Kerstgesprek met Johnny De Mot: 'Liefde is geen werkwoord'

Johnny De Mot opent de deur van zijn pastorij op slippers en met een enorme sigaar in de mondhoek. Als Nederlandstalige priester in hartje Brussel is hij een tweevoudige uitzondering. Maar wanneer hij zich neerzet en bedachtzaam en overtuigd over zijn stad, zijn mensen en zijn wereld spreekt, gaat het iedereen aan.

  • Christen Forum Limburg Johnny De Mot Christen Forum Limburg

Wat betekent kerstmis eigenlijk voor een stad als Brussel? De bevolking hier is multireligieus, de openbare ruimte grotendeels a-religieus. Heeft kerstmis daar nog een plaats in?

Johnny De Mot: Dat is natuurlijk de grote vraag. We zitten in een ruimte die heel wat mensen a-religieus willen. De burgemeester van Brussel verbiedt het woord ‘kerstmarkt’, het moet ‘Winterpret’ zijn – en maakt dan reclame over de bijna twee miljoen mensen die daarvoor naar hier komen. En ‘winterpret’ zegt het duidelijk, het gaat om het economische belang, om het consumeren dat die twee miljoen mensen komen doen… men wil Brussel voorstellen als een stad waar het goed is om geld te laten rollen, waar dat belangrijk is als toerist, als voorbijganger, als bewoner.

Maar wat de stad niet laat zien, is de eigenlijke samenleving. Het multiculturele krijgt daar geen plaats, of je zou moeten zeggen, ‘wel, ik kan op die markt drankjes uit andere landen krijgen.’ Het leven zelf komt niet aan bod, het leven van de straatbewoners wordt daar niet getoond, integendeel. Vele mensen storen zich aan de bedelaars, aan degenen die op de straat leven, wonen, liggen. Ook de lange rijen aan Fedasil, daar komt de toerist en de consument niet.

En toch zien we dat er gelukkig een aantal mensen zijn die wel ruimte, in de meest filosofische en letterlijke zin van het woord, willen geven aan een kerstgebeuren. Want wat is kerst anders dan een verhaal over het gebrek aan ruimte voor mensen? Jozef, Maria, een kind, geen plaats. Niet in de media, niet in het grote gebeuren van toen – het verhaal speelt zich niet af in hoofdstad Jeruzalem of in de tempel, maar erbuiten.

Is dat Brussel dan een plaats waar de politiek de mensen die er wonen wil wegstoppen?

Johnny De Mot: Het is een plaats waar de politiek de arme mensen en de mensen in de miserie niet als prioriteit opneemt. En dat is in tegenspraak met het evangelie, waar de arme de eerste prioriteit is. In een regeringsverklaring zouden asielzoekers het eerste onderwerp moeten zijn. Maar dat is niet zo, en als ze er al in voorkomen, is het als probleem, niet als toekomst.

Het succes van Music for Life is eigenlijk zeer verrassend. Want waar gaat het over? Over de kaka van mensen, iets dat zo basaal is dat we er nooit bij stilstaan dat het voor velen een zaak van leven of dood is. Ook hier hebben de straatbewoners geen wc’s, zij doen het evengoed in het openbaar. Zo’n wc’s voor hen zijn een confrontatie met hun ellende, met hun drankgebruik. Drinken uit miserie, en miserie door het drinken.

Hier in de kerk stellen we sinds tien jaar ook een wc ter beschikking voor hen, en ik zie hoe onze vrijwilligers er veel moeite en last mee hebben om die proper te houden, maar toch doorzetten. Het overgeefsel vind je in de wc, de kaka hangt aan de muren, wij vinden de vele naalden waarmee men spuit, opnieuw en opnieuw.

Als dat achter de historische deur van deze kerk gebeurt, en dat onze vrijwilligers die naalden daar bijeenzoeken, dan vind ik dat een teken van hoop. Dat wil zeggen dat er wel ruimte is, plaats voor iets zo banaals als kaka te kunnen doen. Een eerste stap naar een beetje waardigheid, een beetje respect.

Waardigheid en respect in Brussel, dat is nog een vraagstuk. Vooral van Vlaamse kant kreeg Brussel in het politieke pokerspel van het afgelopen jaar toch vooral heel wat stront over zich heen, om binnen het thema te blijven.

Johnny De Mot: Brussel heeft vele problemen, en Brussel stelt veel problemen. En er is geen coherent beleid, niet op gewestelijk vlak en niet op het vlak van de negentien gemeenten. Als mensen naar Brussel kijken, vanuit Vlaanderen, maar evengoed vanuit Wallonnië, is dat met angst, als een plaats waar men niet naartoe durft te komen. ‘Waar ga ik mijn wagen zetten, ik zal overvallen worden in de metro…’ Zelfs de Amerikaanse regering waarschuwt zijn toeristen voor de metrohaltes en treinstations hier.

Dat is het beeld dat bestaat van het werkelijke Brussel, dat buiten de kerstmarkt of de ‘winterpret’ waar alles gestroomlijnd is en je welkom bent om geld te komen uitgeven. Daar moeten we aan werken, dat mensen niet met angst en een zekere wanhoop naar Brussel kijken, maar met hoop. Brussel is de uitdaging, maar ook de belofte van de toekomst.

Hoe kan dat beeld veranderen? Waar begint die toekomst?

Johnny De Mot: Ik zie die toekomst vooral als iets dat van onderuit komt. Veel te veel blijven we die verandering verwachten van de machtigen, of het nu de politiek, religie of de economische macht is. Voor Jozef, Maria en Jezus, voor het Palestijnse volk toen is de redding ook niet gekomen van de Romeinse bezetting of het Romeinse geld, dat is wel duidelijk. Dat zien we ook in Durban, de zoveelste ecologische mislukking van de wereldleiders, die tegelijk gelinkt is aan een economisch lúkken.

Als Music for Life en de sanitaire installaties iets zullen betekenen in de toekomst, zal dat ook niet zijn door die vijf dagen in het glazen huis, maar door de structurele opvolgingen in kleine groepen, in organisaties die direct op het terrein bezig zijn. Ook het opbouwen van de gezondheidszorg in dit land is honderd jaar geleden begonnen met kleine, lokale projecten, met een paar mensen die weinig middelen en vooral veel inzet en dromen samengelegd hebben. Er is geen parlement of een economische macht die op dag besloten heeft om dat volk nu eens een ziekteverzekering te geven.

De kerk beleeft een moeilijke periode, met alle schandalen die de afgelopen jaren aan het licht gekomen zijn. Wat betekent dat voor u?

Johnny De Mot: Allereerst denk ik dat we zeer nederig mogen zijn, en dat is ook onze plaats in de samenleving. Een plaats eigenlijk ook wat weg van het forum. In die zin is dit interview… niet welkom hé (lacht). Het maakte ons ook wat vrijer. Want we worden ontdaan van de machtsstructuren, we worden ook ontdaan van een aureool van heiligheid waarin we tegelijkertijd ook wel gevangen zaten. Ondanks alles maakt het de kerk ook menselijker. Wat niet wegneemt dat in de eerste plaats het leed dat heel wat slachtoffers van seksueel misbruik is aangedaan niet ongedaan te maken is.

Misschien zullen sommige slachtoffers daar net sterkte uit puren. Niet uit het feit dat ze misbruikt zijn, maar dat ze in het hele proces hun eigen kracht terugwinnen. Er schuilt een ongelooflijke kracht in mensen, een kracht die voor mij, als gelovige, van goddelijke aard is. Ook misbruik van priesters zal die kracht die het leven in mensen is, die niet tegen te houden is, niet kapot te krijgen.

Als de plaats van de kerk en uzelf volgens u weg van het forum is, waar is de boodschap dan nog? Bent u dan niet meer maatschappelijk werker dan priester?

Johnny De Mot: Voor mij is het duidelijk dat de wereld niet alleen met mensenhanden te maken is. Het leven is een geschenk, zoals ook de liefde een geschenk is. ‘Liefde is geen werkwoord’, zegt een van mijn collega’s voortdurend. Daar is veel aan en mee te werken, dat wel.

Als je een wetenschappelijke analyse maakt van de situatie in Congo, van het gebeuren in Afghanistan of van Rwanda zeventien jaar terug, dan zou je moeten besluiten dat we er net zo goed een streep onder kunnen trekken, dat het gedaan is met die volkeren. Maar dat is niet zo – en die ontzettende levenskracht in mensen, dat gaat ons te boven.

Als je ziet wat op het Place Saint-Lambert is gebeurd in Luik, dan roepen een aantal mensen om zo’n daders maar af te schieten. Dat is zeggen dat er niks goeds uit deze mensen meer kan komen. Durven we nog iets goeds te verwachten uit de gevangenissen, van de gevangenen? Durven wij de verwachting te hebben dat juist de mensen uit Matongé, die alles kapot hebben geslagen, boven het geweld, boven die geschiedenis uit zullen stijgen?

Ik geloof dat dat kan door die goddelijke kracht die in mensen geplant is, ondanks al die agressie, die angst, die woede, van misbruik tot taliban en de geschiedenis van hutu’s en tutsi’s. Dat mensen ondanks dat onmenselijke van soms generaties lang, toch die kracht vinden – gezamenlijk, alleen doe je ’t niet, alleen kan je het niet. Dat gemeenschappen in verzet kunnen komen, in het léven komen. Voor mij zit het goddelijke in het hart van het maatschappelijke, van het menselijke. Dat is niet iets van daarboven of daarbuiten. En dat is ook deel van het kerstverhaal, dat de zoon van God een mensenkind is.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur