Kuifje in het Land van de Drones

Het zijn vliegtuigen zonder piloten. Ze zijn onzichtbaar voor radars. Ze spioneren, wachten, moorden. De Amerikaanse luchtmacht heeft wereldwijd al meer dan tienduizend op afstand bestuurde drones rondvliegen. Sommige kunnen jaren in de lucht blijven. Robert Sanders trok voor MO* op onderzoek naar het Land van de Drones in de VS.

Kapitein Ray Rollins doet er met zijn terreinwagen ongeveer dertig minuten over om van zijn huis in Las Vegas naar zijn werk te rijden. Het is geen prettige rit anno 2012. De recessie zorgt voor lege parkeerterreinen aan de casino’s, tientallen supermarkten zijn gesloten bij gebrek aan cliënteel. De brede lanen zijn vaak leeg. Het lijkt een schrale parodie op de American Dream. Maar Rollins lijkt de economische meltdown niet op te merken. Zijn gedachten zijn al bij zijn werk, in het midden van de Mojave-woestijn. Hij woont en slaapt weliswaar in Las Vegas, overdag bombardeert hij Afghanistan – als hij tenminste geen lekke band krijgt op weg naar de basis.

Ray Rollins werkt op Nellis Air Force Base, vijfduizend hectare woestijn van waaruit de Amerikaanse luchtmacht een aantal uiterst geheime experimenten uitvoert. Samenzweringstheoretici houden vooral de nabijgelegen Area 51 in de gaten, want daar zouden gevangengenomen buitenaardse wezens en buitgemaakte intergalactische ruimteschepen bewaard worden. Maar insiders weten dat de echte intrige hier op Nellis plaatsvindt, in deze verlaten woestijnrand bij Las Vegas, waar duizenden mensen bezig zijn met het sturen en controleren van vliegtuigen aan de andere kant van de wereld. Je hoort hier niemand over drones spreken. De militairen hebben het liever over UAV’s en RPA, ‘unmanned aerial vehicles’ en ‘remotely piloted aircraft’.

Geen actiehelden

Rollins moet zijn magnetisch identiteitsbewijs afgeven voor hij de basis binnen mag rijden. Hij parkeert zijn Ramcharger naast een koffiekleurig gebouw, waarna hij twee veiligheidscontroles passeert en ten slotte neerzit in een zetel die weggerukt lijkt uit een oud vliegtuig. Kapitein Rollins leunt achterover en scant het scherm: een tiental flitsende beelden. Een Predator vliegt tegen 70 kilometer per uur 3000 meter boven een landschap dat opvallende gelijkenissen vertoont met de Mojave-woestijn buiten het vensterloze kantoor van Rollins. Maar de woestijn die hij ziet, ligt in Afghanistan.

De Predator ziet eruit als een acht meter lang insect en wordt volledig op afstand bestuurd. Het vliegtuigje heeft geen cockpit, geen raampjes en geen bemanning. De Predators en andere drones worden meestal gelanceerd op geheime basissen in de hele wereld, waarna de vluchtcontrole en de aanvallen die ze uitvoeren overgenomen worden door piloten zoals Ray Rollins. Velen van hen werken in Las Vegas.

‘Mensen denken dat wij actiehelden zijn’, zegt Rollins. ‘Maar meestal doen we niet meer dan de schermen in de gaten houden. De opdracht is vaak er te zijn in het geval van urgentie.’ Vandaag mag Rollins het scherm zelfs niet aanraken. De wereld van Nellis Base is het exacte tegengestelde van de actiedrama’s die Hollywood produceert. Het leger noemt de Predator niet voor niets zijn ‘jager-doder’. Elke vleeseter kan je vertellen dat er veel meer jagen is dan doden. Binnen in de ‘drone zone’ is het echter al verveling wat de klok slaat, en dus bestaat de grootste uitdaging voor de piloten er in wakker te blijven.

De camera’s kunnen ook bij slecht licht of ’s nachts filmen, maar ze nemen slechts een hoek van dertig graden waar. ‘Het rietje’, noemen de piloten het bijna verticale zicht op de werkelijkheid dat ze op die manier krijgen. De hoek kan beperkt zijn, maar de camera’s leveren de VS wel een permanente kijk op. Als de brandstoftank van de ene Predator leeg geraakt, stijgt de volgende alweer op.

Rollins zit voor een zestal gescheiden schermen, met daarop de status van de vlucht, de snelheid, de windcondities en alle andere informatie die een piloot nodig heeft – ook al zit hij in een ongemakkelijke zetel op tienduizend kilometer van zijn vliegtuig.

Via geklasseerde chatberichten wisselen de betrokkenen informatie uit, van de kleine Special Operations-eenheid op het terrein tot de generaals op het hoofdkwartier. Rollins bevindt zich in de drone zone, een kamer die niet groter is dan een typische gevangeniscel. Hij deelt ze met twee andere piloten gedurende lange shifts van acht tot twaalf uur. De luchtmacht maakt voor het leiden van de drones gebruik van echte piloten, die de nodige brevetten hebben om militaire vliegtuigen te besturen.

Deze drone-piloten kunnen tijdens hun werktijd niet op het internet en mogen geen gsm gebruiken. Maar ze kunnen wel ongezien auto’s of personen volgen aan de andere kant van de wereld.

Bijbels

Vanuit Nellis en andere luchtmachtbasissen rond Las Vegas controleert de Amerikaanse regering een vloot onbemande vliegtuigen, die variëren van de Raaf – een klein verkenningsvliegtuigje dat met de hand gelanceerd wordt – tot moordmachines zoals de Predator (het roofdier), de Reaper (de man met de zeis) en de Avenger (de wreker). De geavanceerde raketten waarmee de drones uitgerust worden, kregen de al te duidelijke naam Hellfire.

Als dat allemaal heel Bijbels klinkt, dan is dat geen toeval. ‘Ik hoor hen heel vaak zeggen dat die moslims een beetje meer Jezus over zich heen moeten krijgen’, zegt een piloot die anoniem wenst te blijven omdat hij vreest voor de gevolgen van praten met de pers. ‘Vele piloten beschouwen dit als een religieuze oorlog’, zegt hij. ‘Ik niet. Ik zie dit als een manier om slechte mensen tegen te houden en de wereld te verbeteren.’

De drone zone lijkt wel een videospel met al die flikkerende schermen, maar de missie en de raketten zijn echt. De drones stellen het VS-leger in staat te opereren in de gevaarlijkste uithoeken van de wereld zonder het gevaar te lopen op neergehaalde en gevangengenomen of gesneuvelde piloten.

‘De dood van boven uit. Arme drommels daar beneden, ze zullen nooit weten waarmee ze bestookt zijn’, schreef kolonel Matt Martin, een Predatorpiloot, na zijn eerste moord van op zijn basis in Las Vegas. ‘Mijn eerste tien minuten aan het controlepaneel van de MQ-1, ook bekend als de Predator, en ik was al betrokken bij een uitschakeling. Op dat moment herinnerde ik me dat Trish, mijn vrouw, gevraagd had een bus melk mee te brengen op de terugweg.’

– 

Ik hoor de piloten heel vaak zeggen dat die moslims een beetje meer Jezus over zich heen moeten krijgen.
In 1960 werd een U2-spionagevliegtuig met piloot Gary Powers neergeschoten tijdens een missie boven de Sovjet-Unie. Dat leidde tot zulke hoogoplopende spanningen tussen Kennedy en Chroesjtsjov dat de droom van onbemande vluchten aan belang won. Meteen na de aanslagen van 11 september 2001 werden de drones dan ook massaal ingezet op het internationale slagveld. Op dit moment besteedt de Amerikaanse luchtmacht 3 miljard euro per jaar aan drones. Tijdens de eerste drie jaar onder president Obama is het aantal drone-operaties verviervoudigd.

In die drie jaar werden meer dan 250 aanvallen uitgevoerd op Pakistan, gemiddeld een per vier dagen. Dat leidde tot massaal publiek protest. In landen als Jemen en Somalië is de inzet van drones relatief onopgemerkt gebleven – er is daar ook nauwelijks een regering waarmee overlegd zou moeten worden. Ook het aantal burgerslachtoffers bij drone-operaties is sterk gestegen onder Obama. De piloten benadrukken dat er verschillende procedures zijn die burgers moeten beschermen tegen het hellevuur uit de hemel. Toch kunnen ze niet alle vergissingen beletten. Luitenant-kolonel Martin beschrijft hoe hij een raket afvuurde op een groep vermoedelijke strijders, maar toen verbijsterd zag dat een groep burgers in de doelwitzone verscheen.

‘Het zag er allemaal perfect uit, tot plotseling twee kinderen op een fiets op het scherm verschenen, vlak bij de vrachtwagen en de opstandelingen. De ene leek een jaar of elf, de andere, wellicht de jongere broer, balanceerde op het stuur. Het was een zomerse scène uit het leven van twee opgroeiende jongens. “O nee, niet opnieuw”, riep ik uit. Ik hield mijn adem in toen de raket insloeg en het scherm in pixels uiteenspatte. Ik hoorde een gesmoorde kreet van Kimberley, en ook Brent riep: “Nee!” Hij had zonen van dezelfde leeftijd. Toen het scherm opklaarde, zagen we de gebroken lichamen van de jongens liggen tussen die van de opstandelingen.’ Het Bureau voor Onderzoeksjournalistiek publiceerde in 2011 een studie die het aantal burgerslachtoffers van drone-aanvallen tussen 385 en 775 schatte, onder wie minstens 164 kinderen.

Wie zich weinig kan voorstellen bij die anonieme cijfers, zou eens goed naar het verwrongen gelaat van Shakira moeten kijken. Dat vierjarig meisje werd toen ze nog maar een jaar was zo zwaar verbrand tijdens een drone-aanval in de Pakistaanse Swatvallei dat ze voor dood werd achtergelaten in een vuilnisbak. Artsen vonden Shakira en brachten haar naar Texas, waar haar aangezicht stilaan heropgebouwd wordt.

Emotioneel zwaar

Het Pentagon focust echter op een ander probleem: hoe kunnen de VS het drone-programma tegen recordsnelheid blijven uitbreiden? ‘Ons belangrijkste probleem is de nodige bemanning te vinden voor de onbemande vliegtuigen’, zegt Mark Maybury, hoofd wetenschappen bij de Amerikaanse luchtmacht. Volgens de notities en de PowerPointdocumenten die Maybury gebruikte op een conferentie op 27 september 2011 in het Hyatt-hotel in Indianapolis, worden al prototypes gebouwd voor permanente drones: ‘Nieuwe onbemande luchtmachtsystemen zoals Vulture en Isis kunnen jaren aan een stuk in de lucht blijven.’

Het echte nieuwsverhaal is dus niet de vaak voorkomende burgerslachtoffers, maar de race om de lucht permanent te militariseren met duizenden drones die iedereen die beschouwd kan worden als een vijand van de Verenigde Staten zonder onderbreking kunnen filmen, volgen en bombarderen. Daarom zullen de budgetten voor het drone-programma niet beperkt worden, maar eerder verdubbelen of zelfs verdrievoudigen in het komende decennium.

De eerste slachtoffers van die ongebreidelde expansie van drone-oorlogsvoering zijn de piloten zelf. ‘Emotionele uitputting en vermoeidheid komen opvallend veel voor bij drone- (of RPA-) operatoren’, concludeert een luchtmachtstudie over drone-piloten die in 2011 werd vrijgegeven. De luchtmacht geeft ook toe dat één op de vijf operatoren aangeeft ‘extreem gestrest’ te zijn.

Het luchtmachtrapport stelt vast dat de piloten het bijzonder moeilijk hadden om ‘de rol van gevechtspiloot in een oorlog te moeten combineren met hun huishoudelijke verplichtingen’. Dat is militaire nieuwspraak om te zeggen hoe verdomd moeilijk het is om in de voormiddag Afghanistan te bombarderen en in de namiddag je vierjarige dochtertje naar het zwembad te brengen.

‘Jullie zijn de elite, net zoals de astronauten’, zei ik tijdens een interview met een onlangs gepensioneerde drone-piloot. ‘Geloof je dat echt?’ antwoordde hij. ‘Niemand wil daar zitten, het is een strafkamp. Mijn baas was een piloot die per ongeluk een groep burgers doodde, daarom zit hij daar. Ze vertrouwen hem niet meer met een echt vliegtuig.’

De snelle uitbreiding van het drone-programma betekent ook dat de meeste piloten overuren draaien. ‘Een sjaal rond je hals gooien en in de cockpit klimmen op de startbaan: dát is sexy’, zei een piloot die tegen zijn zin overgeplaatst was van die cockpit naar het armzalige kantoor met zijn joystick. Meestal werken de piloten zes dagen op rij, waarna ze twee dagen vrij krijgen. Maar omdat er steeds meer werk is, worden ze steeds vaker aangewezen als Chinese vrijwilliger voor nog meer uren en dagen voor de flikkerende schermen.

Eén conclusie vormde de rode draad door de gesprekken die ik had met allerlei medewerkers aan het drone-programma: dit is nog maar het begin van wat een grootschalige robotoorlogsvoering wordt. ‘De komende drone-oorlogen zullen enorm zijn. We staan op het punt zwermtechnologieën toe te passen, waarbij een heleboel drones gezamenlijk bestuurd worden door één piloot’, zei een piloot in actieve dienst. ‘That is scaring the shit out of me.’

Namen en details van analisten en luchtmachtpersoneel, zowel in actieve dienst als gepensioneerd, werden veranderd om hen te beschermen tegen repressailles.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift