Leve het dorp!

Ik heb nog nooit in een dorp gewoond. Wel in de stad en de voorstad. Mijn herinneringen desbetreffend zijn gemengd. Paradijselijk voor de kleuterjaren, maar dat schijnt de regel te zijn, ten minste als oorlog, hongersnood en mishandeling uitblijven. In de latere periode overheerst beklemming, afstand, wantrouwen.

  • Bart Lasuy Geert Van Istendael. Bart Lasuy

Meer dan dertig jaar geleden keerde ik terug naar mijn geboortestad, naar Brussel. Dat getuigt niet meteen van koene verbeeldingskracht, maar ik heb er nog geen seconde spijt van gehad. Steden zijn mij lief en hoe meer ik er mag ontdekken, hoe liever ze me worden.

Boulevard Saint-Laurent bij -30

Het zijn niet zozeer de fraaiste die me het meest aanstaan. Het spreekt vanzelf dat Parijs, Rome, Venetië, Praag en aanverwante mooi zijn, overweldigend mooi, wie zou daar nou aan twijfelen? En ja, de niet te tellen grijstinten van de Parijse boulevards, bij voorkeur boven het vers ontloken groen van de aprilse bomen, ik zou ze node missen. Hoeft ook niet. In minder dan anderhalf uur reis je van Brussel naar de Gare du Nord.

Toch zijn het vooral de onharmonische steden die me trekken, de ruwe, botsende, chaotische, zeg maar de lelijlke. Montréal, Medellin, Rotterdam, Berlijn — maar dan het Berlijn van twintig jaar geleden, toen de open wonde nog dwars door het centrum etterde. Een van mijn favoriete tijdsbestedingen is bijvoorbeeld in Montréal de nooit eindigende, rommelige Boulevard Saint-Laurent aflopen bij dertig graden onder nul. Ja, God heeft rare kostgangers.

Wie hier nu uit zou besluiten dat dorpen voor mij quantité négligeable zijn, vergist zich.

Weinig mensen ergeren me meer dan de stedeling die laatdunkend spreekt over het dorp. Er zijn zelfs professoren die zich daaraan te buiten gaan. Ik vind dat zij zich dat niet kunnen permitteren, met hun opleiding.
De kosmopolitische, multiculturele, voorbeeldig nonconformistische, tolerante stad, waar duizend talenten de ruimte krijgen om te bloeien steekt schril af tegen het provinciale, homogene, monochrome, conservatieve, intolerante dorp, waar ieder jeugdig genie dat uit de band springt in de knop wordt gebroken, tenzij het tijdig weet te ontsnappen, richting stad.

Aankoeksel van lintbebouwing

Dorpen dus.

Maar waar, in godsnaam, waar vind je in België nog een dorp vandaag, tenzij in een afgelegen Ardens dal of in het warme zuiden van ons koninkrijk, ik bedoel in de Gaume? Over het Vlaamse gewest wil ik het niet eens hebben, dat is één groot aankoeksel van lintbebouwing, verkavelingen en anderdeels uitgezaaide dorpskommen.

O zeker, niet alleen hoog opgeleide stedelingen koesteren vooroordelen. De bewoners van onze oneigenlijke dorpen hebben het niet zo op de stad: beton, lawaai, stank, misdaad, wie kent dit kwartet van kreten niet? Ze zijn los. Ieder Vlaams dorp ligt zowat in de berm van een autosnelweg en in mijn hele Brusselse straat is minder beton verwerkt dan in de eerste de beste fermette.

Maar ik wil het hier hebben over stads onbegrip.

Op geregelde tjdstippen vraagt een bibliothecaris te lande me om een lezing te komen geven. In alle dorpen die ik ooit aandeed, en het zijn er intussen nogal wat tussen kust en Maas, treedt een hooggekwalificeerd publiek te tegemoet. Belezen mensen stellen de ene intelligente vraag na de andere.

Wie durft te beweren dat de bevolking in Vlaamse dorpen homogeen is, heeft al jaren geen voet meer gezet in een dorp ten noorden van de taalgrens. In iedere Kerkstraat zie je wel een donker uitgevallen medeburger lopen.
Men zal zeggen, op dergelijke literaire avonden zie je nooit de doorsnee. Klopt helemaal, maar dat geldt even goed voor onze steden. Mocht er vandaag al een opleidingsverschil bestaan tussen stad en dorp, dan is het in het voordeel an het dorp. Laat een student sociologie dat maar eens uitzoeken voor een thesis.

Homogeen, provinciaal, conservatief

Homogeen?

Wie durft te beweren dat de bevolking in Vlaamse dorpen homogeen is, heeft al jaren geen voet meer gezet in een dorp ten noorden van de taalgrens. In iedere Kerkstraat zie je wel een donker uitgevallen medeburger lopen. En zal de eerste Vlaamse burgemeester van onbelgische afkomst niet een dorpsburgmeester(es) zijn?

Provinciaal?

De Vlaamse dorpers die ik ontmoet spreken allemaal drie, vier talen of meer, de wijsheid van Maarten Luther indachtig, die in de zestiende eeuw al zei, stop een Vlaming in een zak en sleep hem door zes landen, hij zal zes talen spreken. Luther rept met geen woord over steden. Bovendien hebben onze dorpelingen de zeven wereldzeeën bevaren en de vijf continenten geëxploreerd. Nee, de Vlaamse dorpers zijn typisch hedendaagse kosmopolieten.

Conservatief?

Als ik de coalities vergelijk in stads- en dorpsbesturen kan ik onmogelijk tot die conclusie komen. De stad die zichzelf graag ziet als de grootste van Vlaanderen heeft een bij uitstek conservatief bestuur. En had een kleine gemeente onder de rook van Antwerpen tot voor kort geen groene én ex-communistische burgemeester?

De multiculturele inwoners van onze steden hebben dan weer enkele opmerkelijk archaïsche zeden en gewoonten uit afgelegen streken van hun moederland tot ons gebracht. Ze houden taai stand in de schaduw van de kantoortorens. Ik denk dat onze dorpen aanzienlijk minder conservatief zijn dan delen van Brussel, Gent of Antwerpen.

Fermette in zicht

En wat het gefnuikte talent betreft dat de stad nodig zou hebben, daar geloof ik geen bal van. De grootste dichters en schilders en musici hebben geleefd in gehuchten, onooglijke martkstadjes of grote steden. Het is bekend dat de snobs op de Parijse Rive Gauche of in New Yorks Tribeca niet meer mensen kennen en haten dan een modale parochie kan bevatten. Naast de grootstedelijke provinciaal Baudelaire staan dorpsbewoners als Reverdy of Jaccottet. Je kunt de voorbeelden vermenigvuldigen.

Zou het niet kunnen dat de dorpelingen het beste deel hebben gekozen? Dat de stedelingen dat niet willen erkennen omdat ze dan oog in oog komen te staan met hun eigen, betwistbare keuzes?

Misschien moet ik op mijn 66ste radicaal mijn Leben ändern, zoals Rilke schreef.
Zou ik de sprong wagen?
Zou ik niet gaan wonen in een lelijk Vlaams Dorp?
Wenkt daar de fermette?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.