Kunsten bloeien weer op

Agha Malang Kohistani, een
grote Tadzjiek met een volle baard, zit met gekruiste benen op een matje
voor de Sultan Ghiasudin-school in Mazar-i-Sharif en stemt zijn sitar. Waar
zit je verstopt, Osama bin Laden? begint hij te zingen als de mensen rond
hem samentroepen. In een muizenhol? En waar heb je die mullah Omar
verborgen?. Het publiek lacht en klapt op het ritme van de muziek. Zes
maanden geleden zou de tekst Kohistani de kop hebben gekost. Maar ook muziek
maken was helemaal verboden in Afghanistan. Maar nu de Taliban verdreven
zijn, kunnen de kunsten weer opbloeien.


Veel van de Afghaanse muzikanten die hun land de voorbije jaren ontvluchtten
en opgingen in de grote Afghaanse gemeenschappen in het Pakistaanse
Peshawar, in Mashad in Iran, in Hamburg, New Jersey, Washington en de
omgeving van San Francisco, keren zo snel mogelijk terug. Kohistani wachtte
de val van de Taliban af in Badakshan, een stad in Tadzjikistan bij de grens
met China. In november vorig jaar was hij alweer in Mazar-i-Sharif.

Maar sommige muzikanten namen nog een veel groter risico door tijdens het
bewind van de Taliban in Afghanistan te blijven en in het geheim verder te
musiceren. Ik heb een winkel waar ik muziekcassettes verkoop, vertelt
Haseebullah Takdeer. Onder de Taliban moest dat allemaal in het geniep
gebeuren. Eén keer per week kwam ik samen met enkele vrienden om zelf muziek
te maken, in een kelder of op een andere rustige plaats. Takdeer zingt bij
voorkeur traditionele liederen als ‘Beya Ka Borem Ba Mazar’ (Laten we naar
Mazar gaan), een lied uit de westelijke stad Herat dat mensen uitnodigt voor
de pelgrimstocht naar de Blauwe Moskee in Mazar-i-Sharif. Nu de Taliban weg
zijn, verdient hij goed zijn brood: hij vult de inkomsten uit zijn
cassettesverkoop aan met wat hij verdient door te zingen op huwelijken,
begrafenissen en andere plechtigheden. Maar daar zijn vooral de
liefdesliedjes in het Hindi in trek die de mensen kennen uit de Indiase
films, de belangrijkste vorm van populair vertier in Afghanistan.

In de steden verstaan bijna alle Afghanen een beetje Hindi, al wordt de taal
in de scholen niet onderwezen. Dat geeft aan dat veel Afghanen ook tijdens
het bewind van de Taliban naar muziek zijn blijven luisteren en zelfs zijn
blijven tv-kijken. Parvez Nabi, die recent is afgestudeerd aan universiteit
van Balkh, pocht dat hij 600 Indiase films heeft gezien. We kwamen ‘s
nachts samen en zetten een satellietschotel op om de zenders uit Pakistan en
India te kunnen ontvangen. Voor zonsopgang moest alles weer afgebroken
zijn.

Ook schilders, schrijvers en theatermakers komen terug uit het buitenland of
nemen na vijf jaar van inactiviteit de draad van hun werk weer op. In het
gebouw van het ministerie van Cultuur, niet ver van de Blauwe Moskee,
repeteert een gezelschap van acteurs en muzikanten ‘De ongenode gast’. Dat
nieuwe stuk handelt over een Arabische medestander van de Taliban die in
november tijdens de finale Amerikaanse bombardementen op Mazar-i-Sharif naar
een huis in de buurt van een Taliban-kazerne vluchtte en daar een gezin
gijzelde. Alle belangrijke rollen - ook die van de vrouwen - worden gespeeld
door mannelijke acteurs, maar hun vrouwelijke collega’s hebben ten minste
enkele bijrollen gekregen. Eén van hen, Naseema Jaleeli, toont zich nog
steeds erg blij met de vrijheid die ze sinds de val van de Taliban geniet.
Onder de Taliban werden we in feite de hele tijd gevangen gehouden in ons
eigen huis.

Ook in de andere Afghaanse steden zijn de Schone Kunsten weer met grote trom
ingehaald. In februari werd de heropening van de Nationale Galerie in Kabul
bijgewoond door interim-president Hamid Karzai. Eén van de attracties in het
museum is een tentoonstelling van schilderijen die door de Taliban werden
stukgesneden of waarvan de lijsten aan diggelen werden gegooid. Tijdens de
opening waste de kunstexpert Yousof Asefi de waterverf weg waarmee hij 80
waardevolle olieverfschilderijen voor vernietiging had behoed. Voor de
Taliban golden alle afbeeldingen van het menselijk lichaam als
godslasterlijk - daarom had Asefi dergelijke kunstwerken in aller ijl onder
onschuldige stillevens verstopt.

De nieuwe regering gaat ervan uit dat kunst de zeden kan helpen verzachten
en ook het beeld kan bijstellen dat de buitenwereld van Afghanistan heeft.
We willen de wereld onze grote kunstwerken tonen, zodat de mensen begrijpen
dat Afghanistan meer is een land van krijgsheren en oorlog, zegt Makhtoum
Rahim, de Afghaanse minister van Informatie en Cultuur.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift