Landhervorming als speerpunt voor vrede in Colombia

‘De Farc werd geboren als een reactie op de agressie van grootgrondbezitters die het Colombiaanse platteland overspoelden met bloed terwijl ze zich het land van kleine boeren toe-eigenden’, verklaarde Iván Márquez, rebel en Farc-delegatieleider. De oudste guerrilla van het continent opereert in een staat waarbij volgens een rapport van de Verenigde Naties 1,15 procent van de boeren 52 procent van het land beheert: een schokkende 80 procent van de boerenbevolking leeft in armoede. Deze cijfers illustreren de grootste ongelijkheden op het continent.

  • CC Agencia Prensa Rural Een demonstratie voor land en vrede van boeren, afrocolombianen en indianen in Barrancabermeja, Colombia, 14 augustus 2011. CC Agencia Prensa Rural

Het interne conflict creëerde volgens het Consultoria para los Derechos Humanos y el Desplazamiento 5 miljoen vluchtelingen; in totaal 6,5 miljoen hectare land werd tussen 1985 en 2008 gestolen, achtergelaten of verwisselde op andere (gewelddadige) manier van eigenaar. Veelal door paramilitaire hand, maar ook de guerrilla zelf gaat niet vrijuit: 807.000 hectare zou door de guerrilla in beslag zijn genomen; zo’n dertien procent van de totale gestolen oppervlakte.

Ondanks de uitgebreide betrokkenheid van de Farc in het criminele circuit, handhaaft de organisatie niettemin nog steeds politieke standpunten, die verklaren waarom de rebellen vandaag aan de onderhandelingstafel zitten. De belangrijkste – en vandaag prominent aanwezig op het menu in Havana – behandelt de landhervorming. Zowel regering als guerrilla stemmen in dat een agrarische hervorming een noodzakelijke voorwaarde is voor de toekomstige vrede.

Guerrilla- en regeringsneuzen wijzen hierover op bepaalde punten in eenzelfde richting: beide partijen benadrukken de nood aan verbeterde toegang tot de markt voor kleine boeren, meer geavanceerde technische bijstand en het vergroten van het subsidiebudget. Dit gebrek aan subsidies betekent een significant nadeel voor de Colombiaanse landbouw, die moet concurreren met zwaar gesubsidieerde Amerikaanse boeren.

Delegatieleider van de regering bij de vredesonderhandelingen Humberto De la Calle benadrukt echter ook het belang van de export in de agro-business, hij wil incentives voor de productie van biobrandstoffen en stelt bovendien dat de beoogde landverdeling enkel braakliggend terrein kan omvatten. Zaken waar de Farc-delegatie ziet weinig heil in ziet. De Farc houdt daarentegen vast aan het principe van de onteigening van grootgrondbezitters, benadrukt het belang van voedselzekerheid en wil aldus in de eerste plaats voorzien in interne voedselbehoeften. Bovendien eist de guerrilla dat land beheerd door buitenlanders geconfisqueerd wordt.

Ook het maatschappelijk middenveld, dat niet uitgenodigd is aan de onderhandelingstafel, maar wel via fora kan adviseren, kent haar polemieken. Zo werd halverwege december in Bogotá het forum Política de Desarrollo Agrario Integral (Beleid voor een Geïntegreerde Plattelandsontwikkeling) georganiseerd. Rafael Mejía van de Boerenvereniging van Colombia en zijn radicale collega José Felix Lafaurie, voorzitter van de Colombiaanse Federatie van Veeboeren, weigerden aanvankelijk zelfs om het forum bij te wonen: ‘We gaan niet. We beschouwen het als een nutteloze oefening omdat er twee tegengestelde meningen zullen zijn: de Farc, die kleinschalige productie-eenheden verdedigen; en wij, die geloven dat we voor de globale markt moeten produceren via industriële productie’, aldus Lafaurie. Rentabiliteit als toetssteen. Julio Armando Fuentes, voorzitter van de koepel over een twintigtal boerenbewegingen, ging hier tegenin en repliceerde dat een productiemodel niet ten koste mag gaan van de rechten van kleine boeren en vooral gericht moet zijn op bevrediging van interne voedselbehoefte.

Wet op de terugkeer

Met de ondertekening van de historische Wet 1448 in juni 2011, vóór het begin van de officiële onderhandelingen, lijkt het erop dat president Santos de guerrilla in snelheid heeft gepakt. Met deze wet wil de regering onder meer gestolen land teruggeven aan de oorspronkelijke eigenaars, teruggaand tot 1985, zelfs al hebben die geen formele titel van eigendom. Sinds de lancering ontving de staat al bijna 30.000 claims, goed voor 2 miljoen hectare. Supporter aan de zijlijn: Verenigde Staten, die een som van 50 miljoen dollar vrijmaakten ter ondersteuning.

Dat deze Ley de Víctimas y Restitución de Tierras waardevolle elementen incorporeert en voor de eerste maal in de Colombiaanse geschiedenis de ambitieuze doelstelling heeft om de slachtoffers van het gewapende conflict centraal te stellen, is voor velen een positief signaal. Beide partijen erkennen dan ook het belang van de wet, die een belangrijk precedent zou kunnen scheppen in het probleem van de interne ontheemden en tegelijk de rurale economie kan stimuleren.

De implementatie van Wet 1448 zet echter ook aan tot processen die het potentieel hebben om zowel het probleem van het ongelijke grondbezit als de humanitaire crisis verder uit te diepen.

Zo zijn volgens prominente ngo’s lokale overheden niet in staat om een gedegen wettelijke ondersteuning te bieden voor de slachtoffers die een aanvraag indienen. Fundamenteler is dat slachtoffers niet worden voorzien van de noodzakelijke bescherming die noodzakelijk is voor een dergelijke ambitieuze doelstelling. Sinds het foetale begin van Wet 1448 werd een stijging opgetekend in gewelddaden gericht op vertegenwoordigers van groepen die claims hebben gelegd op gestolen land. Vijfentwintig landactivisten werden vermoord, een veelvoud ontving doodsbedreigingen, veelal in de departementen van Antioquia en Córdoba, waar Afro-Colombiaanse en indiaanse boerengemeenschappen gebukt gaan onder de waanzinnige terreur van extreemrechtse paramilities.

Op hetzelfde decor schitteren de mijnbedrijven in een tragische rol. Tussen 2002 en 2010 steeg het aantal afgeleverde mijnbouwconcessies met 3700 procent. Voorlopig tast men in het duister over hoe de tendens om gronden op te offeren aan de mijnbouw te rijmen valt met een correcte toepassing van Wet 1448. In de actieradius van deze multinationals stijgt de spanning hoe dan ook: lokale bevolking blokkeerde op 12 februari de toegang tot verschillende olievelden in de noordoostelijke regio Arauca, uit onvrede met het gebrek aan ontwikkeling en publieke voorzieningen die beloofd werd door zowel regering als multinationale mijnbedrijven. Politie en leger sloegen deze manifestaties met geweld uit elkaar; het lijkt een teken aan de wand.

Het mag duidelijk zijn dat indien Wet 1448 faalt in het bieden van perspectieven op veiligheid en rechtvaardigheid voor slachtoffers, er weinig heilzame effecten van verwacht mogen worden, en dat ze net de structurele nadelen en obstakels verder zal uitdiepen voor diezelfde gemeenschappen die ze pretendeert te helpen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur