Liberaliseer niet alles

MO* vroeg Jan Dereymaeker, hoofd van de dienst Internationale relaties van het ACV, één prioriteit te geven voor de volgende regering.
‘Dat is niet makkelijk’, zegt hij, want in de internationale economisch-financiële architectuur ‘hangt alles met alles samen’. Toch wil hij de volgende regering alvast één essentieel punt van harte aanbevelen: stel een lijst op van diensten en goederen die niet aan verplichte liberalisering onderworpen mogen worden. ‘Op die lijst horen onderwijs, energie, communicatie, watervoorziening en afvalverwerking, veiligheid en openbare orde. Dat zijn sectoren die niet aan de louter op winst gerichte vrije markt mogen worden overgelaten, omdat er een algemeen belang meespeelt. Ik geef een morbide voorbeeld. In Buenos Aires heeft men momenteel een groot probleem met het “afvoeren” van lijken in mortuaria. De begrafenissector is daar volledig geprivatiseerd en veel mensen kunnen een begrafenis voor hun overleden dierbare niet betalen.’
Dereymaeker vindt dat de volgende regering op forums als de EU, de Wereldhandelsorgsanisatie, IMF en Wereldbank de liberaliseringsdrang zou moeten temperen. Er moet ook wat meer coördinatie tussen het beleid van deze instituties komen: ‘Landen, zeker in het Zuiden, zouden een ecologisch en sociaal voorbehoud moeten kunnen maken. Ze zouden moeten kunnen beslissen dat ze aan bepaalde handelsovereenkomsten niet meedoen, zonder dat ze daarvoor gesanctioneerd worden. Democratische besluitvorming over dit soort zaken mag niet uit handen gegeven worden en moet bovendien transparant gebeuren.
De Europese handelscommissaris Lamy vraagt wel aan de Belgische regering om aan te geven welke sectoren van liberalisering moeten worden uitgesloten. Maar de positie van de regering en hoe die tot stand komt, is niet doorzichtig. Zo worden belangrijke beslissingen over vitale zaken als energie, water en andere diensten over de hoofden van de bevolking heen genomen. Nationale staten moeten weer universele waarden verdedigen. De Belgische regering durft dat wel in de zaak-Irak. Waarom dan niet ook in deze kwesties?’
‘De gevolgen van liberalisering kunnen zwaar wegen. Als de post volledig geliberaliseerd wordt, zal een brief in de Ardennen bestellen veel duurder zijn dan in hartje Brussel. Hoe lang zal de solidariteit dan duren? De exploitatie van de riolering is in veel Belgische steden in handen van Amerikaanse bedrijven. Wat gaat er gebeuren als over 20 jaar de concessie afloopt? Wie gaat er dan investeren in onderhoud? De stadsdiensten die dat deden, zijn dan allang afgeschaft. Privatisering in dit soort sectoren dient geen algemeen belang. Ik pleit niet voor nieuwe staatsondernemingen, maar voor een soort derde weg zoals die in het onderwijs bestaat. Een deel is geprivatiseerd, maar er is wel publieke controle op de besteding van de publieke middelen.’ (hvs)

EU discussieert zich voorbij GATS-deadline


31 maart 2001 was een belangrijke datum in de GATS-onderhandelingen over vrijmaking van de wereldhandel in diensten. Op dat moment moesten namelijk alle leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) bekend maken wat hun “aanbod” was, meer bepaald welke dienstensectoren ze voor wereldwijde concurrentie willen openstellen. Half april was er evenwel nog altijd geen Europese eensgezindheid over dat aanbod. Op zich een positief gegeven, want dit bewijst dat de staten wel degelijk iets in de pap te brokken hebben, en de staten zijn tot nader order nog altijd het meest democratische niveau van de Europese constructie.
Ook België roerde zich in de debatten. Volgens vakbondsbronnen maakte de Belgische regering heel wat bedenkingen bij het eerste aanbod van de Europese commissie, maar werd daar weinig rekening mee gehouden. Dat wordt ontkend op het kabinet van Annemie Neyts, minister toegevoegd aan buitenlandse zaken. ‘Op essentiële punten hebben we gelijk gekregen. In de sector post kwam er sterkere taal over de verplichting van een universele dienstverlening. In het maritiem transport hebben we verzekerd dat de dokwerkers buiten het GATS-akkoord blijven.’ Het kabinet meent dat er geen belangrijke verzuchtingen waren waarmee de Commissie geen rekening heeft gehouden.
Het punt waarover het langst gedebatteerd werd binnen de EU, is de zogenaamde mode 4. Dat is die vorm van internationale handel in diensten die neerkomt op tijdelijke arbeidsmigratie. De EU had al in 1994, in de zogenaamde Uruguayronde, voor 16 sectoren toegestaan dat mensen met een universitair diploma tijdelijk hier kunnen komen werken, op voorwaarde dat ze de regels eerbiedigen inzake verblijfsrecht en sociale zekerheid (waaronder het minimumloon en de CAO’s in de betrokken sectoren).
De Commissie wil nu verder gaan: door die 16 sectoren uit te breiden tot 20, en door voor het eerst in 6 sectoren ook voor zelfstandige professionals architecten, computeronderhoud, accountancy, vertaling…  tijdelijke migratie toe te staan. Voor die zes sectoren wilden een aantal landen, waaronder België, de mogelijkheid om in te grijpen indien een toevloed van buitenlandse zelfstandigen de betrokken arbeidsmarkt helemaal zou dereguleren. Zoiets is mogelijk, omdat er voor zelfstandigen geen wettelijke minimumlonen of CAO’s bestaan. Sommige EU-lidstaten dachten aan het Amerikaanse systeem van quota, België wilde dan weer de toegang laten afhangen van de noden op de eigen arbeidsmarkt. De vakbonden vrezen dat zo via een achterpoortje de deur wordt opengezet voor buitenlandse schijnzelfstandigen. (jvd)

‘Ontwikkelingsronde’ lukt maar niet


Als het gaat om handel en ontwikkeling, is de realiteit vaak zoveel prozaïscher dan grote woorden en principes. Neem nu het Everything But Arms (EBA)-initiatief waarmee de Europese Unie haar invoerbelastingen opheft voor alle producten behalve wapens van de minst ontwikkelde landen. Leuk initiatief, alleen weten veel van de landen in kwestie blijkbaar niet van het initiatief af. Dat besluit Ludo Verryken die op het Belgische ministerie voor Buitenlandse Zaken handel en ontwikkeling volgt.
‘Hoewel EBA al anderhalf jaar in voege is, blijven veel ontwikkelingslanden nog altijd de oude tarieven betalen, gewoon omdat ze op hun invoerdocumenten niet vermelden dat ze recht hebben op het nultarief. De reden is wellicht dat ze te weinig mensen op hun administratie hebben om dat allemaal op te volgen.’ Dat tekort aan bekwaam personeel leidt er ook toe dat producten uit ontwikkelingslanden geregeld worden teruggestuurd.
‘Containers met Egyptische aardappelen worden teruggestuurd omdat ze met een verboden bewaarmiddel zijn behandeld en garnalen mogen niet binnen omdat ze teveel antibiotica bevatten. We denken er nu aan om de Europese delegaties in die landen ertoe aan te zetten om hun gastlanden de nodige informatie te geven over hoe ze het best onze markt binnengeraken.’
Verryken stelt overigens vast dat de Wereldhandelsorganisatie grote moeite blijkt te hebben om de huidige onderhandelingen over vrijhandel uit te bouwen tot onderhandelingen die de ontwikkeling van de Derde Wereld centraal stellen zoals op de WTO-top in Doha in 2001 afgesproken werd: ‘De deadlines om toegevingen te doen inzake toegang tot geneesmiddelen, afbouw van landbouwsteun en speciale behandeling van ontwikkelingslanden werden een na een niet gehaald. Als het zo doorgaat, rijst de vraag of die onderhandelingen wel, zoals voorzien, tegen eind 2004, afgelopen kunnen zijn.’
(jvd)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur