Leren leven met voedselcrisissen

Volgens sommige analisten moeten we met voedselcrissen leren leven. Enkele decennia geleden wist de markt geen blijf met de voedseloverschotten, vandaag zijn de markten strak aangespannen. Die nieuwe context hertekent de wereldvoedselmarkt en lokale landbouwsystemen. Her en der worden  initiatieven genomen om de landbouw te wapenen tegen al te grote schokken.

Het waren de gestegen voedselprijzen die in Tunesië de lont in het kruit wierpen en zo de Jasmijnrevolutie ontketenden. De vlam sloeg al vlug over naar Algerije, waar begin januari rellen uitbarstten. Een verdubbeling van de prijzen van bloem, olie en suiker, in combinatie met een werkloosheid van tien procent –volgens sommigen zelfs vijfentwintig procent– maakten dat de spanning daar al enkele maanden aan het stijgen was. ‘Het is niet verwonderlijk dat de Arabische wereld in opstand komt tegen zijn dictators. De vraag is waarom precies nu’, schreef de Amerikaanse econoom en publicist Paul Krugman in The New York Times. Hij gaf zelf het antwoord: de hoge voedselprijzen waren de druppel die de emmer deed overlopen. Voedsel is voor armen nu eenmaal niet hetzelfde als een andere grondstof en heeft een hoog explosief gehalte.

‘Pas op voor onze honger’

Noord-Afrika wordt vandaag geteisterd door een structureel watertekort en zijn voedselsystemen zijn uitermate kwetsbaar. In Tunesië leverde de oogst van 2010 liefst 35 procent minder op dan het jaar voordien. Volgens een recent rapport van de Wereldbank zijn de Arabische landen de grootste importeurs van graan in de wereld, met meer dan 58 miljoen ton in 2007. De meeste landen in de regio importeren de helft of meer van hun voedselconsumptie. Prijsverhogingen zorgen al snel voor grote gaten in de begroting. Volgens de Arab Organization for Agricultural Development steeg de voedselimport van 11,5 miljard euro in 2006 tot 14,3 miljard in 2007 –dat was nog voor de voedselcrisis van 2008.  In een land als Egypte besteden de inwoners veertig procent van hun loon aan voedsel. Ter vergelijking: voor de gemiddelde Belg is dat zeven tot negen procent. Bij de revolutie tegen de Egyptische president Hosni Moebarak droegen manifestanten opschriften mee waarop te lezen stond: ‘Pas op voor onze honger.’

Bovenop de waterschaarste zet ook de snelle bevolkingstoename extra druk. In 1950 telde de Arabische wereld 73 miljoen inwoners, vandaag 333 miljoen –bijna vijf keer zoveel. Tegen 2050 verwachten analisten een aangroei tot 600 miljoen. Rijke Arabische staten zoals Saoedi-Arabië hebben in de voorbije jaren grote stukken land gekocht van Brazilië tot Indonesië om voedseltekorten, verwoestijning en waterschaarste het hoofd te kunnen bieden.

44 Miljoen hongerlijders extra

Ook sub-Saharaans Afrika, Centraal-Amerika en Centraal-Azië delen in de klappen van deze voedselcrisis. Op een hoorzitting in de Kamer over de gestegen voedselprijzen stelde Fatou D’Dioy van de organisatie Enda Graf dat families in zijn thuisland Senegal normaal 52 procent van hun inkomen aan voedsel spenderen. Sinds de recente prijsverhogingen is dat opgelopen tot zestig procent. De voedselprijzen in India stegen met achttien procent. Rusland, afgelopen zomer getroffen door een spectaculaire droogte, moet graan invoeren om zijn veestapel te onderhouden tot die opnieuw kan grazen op vers weiland. De Mexicaanse regering koopt futures (termijncontracten) op toekomstige maïsoogsten om uit de pan swingende prijzen voor tortillas te vermijden –en dat terwijl het land de bakermat van maïs is. China, dat de afgelopen decennia een indrukwekkende stijging kende in zijn voedselproductie en zelfvoorzienend was, ziet zich vandaag genoodzaakt om graan en maïs in te voeren en extra maatregelen te nemen om zijn eigen landbouw te stimuleren. In januari al trok de regering 10,7 miljard euro uit om de landbouw te steunen en nadien deed ze daar nog eens 2 miljard bovenop.

Sinds oktober 2010 zijn de voedselprijzen met vijftien procent gestegen. Daarmee liggen ze 29 procent hoger dan een jaar geleden en maar drie procent lager dan de prijzenpiek van 2008. De prijs van tarwe verdubbelde, die van  maïs ligt 73 procent hoger, en de prijs van suiker, vetten en olieën steeg het laatste kwartaal twintig procent. De Wereldbank becijferde dat door de huidige voedselcrisis het aantal mensen dat honger lijdt met 44 miljoen is toegenomen.

Verstoring van vraag en aanbod

De oorzaken van de huidige voedselcrisis zijn gekend. Over de hele wereld hebben extreme weersomstandigheden de landbouw parten gespeeld. Rusland, een belangrijke graanproducent, werd geteisterd door droogte en bosbranden, en legde als gevolg daarvan de export aan banden. Ook het noorden van China kende een ongewone droogte. Pakistan en later Australië liepen dan weer onder water. In Latijns-Amerika hield La Niña hard huis, met modderstromen en overstromingen tot gevolg. 

Zo goed als zeker houden sommige van die extreme weersomstandigheden verband met de klimaatverandering, en zal dat effect in de toekomst nog meer spelen. Lester Brown van het Earth Policy Institute voorspelde dat een stijging van één graad Celsius een daling in de graanproductie van tien procent meebrengt.

Terwijl extreme weersfenomenen het voedselaanbod doen krimpen –vooral wanneer grote exporteurs zoals Rusland en Australië getroffen worden– stijgt de vraag. Jaarlijks komen er tachtig miljoen extra monden bij om te voeden. Maar liefst drie miljard mensen willen hun intrede doen in de consumptiemaatschappij en verlangen meer vlees, kip, melk en eieren op het menu. De productie van een kilogram vlees vergt makkelijk vijf tot tien kilogram graan. Komt daar nog bij dat het idee om wagens te laten rijden op biobrandstoffen aan aanhang wint. Volgens het Earth Policy Institute ging in 2009 in de VS 119 miljoen ton graan naar ethanoldistillaties –op een totale graanoogst van 416 miljoen ton. Die hoeveelheid volstaat om 350 miljoen mensen te voeden.

Overal ter hele wereld hebben extreme weersomstandigheden de landbouw parten gespeeld.
De combinatie van die drie factoren –bevolkingsevolutie, stijgende consumptie en grotere vraag naar biobrandstoffen– heeft geleid tot een verdubbeling van de jaarlijkse graanconsumptie. Tussen 1990 en 2005 bedroeg die 21 miljoen ton per jaar, tussen 2005 en 2010 steeg dat gemiddelde tot 41 miljoen ton.

In het verweer tegen wilde speculatie

De gespannen verhouding tussen vraag en aanbod op de voedselmarkt creëert het ideale kader voor speculatie. Die hoort bij landbouwgrondstoffen en is gezond zolang ze gericht is op reële grondstofmarkten. Sinds de voedselcrisis van 2008 worden die markten echter mee opgejaagd door grote beleggers die niet echt voedsel willen kopen maar gewoon gokken op hogere prijzen om zo winst te maken.

Na de voedselcrisis van 2008 werden in de VS speciale maatregelen genomen om dat onmogelijk te maken. In juli 2010 werd de zogenaamde Wet voor Consumentenbescherming goedgekeurd. Die legt aan institutionele beleggers een maximum op van de contracten die ze op de markt van grondstoffenderivaten mogen aangaan. De vraag bestaat al langer dat Europa ook zo’n wetgevende maatregel zou nemen. Tot nog toe is die er niet, maar het thema staat wel hoog op de agenda van de G20 –die in 2011 voorgezeten wordt door de Franse president Nicolas Sarkozy. Hij lanceerde begin dit jaar een oproep om speculatie in de grondstoffenmarkt een halt toe te roepen.

Andere maatregelen om ongewenste speculatie tegen te gaan, zijn de aanleg van grotere stocks én meer transparantie over die stocks. Op initiatief van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) zijn een drietal landengroepen alvast in actie geschoten; ze nemen maatregelen om zo’n stocks aan te leggen. In maart 2010 kwamen de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) overeen om een gecoördineerd systeem op te zetten van nationale graanreserves. In oktober besloten de lidstaten van de ASEAN (Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties) samen met Japan, China en Korea om een regionale rijstreserve aan te leggen voor noodsituaties. In december ontmoetten de West-Afrikaanse landen elkaar in Ghana om de coördinatie van systemen voor nationale voedselreserves te bespreken. Voorts was er overleg over wederzijdse bijstand in gevallen van misoogsten en andere voedselcrisissen. Op de G20-conferentie van de landbouwministers, die in mei in Frankrijk zal plaatsvinden, staan die nieuwe samenwerkingsverbanden bovenaan de agenda.

Een schokbestendige landbouw

Volgens Pascal Lamy, voorzitter van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), kan enkel meer vrijhandel in de landbouw nieuwe crisissen voorkomen. Miet Maertens, docent landbouw- en voedseleconomie aan de KULeuven, treedt die stelling bij en gelooft in een eerlijkere wereldhandel door minder handelsbelemmeringen. ‘Om het wereldvoedselprobleem op te lossen,’ aldus Maertens, ‘moeten de productiviteit en efficiëntie omhoog. Dat valt niet te rijmen met kleinschalige landbouw.’

Terwijl Afrika zich opmaakt voor een nieuwe groene revolutie, pleiten anderen juist wel voor die kleinschalige landbouw. Theofiel Baert, directeur van het Belgische Fonds voor Voedselzekerheid: ‘Een landbouw, gericht op export, betekent grootschaligheid en monocultuur. Zo’n model brengt kleine boeren in een noodsituatie.’ Wat wel moet gebeuren volgens Baert, is de kleinschalige landbouw optimaliseren en de opbrengst per hectare optrekken. Volgens Baert zijn in sommige landen de bedrijfjes te klein geworden om levensvatbaar te zijn voor de families. ‘In die gevallen moeten er programma’s komen worden om de mensen te herscholen’, zegt Baert. ‘Het gaat erom een menswaardig bestaan te creëren en mensen uit de armoede te halen.’

Thierry Kesteloot van de ngo Oxfam Solidariteit: ‘De markt heeft zijn beperkingen. Wie het meest getroffen wordt door de crisis, heeft nauwelijks de koopkracht om deel te nemen aan de markt. Voor de markt is het makkelijker energiegewassen te verbouwen dan te zorgen voor het recht op voedsel of arme boeren een kwalitatief leven te bieden op basis van hun landbouw.’ Volgens Kesteloot moeten we naar een landbouw die kan antwoorden op een structurele context van risico’s, zowel van markt- als klimaatschokken. Noodzakelijk daarvoor zijn meer publieke goederen, meer voedselreserves en meer landbouwkennis. De context waarin aan landbouw gedaan wordt, is volgens Kesteloot aan het verschuiven. ‘In de jaren negentig ging het over het beheer van overschotten. Vandaag is er een realiteit van strakkere markten, waarin de vraag sterker doorweegt dan het aanbod. In die context is er meer samenwerking nodig, precies om de weerbaarheid te vergroten.’ 

Het neoliberale beleid van de afgelopen decennia heeft de landbouwsector verwaarloosd. Iedereen is het er wel over eens dat de investeringen in de landbouw opgedreven moeten worden. De Belgische ontwikkelingssamenwerking heeft aan die oproep alvast gehoor gegeven. Op dit ogenblik besteedt de Belgische ontwikkelingssamenwerking tien procent van haar budget voor het Zuiden aan landbouw; in 2015 zou dat vijftien procent moeten zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3091   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.