Klimaatchaos: de klok tikt sneller in het Zuiden

Het debat over de klimaatverandering gaat al te vaak over onze industrie en onze welvaart, terwijl de armen en de ontwikkelingslanden allang de negatieve effecten voelen van onze vervuiling. Geert De Belder sprak in Ecuador, Burkina Faso en Bangladesh met boeren, boerinnen en andere burgers over de klimaatchaos die hun leven bedreigt.
  • Geert De Belder Bangladesh: 'De seizoenen staan tegenwoordig op hun kop.' Geert De Belder
Ester Ventura, een bejaarde boerin uit Meroseco, in de Ecuadoriaanse kustprovincie Manabi, teelde ooit samen met haar man koffie op de vruchtbare hellingen van haar geboortestreek. Jaar na jaar torsten de struiken een fabelachtige hoeveelheid bonen. Nu wil er niet één koffiestruik meer groeien.
‘We kunnen zelfs geen maïs meer telen, of bonen, watermeloen of maniok. Het is te droog geworden in onze streek’, zucht ze. Haar kinderen zijn nog grootgebracht met een gezonde variatie aan vruchten en gewassen, maar de toenemende droogte en armoede deden hen intussen naar de stad vluchten.
Fernando Buendía van de Ecuadoriaanse landbouw-ngo FMLGT legt uit dat de klimaatwijziging in Manabi –een landbouwstreek– grote gevolgen heeft voor het welzijn van de mensen. Het gemiddelde jaarinkomen is er gezakt tot hooguit 600 dollar per jaar, niet genoeg om aan de basisbehoeften te voldoen. Dat is zo voor tachtig procent van de gezinnen. Elk jaar trekt één inwoner op de 25 naar de steden, hopend op beter. De meesten tekenen met hun migratie voor een levenslang verblijf in een krottenwijk.
Steeds meer krijgt Manabi ook nog eens hevige stortbuien over zich heen, die niet minder kapot maken dan de droogte. ‘Die drastische veranderingen tussen overvloedig water en extreme droogte van de laatste decennia verstoren de landbouw, en dus ook de voedselvoorziening van de steden’, vertelt landbouwer Jorge Loor uit Rocafuerte.

Landbouw krijgt klappen


In Bangladesh vertelt Abdul Barek Molla, burgemeester van de fusiegemeente Parishad, een vergelijkbaar verhaal. ‘Als we regen nodig hebben, worden de gewassen verschroeid door de zon. En als er zon moet zijn, valt de regen met bakken uit de lucht. De seizoenen staan tegenwoordig op hun kop.’ Ook in Burkina Faso klagen landbouwers en veetelers over een niet aflatende droogte, die jaar na jaar gewassen en graaslanden vernielt. Maar begin september 2009 maakte een overstroming in de hoofdstad Ouagadougou 150.000 stedelingen dakloos.
In mei werd Satkhira, een streek in Bangladesh, getroffen door een zware cycloon. De volledige rijstoogst is vernield. Snel weer zaaien kan niet, want het zilte water trekt deze keer niet zo gauw terug als gewoonlijk na een cycloon. De bewoners kijken er aan tegen een lange periode van honger en ontbering.
Terwijl ze tot de knieën in haar met zilt water overstroomde rijstveld staat, jammert Munira Begum: ‘Wij, volwassenen, redden het wel met minder voedsel, maar wat zullen we onze kinderen geven? Na de cycloon kregen we een zware overstroming, het wordt almaar erger. Ik verwacht nog heviger cyclonen. Zo kunnen we geen kippen of eenden meer kweken, of rijst telen. We hebben geen enkele hoop meer.’
Bangladesh heeft altijd al natuurrampen gekend, maar de frequentie én de hevigheid ervan zijn sterk toegenomen. Nasimul Haque van UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de VN: ‘Sinds de jaren negentig nemen overstromingen en cyclonen hand over hand toe, en vooral dan sinds 2000. De boeren krijgen de tijd niet meer om zich tussendoor te herstellen. Als je zaait, ben je er lang niet zeker van dat je ook zal kunnen oogsten, want de kans op een catastrofe is groot.’

Iedereen armer?


‘In de Sahel was het al armoe troef, maar de klimaatverandering maakt het allemaal nog erger’, zegt Paul Bayili in Burkina Faso. ‘Mensen hebben geen geld om hun kinderen naar school te sturen, om voldoende eten te kopen of om naar de dokter te gaan. Terwijl hun gezondheid juist te lijden heeft van ondervoeding, met nog maar een of twee maaltijden per dag.’ Paul Bayili bestrijdt met zijn ngo ROAPE (Reseau des Organisations et Associations pour la Protection de l’Environment) in de Sahel de klimaatwijziging, onder meer via bewustmakings- en aanpassingsprojecten.
De Sahelbewoners hebben wat het klimaat betreft al wat meegemaakt, zoals toen een uitzonderlijke droogte in 1993 tot zware hongersnood leidde. Maar de huidige problemen zijn erger, zeggen de mensen, omdat er geen einde in zicht is. Zelfs wie geen benul heeft van de aard en de oorzaken van de wereldwijde klimaatwijziging is pessimistisch. Zegt Issouffi Alimonzo, de oude chef van het Saheldorp Oursi: ‘Als er vroeger een droogte was, sloegen we met alle maraboes van de omgeving aan het bidden. Dan begon het weer te regenen.
Maar nu kunnen we bidden zoveel we willen, het wordt alleen maar droger.’
Mamadou Honadia, expert van het Burkinese Centre National des Semences Forestières, deelt het pessimisme van de dorpschef: ‘De landbouwopbrengsten zullen verder dalen, water zal nog schaarser worden en de biodiversiteit zal blijven afnemen. Dus zullen de levensomstandigheden moeilijker worden, althans op korte termijn. Dat kan keren over twintig of dertig jaar, maar niet zonder internationale inspanningen.’
Honadia baseert zich op de rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change, de VN-instelling die de klimaatwijziging op de voet volgt en regeringen en de internationale gemeenschap adviseert. Hij kent dus ook het pleidooi voor matiging: het beperken van het verbruik van fossiele brandstoffen om zo de uitstoot van CO2 te verminderen. ‘De modale Belg moet beseffen dat zijn levenswandel een onmiddellijke weerslag heeft op het al schamele leven van de modale Burkinees’, vindt Paul Bayili.
Volgens de Britse econoom Lord Nicholas Stern is zo’n matiging van onze levens- en consumptiewijze niet het begin van het einde. ‘Het is niet zo dat we het paradijs moeten verlaten, integendeel. Op CO2 gestoelde groei, die we tot nu toe hebben gekend, is een heel gevaarlijk pad gebleken. We moeten de weg inslaan van duurzame ontwikkeling, van koolstofarme groei: dat is heel wat veiliger, aantrekkelijker en schoner, en daar wordt ook niemand slechter van op een of andere plaats in het Zuiden.’ Stern berekende voor de Britse regering de kosten van investeren in duurzaamheid en aanpassing. Volgens hem is het tien keer goedkoper die investering vandaag te doen dan nog eens tien jaar te wachten, omdat de klimaatwijziging zich dan nog veel sterker zal manifesteren.

Aanpassen of verdwijnen


Matigen alleen kan de mensheid of de planeet niet meer redden. Het al bestaande overschot aan CO2 in de atmosfeer zal in ieder geval nog een tijdje doorgaan met het veranderen van het klimaat. Nasimul Haque: ‘Matiging is het vermijden van het onbeheersbare. We proberen iets in te dammen waarop we geen vat zullen hebben: de klimaatwijziging. Maar omdat de impact ervan grotendeels onafwendbaar is, is tegelijk aanpassing nodig, maatregelen om de gevolgen van die onvermijdelijke veranderingen te beheersen.’
Aanpassing omvat alle mogelijke manieren om mensen te helpen zich in te stellen op het nieuwe klimaat. Nieuwe dijken bouwen of de bestaande verstevigen, kan helpen om de gevolgen van de stijging van de zeespiegel te beperken. Nieuwe zaden en gewassen ontwikkelen die beter bestand zijn tegen hoge temperaturen en het gebrek aan irrigatie is een ander voorbeeld. Maar dat zijn aanpassingen die veel kapitaal vragen. In arme landen als Burkina Faso moet het allemaal wat kleinschaliger.
We zijn al uren onderweg door het stoffige en droge Burkinese landschap, als we in Ouahigouya plots worden verrast door een frisgroen veldje. Acht vrouwen zijn er onder de hete middagzon aan het werk. Salimata Sawadogo legt dit kleine wonder met plezier uit. ‘Dit is een project van druppelbevloeiing, waarmee we het beschikbare water zo efficiënt mogelijk gebruiken. Langs de gewassen lopen buisjes met gaatjes erin, waaruit heel langzaam druppeltjes vallen, heel plaatselijk. We moeten er enkel op letten dat de gaatjes vrij blijven.
Sinds we dit systeem toepassen, hebben we meer opbrengst voor hetzelfde werk. Onze levensstandaard is er voelbaar op vooruitgegaan.’ Afgelopen dus met het sjouwen met zware gieters en het verspillen van kostbaar water. Een stukje Sahel wordt weer leefbaar gemaakt, en dat opent perspectieven nu Afrika steeds verder dreigt te verwoestijnen.
Niet alle aanpassingsinitiatieven zijn zo succesvol als het groene veldje in Ouahigouya. ‘De strategie die mensen gebruiken om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden komt heel vaak neer op een overexploitatie van de productiemiddelen die ze hebben’, zegt Fernando Buendía. ‘Uitbuiting van de factor arbeid, bijvoorbeeld, moet het verlies aan inkomsten in de landbouw compenseren. En dan zie je dat heel de familie aan het werk wordt gezet, de vrouwen thuis en de kinderen op de markt. Of ze gaan oerbos kappen om er aan landbouw te doen. Of chemische meststoffen gebruiken om de productiviteit weer te verhogen, wat de bodem vervuilt.’
Een tragisch voorbeeld van verkeerde aanpassing is de exploitatie van de páramo, de sponsachtige Andesweiden, die hele streken het hele jaar door van water voorziet. Tot voor kort was dat bergland niet geschikt voor landbouw, wegens te koud. Maar de stijging van de temperatuur bracht de boeren op ideeën, aangespoord door het feit dat steeds meer monden moeten worden gevoed.
De exploitatie van de páramo is de Andesbevolking inmiddels zuur opgebroken. Ze had het belang van het ruige berggebied voor de waterhuishouding van de streek zwaar onderschat. Ingenieur Ricardo Suarez van de Central Ecuatoriana de Servicios Agrícolas, de Ecuadoriaanse Centrale voor Landbouwdiensten: ‘Sinds de temperatuurstijging doen de bewoners van de provincie Cotopaxi aan landbouw tot op een hoogte van maar liefst 3900 meter boven het zeeniveau, ten koste van de ooit vochthoudende páramo. Intussen staan de waterputten droog.’ Wat ook de landbouwers, die hun velden steeds minder kunnen irrigeren, uiteindelijk de das omdoet.
Aanpassing heeft dus duidelijk grenzen, en kan zelfs een averechts effect hebben. Buendía: ‘Het probleem is dat 300 miljoen mensen over de hele wereld in een vergelijkbare situatie zitten, en dat de meerderheid ervan zijn inkomen probeert te handhaven door meer druk te leggen op de natuur. En zo wordt armoede een factor die de klimaatverandering en milieuvervuiling juist in de hand werkt. Het behoud van de planeet vraagt dus een rechtvaardiger wereldorde en meer verantwoordelijkheidszin tegenover het milieu.’

Een kwestie van milieurecht


De honderden miljoenen slachtoffers van de klimaatwijziging in het Zuiden moeten hun leven kunnen aanpassen aan de nieuwe klimaatsituatie, die ze niet zelf hebben veroorzaakt. Daarover zijn al mijn gesprekspartners in het Zuiden het eens. Zij vinden trouwens steeds meer steun in het Noorden.
‘Ook al lukt het ons de temperatuurstijging deze eeuw te beperken tot 2°C, zelfs dan moeten de ontwikkelingslanden zich in hoge mate aanpassen aan de klimaatwijziging’, stelt Ottmar Edenhofer van het Potsdam Institute for Climate Change Research.
Maar deze landen hebben het geld niet om de gevolgen op te vangen van wat ze zelf niet veroorzaakt hebben. En dus klinkt hoe langer hoe duidelijker de roep om verregaande financiële verbintenissen van het Noorden voor matiging en aanpassing in het Zuiden. ‘Met een waarschijnlijkheid van meer dan negen op tien is de klimaatwijziging veroorzaakt door menselijk handelen, met name de uitstoot van broeikasgassen,’ zegt klimatoloog van Jean-Pascal van Ypersele.
‘En voor die uitstoot zijn de rijke landen voor driekwart verantwoordelijk.’ Dat de rijke landen de ontwikkelingslanden moeten compenseren voor de schade, is niet alleen een morele kwestie, maar zelfs een zaak van internationaal recht, vindt Syeda Rezwana Hasan, juriste bij de Bangladesh Environmental Lawyers Society. ‘Ik beschouw dit als een kwestie van milieurecht, dat stelt dat het ene volk geen buitensporige schade mag lijden door de ontwikkeling van een ander volk. Het Noorden heeft zich ontwikkeld, en heeft daarbij grote hoeveelheden CO2 uitgestoten. Dus moet het Noorden zijn verantwoordelijkheid op zich nemen.’
In hun toespraak tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties dit jaar vroegen bijna alle regeringsleiders uit het Zuiden dat de rijke landen ‘nieuwe, voldoende en voorspelbare’ middelen zouden vrijmaken om de ontwikkelingslanden te steunen in hun klimaatbeleid. De Boliviaanse president Evo Morales riep zelfs op tot het oprichten van een Internationaal Hof voor Klimaatrecht ‘waarin landen berecht en bestraft kunnen worden als zij zich niet houden aan de internationale wetten en doorgaan met het vernietigen van de aarde’. De klok tikt voor de planeet, maar ze tikt sneller voor het Zuiden.
De film Klimaatchaos in het Zuiden gaat op 29 oktober in première, in zaal De Roma in Borgerhout, Antwerpen. MO* mag 5 vrijkaarten weggeven. De documentaire is een realisatie van Wereldmediatheek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift