Leraren massaal op straat in Latijns-Amerika

In heel Latijns-Amerika protesteren leraren tegen lage lonen en slechte arbeidsvoorwaarden. Van Argentinië over Ecuador en Brazilië tot in Mexico en Costa Rica. Zowel in Zuid- als Centraal-Amerika voelen leraren zich de paria’s van de ambtenarij.


Leraren uit Latijns-Amerika vragen al langer dan vandaag een hoger loon en een structureel meer middelen voor de onderwijsinfrastructuur, maar zelden waren de protesten zo massaal en gelijklopend als de laatste maanden. Overal in het continent komen leraren op straat of leggen ze het werk neer. In sommige landen gaan ze zelfs in hongerstaking.

De meest recente lerarenstaking vond plaats in Peru, waar de regering de noodtoestand uitriep en geweld gebruikte om de stakende leraren weer aan het schoolbord te krijgen. Voordien werd ook al langdurig gestaakt en betoogd in Mexico, Costa Rica en Ecuador. In Argentinië kon de nieuwe president, Néstor Kirchner, maar nipt een grootschalige betoging voorkomen door achterstallige salarissen uit te betalen.

Op enkele uitzonderingen na verdienden Latijns-Amerikaanse leraren in de jaren 90 tussen de honderd en de driehonderd dollar per maand. Maar ondanks een flinke economische groei in de meeste landen in die jaren, kregen weinig leraren loonsverhogingen, met een verlies aan koopkracht tot gevolg. Vandaag verdient een leraar in Argentinië en Brazilië gemiddeld 120 dollar per maand, in Bolivië 170 dollar, in Peru en Uruguay 200 dollar, in Ecuador 250 dollar en in Colombia, Mexico en Venezuela gemiddeld 300 dollar. In Costa Rica en Chili zijn leraren relatief beter af, met respectievelijk een gemiddeld maandinkomen van 500 en 650 dollar. Toch is ook daar verzet te horen tegen de verloning, de hoge werkdruk en de slechte werkomstandigheden.

Het onderwijs in Latijns-Amerika lijkt systematisch ondergefinancierd. De meeste landen spenderen slechts 2,5 tot 4 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP) aan onderwijs. Cuba is het enige land in de regio dat met 8,1 procent in 2001 het minimum van 7 procent overschrijdt dat wordt aanbevolen door de Unesco, de VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.

Mexico komt met 6,6 procent in de buurt van het minimum. Maar meer loon voor de naar schatting 1,5 miljoen leraren is toch een van de basiseisen van de centrale vakbonden. De CNTE weigerde een voorstel tot loonsverhoging van 8 procent, en eist dat de salarissen stijgen met honderd procent. Eerder ging de belangrijkste lerarenvakbond SNTE wel akkoord met een loonsverhoging van 8 procent.

In Peru, waar stakingen met geweld werden onderdrukt, eisen de bonden een verdubbeling van de onderwijsuitgaven, die in het land van de geplaagde president, Alejandro Toledo, slechts 3 procent van het BBP bedragen. In Ecuador gingen tweehonderd leraren in hongerstaking nadat een schoolstaking van een maand geen loonsverhoging opleverde. Ook daar is een salarisverdubbeling de vakbondseis.

Achterstallig loon is dan weer een plaag in Costa Rica, waar leraren relatief meer verdienen. Volgens de regering verklaart een falend computersysteem het uitblijven van de maandsalarissen. De woordvoerster van de onderwijsvakbonden, Gilda González, zegt dat het onderwijssysteem in Costa Rica al twintig jaar in verval is en eist het ontslag van de minister van Onderwijs. In Centraal-Amerika speelt Costa Rica traditioneel een voortrekkersrol. Het land wijst 5,4 procent van zijn budget aan onderwijs toe, in vergelijking met slechts 1,6 procecnt in El Salvador en Guatemala, 4,1 procent in Honduras, 4,5 procent in Nicaragua en 4,9 procent in Panama.

De onderwijzers met de meest rooskleurige toekomst wonen in Argentinië en Brazilië. De nieuwe presidenten van die twee landen zien meer middelen voor onderwijs passen in een breder hervormingsplan. Zij profiteren daarbij van nieuwe kredietlijnen van de internationale financiële instellingen.

De Argentijnse president, Néstor Kirchner, kon dankzij een lening van de Wereldbank de achterstallige lonen betalen van stakende leerkrachten in de westelijke provincie San Juan en de oostelijke provincie Entre Ríos. Als het
gevolg van de economische crisis in Argentinië waren de salarissen met 42 procent gedaald.

De Braziliaanse president, Luiz Inácio Lula da Silva, kan van een belastinghervorming gebruik maken om meer geld naar onderwijs te laten vloeien. Het lage loon van de leraren zorgt er in Brazilië voor dat er in het hoger onderwijs 254.000 banen op 711.000 niet ingevuld zijn.


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift