Lampedusa en de toekomst van ontwikkelingssamenwerking

Naar aanleiding van het drama bij Lampedusa wordt de bal alweer doorgespeeld naar ontwikkelingssamenwerking. Die wordt verondersteld komaf te maken met de dieperliggende oorzaken. Een dubbele redeneerfout, volgens Ignace Pollet: ontwikkelingssamenwerking zal de migratiedruk niet afstoppen en ze kan evenmin de oorzaken opheffen.

  • Brecht Goris Ignace Pollet. Brecht Goris

In het debat rond ontwikkelingssamenwerking wordt ook de indruk gewekt dat globale solidariteit onder welke vorm dan ook een tijdelijke opgave is, een kwestie van de juiste hefbomen vinden om de armoede op te lossen. Ook dat is een vergissing. Solidariteit hoort in onze genen te zitten. Dat het een eeuwige opdracht is, kunnen we trouwens als goed nieuws beschouwen.

Bigger picture of blinde vlek?

Honderden slachtoffers wanneer een boot met asielzoekers kapseist, dat is geen fait divers meer. Zoiets vraagt om reactie, voornemens, aanpak. De Italiaanse kustwacht laat zich horen, ook de Europese parlementsleden, zelfs de paus. Omdat men doorheeft dat vrijblijvende morele verontwaardiging een te gemakkelijke pose is, wordt er een bigger picture aan gekoppeld: ‘Pak de oorzaken aan, zodat die mensen niet langer hun leven moeten wagen om naar hier te komen. Zet in op ontwikkelingssamenwerking.’

De ontwikkelingsorganisaties zullen het graag horen. Toch zijn dit soort uitspraken ons inziens veel te kort door de bocht, berustend op verkeerde veronderstellingen en een weinig overdachte toekomstprojecties.

Of ontwikkelingssamenwerking de economische migratie zou verminderen is het voorwerp van een oud debat, waarop nog geen eenduidig antwoord is gegeven. Hulpprogramma’s kunnen worden gekoppeld aan het engagement van regeringen in het Zuiden om de migratiestroom te bestrijden, maar zowel de effectiviteit als de wenselijkheid van dit soort akkoorden zijn hoogst twijfelachtig.

Omgekeerd zal migratie via de remittances voor een terugvloei-effect zorgen, maar niet van die aard dat het voor een boost inzake ontwikkeling zorgt. Bovendien is “minder migratie” strikt genomen een negatief motief voor ontwikkelingssamenwerking, appelerend aan gevoelens van ongemak, angst of zelfs xenofobie. Zowel ontwikkelingssamenwerking als migratie zijn grote mondiale vraagstukken die het verdienen om ook bediscussieerd te worden vanuit een positief waardestelsel. Naast wat we niet willen, ook wat we wel willen. Zo komen we uit bij het begrip solidariteit.

Solidariteit niet vrijblijvend en al helemaal niet eenvoudig

Solidariteit is een modern begrip. Het past bij een samenleving waarin men zich in de anonimiteit begeeft en erop rekent dat mensen die men niet kent hun afspraken zullen nakomen. Het beperkt zich niet tot de eigen clan. Solidariteit berust op de emotie die ons vertelt dat zij die het moeilijk hebben, geholpen moeten worden.

Maar het is meer dan een traan wegpinken bij het zien van een sukkelaar, of je vrienden een onderkomen bieden als hun huis is ondergelopen. Met solidariteit zijn rechtsregels en instituties gemoeid. Deze moeten ervoor zorgen dat het omzetten van emotie in gepaste actie niet afhankelijk is van willekeur, de waan van de dag, menselijk opzicht of zelfs een bepaalde vorm van m’as-tu vu.

In ons rechtsstelsel zijn regels universalistisch van aard. Ze gelden voor iedereen. Anderzijds bevinden op solidariteit gerichte rechten en instituties zich in een economische realiteit. Waar vele gegadigden zijn en schaarse middelen moeten keuzes worden gemaakt, die de vorm aannemen van doelgroepen, criteria en beleidsplannen.

Op dat punt gekomen, zien we dat het politiek en institutioneel gestalte geven aan diepmenselijke emoties en moderne waarden een aartsmoeilijke onderneming wordt. Dit hoort nochtans bij een compassionate society, waarin niet alleen het recht van de sterkste, de rijkste of de slimste telt.

Een te genadeloze ratrace, met winnaars en verliezers, zou ook de verhoudingen binnen de winnaarsgroep wel eens kunnen aantasten. Daarom hebben we geïnvesteerd in sociale zekerheid en sociale vangnetten. Deze zijn heel succesvol gebleken in de context van nationale staten. Om de onfortuinlijken van de snel globaliserende wereld op te vangen zijn deze nationale instituties echter niet toegerust. Daarvoor kijken we naar ontwikkelingssamenwerking. Maar biedt deze het juiste vertaling van solidariteit?

Aan het verleden kent men de toekomst

Ontwikkelingssamenwerking is nooit helemaal weggeraakt uit het snijvlak waarin het al vijftig jaar aanmoddert: caritatieve hulp en technische ondersteuning. Deze twee vormen niet samen één concept. Hulp geeft de indruk van een godgegeven afhankelijkheidsrelatie, technische steun eerder van een tijdelijke achterstand die binnen afzienbare tijd wordt dichtgefietst.

Nochtans leert de geschiedenis ons in dit verband twee belangrijke lessen. Ten eerste waren er in elke wereldorde, elk koninkrijk en elke regio op om het even welk moment in de geschiedenis winnaars en verliezers. Ten tweede zijn de winnaars van vandaag, de verliezers van morgen.

Een stabiel regime heeft altijd naar een manier gezocht, hoe primitief ook, om ook aan de zwakkeren een vorm van bestaan te bieden. Vanuit een moderne universalistische visie, kan dat niet anders dan een vorm van solidariteit zijn, een opstap naar hoop, troeven en perspectief over de grenzen heen. Die solidariteit organiseren vormt daarom een eeuwige opgave die wij ons niet mogen ontzien. Want vlugger dan we denken kan het gebeuren dat ook Vlaanderen, België, Europa aan die deur moeten kloppen.

Waar solidariteit voor eeuwig is, is ontwikkelingssamenwerking dat niet per definitie. Het instrumentarium van ontwikkelingssamenwerking lijkt niet opgewassen tegen de steeds grotere en complexer wordende problemenstroom.

Ontwikkelingssamenwerking toont zich te weinig efficiënt en blijft het moeilijk hebben om daadwerkelijke impact aan te tonen. Afschaffen die handel, zeggen sommigen dan, maar zij dwalen. Instituties worden nooit zomaar afgeschaft. Er is geen wereldregering voorhanden die decretaal kan ingrijpen. Bovendien dient dan een andere institutie in de plaats te komen, meer op maat van de netwerk- en kennissamenleving van morgen.

Sommige institutionele veranderingen komen er door een externe shock zoals een oorlog of een klimatologische ramp. Andere institutionele veranderingen komen maar met de nodige moeite boven water, zoals het ethisch sturen van private investeringen en ontginningen in Afrika. Ontwikkelingssamenwerking, met alle beperkingen die ze heeft, kan de richting uitgaan van hefboom en knipperlicht rond kapitaalstromen.

Of ontwikkelingssamenwerking zo’n rol kan opnemen, hangt af van haar vermogen tot kritische reflectie op haar eigen werking. Onderkennen dat het nu niet goed is, inzien dat het kan verbeterd worden. Dat is een verontrustende gedachte, maar even goed een geruststellende.

Ignace Pollet doet aan het HIVA-KULeuven onderzoek rond Noord-Zuid issues. In zijn MO*columns werpt hij een kritische blik op de taboes en limieten van ontwikkelingssamenwerking.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift