Klimaatverandering voedt conflicten in Sudan

In het zuiden van Sudan broeien nieuwe conflicten om land, hout en water. De concurrentiestrijd om natuurlijke rijkdommen was altijd al een bron van conflicten in Sudan, en de klimaatverandering doet voor de toekomst niet veel goeds vermoeden.
Dat besluit het VN-milieuprogramma UNEP in een rapport dat het opstelde in opdracht van de Sudanese regering van nationale eenheid in Khartoem en de regering van het autonome zuiden van Sudan.
Het lijvige document met als titel “Sudan: Post-Conflict Environmental Assessment” identificeerde de voornaamste oorzaken van het aanhoudende geweld in Sudan: volksverhuizingen, te weinig investeringen in duurzame landbouw en vooral concurrentie om de olie- en gasvoorraden, het water van de Nijl, hout en landbouwgrond.
“Wanneer we dit niet aanpakken, komen er nieuwe conflicten”, zegt Abdalmahmood Abdalhaleem Mohamad, de Sudanese ambassadeur bij de Verenigde Naties. “Mensen slaan elkaar niet zomaar de kop in. Het conflict over schaarse grondstoffen is er altijd geweest. De politieke redenen kwamen pas later.”
De strijd om grondstoffen in Sudan is eeuwenoud, maar wordt volgens UNEP nog scherper gesteld door de klimaatverandering. In het noorden van Darfour, een provincie zo groot als Frankrijk in het westen van Sudan, is de neerslaghoeveelheid in de voorbije tachtig jaar met een derde verminderd. In de meest kwetsbare gebieden kunnen de oogsten tot zeventig procent verminderen.
“Er is een volksverhuizing aan de gang van miljoenen mensen die langzaam naar het zuiden trekken”, zegt Andrew Morton van UNEP. Het rapport waarschuwt voor een heropflakkering van het historische conflict in die regio. De woestijn is de voorbije veertig jaar ongeveer honderd kilometer naar het zuiden opgerukt. Bovendien verloor Sudan de voorbije 15 jaar 12 procent van zijn bossen.
De Nuba’s, een stam uit de bergen in de provincie Zuid-Kordofan, klagen de laatste tijd over de schade die de kamelen van de Shanabla-nomaden aanrichten aan bomen en struiken. De Shanabla’s hebben hun stamgebied in het noorden moeten verlaten omwille van de droogte en omdat hun weidegrond werd omgezet in landbouwgrond. Sommige Nuba’s dreigen ermee de strijdbijl weer op te graven wanneer er geen oplossing komt voor het probleem.
Het UNEP-rapport doet de Sudanese regering enkele aanbevelingen over hoe ze de situatie moeten aanpakken. Er moet werk worden gemaakt een meer duurzame landbouwpolitiek en nationale en lokale politici moeten zich dringend bijscholen in milieuproblematiek. Om dat allemaal te realiseren is in de volgende drie tot vijf jaar 85 miljoen euro nodig. Dat geld kan voor een deel uit de exploitatie van de Sudanese olie- en gasvoorraden komen, die in 2005 61 miljoen dollar in het laatje brachten.
“Er zijn in Sudan ook enkele bijzonder waardevolle houtsoorten, mahonie bijvoorbeeld”, zegt Morton van UNEP, “Nu worden de bomen gewoon verbrand om plaats te maken voor landbouwgrond en omdat er toch geen wegen zijn om het hout naar de markt te brengen. Verder zit er heel wat water in de Nijl, in het zuiden en het centrum van Sudan kan de irrigatie nog worden uitgebreid.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift