbolische acties. Kerkasiel is een noodkreet van mensen in een specifieke probleemsituatie en met zeer concrete vragen. Het kan gericht zijn op de tijdelijke bescherming van bedreigde personen, maar het kan ook een hefboom zijn om tot een structurele oplossing te komen, door mensen die officieel niet bestaan maar vaak al vele jaren midden onder ons wonen, zichtbaar te maken.

De Belgische kerkelijke overheid staat open voor deze actievorm maar houdt zich bij de concrete invulling op de vlakte. Het is de verantwoordelijkheid van de lokale geloofsgemeenschap om al dan niet haar kerkdeuren open te zetten voor mensen die er niet alleen – of zelfs niet in de eerste plaats - komen bidden of vieren, maar er ook een betoog houden. Dit impliceert dat de gemeenschap zich voorafgaandelijk de vraag stelt of haar kerk enkel voorbehouden is voor de liturgie of dat ze ook ‘een werkplaats is van een gemeenschap die probeert gestalte te geven aan het evangelie in de samenleving’. Rond de voortzetting van de gebruikelijke activiteiten en kerkdiensten moeten goede afspraken worden gemaakt.

Een heel belangrijke rol is weggelegd voor de mensen zonder papieren zelf. Deelnemen aan kerkasiel houdt voor hen risico’s in. Zij moeten zich bloot geven en eventueel hun schuilplaats verlaten. Met hun actie trekken zij niet alleen de aandacht van de publieke opinie maar ook die van de veiligheidsdiensten. Bovendien is het leven in een kerk weinig comfortabel en is de privacy er minimaal. Kerken zijn gebouwd voor de liturgie. Vaak worden er concerten gegeven en soms vindt er ook een andere bijeenkomst plaats. Maar het zijn geen gastvrije ruimtes om er gedurende een zekere tijd een groep mensen permanent te huisvesten. Sanitaire voorzieningen, verwarming, kook- en slaapgelegenheid zijn doorgaans niet voorhanden. Voor de burgerlijke overheid kunnen deze overwegingen die verband houden met de volksgezondheid een juridische grond vormen om tot ontruiming van het kerkgebouw over te gaan. Maar ook voor de betrokkenen is het een grote zorg. In de praktijk blijken bovendien dikwijls gezinnen met jonge kinderen betrokken te zijn bij kerkasiel.

Intens samenleven in één ruimte met mensen die misschien enkel hun ‘illegale’ situatie als gemeenschappelijk kenmerk hebben, draagt in zich ook de kiem van misverstanden en wrijvingen. En de uitkomst van de actie blijft onzeker. In het beste geval wordt een ‘kerkasielzoeker’ geregulariseerd, in het slechtste geval wordt hij opgepakt en op een vliegtuig gezet. En de kans is natuurlijk zeer groot dat er niets verandert en de vermoeidheid de kop opsteekt. De actievoerders kunnen zich wel min of meer een idee vormen waaraan ze beginnen, maar ze weten nooit waar het eindigt. Deelnemen aan kerkasiel vraagt dus moed of wanhoop, en misschien zelfs de combinatie van beide: de moed der wanhoop.

Deze wanhoop wordt in de eerste plaats gevoed door een onzekerheid die dag na dag knaagt en door het gebrek aan perspectief. Wie officieel niet bestaat, kan niet opkomen voor zijn rechten en kan nergens wortel schieten. Opgejaagd worden en regelmatig moeten verhuizen, overleven met minimale middelen, uitbuiting, zwartwerk zonder sociale bescherming of prostitutie zijn ingrediënten van een bestaan zonder papieren in een goed georganiseerde welvaartsstaat.

Het is duidelijk dat kerkasiel een zorgvuldige voorbereiding vergt. Er is overleg nodig met de pastoor en de lokale kerkgemeenschap. Heel wat logistieke noden moeten worden ingevuld. Het doel van de actie moet duidelijk bepaald zijn en er dient een woordvoerder te worden aangeduid die hierover communiceert. Om een en ander in goede banen te leiden heeft Kerkwerk Multicultureel Samenleven (KMS) een brochure uitgegeven (2). Een eerste deel gaat in op de motivatie van het kerkasiel. Daarna worden de juridische vragen behandeld die kerkasiel oproept. Het laatste deel bevat een draaiboek met een gefaseerde handleiding

Europese voorbeelden

In vergelijking met andere Europese landen, heeft België wat langer moeten wachten op kerkasiel voor vluchtelingen. In januari 1987 kwam in Groningen een charter tot stand dat de basis vormt voor INLIA (3), een internationaal netwerk van lokale (kerkelijke) initiatieven voor asielzoekers. Paragraaf 3 van het Charter van Groningen bepaalt dat wanneer de integriteit of de toekomst van een uitgewezene ernstig gevaar loopt, de ondertekenaars zich ertoe verbinden hem op te vangen en te beschermen.

Nederland heeft heel wat ervaring opgebouwd met kerkasiel. Gelijktijdig met het kerkasiel in België genieten eind 1998 in de Sint-Agneskerk in Den Haag meer dan 100 ‘illegalen’ kerkasiel. De acties duren er vaak langer dan een jaar. Daarbij wordt ook van locatie gewisseld. Zo werd van 29 november 1995 tot 13 februari 1997 te Amsterdam en Weesp veertien maanden lang een kerkasielestafette georganiseerd voor Zaïrese asielzoekers. (4). Dit betekent dat de actie zoals in een estafette van de ene kerk aan de andere wordt doorgegeven.

Duitsland kent deze estafette onder de naam ‘Wanderkirchenasyl’. Bij onze oosterburen vond het kerkasiel-nieuwe-stijl ingang in de jaren ’80. De coördinatie is er in handen van ‘Asyl in der Kirche’ (5). Uit een studie is gebleken dat voor ongeveer tweederde van de afgewezen asielzoekers die kerkasiel kregen, de actie uiteindelijk met goed gevolg eindigt (6). Dit zeer hoge cijfer wordt waarschijnlijk verklaard door voorafgaandelijk een strenge screening uit te voeren. Typisch voor het kerkasiel in Duitsland en Nederland is dat het een echte basisbeweging is en vaak betrekking heeft op één persoon of één gezin. Acties met enkele tientallen personen zijn er niet de regel.

In maart 1996 trekken de ‘sans-papiers’ de aandacht van de wereldmedia met hun kerkasielactie in de Parijse Saint-Ambroisekerk. Hiermee willen ze hun eis voor de regularisatie van hun situatie kracht bijzetten. De media aandacht stijgt door het politie-ingrijpen. Na wat omzwervingen belanden de kerkasielzoekers in de Saint-Bernardkerk. In beide kerken schuiven ‘bekende Fransen’ aan om hun sympathie te betuigen. De politieke spanning in Frankrijk stijgt. Tot op 23 augustus meer dan 1.000 politieagenten op onzachte wijze de kerk binnenvallen. Mede als gevolg van deze uitzetting voor het oog van de wereld, nodigt een nieuwe Franse regering enkele maanden later de ‘sans-papiers’ uit om hun dossier opnieuw te laten onderzoeken. Meer dan de helft van de 140.000 vreemdelingen die hierop zijn ingegaan, hebben inmiddels geldige papieren gekregen. De kerkasielacties in Frankrijk hebben wellicht meer dan die in andere landen de Belgische acties in het najaar van 1998 geïnspireerd.

Kerkasielacties in België

Op donderdag 22 oktober 1998 is het zover. De schokgolven die de dood van de afgewezen asielzoekster Semira Adamu heeft veroorzaakt zijn nog voelbaar. Deze worden nog versterkt door het ontslag van vice-premier en minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback. Zijn kersverse opvolger Luc Van den Bossche legt op 4 oktober een beleidsnota over het asielbeleid voor aan de federale regering. Door de dramatische ontwikkelingen van de voorgaande weken is bij sommigen de hoop ontstaan dat de nota een koerswijziging m.b.t. het asielbeleid in het algemeen en het regularisatie- en uitwijzingsbeleid in het bijzonder aankondigt. Maar zij komen bedrogen uit. Want ondanks de aanbevelingen van de Senaat worden de beleidslijnen die in het regeerakkoord werden uitgestippeld nog eens bevestigd.

Het is in dit klimaat dat op 22 oktober in Luik de Saint-François de Saleskerk wordt ‘bezet’. Of zoals woordvoerder Jean-Pierre Okitakula het verwoordde: ‘…nous avons frappé à la porte de l’église et le curé nous a charitablement ouvert la porte…’.. Onder de actievoerders van het eerste uur bevinden zich Congolezen, Angolezen, Indiërs, Nigerianen, Togolezen en burgers van Sierra Leone. Hun belangrijkste eis: een collectieve regularisatie van alle mensen zonder papieren. Tegelijk worden soortgelijke acties in andere kerken aangekondigd. Op die manier wordt ook in België het kerkasiel een brandend actueel thema. Vanaf het begin speelt de Nationale Beweging voor de Regularisatie van Mensen zonder Papieren en voor Vluchtelingen (hierna: Nationale Beweging) een belangrijke coördinerende rol. Inmiddels is de Nationale Beweging uitgegroeid tot een conglomeraat van 120 organisaties.

Nu in Luik het startschot is gegeven, breidt de actie snel uit. Op 26 oktober volgt de Brusselse Begijnhofkerk. In een eerste verklaring vragen de kerkbezetters een parlementair debat en de uitvoeren van hun eisenbundel. Kernpunt hierin is de regularisatie van personen die sedert meer dan 5 jaar in België vertoeven en van hen die al drie jaar in de asielprocedure zitten. Daarnaast pleiten zij voor een onafhankelijke commissie die alle regularisatieaanvragen ten gronde onderzoekt, en voor een bijkomend beschermingsstatuut voor vluchtelingen uit crisisgebieden. Heel wat actievoerders verklaren reeds vele jaren in de clandestiniteit te leven.

Op 29 oktober is het de beurt aan Antwerpen waar rector Reyns en universiteitspastor Vanhoutte van UFSIA de deuren van de Sint-Ignatiuskapel openzetten. Ook hier gaat de start met veel media-aandacht gepaard. Op zondag 8 november krijgen de kerkbezetters bezoek van christelijke solidariteitsorganisaties en die dag staat de eucharistieviering volledig in het teken van de mensen-zonder-papieren. De academische overheid grijpt het kerkasiel aan om binnen de universitaire gemeenschap een debat over het vluchtelingenbeleid op gang te trekken.

Wanneer op 5 november in de Saint-Bernardkerk van Verviers een vierde kerkasiel start, is er sprake van een sneeuwbaleffect. Dezelfde dag brengt een nationale ACW-delegatie een bezoek aan de Begijnhofkerk en op dinsdag 10 november mogen de bezetters van deze kerk zich verheugen over een bezoek van de commissie binnenland van de Senaat. In de verschillende kerken komen buren, parochianen, jeugdbewegingen, vakbonden en scholen op bezoek.

Ook België kent zijn kerkasielestafette. Op 13 november verhuist het Antwerpse kerkasiel van de Sint-Ignatiuskapel naar ‘De Brabantse Olijfberg’, een VPKB-gemeente (Verenigde Protestantse Kerken van België). De betrokkenheid van de Antwerpse Raad van Kerken en ‘De Brabantse Olijfberg’ geven aan de actie een oecumenische dimensie. Nog eens twee weken later volgt een verhuis naar de Onze-Lieve-Vrouw Boodschapkerk in de Luchtbalwijk. Vandaar gaat het naar de kapel van de Sint-Egidiusgemeenschap die tot Kerstmis kerkasiel biedt.

In de media wordt het nieuws over het kerkasiel afgewisseld met berichten over overvolle opvangcentra en over spanningen in De Haan en Sint-Pieters-Woluwe rond de opening van nieuwe opvangcentra voor asielzoekers. Ook de stijging van het aantal asielzoekers in België, vooral uit Kosovo, gaat niet onopgemerkt voorbij.

Rond half november gaat het kerkasiel naar een hoogtepunt. Op dat ogenblik nemen in vijf kerken 300 mensen eraan deel. De Nationale Beweging organiseert in Brussel een betoging met deelnemers uit de andere steden. Zo willen ze duidelijk maken dat ze deel uitmaken van onze samenleving en leven tussen andere burgers. Maar op het politieke vlak beweegt er weinig. De minister van Binnenlandse Zaken gaat niet in op de vraag om een gesprek. Ook het debat dat de Senaat voert vanaf 17 november levert niets concreets op.

Eind november wordt het voor iedereen duidelijk dat de regering niet te vermurwen is. De actievoerders tonen hun ontgoocheling en beraden zich over andere en hardere actievormen. Andere acties komen er in de vorm van een hongerstaking ‘tot de finish’ en een kleinschalige betoging op 4 december bij de poorten van Hertoginnedal waar de federale regering elke vrijdag vergadert. Diezelfde dag nemen een vijftiental sans papiers hun intrek in de Saint-Christophekerk van Charleroi. Maar afgezien van deze acties begint de belangstelling van de media te tanen.

Conform het regeringsbeleid neemt de minister van Binnenlandse Zaken op 11 december één positieve beslissing in verband met de individuele regularisatie van een Congolese familie uit de Saint-François de Saleskerk. Zijn kabinet grijpt deze spreekwoordelijke uitzondering die de regel bevestigt, aan om te wijzen op de verdiensten van de asielnota van 4 oktober 1998.

Tussen Kerstmis en Nieuwjaar wordt het kerkasiel, met uitzondering van de Begijnhofkerk, afgeblazen. Er is sprake van een verhuis naar onderwijsinstellingen om ook mensen aan te spreken voor wie een kerk een onoverkomelijke drempel vormt. Tegelijkertijd hoopt men dat de overheid zich tijdens een afkoelingsfase wat meegaander zal opstellen.

Hoewel de twee grote schoolnetten geen voorstander zijn van een verplaatsing van het kerkasiel naar het ‘schoolasiel’, krijgt het initiatief van de Leuvense ‘De Appeltuin’ navolging in Tielt, Diest, Oostakker, Brugge, Antweren, Lommel, Alken en Turnhout. Nadien dijt deze ‘secularisering’ van het kerkasiel nog verder uit naar ondermeer ‘jeugdwerkasiel’, ‘buurthuisasiel’, ‘kotasiel’ en ‘vakbondsasiel’.

Even nog flakkert het kerkasiel op wanneer vlak na Nieuwjaar de Gentse Sint-Antoniuskerk wordt bezet door mensen zonder papieren. Het gaat vooral om Congolese families. Ook Gent kiest voor het estafettemodel; de tweede helft van januari verhuizen de kerkasielzoekers naar de Verenigde Protestantse Kerk van Gent-Noord Rabot.

Op 18 januari dienen de 650 deelnemers aan het kerkasiel bij de Dienst Vreemdelingenzaken een individuele aanvraag tot regularisatie in. Zij koppelen er een ultimatum aan: uiterlijk 18 februari moeten er resultaten zijn. Maar van een soepele behandeling van de dossiers van de kerkasielzoekers wil minister Van den Bossche niet weten. Een maand later is nog geen enkel dossier opgelost.

Honderd dagen na het begin van hun actie in de Begijnhofkerk schrijft Le Soir: ‘lls sont une quarantaine en quarantaine. …Ce sont les médias qui les ont mis en avant en ce sont les mêmes médias qui les ont oubliés’. Voorlopig blijft enkel de waakvlam in de Brusselse Begijnhofkerk branden tot aan de verkiezingen van 13 juni 1999.

Voor de kerkbezetters is het misschien een magere troost, maar het kerkasiel werkt inspirerend bij de toekenning van prijzen. De Vlaamse Liga voor Mensenrechten kent aan Kerkwerk Multicultureel Samenleven en aan zijn nationaal secretaris Didier Vanderslycke zijn jaarlijkse prijs toe voor hun ondersteuning van het kerkasiel. En Pax Christi Vlaanderen benoemt Tetty Rooze die betrokken is bij het kerkasiel in ‘De Brabantse Olijftak’, wegens haar jarenlange inzet voor migranten, vluchtelingen en mensen-zonder-papieren tot ambassadeur voor de vrede.

Kerkelijke reacties

De afgelopen jaren is meermaals gebleken dat de kerk niet rond de problematiek van vluchtelingen en asielzoekers heen loopt. In 1990 kwam Caritas Vlaanderen met een belangrijke verklaring naar buiten, in 1992 liep de vastencampagne onder het motto ‘Vluchten kan niet meer’. En in november 1995 publiceren de Belgische bisschoppen een opmerkelijke brief ‘Migranten en vluchtelingen in ons midden’. Daarin spreken zij zich uit over de noodzaak om het vreemdelingenbeleid te herzien. Ook over de ‘sans-papiers’ spreekt de brief duidelijke taal: ‘Onze plaatselijke gemeenschappen zijn terecht gevoelig voor het lot van de vluchtelingen die reeds langer in ons land verblijven en in hun nieuwe omgeving thuis zijn en die uiteindelijk toch geen verblijfsvergunning in ons land bekomen. Vooral voor de gezinnen met kinderen die bij ons een thuis gevonden hebben, is dit een hoogst pijnlijke situatie. In zulke omstandigheden is de regularisatie van de situatie de meest menselijke en ook de meest voor de hand liggende oplossing’ (7).

Het kerkasiel komt niet uit de lucht vallen, maar is in kerkelijke kringen reeds enige tijd voorbereid. Een duidelijk teken hiervan is de brochure ‘Kerkasiel vandaag’ van Kerkwerk Multicultureel Samenleven die in 1997 het licht zag. In een reactie na de eerste kerkbezetting verwijst vicaris Lode Vermeir namens de kerkelijke overheid naar de hierboven vermelde brochure ‘Kerkasiel vandaag’ en naar de brief ‘Migranten en vluchtelingen in ons midden’. Kerkasiel moet gezien worden als een laatste vorm van actie, als een ‘teken van hoop’ voor mensen die ten einde raad zijn. Het belang van deze mensen moet steeds primeren en kerkasiel kan niet gezien worden als een gewoon actiemiddel of een politieke manifestatie.’

In een vrije tribune van 26 oktober zetten vicaris Luk De Geest, Ann Labeeuw en Didier Vanderslycke namens KMS de omstandigheden, de motivatie en de doelstellingen van het kerkasiel voor een breed publiek op een rij.

Er komt ook een belangrijk signaal van de christelijke solidariteitsorganisaties Broederlijk Delen, de verschillende diensten van Caritas, het Comité Missionerende Instituten, de Commissie Rechtvaardigheid en Vrede, Kerkwerk Multicultureel Samenleven, Missio, Pax Christi Vlaanderen en Welzijnszorg. Op 3 november betuigen zij in een gezamenlijke oproep hun steun aan het kerkasiel en aan de eis om de situatie van mensen zonder papieren te regulariseren. Een standpunt dat is ingegeven door hun terreinervaring met mensen zonder papieren. Verscheidene organisaties hebben zich trouwens voordien reeds aangesloten bij de Nationale Beweging. De solidariteitsorganisaties roepen op tot een grondig parlementair debat en spreken hun verwachting uit dat de democratische partijen in gesprek zouden gaan met de actievoerders en naar hun verhaal zouden luisteren. Ten slotte beklemtonen zij dat het kerkasiel niet enkel een zaak is voor de betrokken lokale kerkgemeenschappen, maar dat de acties de héle gelovige gemeenschap raken.

Op 12 november - het kerkasiel gaat dan naar zijn hoogtepunt - staat de problematiek van de vluchtelingen en asielzoekers geagendeerd op de maandelijkse vergadering van de bisschoppenconferentie. Na afloop volgt een verklaring met een drievoudige boodschap. Ze vangt aan met een ‘Oproep om nieuwe vluchtelingen op te vangen’. Aan de christelijke gemeenschappen wordt gevraagd bijkomende opvangmogelijkheden te creëren. Daarnaast is er aandacht voor de vluchtelingen die hier al langer verblijven en wordt een lans gebroken voor de regularisatie van mensen die goed zijn ingeburgerd. Ten slotte pleiten de bisschoppen voor duurzame oplossingen om in onze meer en meer éénwordende wereld een evenwicht te vinden tussen open grenzen en de situatie van een afgesloten burcht. Er moet een einde komen aan de oorzaken die ertoe leiden dat mensen op de vlucht slaan.’

Op 10 december wordt de 50e verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens gevierd. In een herderlijk schrijven naar aanleiding van deze gebeurtenis richten de Belgische bisschoppen nogmaals een oproep tot de politieke wereld om iets te doen voor de mensen-zonder-papieren die reeds lange tijd in ons land wonen.

Politieke reacties

In de herfst van 1998 loopt de temperatuur in België nooit zo hoog op als in de zomer van 1996 in Frankrijk het geval was. Op geen enkel moment heeft het kerkasiel echt gewogen op het asielbeleid van de Belgische regering. De vrees voor de politieke en budgettaire gevolgen van een algemene regularisatie en voor een aanzuigeffect op illegalen uit de buurlanden, is daarvoor te sterk. Binnen de regering spreekt enkel Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Moreels zijn steun uit voor de actie van de ‘sans-papiers’. Daarmee is hij een eenzame eend in de regeringsbijt.

Aanspreekpunt in de Belgische regering voor het kerkasiel is in de eerste plaats de minister van Binnenlandse Zaken, bevoegd voor zowel het vluchtelingenbeleid als de ordehandhaving. Luc Van den Bossche is nog niet zo lang in functie wanneer het kerkasiel start. De Franse ervaring heeft hem blijkbaar geleerd dat elk politie-ingrijpen een averechts effect heeft. De Belgische regering nam vanaf het begin een houding aan van ‘het zal wel koelen zonder blazen’. Telkens weer herhaalt de minister het standpunt dat elke individuele regularistatieaanvraag zal worden onderzocht maar dat van een collectieve maatregel geen sprake kan zijn. Wie meent voor regularisatie in aanmerking te komen, kan zich melden bij de Dienst Vreemdelingenzaken, zo luidt het. In een interview met De Standaard windt hij er geen doekjes om: ‘Ik beschouw die acties gewoon als een vorm van vrijemeningsuiting, zoals een betoging. En het is toch niet omdat op vier of vijf plaatsen telkens twintig mensen zeggen dat ze niet akkoord gaan, dat de hele maatschappij niet akkoord gaat?… Men moet niet proberen een nieuw debat op te starten’. Minister Van den Bossche is ervan overtuigd dat zijn politiek wordt gedragen door een ruime meerderheid van de bevolking.

Hij gaat nog een stapje verder en kaatst de bal terug door in ‘De zevende dag’ een oproep te doen om gebouwen ter beschikking te stellen voor de opvang van asielzoekers. Daarbij richt de minister zich speciaal tot de bisschoppen aan wie hij vraagt om leegstaande kloosters ter beschikking te stellen. Maar de volgende dag al krijgt hij lik op stuk: de kerk heeft niet op zijn suggestie gewacht om, zij het discreet, pastorieën, kloosters en kerken open te stellen voor de opvang van vluchtelingen.

Dit neemt niet weg dat er vanuit politieke hoek ook heel wat steun komt voor het kerkasiel. Op 5 november vraagt Agalev de spoedbehandeling voor haar wetsvoorstel dat een eenmalige regularisatie en een ontheemdenstatuut wil invoeren. Diezelfde dag dringt ook het ACW aan op een parlementair debat over mensen-zonder-papieren. Ook binnen de meerderheidspartijen is er wel wat beweging. Vooral de Franstalige regeringspartijen PSC en PS hebben oor naar de verzuchtingen van de actievoerders. Aan Vlaamse kant blijkt de sympathie binnen de meerderheidsfracties het grootst bij de CVP-senatrices.

Een belangrijk politiek signaal is op 10 november het bezoek van de senaatscommissie Binnenlandse Zaken aan de Begijnhofkerk. De senatoren nemen hun tijd voor een gesprek met de vertegenwoordigers van het kerkasiel die ook vanuit Antwerpen, Luik en Verviers zijn gekomen. Maar meer dan een luisterend oor hebben zij niet te bieden.

Ook aan het andere uiteinde van het politieke spectrum brengt het kerkasiel wat in beweging. In Luik en Verviers vinden incidentjes plaats met extreemrechtse betogers. En in Antwerpen houdt het Vlaams Blok in de buurt van de UFSIA kapel een betoging tegen wat het noemt het ‘asielmisbruik’. Maar telkens weet de politie betogers en tegenbetogers uit elkaar te houden. In Antwerpen en Gent legt het Blok klacht neer wegens hulp aan illegalen; iets wat in het Belgisch recht echter niet strafbaar is wanneer het humanitaire hulp betreft.

Het debat in de senaatscommissie geeft de kerkasielzoekers enige hoop. Maar uit het verloop blijkt dat op geen enkel ogenblik echt wordt overwogen om in België de Italiaanse, Spaanse, Griekse, Portugese of Franse voorbeelden van regularisatiecampagnes na te volgen.

Zoals gezegd kent de Belgische rechtsorde geen kerkasiel. Daarom wordt met belangstelling uitgekeken naar het antwoord van de minister van Justitie op een parlementaire vraag. In de kamercommissie laat minister Van Parys, ook verantwoordelijk voor de erediensten, verstaan dat hij niet optreedt vermits de kerkbezettingen de steun hebben van de verantwoordelijke bedienaar van de eredienst.

De voor 4 december aangekondigde nota van Binnenlandse Zaken over het regularisatiebeleid, komt er uiteindelijk pas half december. Hieraan gaat wel enig gehakketak vooraf tussen enerzijds de Vlaamse en anderzijds de Franstalige regeringspartijen, waarbij deze laatste een soepelere benadering verdedigen. De rondzendbrief die uiteindelijk de steun krijgt van de ganse regering blijft onder de verwachtingen van de actievoerders. Vijf categorieën komen in aanmerking: asielzoekers die vijf jaar in de procedure zitten, zieken, ontheemden, Bosniërs en mensen die om humanitaire redenen mogen blijven. Een aanbod van de federale ombudsmannen om te bemiddelen tussen de kerkbezetters en de minister van Binnenlandse Zaken levert niets op.

Een tussentijdse evaluatie van het kerkasiel in België

België maakte kennis met het kerkasiel op een ogenblik dat het vluchtelingenbeleid in het middelpunt van de belangstelling staat. De acties zijn goed gedoseerd en krijgen aanvankelijk veel weerklank in de media. Maar de gewenning doet vlug haar intrede.

Op geen enkel ogenblik kwam de federale regering echt onder druk. Want ondanks enkele individuele verklaringen houden de regeringspartijen de rangen gesloten. De standpunten van de groenen leunen het dichtst aan bij deze van de actievoerders. De grootste Vlaamse oppositiepartij, de VLD, is opvallend afwezig in het debat. Het Vlaams Blok probeert de media-aandacht voor de eigen winkel te recupereren. Voor zover dit nog nodig zou zijn, blijkt nogmaals dat de echte macht bij de regering ligt en dat het parlement aan de regeringsketting ligt.

Kerkasiel is gericht op het zoeken naar aanvaardbare oplossingen voor de betrokkenen, maar is niet zo’n geschikt middel om als onderpand te dienen in een politieke strijd met bijvoorbeeld de regering. Het eerste Belgische kerkasiel zet de deur wagenwijd open, of de actievoerders een nakende uitwijzing boven het hoofd hangt of niet. Een strenge selectie van de dossiers waarvoor het kerkasiel het wil opnemen, kan misschien tot betere resultaten leiden. Met kerkasiel dient in elk geval zorgvuldig te worden omgesprongen.

In het najaar van 1998 heeft vooral de kerk een goede beurt gemaakt. In tegenstelling tot andere landen kan het kerkasiel hier vanaf het begin op de steun van de kerkelijke overheid rekenen. De kerk heeft haar maatschappelijke verantwoordelijkheid niet ontlopen. De bereidheid om concreet in de bres te springen voor vluchtelingen, asielzoekers en mensen-zonder-papieren blijkt - vanuit een christelijke inspiratie - groter in kerkelijke kringen dan bij niet-christelijke bewegingen.

Noten

1. Canon 1179 CIC1917 luidt als volgt: ‘Ecclesia iure asyli gaudet ita, ut rei, qui ad illam confugerint, inde non sint extrahendi, nisi necessitas urgeat, sine assensu Ordinarii, vel saltem rectoris ecclesiae’. ‘De kerk geniet een asielrecht in de zin dat de schuldigen die er hun toevlucht zoeken daaruit niet kunnen worden verdreven zonder de instemming van de bisschop of de pastoor van de kerk, tenzij in geval van dringende noodzakelijkheid.’

2. De brochure ‘Kerkasiel vandaag. Als Vlaamse kerkgemeenschappen het concreet opnemen voor mensen zonder papieren’ is te verkrijgen bij KMS, Huidevettersstraat 165, 1000 Brussel, tel. (02)502 11 28.

3. Stichting INLIA: Internationaal Netwerk van Lokale Initiatieven t.b.v. asielzoekers, Rode Weeshuisstraat 1-3, NL - 9712 ET Groningen.

4. Een uitvoerig verslag van deze veertien maanden kerkasiel is beschikbaar bij het Coördinatiepunt Kerkasiel, p/a Haarlemmerplein 17, NL - 1013 HP Amsterdam.

5. Voluit: Geschäftsstelle der Ökumenischen Bundesarbeitsgemeinschaft Asyl in der Kirche, Kartäusergasse 9-11, D – 50678 Köln.

6. D. Vogelskamp en W-D Just, ‘Zuflüchtsort Kirche; Eine empirische Untersuchung über Erfolg und Misserfolg von Kirchasyl’, uitgegeven door BAG Asyl in der Kirche. De studie bestrijkt een periode van 6 jaar en onderzoekt een representatief staal van 124 gevallen waarbij 560 personen betrokken waren.

7. Verklaring van de bisschoppen van België - Nieuwe reeks nr. 20 - Migranten en vluchtelingen in ons midden, november 1995.

De auteur studeerde rechten in Namen, Leuven, Heidelberg en Stellenbosch. Hij werkte als adjunct-directeur van de Jesuit Refugee Service-Europe en als assistent aan de Faculteit Kerkelijk Recht van de KUL. Thans is hij fractiesecretaris (CVP) in het Vlaams Parlement.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift