Landbouwexportplan Peru onder vuur

Het plan van de Peruaanse regering om kleine boeren te helpen bij de export van hun oogst, helpt vooral boeren die al zelfstandig in staat zijn op die markt te opereren, zeggen critici. Het programma gaat deze maand van start.
Voordat president Alan García eind juli aantrad, beloofde hij om iets de doen aan de schrijnende armoede in de hooglanden van de Andes, die bekend staan als de Sierra. Concreet betekent dit dat García de komende vijf jaar het verbouwen van exportgewassen op ongeveer 150.000 hectare land wil promoten.

Tot nu toe zijn negentig projecten gepland in twaalf regio’s. Bij die projecten gaat het om 26 nicheproducten, zoals artisjokken, traditionele Andesgranen, paprika en forel. Het project ondersteunt ook activiteiten op gebied van kunstnijverheid, het maken van juwelen en herbebossing.

Voor het eerste jaar van het project is tussen vijftig en zestig miljoen euro nodig, maar het is nog niet volledig duidelijk waar dat geld vandaan moet komen, blijkt uit informatie van verschillende overheidsbronnen.

De arme plattelandsgebieden in Peru tellen zo’n 5,7 miljoen bewoners. Vierenzestig procent van alle plattelandsbewoners leeft in de Sierra-regio, waar tien van de twaalf armste provincies liggen. In Huancavelica, Ayacucho en Apurímac, leeft 44 procent van de bevolking in extreme armoede.

Sommige critici vinden het exportprogramma, dat ‘Sierra Exportadora’ gedoopt is, kortzichtig. Het levert alleen op korte termijn inkomsten op, zeggen zij, omdat er geen structurele hervormingen in de landbouw aan ten grondslag liggen. Ze doelen dan onder meer op officiële toekenning van grond waardoor kleine boeren toegang krijgen tot bankleningen, beter watergebruik in periodes van droogte, aanleg van wegen zodat producten vervoerd kunnen worden naar markten en training van boeren zodat ze hun gewassen kunnen verbeteren.

Op een groot deel van het land van de kleine boeren kunnen geen exportproducten verbouwd worden, zegt Miguel Macedo, van het Peruaanse Centrum voor Sociale Studies (CEPES). Uit cijfers uit 1994 blijkt dat 60 procent van de 1,8 miljoen boeren niet meer dan vijf hectare land heeft. De meeste boeren hebben geen officieel eigendomsrecht op hun land en het is te weinig vruchtbaar om een hoge productie te bereiken.

De voorzitter van de Nationale Landbouwfederatie, Antolín Huáscar, zegt dat van de acht miljoen boeren en landarbeiders in Peru, ongeveer een miljoen het land in eigendom heeft. Deze boeren zijn vooral te vinden in de lange kustregio van Peru.

“Sierra Exportadora is goed voor de boeren die het nu al goed doen, voor de winnaars. Maar wat schieten we ermee op, als het project alleen de boeren steunt die nu ook al exporteren?”, vraagt Macedo zich af. De landbouwexport groeide de afgelopen jaren gestaag in Peru. In 2004 leverde die export 900 miljoen dollar op, blijkt uit cijfers van het ministerie van Landbouw.

Gastón Benza, voorzitter van Sierra Exportadora, zegt dat het een logische gang van zaken is om te starten met de meest veelbelovende projecten. “Daarna kan het project geleidelijk worden uitgebreid naar boeren in de meest afgelegen gebieden.”

Het eerste doel van het programma is het verhogen van de opbrengsten en de efficiëntie. Later zal een fonds opgezet worden om het voor kleine boeren mogelijk te maken leningen af te sluiten, legt Benza uit. “Het belangrijkste doel is om meer welvaart te creëren in regio’s waar nu helemaal niets is”, zegt hij. “Alleen dan kunnen boeren zich bezinnen op de vraag of ze land willen kopen of verkopen.”

Onderzoeker Carolina Trivelli van het Instituut voor Peruaanse Studies zegt dat het programma in ieder geval de lang genegeerde problematiek in de hooglanden op de politieke agenda heeft gezet. De regering moet zich er echter wel rekenschap van geven dat het in de Sierra-regio onmogelijk is om te overleven op basis van één inkomstenbron, zegt ze. Het is bovendien noodzakelijk om de agrarische en stedelijke markten samen te brengen om zo productie te krijgen die op de binnenlandse vraag kan inspelen.

Het exportplan is niet exclusief gericht op de landbouw, maar het is nog onduidelijk hoe het initiatief de plattelandsontwikkeling precies wil bevorderen. Antolín Huáscar van de Nationale Landbouwfederatie zegt dat kleine boeren bang zijn dat het programma de productie van traditionele gewassen als tarwe en gerst wil ontmoedigen. Van die gewassen zijn veel boeren nu afhankelijk voor hun levensonderhoud. Ook vrezen ze dat de “economische elite” teveel haar invloed zal laten gelden in het project. IPS MDG1 (JS/PD)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift