Kleine boeren tegen nieuwe vrijhandelszone

Kleine boeren in het noordoosten van Haïti
protesteren tegen de aanleg van een nieuwe vrijhandelszone op de grens met
de Dominicaanse Republiek. Ze argumenteren dat het verkeerd is vruchtbare
akkers op te offeren voor het project, ook al levert het initiatief enkele
duizenden arbeidsplaatsen op. De boeren zijn ook boos dat alle beslissingen
tot hiertoe over hun hoofden heen zijn genomen.


De nieuwe vrijhandelszone is een idee van Dominicaanse investeerders rond
Groep M, een financiële instelling uit dat land. De onderhandelingen met de
Haïtiaanse overheid begonnen in december 2001. De initiatiefnemers willen
textielfabrieken bouwen die voor de Amerikaanse markt zouden produceren. De
eerste drie jaar zou het project 1.500 arbeidsplaatsen opleveren; daarna zou
dat aantal zeker tot 8.000 stijgen.

De officiële eerste spadesteek op het 15.000 hectare groot terrein in de
regio Maribaroux dateert al van 8 april. De plechtigheid werd bijgewoond
door de Haïtiaanse president Jean Bertrand Aristide en zijn Dominicaanse
ambtsgenoot Hypolito Mejía. Aristide verklaarde dat nog meer gelijkaardige
projecten worden gepland langs de 360 kilometer lange grens. Volgens Mejía
zijn er in dat verband al werkzaamheden aangevat in verscheidene
Dominicaanse grenssteden.

De gronden die voor het project werden uitgekozen, behoren toe aan de
overheid maar werden tot 1984 gepacht door Noord-Amerikaanse bedrijven die
er vee lieten kweken en sisal produceerden. Zo’n 2.500 hectare van de
sindsdien braakliggende grond werd onlangs bezet door leden van de Kleine
Boeren van het Noordoosten. De krakers begonnen de akkers weer te bewerken.

Voor alle boeren in de regio Maribaroux is het ploeteren om te overleven. De
overheid en niet-gouvernementele hulporganisatie laten zo goed als verstek
gaan in de hopeloos verarmde streek. Door de hoge bevolkingsgroei is er maar
0,3 hectare landbouwgrond beschikbaar per inwoner. Boeren kunnen er vaak
alleen tegen een woekerrente geld lenen om zaaigoed en kunstmest te kopen.
De droogte doet bovendien vaak oogsten mislukken. Door die moeilijke
omstandigheden zijn er al veel rijstvelden verdwenen in de regio. Haïtiaanse
landarbeiders moeten nu over de grens in de rijst- en suikerrietvelden van
Manzanillo en Monte Christi gaan werken. Daar geven de seizoenarbeiders er
de brui aan omdat er in het toerisme veel meer geld te verdienen is. De
Haïtiaanse gastarbeiders krijgen één vijfde van wat hun Dominicaanse
collega’s gemiddeld verdienen, maar dat is nog altijd het dubbel van wat
Haïtiaanse boeren in eigen land kunnen verdienen.

Haïtiaanse mensenrechtenorganisaties en milieugroepen steunen de landloze
boeren in hun verzet tegen de vrijhandelszone. Het Haïtiaans Platform voor
Alternatieve Ontwikkeling (PAPDA) en de Steungroep voor Vluchtelingen en
Gerepatrieerden (GARR) hekelen in een gezamenlijke persmededeling dat het
project nagenoeg in het geheim op het getouw werd gezet. Volgens hen weet
de regering ook niet wat ze wil. Studies over de toekomstperspectieven van
het noordoosten zien eerder heil in toeristische ontwikkeling. Niet ver van
de geplande vrijhandelszone heeft de overheid plannen om golfbanen aan te
leggen en zelfs ecotoerisme te organiseren. Het Haïtiaanse ministerie van
Milieu stelde de regering daarom eerder deze maand alsnog voor een andere
site te kiezen; op dat initiatief is nog geen antwoord gekomen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift