Koudegolf maakt vooral slachtoffers onder straatkinderen

In Bangladesh zijn al 200 tot 500 mensen gestorven
als gevolg van een uitzonderlijke koudegolf die ook Noord-India en Nepal
treft. Uit de Himalaya komt een bijtend koude wind en zware mistbanken
beletten dat de winterzon de temperatuur overdag wat doet oplopen. Daklozen
en door ziekte en ontberingen verzwakte mensen hebben geen verweer dat gure
weer. De armsten hebben zelfs nauwelijks kleding om zich warm te houden.
Straatkinderen zijn het meest kwetsbaar.


We proberen een plaatsje uit de wind te vinden, zegt Billal, een klein
gebleven jongetje dat een jaar geleden naar de hoofdstad kwam omdat er thuis
niet genoeg te eten was. We kruipen bijeen omdat het zo warmer is.
Sommigen van ons slapen met honden, voegt de tienjarige Amin daar aan toe.
Honden zijn warmer dan wij. Amin kwam negen jaar geleden in Dhaka terecht
omdat zijn stiefvader hem niet moest.

Billal en Amin maken samen met een veertigtal andere jochies het station van
Kamalapur onveilig, het grootste station in de stad. Ongeveer een derde van
de 10 miljoen inwoners van Dhaka leeft in krottenwijken of gewoon onder de
blote hemel. 80 tot 100.000 kinderen wonen en werken in de straten, op
marktplaatsen, in parken of in de buurt van stations. Sommige straatkinderen
kunnen terecht in enkele opvanghuizen van niet-gouvernementele organisaties,
maar de meerderheid moet zichzelf zien te redden. Normaal hangen er zeker
200 straatkinderen rond in het station van Kamalapur, want ze kunnen er
makkelijk wat verdienen als kruier. Nu heeft de koude heeft de meeste van
hen verdreven naar meer beschutte plaatsen. Dat betekent dan wel hongeren,
want de inkomsten van het stationswerk vallen weg.

Veel straatkinderen zijn vel over been; ze lijden zwaar onder het ongewoon
koude weer. De temperatuur in Dhaka, dat in het warmste deel van het land
ligt, is de voorbije dagen gedaald tot een gure 10 graden Celsius. In het
noordwesten van Bangladesh is het nog vijf graden kouder geworden. Volgens
meteorologen zal de koudegolf nog enkele dagen aanhouden. Later deze maand
worden nog twee koudeperiodes verwacht.

Als je geen warme kleren hebt, ben je beter af als je gauw sterft, zegt de
tienjarige Rocky, die ook in het station van Kamalapur rondhangt. Hij is
drie jaar geleden thuis weggelopen omdat zijn stiefmoeder hem sloeg. Rocky
heeft een dunne en tot de draad versleten omslagdoek om zijn lijfje
gewikkeld, maar bibbert onophoudelijk.

De nachten zijn het moeilijkst voor straatkinderen, zelfs als het warm is.
Maar tijdens koudeperiodes is het de hel. De kinderen in het station
proberen te slapen op de overdekte perrons, waar soms massa’s mensen op
vroege treinen zitten te wachten. Maar de straatkinderen moeten er altijd op
hun hoede zijn voor de politie. Als we een vuurtje maken, slaan ze erop
los, zegt een jongetje. Ze maken ons zelfs voor zonsopgang wakker. s’
Winters zou de politie geen kinderen mogen slaan.

Maar sommige agenten tonen hun hart, zegt Billal - van een van hen kreeg hij
een oude trui. Farukh, nog een lotgenootje van Billal, kreeg gisteren dan
weer een jas van een welgestelde inwoner die met de auto voorbijkwam. Ook de
hulporganisaties die in verscheidene steden van het land projecten voor
straatkinderen hebben lopen, zamelen warme kledij in om die onder de
kinderen te verdelen, al klagen ze dat hun middelen niet toereikend zijn.
Scholieren uit onderwijsinstellingen waar de kinderen van rijke inwoners
studeren, dragen ook hun steentje bij. Ze hebben geen warme kleren, weet
Shaion, een leerling uit de vierde graad. Ik hoor dat er mensen sterven van
de kou. Ik heb mijn oude spullen verzameld en die op school afgegeven. Het
zijn ook mensen, zegt zijn vriend Adds Radh.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift