Leven op de altiplano: De Moeder en de Mijn

Magnum-fotograaf Carl De Keyzer was aanwezig bij de opnamen van de film Altiplano, in de Colcavallei in Peru. De film gaat over de confrontatie van twee werelden, maar ook over schoonheid, onmacht, en de kracht van het beeld.
 
De Altiplano is de Andeshoogvlakte die zich uitstrekt over Peru en Bolivia, tussen drieduizend vijfhonderd en vijfduizend meter hoog. Het is het op één na hoogste bergplateau ter wereld, na dat van Tibet. Een weinig bevolkte streek, niet alleen door de barre kou. Er groeit ook nauwelijks iets, op wat buntgras na, want zelfs voor bomen is het hier te hoog. De indiaanse gemeenschappen leven voornamelijk van veeteelt en van enkele typische gewassen van de hoogvlakte, zoals quinoa en diverse soorten aardappelen. Sneeuw en vooral water zijn een kostbaar goed, als bloed in de aderen, dragers van leven.
Het isolement op deze hoogte is erg groot en het contact van deze gemeenschappen met de westerse wereld gering. Er heeft dan ook minder culturele “erosie” plaatsgehad dan in de lagergelegen gebieden. Het dagelijks leven van de Quechua- en Aymara-indianen in deze onherbergzame gebieden put zin en betekenis uit een Andesfilosofie, een cosmovisión andina die Pachamama of Moeder Aarde centraal stelt. Tegenover Pachamama staan de kosmische krachten van de zon en de maan. In de visie van de Inca’s was de zon –de mannelijke godheid– de centrale kracht. De maan –een vrouwelijke goddelijke kracht– werd in de Andes al vereerd voor de komst van de Inca’s.
De Andesvolkeren geloven in een goddelijke kracht die alles doordringt en overal aanwezig is: in de mens, in de stenen en de bergen, in het meer en de rivieren, in de planten en de dieren. Maskers spelen een belangrijke rol in de cultuur van de Andes. In dansen en rituelen worden steevast maskers gebruikt, die gezien kunnen worden als de verpersoonlijking van de apu’s of beschermgeesten van de bergen, die via de maskers fysiek aanwezig zijn om deel te nemen aan het gebeuren. In Altiplano fungeren de gemaskerde figuren als een koor bij een Griekse tragedie. Ze vergroten de tragiek van het verhaal.
Die tragiek, die zich niet alleen in de film afspeelt maar ook in het echte leven van de gemeenschappen, heeft te maken met de impact van de grootschalige mijnbouw die volop in opmars is. De exploraties en exploitaties zijn een regelrechte bedreiging voor de natuurlijke omgeving, de watervoorraden en de gemeenschappen zelf. Vaak kennen de inwoners de gevaren niet van de chemische producten, zoals blauwzuur en kwik, die nog steeds onmisbaar zijn bij de ontginning van goud- en zilvermijnen. Een incident uit juni 2000 inspireerde de filmmakers: een vrachtwagen van de Yanacocha-mijn in Cajamarca, in Noord-Peru, verloor toen een lading van 150 kilogram kwik. Kwik is bijzonder giftig voor het milieu en erg schadelijk voor de gezondheid; het tast vooral het gezicht aan. Meer dan duizend mensen kregen oogproblemen.
Altiplano is een film van Peter Brosens en Jessica Woodworth, die eerder ook het gelauwerde Khadak maakten. Vanaf 25 november in Brussel (Vendôme), Antwerpen (Cartoon’s), Brugge (Lumière) en Gent (Studio Skoop) en later in Kortrijk, Leuven…

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.