Lidmaatschap VN en NAVO niet verenigbaar

MO* vroeg Ludo De Brabander, stafmedewerker van vzw Vrede en organisator van de recente vredesbetogingen, één prioriteit te geven voor de volgende regering.
De recente gebeurtenissen in Irak bevestigen Ludo de Brabander in een oude overtuiging: België en andere Europese landen moeten het voortouw nemen om tot een ander, Europees, veiligheidsbeleid te komen. De Brabander: ‘Verhofstadt heeft, samen met Frankrijk en Duitsland, zijn nek uitgestoken en krijgt daarvoor zeer veel krediet in het Midden-Oosten, waar ik vaak kom. Het probleem is dat hij de verkeerde conclusie trekt uit de botsing met de Verenigde Staten. Verhofstadt dringt aan op de uitbouw van een Europees defensieapparaat, onder het motto: ‘als je de VS tegenspreekt, moet je militair wel wat voorstellen.’ Wij zijn het daar niet mee eens. Wat moet je met een Europees leger als je geen Europees buitenlandbeleid hebt?
Bovendien is militariseren een verkeerd antwoord op mondiale vraagstukken. De les van de Koude Oorlog is dat een bewapeningswedloop het failliet van een land kan betekenen, kijk maar naar de Sovjetunie. De VS laten hun defensiebudget stijgen van 265 miljard dollar in 1996 naar 440 miljard dollar tegen 2005! Dit gaat nefaste gevolgen hebben voor de Amerikaanse economie en de Amerikaanse burger. Het EU-defensiebudget (250 miljard euro) moet niet verder stijgen. Europa moet op zo’n goedkoop mogelijke manier een zo efficiënt mogelijke defensiemacht opbouwen.
We moeten ons niet laten verleiden tot een agenda van zogenaamde humanitaire interventies, een begrip dat al snel wordt misbruikt. In 1999 heeft men binnen de Navo een fel debat gevoerd over de rol en doelstellingen van de alliantie, dat werd gewonnen door de VS. Daardoor mogen Navolanden militaire interventies uitvoeren in niet-Navolanden, zonder dat die een daad van agressie hebben gepleegd. Frankrijk vond dat dan een VN-maandaat vereist is, de VS niet. Een interventionistische buitenlandpolitiek is vaak een façade voor het verdedigen van economische belangen.’
‘Een Europees tegenwicht tegen de VS moet van politieke aard zijn. Dat betekent het versterken van de internationale organisaties, de VN op kop. Het antwoord op mondiale problemen moet diplomatie en niet confrontatie zijn. De structurele oorzaken van conflicten moeten aangepakt worden door te werken aan ontwikkeling. Het uitgangspunt moet een ethische buitenlandpolitiek zijn, gebaseerd op internationaal recht. Dat betekent investeren in de VN. Als Europa het over dit uitgangspunt eens zou worden, zou dit veel respect opleveren en samenwerking met landen als Rusland en China, waardoor de VS geïsoleerd zouden raken.’
‘Er is een onverenigbaarheid tussen het lidmaatschap van de VN en dat van een club als de Navo, waar vaak vooral eigenbelang wordt nagestreefd, bijvoorbeeld wat betreft de olievoorraden. De volgende regering moet de politieke moed hebben om een debat te voeren over ons Navo-lidmaatschap. Dat klinkt misschien utopisch, maar er is hiervoor meer draagvlak dan enkele jaren geleden. Door Amerikaanse wapentransporten toe te staan, hebben we ons indirect toch laten meeslepen in een oorlog waar we tegen waren.’ (hvs)

Herman Van Rompuy: Globalisering moet democratischer


Holt de globalisering onze democratie uit? Kamerlid Herman Van Rompuy (CD&V): ‘Er spelen twee krachten. Enerzijds ligt de politieke macht meer dan ooit in de landen zelf. Om macht te krijgen, moet je verkozen worden door kiezers die, ondermeer door de mediatisering, steeds lokaler denken. Anderzijds heeft een politicus, eens hij die macht heeft, steeds minder vrijheidsgraden, vooral op economisch gebied. Dat kan tot ontgoocheling bij de kiezers leiden als de politici valse verwachtingen scheppen, iets wat we in het verleden allemaal gedaan hebben.’
Van Rompuy had, als voorzitter van de parlementaire werkgroep globalisering, veel tijd om over de kwestie na te denken. Die commissie stelde een rapport op dat ons land en zijn parlementaire democratie moet helpen om de globalisering te beheersen. ‘Dat kan enkel door naast een wereldeconomie ook vormen van globale democratische politiek te scheppen,’ aldus Van Rompuy.
Een van de vaststellingen van het rapport is alvast dat het parlement niet goed omspringt met de toenemende impact van internationale akkoorden en instellingen, en dat het riskeert gereduceerd te worden tot een uiterst passieve stemmachine van internationale akkoorden. Het rapport bevat een hele reeks aanbevelingen over hoe het beter kan. Zo zou er in het parlement een permanente globaliseringscommissie moeten worden opgericht. Die moet op geregelde tijdstippen informatie krijgen over het reilen en zeilen bij het Internationaal Muntfonds (IMF), de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De globaliseringscommissie zou ook met de betrokken ministers moeten overleggen vooraleer die naar belangrijke vergaderingen van die internationale organisaties vertrekken.
‘Ik geloof dat er voldoende sterke parlementariërs kunnen worden gevonden om in die commissie te zetelen, ook al is het niet electoraal lonend om met buitenland bezig te zijn’, meent Van Rompuy. Het rapport benadrukt sterk de nood aan een groter evenwicht tussen handel, tewerkstelling en milieu op globaal niveau. Zo mogen niet enkel handelsnormen met sancties afgedwongen worden, maar bijvoorbeeld ook milieunormen en arbeidsnormen. Daartoe moet de WTO op termijn geïntegreerd worden in de Verenigde Naties. Ook IMF en Wereldbank moeten veel dichter bij de VN komen te staan. Een Commissie voor Globaal Bestuur met vertegenwoordigers van de verschillende regio’s en sectoriële organisaties, zou het wereldbeleid moeten coördineren.
Naast aanpassingen die op korte termijn en binnen de huidige akkoorden gerealiseerd kunnen worden, bevat het rapport ook aanbevelingen die pas op langere termijn haalbaar zijn, binnen een andere, echt multilaterale, wereldorde. In die zin reikt het rapport een groeipad aan naar een globaal bestuur met democratische garanties. ‘Dit rapport staat dan ook haaks op het unilateralisme van de huidige Amerikaanse regering’, aldus Herman Van Rompuy. ‘Het past perfect bij het Europese verlangen naar multilateralisme.’ Van Rompuy hoopt dat er iets met de aanbevelingen gebeurt. ‘De eerste minister heeft er in elk geval positief op gereageerd. Ik denk dat het komend regeerakkoord een aantal elementen eruit kan overnemen.’ (jvd)

Begrip voor migratie in tijden van electoraal opbod


‘Esperanza’ zo heet de campagne over asiel en migratie, waarmee vijf ngo’s enkele weken geleden gestart zijn. Daartoe verspreiden ze maar liefst 670.000 exemplaren van een krant die basisinformatie bevat over het wat en waarom van migratie. 420.000 exemplaren worden via de kranten van de Persgroep (De Morgen, Het Laatste Nieuws) verspreid. De overige 250.000 verspreiden 11.11.11, Caritas Internationaal Hulpbetoon, Wereldsolidariteit, Vaka/Hand in hand, en het Overlegcentrum voor integratie van Vluchtelingen(OCIV) zelf. Wil de campagne de Vlaming beïnvloeden in zijn stemgedrag?
Pieter Degryse van OCIV: ‘Dat is niet de bedoeling. Het is eerder omgekeerd. In een verkiezingsperiode worden bij wijze van electoraal opbod de grootste cliché’s en simplismen verkocht over thema’s als migratie. Wij willen dat klimaat verzachten. We geloven niet dat we rechtstreeks het kiesgedrag kunnen beïnvloeden. Mensen die echt negatief staan tegenover vluchtelingen en migranten, zullen niet van mening veranderen door onze campagne. Onze doelgroep zijn de mensen die neutraal of positief staan tegenover migratie.’ Het campagnebudget bedraagt 50.000 euro. (jvd)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur