Liever een huidje te weinig

De 71-jarige Dora van der Groen is bekend als actrice en toneelregisseur, maar haar echte leven loopt nu over het achtvoudige pad van het boeddhisme. ‘Stel geen vragen waar geen antwoorden zijn’ en ‘als je niets zinvols te zeggen hebt, bewaar dan de edele stilte’. Wij zijn voor de komende drie uur gewaarschuwd door de Boeddha. Er is maar één probleem: Dora van der Groen leeft haast zonder boeken. Ze staan haar verwondering in de weg.
Boeken storen u?

‘Alles is in beweging. Ik leef verbonden met de ruimte. Boeken kunnen obstakels zijn als ze mij te vaak zeggen: ‘Het is zo en zo en zo’. Zij informeren vaak over ‘hoe het wel zal zijn’. Dat is voeding die van elders komt. Ze komt op mij af als een orkaan. Ze walst mij plat. Dan blijft er van mij niets meer over. Terwijl het van binnenuit moet komen. Ik heb al van alles meegemaakt in mijn leven. Een leven bestaat uit ontmoetingen. Niet alleen met mensen, maar met alles. Ik kijk naar je kopje koffie. Daar kan je al een heel toneelstuk uit distilleren. Want dat kopje komt van mijn grootmoeder. En daar gaan we dan. Dan gaat er een hele wereld open. Vanuit een detail ontstaat het bij mij. Anderen gaan zich enorm documenteren, veel lezen. Dora doet dat niet, die gaat uit van een detail, die vindt dat in één detail alles zit.’

U raadt uw leerlingen op de toneelschool af boeken te lezen?

‘Natuurlijk moeten zij de stukken, de verhalen, de schrijvers kennen. Als aanknopingspunten. Maar wat zijzelf doen, gebeurt door hun innerlijke en uiterlijke ruimte en met een immense verbeelding. De zoektocht zal voor elk van hen anders zijn. Ik zeg ze: ‘Leven is opstaan uit lijden’. Dat leerde ik van de Boeddha. Ik maak chaos in hen los, want ze zijn al zo lang geprogrammeerd. De verharding sloeg ook bij hen toe. Ze moeten met de helm op het hoofd door het verkeer. De televisie heeft hun verbeelding beknot. Ik verwek chaos, opdat ze zichzelf zouden kunnen herscheppen zoals ze echt zijn. Ik zeg hen: ‘Hang overal grote doeken pijn in je kamer of in jezelf. Ga in de grote universele pijn staan. En ga dan aan de slag! Je moet die niet noodzakelijk zelf hebben meegemaakt, maar je moet ze wel kunnen verbeelden. Je kan niet gevoelig zijn zonder pijn. Van mijn leerlingen vraag ik dat ze overgevoelig worden, een huidje te weinig hebben.’

Uw boekenkastje is inderdaad erg klein.

‘Natuurlijk heb ik wel boeken gelezen maar ik heb ze niet verzameld. Eens gelezen, geef ik ze weer door. Een roman is mij teveel story. Psychologische drama’s lees ik dagelijks in de ogen van mensen. De stijl waarin een roman geschreven is, kan mij wel fascineren. Ik las veel uit hoofde van mijn vak. Een boek moet mij aan het denken zetten. Mij informeren over het onbekende. Maar een liefste boek? Neen, dat is er niet bij.’

Toch staat hier ook ‘De waanzinnige veertiende eeuw’ van Barbara Tuchmann?

Zulke boeken worden mij al vlug te eng. Als ik Krishnamurti of de Boeddha heb gelezen, dan wordt het helder en hoef ik de rest niet meer te lezen. Bovendien vind ik in het boeddhisme ook geestige dingen. Neem nu dit ‘Geheim van de oorspronkelijke geest’. Zo grappig, al bevat het ook zoveel wijsheid. Het zijn zes lessen aan monniken in een klooster. De aanspreking van de wijze luidt: ‘Kaalgeschoren koppen’. Dan maakt hij hen tot op de grond af en na de laatste les fluistert hij hen toe: ‘En nu zal ik het geheim van de oorspronkelijke geest onthullen. Het geheim bestaat niet’. Meester Tsjeng maakte een dwaas rondedansje en vertrok. Magistraal toch?’

En Tuchmann…

‘Uit die story’s kan ik één woord of één zin nemen die mij het ál doet zien. Zo zit ik in mekaar, denk ik. Als vierhonderd mensen naar het toneel komen kijken, dan herkennen zij vanuit de verduisterde zaal zichzelf. Wat kan het hen schelen dat Medea haar kinderen vermoordt? Medea is een woord. Vijf letters. Een andere vrouw heet Melanie, ze heeft een dochter die van huis is weggelopen en weet niet waar ze is. Dat drijft haar tot wanhoop. Mensen komen naar theater om zichzelf te ontmoeten.’

Hier staat geen enkel boek over theater.

‘Ik leerde te leven zonder verhalen. Alles van het theater heb ik weggedaan. Ik leerde loslaten. Er is niets vast te houden. Dat haal ik uit ‘Wat de Boeddha onderwees’ van Walpola Ruhula. Die ken ik van buiten. De titel en de auteur bedoel ik. Daarin heb ik gelezen over het ‘ik’, over de mens als fysio-pyschologische machine. Dat je niet kan hebben, dat je dus moet leren loslaten. Zo groeien de woorden die ik deze dagen met een krijtje noteerde boven de haard: diepe eenvoud, loslaten, respect en aandacht. Dat heb ik ontdekt.’

En verder?

‘Foudraine. Jan Foudraine. ‘Oorspronkelijk gezicht’. Een relaas van zijn verblijf in de ashram van Puna. Dat boek kreeg ik van een vriendin, een wetenschapster. Zij vertelt mij geregeld de resultaten van haar zoekwerk. Ik ben in een zeer bevoorrechte positie want ik hoef niets te doen, ik moet niet studeren. Dankzij mijn vriendin las ik Foudraine. Daarna de Bhagwan. Langzaam. Eén bladzijde. En na een week nog een bladzijde. Ik liet die boeken op mij inwerken. Dan draafde er iemand aan met Krishnamurti. Vandaar kwam ik aanraking met de Dalaï Lama en zo met de Boeddha. En parallel daarmee met dingen zoals ‘De spiegel van de ziel’. Denkoefeningen. Fuga’s. Net als muziek.’

Hier staat ook Bernard Besret tussen die stukjes Oosterse wijsheid?

‘Dat heb ik nu net gelezen. Hij werd ooit als prior afgezet in zijn Franse abdij. In zijn klooster had hij een oefenruimte voor wereldgodsdiensten gecreeërd. Om de ideologieën te confronteren met het leven. Een prachtig idee dat bovendien wérkte. Besret leerde mij iets heel moois. Wacht, ik lees het je voor. ‘Wat niet kan bijdragen tot het ontwaken van het bewustzijn, draagt bij tot het inslapen ervan.’ Dit boek kwam, net als vele andere dingen, op mijn weg.

U vertrouwt op engeltjes?

’ Van Krishnamurti en de Boeddha leerde ik de alertheid, de waakzaamheid en het gevoelig worden. Zien wat je overkomt. Maar daarnaast heb ik ook wel oog voor de kleine goede dingen die mij overkomen. Wat mijn engeltjes allemaal niet doen! Ik heb bijna altijd een plaatsje om te parkeren. Ik heb nieuwe overgordijnen nodig, en iemand biedt me ze enkele dagen later zomaar aan. Als ik in de auto stap, kan ik mij verbeelden dat ze in een trosje bovenop mijn dak zitten. Ik ben dankbaar voor ieder moment van mijn leven. Ik heb er mij aan overgegeven. Als je loslaat, dan zie je dat alles gebeurt zoals het moet, dat het in orde is. Dan begin je op te merken wat je overkomt.’

Hoe schrijf ik dit op voor een werkloze vader van drie kinderen?

‘Wacht even! Die fysio-psychologische machine, die héb je nu, hé? Bij je geboorte kreeg je een pakket mee van mentale en fysieke mogelijkheden. Daarvoor draag je verantwoordelijkheid. De Boeddha gaf richtlijnen om die menselijke mogelijkheden tot bloei te brengen. Verantwoordelijk voor mijn denken, mijn voelen, mijn zijn. Voor mijn lichaam.’

Dat klinkt ongevoelig voor wat mensen kan overkomen.

‘Er zijn armen, er is onrecht. Ik wil rechtvaardigheid. Maar dan? Als ik een betoger zou zijn dan ging ik alle dagen de straat op. Maar ik ben eerder een toeschouwer, die wel eens strijder voor het goede doel wordt. Die wel eens slachtoffer wordt.’

Een overgevoelig en aandachtig toeschouwer?

‘Dat denk ik wel, ja. Ik denk maar: ik leef zo goed mogelijk voor de mensen die mij omringen. Ik doe dat volgens mijn mogelijkheden. Vorig jaar hield ik op met beeldhouwen. Niemand had er wat aan. Daardoor heb ik meer tijd voor mensen. Ik ging naar hen luisteren en probeer waar ik kan te helpen. Zo doe ik iets. Meer is dat niet. Meer is mijn leven niet. Ik heb heel veel vreugde in mijn leven (ontroerd) en van kindsbeen af, een diep dun verdriet. Dit verdriet ervaar ik als een vorm van mededogen. Onmacht. Onmacht om iets te kunnen doen, om dingen te kunnen veranderen.’

De kleine boekenkast die wij verlaten verdwijnt in het niet tegenover de altaarkast links van de haard. Fotootjes. Vader -cellist- en moeder. Zijzelf (‘Zie je hoe ik in de wereld kwam: hela, dat gaan we hier eventjes aanpakken hé!’). Zonen en vrienden en de Dalaï Lama. Beeldjes, bloemen, herinneringen, potjes met geurtjes van etherische olie.

‘Dit zegt veel meer over mij dan een boekenkast. Het is dankbaarheid. Een spiegel: waar sta ik vandaag? Dat heeft met dit alles te maken. En met die paar boeken die mij gemaakt hebben. Voor deze kast kan ik mij goed concentreren. Niet dat ik hier uren sta. Mijn zoon ging enkele dagen geleden op reis, hier wenste ik hem in gedachten een goede reis. Daar zie je de Boeddha van de absolute wijsheid en liefde. De Vatsherasatva. Is dat nu niet prachtig? ( als een gelukkig meisje) Oooh! Van mijn jongste zoon kreeg ik deze shinto-god. Deze is zo verstandig, hij heeft zo’n grote kop. Zie hoe hij lacht: ‘Waar jullie zich toch allemaal druk over maken!’ Dat helpt mij. Hij krijgt soms iets van mij, zoals dit papieren parapluutje van een ijsje dat ik at in ijssalon.’

En deze foto?

‘Mijn laatste rol op het toneel. Ik stapte in 1991 in de zware tragedie van Atreus en Thyestes over de scène als een kabouter. Atreus vermoordde de kinderen van Thyestes en gaf ze te eten aan zijn broer. In het begin tuimelen er furieën en geesten rond door de kosmos. Vervloekte goden uit het pantheon. Ik vroeg aan de decorateur en de klankontwerper om zoveel mogelijk chaos te scheppen. Flitslichten in de zaal, kleuren, rook. Het lukte. En dan ineens: een tuinkabouter, die doorgaans niets anders doet dan glimlachen in een tuin. Als een tegengewicht, om te relativeren, om mensen aan het denken te zetten en hen aan te porren alert te blijven. Met een liedje uit de kleuterschool wandelde ik over het podium zoals ik dacht dat een tuinkabouter deed. (ze speelt de tuinkabouter opnieuw) ‘s Nachts als de grote mensen slapen, rompie de pompie rom pom pom… (alweer als een gelukkig meisje) Was dat nu geen mooie afsluiting van een carrière -zoals dat heet- terug met de voeten op de grond?’

Tot mijn verwondering staat in deze ruimte ook een Heilig Hart-beeld?

‘Verwondert u dat? Het gaat nochtans om precies hetzelfde. Mijn shinto-god, Vatsherasatva en het Heilig Hart zijn geen concurrenten.’

Maar voor dit beeld ga je niet staan?

‘Jawel, als ik de planten die erbij staan water moet geven. Zag je al dat hij een zwart puntje op zijn neus heeft? Ik probeerde het er een beetje af te wrijven met speeksel, maar het lukt niet. Ik vind het ook niet echt mooi staan op die kast. Maar mijn zoon heeft dat daar neergezet, ik ga daar geen probleem van maken.’

Zo’n katholiek symbool stoort u niet?

‘Die man was geen katholiek!’

Het beeld roept bij mensen van uw generatie wel iets op?

(bitter) ‘Helaas wel. Schade door de school. Scháde. Onherstelbare schade. Dat kinderen de godsdienst van het katholicisme, van de angst, de zonde en de schuld werd opgelegd. Gaan biechten terwijl ik niet wist wat ik moest zeggen.’

De biechtstoelen zijn weg, de angst bleef.

‘Wij worden met paniek geboren. In de kou, in het licht geworpen. Je begint te krijsen want je wordt vastgenomen, je krijgt kleedjes aan. En dat blijft maar duren. Angst. Angst. Fundamentele angst.’

En daar had de godsdienst van uw kindertijd geen antwoord op?

‘Ieder zoekt op zijn manier. Maar ik heb wel gezien dat de ‘godsdiensten van het boek’ elkaar bekampen. Er zijn zoveel rituelen. Die zijn niet nodig. Mij gaat het om een levensstijl. Als sommige mensen van rituelen houden of wanneer hen dat helpt zich te concentreren, of ze vinden daar vreugde in, dan is dat hun manier en heb ik daar respect voor. Als ik zeker zou weten dat een kerk het huis van God is, dat ik bij de communie het lichaam van God ontvang, zo leerde je dat als kind, dan zou ik het niet durven, ik zou niet durven binnengaan. Ik zou hoogstens de deur opendoen en op de drempel op mijn knieën gaan zitten. Mocht ik een katholiek zijn, dan zou ik daar als verlamd staan, zo geweldig zou ik dat vinden.’

Op school liet men u toch de bijbel lezen?

‘Ik heb eens naar getuigen van Jehova aan mijn deur geluisterd. Die zeggen: zo is het, zo staat het vast. Zo staat het in de bijbel. Daar hou ik niet zo van. Ik begrijp niet dat mensen kunnen zeggen ‘hoe het is’. Ik wil zelf mogen nadenken. Ik wil geen God of dogma’s. Wel moeten wij opnieuw religieus worden. De grote lijnen verbinden. (zij tekent een wijde boog in de lucht die ze volgt met haar ogen) De grote lijnen, de bogen van onmogelijkheid verbinden. En die af en toe strelen en dan loslaten. Maar voor het overige houdt ik aan wat Bertold Brecht ooit schreef: ‘Ik vergeet steeds mijn meningen en ik vertik het om mijn meningen van buiten te leren.’ Een wijze uitspraak. Anders houdt het op, dan ben je dood. Dat is het enige wat ik heb gevonden: dat alles in beweging is.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift