Koffie én brood... graag

“De dag is vol belofte, de dag weegt nog geen lood, ik heb nog recht op koffie en op brood.” Raymond Van het Groenewoud zingt het in een lyrische bui, maar voor de koffieboer uit het Zuiden is dat recht veel minder evident. Want die moet het vaak stellen met alleen dat kopje ‘zwarte troost’ – brood op de plank is er zelden bij. Het gaat immers slechter dan ooit met de koffieproductie.
In een paar jaar tijd is de marktprijs voor ruwe koffie volledig gekelderd. Vier jaar geleden kostte een pond koffiebonen nog 130 dollarcent, vandaag schommelt de prijs rond amper 45 dollarcent. Met bijzonder nare gevolgen voor de producenten, die hun inkomen drastisch zagen verlagen. Voor de koffieverwerkende multinationals zijn de gevolgen minder onaangenaam. Precies dankzij de lage grondstofprijzen stegen hun winsten gigantisch. Want eigenaardig genoeg wordt de lage prijs voor ruwe koffie niet doorgerekend aan de consument. Die betaalt voor zijn pakje koffie in de winkel nauwelijks minder dan een poos terug.

Na ruwe olie is koffie een van de belangrijkste exportproducten voor de ontwikkelingslanden. Momenteel zit de koffieprijs echter op een absoluut dieptepunt. Grote oorzaak is het overaanbod van koffie op de markt – de geglobaliseerde markt wel te verstaan. En bovenop de overproductie kwam er nog 11 september, want na ‘werelddoomday’ daalden alle grondstoffenprijzen drastisch en aan die neerwaartse beweging ontsnapten ook de koffiebonen niet. Landen met een eenzijdige economie worden het hardst getroffen. Burundi bijvoorbeeld, waar koffie 80% van de totale export uitmaakt.
Klimaat en bodem beperken de mogelijkheden om op andere gewassen over te schakelen. De lage prijzen van andere belangrijke exportproducten maken het er evenmin makkelijker op. Bovendien duurt het 3 à 4 jaar vooraleer een plant koffiebonen geeft. En dus laten boeren hun koffieoogst niet zomaar van de ene op de andere dag vallen. In Ecuador schakelden de koffieboeren wél massaal over op een ander gewas: coca, de grondstof voor cocaïne. Want daarmee verdienen ze… 20 keer meer dan met koffie.

Van gereguleerde naar geglobaliseerde koffie
Tot 1989 leidde het koffieakkoord de wereldwijde koffiemarkt in goede banen. De Internationale Koffie Organisatie (ICO), die import- en exportlanden verenigt, regelde de markt door de verdeling van quota. Via de ICO werd jaarlijks het wereldverbruik van koffie ingeschat en werden er exportquota toegewezen om de wereldwijde productie te verdelen. De ICO bepaalde eveneens de minimum- en maximumprijs per pond koffie, wat overproductie moest tegengaan. Wanneer de marktprijs onder de vast-geleg-de minimumprijs zakte, werd het marktaanbod beperkt.
In 1989 trokken Brazilië en de VS zich echter terug uit de gereguleerde koffiebranche. Daardoor brachten ze de koffie op de vrije markt en openden ze de deur naar een chaotische markt en overproductie, met prijsschommelingen in de jaren negentig en de huidige prijsval als gevolg. De vrije markt verschafte ook toegang aan nieuwkomers. Vietnam, dat tien jaar geleden nauwelijks meetelde op de wereldkoffiemarkt, is vandaag – na Brazilië – nummer twee als koffieexporteur.
Het IMF en de Wereldbank deden hun duit in het zakje door – in het kader van de internationale schuldaflossing – hun liberale markttheorie op te dringen en zo een meerproductie in ontwikkelingslanden in de hand te werken. Koffieproducerendelanden in het Zuiden plantten dus massaal bij op hun plantages aangezien koffie-export een cruciale bron van buitenlandse deviezen vormt.
In 2001 werden wereldwijd 116,3 miljoen zakken (van 60 kilo) koffie geproduceerd. Bijna 10 miljoen zakken meer dan de geschatte consumptievraag van 106,7 miljoen zakken.

De prijs
En de gemiddelde consument? Die blijft zijn bakje koffie drinken, niet minder maar ook niet meer. De vraag volgt het aanbod dus niet. De gevolgen voor de boeren zijn groot. Door de lage koffieprijzen blijft hun opbrengst lager dan de productiekosten. Tegenover de huidige prijs van zo’n 45 dollarcent per pond staat immers een productiekost van 50 tot 80 dollarcent. Uit een recente VN-studie blijkt dat de koffiecrisis alleen in Centraal-Amerika in 2001 minstens 170.000 jobs en 160 miljoen euro heeft gekost.
De exportprijs voor robustakoffie duikelde van 3000 dollar per ton in de jaren negentig naar 320 dollar vorig jaar. In Vietnam, de grootste producent van robustabonen, stopten boeren met de inkoop van meststoffen en water en vooral in de provincie Tay Nguyen vernietigden velen hun koffieoogst.

Wanverhoudingen
Ondertussen profiteren de koffiemultinationals van de situatie. Bedrijven als Nestlé en Douwe Egberts maken dankzij de lage koffieprijzen extra winsten. De koffieverwerkende multinationals mikken op de producenten die de laagste prijzen willen. In de ‘koffiegazet’ van Oxfam Wereldwinkels lezen we dat de koffieboer in Kameroen in 2001 0,10 dollar verdiende aan een pond robusta. Dat is minder dan 2% van het bedrag waartegen diezelfde koffie in Britse winkelrekken verkocht werd. Het laat-ste jaarrapport van Sara Lee/Douwe Egberts liegt er niet om: de lage grondstoffenprijzen in de koffiesector heeft tot een verhoging van de winsten geleid.
Ook Néstor Osorio, executive director van ICO, zegt dat de koffiemarkt het slachtoffer is van de ongelijke winstverdeling. “En dat is een gevolg van het liberaliserings- en globali-seringsproces dat in de jaren negentig begon. De enigen die gigantische winsten opstrijken, zijn de geïndustrialiseerde multinationals. Met z’n vijven controleren ze meer dan de helft van de we-reld-koffiemarkt. Het is tergend dat van de drie euro die je vandaag op de Champs Elysées voor een kop koffie betaalt, slechts één cent naar de Indonesische, Oegandese of Colombiaanse producent gaat.”

Terug naar de oude glorie?
De meest voor de hand liggende vraag is of we niet snel naar een regulerend koffieakkoord moeten terugkeren om het aanbod te beperken. Maar zo een-oudig is het niet. Ten eerste was het koffieakkoord niet waterdicht. Het gold immers enkel voor de landen die lid waren van de ICO, waardoor niet-leden vrij spel hadden. En het quotasysteem belemmerde de opkomst van nieuw-komers, zoals Vietnam, omdat de quota niet altijd eerlijk werden verdeeld.
De markt zelf wil trouwens niet meer mee : de verschillende spelers zijn al te ver van het koffiehuis. Een betere koffiekwaliteit zien de producerende landen als één mogelijke manier om de crisis te bestrijden. Maar dan moeten de rijke industrielanden eerst geglobaliseerde kwaliteitsnormen willen aannemen. En dat is niet het geval. De koffieverwerkende industrie drijft immers haar winstmarges op door koffie van mindere kwaliteit (tegen lage prijzen gekocht) bij te mengen.

Internationale agenda
Volgens Néstor Osorio (ICO) moet koffie dan ook dringend op de internationale politieke agenda worden ge-plaatst: “Als Colombia bijvoorbeeld een grondstof als groene koffie naar Frankrijk wil exporteren, moet het geen taksen betalen. Maar als dezelfde Colombiaanse producent oploskoffie naar Frankrijk exporteert, kunnen de taksen oplopen tot 30%. De oplossing ligt dus in het politieke en niet in het economische veld.”
Ook de koffiebranders in België wijzen naar de overheid om opnieuw een minimumprijs in te voeren. En de Europese instanties? Die lijken momenteel niet wakker te liggen van de situatie van de koffieboeren in het Zuiden. Nochtans is een wijziging in het beleid van de consumerende landen meer dan nodig. En Europa kan daar een grote rol in spelen. “Om te beginnen via de oprichting van joint ventures bijvoorbeeld, tussen bedrijven uit Europa en het Zuiden,” zo schrijft Renato Flôres van de Economische Hogeschool van Rio de Janeiro in een recente studie. “Op die manier blijft een groter deel van de toegevoegde waarde in het Zuiden. In de tweede plaats zou een onafhankelijke marktstudie de producenten toelaten om in te spelen op de wensen van de Europese koffieconsument. Ten derde zouden de Europese taksen op geïmporteerde koffie moeten worden geharmoniseerd.”

Gereguleerde markt
De NGO’s, waaronder Oxfam International, pleiten naast de invoering van internationale gedragscodes en een leefbaar loon, voor de oprichting van een grondstofregulerend orgaan. Dat zou moeten toezien op de markt, de diversificatie ervan stimuleren en het grondstoffenaanbod op lange termijn beheren. Daarbij pleit Oxfam Inter-national voor de oprichting van een aantal fondsen om al die maatregelen te financieren.
In de koffiegazet van Oxfam Wereldwinkels vernemen we meer over diversificatie als een van de oplossingen. Diversificatie betekent zoveel als overstappen naar de productie van grondstoffen die op de lokale of internationale markt meer relevant en gewenst zijn. Om te vermijden dat je van de ene overproductie op de internationale markt naar de andere overstapt, is het van belang je producten op je eigen, lokale markt af te stemmen. Om daarin te investeren is internationale hulp nodig, aldus de koffiegazet. Ook ‘verticale diversificatie’ – in feite niets anders dan overschakelen op kwaliteit – vereist internationale hulp. Via premies en technische begeleiding help je de boeren om hun planten van lage kwaliteit van de markt te houden en te vervangen door producten van betere of biologische kwaliteit.

Dé oplossing bestaat niet
Creatieve ideeën om de koffiecrisis in te dijken zijn er dus genoeg. Maar dé globale oplossing ligt minder voor de hand. Ook een studierapport over Europese koffierichtlijnen in opdracht van de Belgische staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking bevestigt de complexiteit van de koffiehandel. Er bestaat niet zoiets als een represen-tatief koffieproducerend land. Een algemene en uniforme oplossing is er dan ook simpelweg niet.
Je zou als leek voor minder het noor-den kwijtraken op de geglobaliseerde koffiemarkt. En overschakelen op een kop kruidenthee. Goed voor lichaam en ziel, én een goede daad voor de wereldhandel, want zo vergroot je de de vraag op de theemarkt en stimuleer je dus de diversificatie binnen de grondstoffenproductie. Al kan die goede daad natuurlijk ook iets minder drastisch: gewoon overschakelen op een eerlijk kopje zwart vocht, bedenk ik onderweg naar de koffieautomaat… met Fair Trade koffie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur