Dossier: 

Kompas laat het afweten

Hoe moeten we het protestjaar 2011 begrijpen?

Zaterdag sprak boekdelen: de indignados leven in bijna alle landen. De verontwaardiging over een systeem dat in zijn regelloosheid de geldgokkers toeliet steenrijk te worden, ten nadele van de meerderheid van de bevolking, komt eindelijk boven water. Twintig jaar na de val van de Berlijnse Muur ligt het kapitalisme – het woord wordt niet meer geschuwd – onder vuur.

Wat blijft erover van het model dat begin de jaren negentig met zoveel hoop en blinde eenzijdigheid op de rails werd gezet? Het communisme was ineengezakt, dus triomfeerde het kapitalisme. De globalisering met zo vrij mogelijke markten voor kapitaal, goederen en diensten veroverde de wereld: het was het best denkbare systeem dat iedereen goed zou doen. En zie, er was groei, en heel wat ontwikkelingslanden grepen kansen en veranderden de machtsverhoudingen in de wereld. Maar terzelfder tijd groeide in de meeste landen de interne ongelijkheid. Het model wist evenmin de klimaatproblematiek te herkennen, laat staan te voorkomen. Toen kwam de financiële crash in het hart van het systeem en nu zitten we weer in de puree. Een situatie die erg doet denken aan de jaren 1930.

Van tijd tot tijd depressies

Het is niet dat daar niemand voor heeft gewaarschuwd. Historicus Eric Hobsbawm schreef in 1994: ‘Diegenen die de Grote Depressie hebben meegemaakt, kunnen nauwelijks begrijpen waarom de principes van de totaal vrije markt, die zo in diskrediet waren geraakt, opnieuw de kop opstaken aan het einde van de jaren tachtig en begin de jaren negentig.’ En van superspeculant George Soros is de volgende uitspraak: ‘Uit de geschiedenis blijkt dat financiële markten van tijd tot tijd instorten. Daar komen dan economische depressies en sociale onrust uit voort. Juist door zulke catastrofes zijn er regels gekomen en heeft men centrale banken opgericht. Stabiliteit komt pas tot stand als men daar een bewuste inspanning voor doet.’

De citaten krijgen hun volle betekenis als je de voorbije twintig jaar bekijkt. Het geloof dat ‘de markten’ een goeie stuurman zijn van de wereldeconomie, liep klap na klap op. In de jaren negentig zijn opkomende landen geteisterd door het ‘af- en aanflashen’ van de markten. Uit die puinhopen ontstond de andersglobalistische beweging, die evenzeer vragen stelde bij het marktfundamentalisme. Ze was niet alleen. Alexandre Lamfalussy, bankier en grondlegger van de ECB, zei ons daarover in 1997: ‘Het ene moment wil iedereen in Mexico zijn, het andere moment vlucht iedereen er weg. En het is niet dat de informatie er niet is: men wil ze niet zien.’ De mens is niet louter het rationele wezen dat onafhankelijk afweegt waar hij of zij geld het best kan beleggen, het is ook een kuddedier dat meeholt met al die andere warme lijven… ook als die richting afgrond hollen.

De huidige eurocrisis is meer van hetzelfde. Eerst wilde iedereen voluit aan Griekenland en Portugal lenen – tegen ongeveer even goede voorwaarden als Duitsland – nu is het juist omgekeerd. Waarbij de markten uitlokken wat ze vrezen: door de zwakken een veel hogere rente aan te rekenen, zullen ze effectief hun schulden niet kunnen afbetalen. Daarom kon dezelfde Soros met recht en reden zeggen: de financiële markten drijven de wereld naar een tweede Grote Depressie en alleen regeringen kunnen dat tegenhouden door banken en staten onafhankelijk te maken van marktfinanciering. ‘De markten hebben niks gezien’, zuchtte zelfs Etienne Davignon onlangs.

Het klimaatprobleem wijst zo mogelijk op een nog groter marktfalen. Hetzelfde geldt voor de groeiende inkomensongelijkheid, die zelfdestructief is zowel economisch (te weinig vraag) als sociaal (protest, xenofobie…).

Globalisering als religie

Kortom, het kompas van de globalisering is defect. Hoe moet het verder nu? Zelf heb ik altijd vragen gehad bij het naïeve geloof in de markt als enige kompas. Het is te simpel, het heeft bijna iets religieus. Ik geloof meer in een gemengd model met een grotere rol voor politiek, instellingen en samenlevingen: zij moeten het financieel-economische systeem zo bijsturen dat er meer stabiliteit is, en betere resultaten op sociaal en ecologisch gebied. De economie ten dienste van de grote meerderheid van de mensen. Dat is geen esthetisch model – het woord model is zelfs niet op zijn plaats: het is zoeken en tasten, het is opgetrokken uit spuug en zweet (en soms ook bloed, vrees ik) en het biedt geen vaste antwoorden die altijd en overal gelden.

Toegegeven, de politiek oogt niet mooi dezer dagen. Het 27-koppige monster Europa en de o zo verdeelde VS zijn geen slagkrachtige beslissers. Ook van de G20 van leidende economieën hebben we de voorbije twee jaar niet veel gehoord. Het is ook niet gezegd dat we tot zinvolle coördinatie komen tussen staten. Misschien wijzen de loden krachten die zoiets mogelijk maken, in een andere richting, en dan ziet het er niet goed uit. Voor het klimaat is dit al het geval. Maar er is geen alternatief. Politiek speelt nu eenmaal een sleutelrol, ook al is die niet sexy of mooi om te zien.

Bankiers komen ermee weg

Het gevoel leeft bovendien dat de politiek erg ver van de mensen staat en dat de banken en geldgokkers een voorkeursbehandeling krijgen. Dat de gewone man geofferd wordt op het altaar van de crisis. Dat is wat de indignados en de Wall Street-bezetters aanklagen. Trouwens, was een van de lonten van de Arabische lente ook niet dat zoveel mensen geen werk hadden? In Israël klaagde men het gebrek aan betaalbare woningen aan. In India kwam men op straat om het corrupte bestuur aan te kaak te stellen.

2011 kan gezien worden als een jaar van protest: disparate ontevredenheid over wat het systeem te bieden heeft en hoe de politiek daarmee omgaat. Protestbewegingen op verschillende plekken laten zich inspireren door elkaar. Ze bieden geen alternatief model, maar zetten wel druk in de goeie richting.

Ik begrijp de ontevredenheid. In de politieke discussies ligt de klemtoon weinig op werk en jobcreatie, nochtans de toegangspoort tot kansen in het leven voor gewone mensen. Werk is een afgeleide van groei: superlage rentes moeten hakkelende banken aanzetten tot kredietverlening en daar moet dan werk van komen. De socialistische markteconoom Hyman Minsky – die de crisis voorspelde – plaatste daar decennialang vragen bij en suggereerde dat de staat zou optreden als een tewerksteller in laatste instantie. Misschien moeten we dat effectief onderzoeken. In India gebeurt het al.

Hoe we de wereld opnieuw moeten opbouwen, nu het kompas defect is, dat zullen we de komende jaren met zijn allen moeten uitzoeken. Dat wordt geen makkelijke zaak, zeker niet omdat de bevolkingen zelf vaak erg verdeeld zijn. Nationalisme en populisme tieren welig en dat bemoeilijkt dikwijls compromissen. In de huidige omstandigheden met een bijwijlen verlamde politiek kunnen bewegingen, al of niet via ‘de straat’, mee de richting bepalen. De democratie heeft vele gezichten.

Dit opiniestuk verscheen op dinsdag 18 oktober in De Standaard.

John Vandaele is redacteur van MO* en schrijver.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur