Libanese dodentol misschien twee keer hoger

Er zijn de voorbije weken al veel meer Libanezen omgekomen in het oorlogsgeweld dan de officiële cijfers doen geloven. Dat valt op te maken uit getuigenissen van Libanese artsen, hulpverleners en vluchtelingen.
“Ik denk dat we zeker al aan 750 doden zitten”, zegt Bachir el-Sham, een arts van het Complex Hospital in Sidon. Sidon ligt 43 kilometer ten zuiden van Beiroet, en net ten noorden van Tyrus. In deze regio waren de Israëlische bombardementen bijzonder hevig.

Volgens Sham maken de Israëlische luchtaanvallen per dag gemiddeld veertig doden. Aan dat cijfer komt hij door de statistieken van zijn ziekenhuis naast de cijfers van andere instellingen in Zuid-Libanon te leggen. “Op één dag telden we honderd doden. De autoriteiten in Beiroet kunnen alleen maar schatten – we hebben nooit precieze statistieken in Libanon over wat dan ook.”

De echte dodentol ligt hoger dan de officiële cijfers omdat veel mensen onder het puin van getroffen gebouwen zijn bedolven, legt Sham uit. “Wie kan er precies zeggen hoeveel mensen er schuil gaan onder een ingestort appartementsgebouw? Maar wij weten dat het er veel zijn.”

Net als in het zuiden van Beiroet zijn ook in Sidon en Tyrus veel flatgebouwen gebombardeerd. Heel wat gebouwen zijn ingestort terwijl er nog gezinnen in zaten.

Ook Bilal Masri, assistant-directeur van het grote universitaire ziekenhuis van Beiroet, gelooft dat de officiële cijfers veel te laag zijn. “We hebben veel berichten uit het zuiden dat er mensen bedolven zijn onder het puin van gebouwen of achtergelaten werden in auto’s die door raketten werden geraakt.”

Ghadeer Shayto, een 15-jarig meisje dat verzorging krijgt in het ziekenhuis in Beiroet, zegt dat ze op de rit van een dorp in de buurt van Bint Jbail naar de hoofdstad veel lijken zag. “We reden aan zoveel auto’s voorbij met verbrande lichamen erin”, weent ze. Ze moest met haar familie op de vlucht na een raketaanval van het Israëlische leger. Hezbollahstrijders en Israëlische soldaten leveren verwoed slag om de Bint Jbail. De bus waarmee Shayto en haar verwanten naar Beiroet probeerden te rijden, werd ook geraakt door een raket. “Mijn broer en mijn neef werden gedood, en de rest van ons raakte gewond” vertelt ze.

Abdel Hamid al-Ashi, die uit Bint Jbail zelf wegvluchtte, schildert gelijkaardige taferelen. “Ik moest tien kilometer lopen naar een klein dorpje om een taxi te vinden. Langs de weg zal ik veel lijken rotten in de zon. Er waren ook auto’s vol met verkoolde lichamen.”

Andere vluchtelingen bevestigen die verhalen. Door de onophoudelijke luchtaanvallen heeft niemand de kans gewonden of doden weg te halen.

In Dahaya, het zwaarst getroffen district van Beiroet, is ongeveer een vijfde van alle gebouwen helemaal vernield. Veel plaatsen stinken naar rottende lijken.

“Onze hulpverleners zeggen dat er veel gezinnen onder het puin bedolven zijn in Dahaya”, zegt Wafaa el-Yassir, een vertegenwoordiger van het Noorse People’s Aid-Lebanon. “Uit Tyrus en Sidon komen gelijkaardige berichten.” Volgens haar hebben de luchtaanvallen zeker al 800 doden gemaakt, “en misschien meer, maar het zal tijd kosten om de lichamen te vinden.” (PD)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift