Latijns-Amerika wil meer kernenergie

Argentinië, Brazilië en Mexico willen hun nucleaire energiecapaciteit in de
volgende tien jaar sterk uitbouwen. De plannen zijn deels ingegeven door de
gestegen olieprijzen en een wereldwijde mentaliteitswijziging ten voordele van
kernenergie. Milieuorganisaties waarschuwen voor het afvalprobleem en een
gebrek aan transparantie.
Latijns-Amerika haalt slechts 3,1 procent van zijn energie uit
kerncentrales, tegenover 17 procent wereldwijd. Dat percentage zal in de
komende tien jaar verdubbelen wanneer Mexico, Argentinië en Brazilië hun
plannen ten uitvoer brengen. Mexico en Argentinië gaan elk van twee
centrales naar drie, en Brazilië bouwt aan een derde centrale. De drie
landen overwegen de levensduur van de bestaande centrales met enkele
tientallen jaren te verlengen. Brazilië beschikt bovendien over de op vijf
na grootste uraniumvoorraad op aarde en wil meer verrijkt uranium gaan
produceren, de brandstof voor kerncentrales. Ook Argentinië wil uranium gaan
verrijken.

De bestaande centrales zijn van de tweede generatie, met een levensduur van
veertig jaar die volgens nieuwe studies verlengd kan worden tot zestig jaar.
De Verenigde Staten beginnen binnen enkele jaren met de bouw van centrales
van de derde generatie. Uitstekend nieuws, vindt nucleair wetenschapper Juan
Luis Francois van de Nationale Autonome Universiteit van Mexico (UNAM). “In
de wereld draaien 435 reactoren perfect veilig en efficiënt, wat Greenpeace
ook mag beweren. Greenpeace gaat tendentieus en onzuiver om met informatie”.

De milieuorganisatie hamert op het risico op ongelukken, het onopgeloste
afvalprobleem en geheimzinnigheid van de overheid rond kernenergie. Voor
Greenpeace zijn mankementen inherent aan de nucleaire technologie. De
Latijns-Amerikaanse overheden neigen ertoe de impact van incidenten te
minimaliseren, maar geven toe dat ze niet altijd open kaart spelen. De
Mexicaanse vice-minister voor Elektriciteit, José Acevedo, verklaarde
onlangs in een interview dat de bevolking niet alles mag weten wanneer
nucleaire veiligheid en strategische belangen op het spel staan.

Een tweede punt van kritiek is het ontbreken van een definitieve oplossing
voor de opslag van radioactief afval. De Mexicaanse vice-minister Acevedo
stelt vast dat die definitieve oplossing nog nergens ter wereld bestaat en
dat het radioactief afval in afwachting in de buurt van de centrales wordt
opgeslagen. Volgens Greenpeace is ook hier de toestand veel problematischer
dan de overheid wil toegeven.

Toch heeft de antinucleaire beweging het moeilijker dan in de jaren die
volgden op de nucleaire catastrofe in het Oekraïense Tsjernobyl. Patrick
Moore, een van de stichters van Greenpeace, sprak zich in de laatste jaren
uit voor kernenergie als alternatief voor de fossiele brandstoffen die
bijdragen tot klimaatverandering. Hij wordt daarin gevolgd door
beleidsmakers in verschillende Europese landen en ook Chili. Voor Francislo
Carlos Rey, vice-voorzitter van de Argentijnse Nationale Commissie voor
Atoomenergie, berusten de negatieve reacties op mythen, die voor een groot
deel gebaseerd zijn op de ramp in Tsjernobyl.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift