Latijns-Amerika erkent "overschrijvingsrecht" migranten

Migranten hebben het recht geld over te maken aan het thuisfront. En overheden moeten het zich niet in het hoofd halen beslag te leggen op die indrukwekkende sommen of op hun lauweren te gaan rusten voor wat eigen ontwikkelingsinspanningen aangaat. Die principes werden zaterdag in Montevideo bekrachtigd door Spanje, Portugal, Andorra en 19 Latijns-Amerikaanse landen.
Een engagement in verband met de regularisatie van illegale migranten staat niet in de slotverklaring die de deelnemers aan de Ibero-Amerikaanse Top in Montevideo ondertekenden. De tekst zegt alleen dat migreren geen misdaad is, wat impliceert dat overheden geen beleid mogen voeren dat migranten gelijk stelt met criminelen. De onderhandelingen over het slotdocument werden bemoeilijkt door meningsverschillen over de mate waarin landen ervoor moeten zorgen dat de mensenrechten van migranten op hun grondgebied worden gerespecteerd, en hoe ver landen moeten of mogen gaan om migratie binnen de perken te houden.

De deelnemers aan de top in Montevideo, die speciaal over migratie handelde, legden er de nadruk op dat het geld dat migranten naar huis sturen “niet als officiële ontwikkelingshulp mag gecatalogeerd mag worden.” Wereldwijd stuurden migranten in 2004 bijna 126 miljard dollar (98 miljard euro) naar achtergebleven verwanten, becijferde de Wereldbank. Jaar na jaar stijgt dat bedrag. Met meer dan 48 miljard dollar (37,5 miljard euro) worden Latijns-Amerika en de Cariben het best bedeeld. Allen de directe investeringen leveren in die regio nog meer geld op. De ontwikkelingshulp blijft ver achter bij die bedragen.

De Ibero-Amerikaanse Top is een interessant forum om over migratie te praten. Spanje is intussen op de VS na het meest geliefde emigratieland geworden voor Latijns-Amerikanen. Vanuit Spanje vertrok vorig jaar 3,75 miljard euro van migranten naar hun verwanten in Latijns-Amerika. Ook Portugal raakt steeds meer in bij veel migranten, vooral dan bij mensen uit Brazilië.

Sommige landen in Latijns-Amerika zijn echt afhankelijk van het geld dat via de uitwijkelingen binnenstroomt. Mexico krijgt per jaar meer dan 17 miljard euro binnen van migranten, Colombia bijna 3 miljard euro en Brazilië 2,7 miljard.

Er zit ook nog een mooie groei in die cijfers. De Centrale Bank van El Salvador schat dat El Salvador vorig jaar 2,2 miljard euro binnenkreeg van verwanten. Dat cijfer zou dit jaar kunnen toenemen tot 2,35 miljard euro.

Landen als El Salvador worden daardoor wel extreem afhankelijk van die vorm van inkomsten. Het geld dat migranten naar huis sturen, bedraagt er 15 procent van het bruto binnenlands product en bijna 80 procent van het overheidsbudget. In Haïti, Honduras en Jamaica is het aandeel van de overschrijvingen van landgenoten in het BBP nog groter.

De Wereldbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank waarschuwen dat een groot deel van het geld niet gebruikt wordt om de armoede te bestrijden of ontwikkelingsprojecten te financieren. Met zowat 70 procent van de dollars en euro’s van overzee worden levensmiddelen en kleren gekocht en de huur en doktersrekeningen betaald; slechts vijf procent gaat naar productieve doeleinden. Critici wijzen er ook op dat het geld in veel gevallen niet opweegt tegen wat de emigranten zouden hebben verdiend al ze thuis waren gebleven.

De landen waar de migranten werken, scheuren hun broek niet aan de overschrijvingen. Migranten zetten 10 à 20 procent van hun inkomsten opzij, en pompen de rest in de plaatselijke economie. Met de migranten krijgen de bestemmingslanden ook overwegend jonge en goed gekwalificeerde werknemers binnen. PD (IPS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift