Lobbyisten in Brussel

De Europese Unie zorgt voor een steeds groter deel van de wetten en regels die ons leven regeren. Invloed uitoefenen op het beslissingsproces in “Brussel” is dan ook een must voor bedrijven, overheden en civiele organisaties. Het gebrek aan regels voor lobbyisten maakt echter dat het volkomen onduidelijk is welke machten er aan het werk zijn en welke belangen er gediend worden.

Lees ook het kaderstuk ‘Chemie in het Europees Parlement’
Veel tekst en één foto, op een advertentie in de eurocratenkrant European Voice. Op die foto: een uitgemergeld Afrikaans kind. De advertentie werd in oktober geplaatst door CEFIC, de Europese koepelorganisatie van chemische bedrijven, en de tekst  is op z’n zachtst uitgedrukt controversieel.
CEFIC waarschuwt namelijk voor de gevaren van een nieuwe Europese richtlijn die het gebruik van chemische stoffen aan banden zou leggen en staaft zijn gelijk aan de hand van DDT, een pesticide dat eind jaren zeventig verboden werd omdat het kankerverwekkend is. Want indien het gebruik van het uiterst gevaarlijke DDT nu nog gecontroleerd werd toegelaten, zou Afrika allang verlost zijn van de dodelijke malariamug –beweert CEFIC. Welkom in de wereld van de Europese beleidsbeïnvloeding.
De advertentie leverde CEFIC begin december alvast een nominatie op voor de Worst EU Lobby Award, een initiatief van Corporate Europe Observatory, Friends of the Earth Europe, LobbyControl en Spinwatch.
Eerder pakte de milieuorganisatie Greenpeace uit met een grote affiche waarop Commissievoorzitter José Manuel Barroso en Günther Verheugen, Europees Commissaris voor Industrie, een pasgeboren baby volgieten met chemicaliën. Inspelen op emoties? Ongetwijfeld. Smakeloos? Voor sommigen evenzeer.
Beide voorbeelden komen uit het gevecht rond REACH (Registratie, Evaluatie en Autorisatie Chemische Stoffen,) een Europese verordening die de productie, de invoer en het gebruik van chemische stoffen op een uniforme manier voor de hele EU regelt.  
‘REACH zorgde voor een zeer emotioneel debat en dat leidde zowel bij de chemische industrie als bij de milieuorganisaties tot bepaalde uitvergrotingen’, zegt Franco Bisegna van CEFIC bijna verontschuldigend. De organisatie stelt zo’n 140 mensen tewerk en is daarmee de best bemande Europese koepel in Brussel.
‘Hoewel het nergens officieel bevestigd is, staat REACH algemeen bekend als het meest belobbyde EU dossier ooit’, zegt Hendrik Vos, professor EU studies aan de Universiteit Gent. ‘Zelden werden zoveel middelen ingezet om een voorstel van de Europese Commissie in een bepaalde richting te laten evolueren. Maar wat REACH bijzonder maakt, is dat de chemische lobby tegenover bijzonder goed georganiseerde milieuorganisaties kwam te staan.’
Het tijdperk dat lobbyen een zaak was van kapitalisten onder elkaar in een ondoordringbaar old-boys-netwerk lijkt dan ook voorbij.
‘Lobbyen is tegenwoordig een zeer professionele bezigheid’, zegt Hendrik Vos. ‘Dat lobbyen in Brussel alleen door duistere machten met een geheime agenda gebeurt, is een hardnekkige mythe. Europa is een belangrijke wetgever en niet alleen bedrijven en werkgeversorganisaties zijn zich daarvan bewust. Ook vakbonden, consumentenorganisaties, milieubewegingen, regionale en lokale overheden weten ondertussen waar ze moeten zijn om hun belangen te verdedigen. Het budget van Greenpeace om de EU te belobbyen is bijvoorbeeld veel groter dan de jaaromzet van de gemiddelde Vlaamse KMO.’

In de wandelgangen


Rinus Van Schendelen, lobbydeskundige en hoogleraar aan de Universiteit van Rotterdam noemt het lobbygebeuren in zijn boek Machiavelli in Brussel een vrije markt van ideeën. Één lobbyist is gevaarlijk voor de democratie, duizenden een zege, luidt zijn bekende boutade.
Ook Thomas Tindemans, professioneel lobbyist bij het internationale advocatenkantoor White & Case is het daarmee eens. ‘Door haar complexiteit beschikt de Europese Unie over heel wat checks and balances. Je moet al heel straf zijn om het Europese besluitvormingsproces naar je hand te zetten. Want je moet de Europese Commissie, het Parlement én 27 lidstaten achter jouw zaak krijgen. Dat is niet zo simpel.’
Europarlementsleden en ambtenaren van de Commissie worden dagelijks overstelpt met telefoons, e-mails en brieven van organisaties die hun belangen willen verdedigen. Voor hen is het de normaalste zaak van de wereld.
‘Het is belangrijk dat parlementsleden geen wetten maken vanuit een ivoren toren’, zegt Bart Staes, europarlementslid voor de Groenen/Europese Vrije Alliantie. ‘Je kan veel leren van lobbyisten. Vaak behandelen wij technische dossiers en dan ben ik blij wanneer iemand uit een bepaalde industrietak mij uitleg komt geven. Maar het is de taak van een parlementslid om alle stemmen uit het debat aan het woord te laten en pas dan een beslissing te nemen.’

Huurlingen


Met zo’n 15.000 zouden ze zijn, de huurlingen die hun brood verdienen met het beïnvloeden van de Europese besluitvorming. ‘Niemand lijkt te weten waar dat cijfer vandaan komt, maar iedereen neemt het graag over’, zegt Hendrik Vos.
Wereldwijd zou Brussel daarmee de tweede plaats bekleden na Washington. ‘De Europese lobbywereld is ook vergelijkbaar met die in Washington’, zegt Erik Wesselius van lobbywaakhond Corporate Europe Observatory. ‘Met dat verschil dat een lobbyist in Washington een register moet ondertekenen waarin staat voor wie hij werkt. In de EU zijn lobbyisten daar niet toe verplicht. Het recente corruptieschandaal rond de Amerikaanse superlobbyist Abramoff toont dat zo’n register de belangenvermenging niet uit de wereld helpt, maar je schept tenminste de mogelijkheid om controle uit te oefenen.’

Transparantie


In het Europees Parlement valt het met de transparantie nog mee. Rond de vijfduizend lobbyisten zijn er geaccrediteerd. Ze beschikken over een pasje waarmee ze het parlement gemakkelijk in en uit kunnen en hun naam en firma of organisatie zijn op internet te raadplegen.
De besluitvorming in het parlement is openbaar: de zittingen zijn toegankelijk voor het publiek en de teksten waarover gestemd moeten worden, zijn voor iedereen beschikbaar.
Natuurlijk wordt er ook in de wandelgangen en achter gesloten deuren vergaderd. Wat zich daar afspeelt tussen lobbyisten en Europarlementsleden is veel minder transparant.
Europarlementslid Bart Staes: ‘Zeggen dat die contacten gepaard gaan met corruptie is wat overdreven, maar dat er hier en daar etentjes betaald worden, zal niemand ontkennen. Het is natuurlijk aan het parlementslid om te bepalen in hoeverre dat zijn stemgedrag beïnvloedt.’
Wat er achter de schermen van de andere Europese instellingen gebeurt, is veel minder duidelijk. ‘De vergaderingen van de Raad zijn niet openbaar. Ook wij moeten soms rekenen op gelekte documenten om te weten wat er zich in de coulissen afspeelt, zegt Bart Staes. ‘En hoe de ambtenaren van de Commissie tot een ontwerptekst komen, is ook niet altijd geweten.’

Business as usual


Zeven op de tien lobbyisten zouden rechtstreeks of onrechtstreeks voor het bedrijfsleven werken. De overige dertig procent wordt ingevuld door vertegenwoordigers van steden of Europese regio’s en ngo’s. Allen hebben ze hetzelfde doel voor ogen: zo dicht mogelijk bij het centrum van de Europese macht geraken. Helaas strijden niet alle partijen met gelijke wapens.
‘Een lobbyist moet in de eerste plaats geloofwaardig zijn’, zegt lobbyist Thomas Tindemans. ‘Je argumenten moeten goed onderbouwd zijn en in het debat passen. Door de informatie die de lobbyist aanreikt moet een parlementslid uiteindelijk zijn werk beter kunnen doen. Een lobbyist reikt in de eerste plaats een oplossing aan, niet voor hemzelf of zijn cliënt, wel voor de wetgever. Hij moet er dus in slagen om zijn individueel belang als algemeen belang te verkopen.’
Het Brussels kantoor van White & Case is gespecialiseerd in Europees recht en stelt een veertigtal beroepslobbyisten tewerk. Het kantoor vraagt al snel 10.000 euro per maand voor een normale wetgevingsprocedure met economisch belang.
Uiteraard kan niet iedereen dergelijke bedragen op tafel leggen. ‘Bepaalde groepen zijn nu eenmaal in het voordeel’, stelt Hendrik Vos.
‘Die voordelen zijn niet alleen van financiële aard. Groepen die lobbyen rond concrete kortetermijnbelangen, met zeer precieze kosten en baten zijn veel sneller te mobiliseren dan groepen die meer diffuse belangen verdedigen. Zo zal de auto-industrie zeer snel de extra kosten van een nieuwe katalysator-richtlijn kunnen berekenen, terwijl het voor een milieuorganisatie niet zo evident is om de opwarming van de aarde aan te tonen, tenzij je plots een publiek bewustzijn krijgt zoals met de film van Al Gore.’
De kennis die milieuorganisaties in huis hebben wordt overigens wel algemeen erkend en ze hebben hun imago mee.

Groenboek Commissie


In mei lanceerde Siim Kallas, vice-voorzitter van de Europese Commissie, een groenboek om striktere regels op te leggen aan lobbyisten.
Lobbywaakhonden zoals Corporate Europe Observatory, Alter EU en LobbyWatch staan daarbij lijnrecht tegenover EPACA en SEAP, twee belangenorganisaties van beroepslobbyisten die voorstander zijn van zelfregulering voor de sector, al beschikken over een eigen gedragscode en niet al te veel externe controle ambiëren.
De concurrentie tussen ngo’s en bedrijfslobby’s is niet eerlijk, stelt Erik Wesselius van CEO.
‘De bedrijfslobby’s zijn duidelijk in de meerderheid. En als een privébedrijf lobbyt, gaat het om een investering die geld oplevert, zelfs al kost een lobbyist vijfhonderd euro per uur. Voor een ngo geldt dat niet. Ngo’s kunnen veel minder rekenen op netwerken in de lidstaten of op bestaande internationale structuren. Multinationals hebben die traditie wel. Voor Commissie- en parlementsleden is het ook niet altijd duidelijk met wie ze te maken hebben. Je kan in het register van het EP misschien wel de namen en firma’s van de lobbyisten zien, maar als het om advocaten of consultancybedrijven gaat, heb je er nog altijd het raden naar voor welke klanten ze precies lobbyen.’
Zelf lobbyt Wesselius in Brussel bijgevolg voor meer transparantie. ‘Het publiek heeft het recht te weten wie wanneer bij welke overheid lobbyt en hoeveel geld daarmee gepaard gaat.’

Chemie in het Europees Parlement

Tot 2001 was de Europese wetgeving rond chemische stoffen een samenraapsel van nationale regelgevingen die het overgrote deel van de chemische stoffen ongemoeid lieten.

‘In het oude systeem moesten de autoriteiten bewijzen dat er een probleem was met een chemische stof. De nieuwe regelgeving REACH keert de bewijslast om en legt hem bij de bedrijven. Zij moeten kunnen aantonen dat hun chemicaliën geen gevaar vormen voor het milieu en de volksgezondheid’, lichtte Margot Wallström, toenmalig EU Commissaris voor milieu destijds het witboek van de Commissie toe.

‘Het eerste voorstel van de Commissie was een ware nachtmerrie voor de industrie’, zegt Franco Bisegna van CEFIC.

‘Wij stonden van in het begin achter de filosofie van REACH, maar voor ons was het belangrijk dat het voor de bedrijven ook toepasbaar moest zijn.’

Niet waar, zegt Nadya Haiama, EU Policy Director on Chemicals bij Greenpeace en geaccrediteerd lobbyiste bij het Europees Parlement. ‘De chemiesector wou REACH van in het begin opblazen. Ze gaven veel geld uit aan impactstudies die moesten aantonen dat REACH tot ondraagbare kosten en immense werkloosheid zou leiden. Pas toen duidelijk werd dat REACH er in de een of andere vorm toch zou komen, is de industrie zich toegeeflijker gaan opstellen.’

De campagne tegen REACH was een van de meest agressieve campagnes die de Europese Unie ooit meemaakte’, volgens Inger Schröling, europarlementslid bij de Groenen/Europese Vrije Alliantie.

Maar ook de milieulobby liet zich niet onbetuigd. Nadya Haiama: ‘Naar aanleiding van REACH hebben we een ad hoc coalitie opgezet met WWF, Friends of The Earth Europe en andere milieuorganisaties.

Ook de Europese consumentenorganisatie en verschillende vakbonden werden zeer nauw betrokken. Onze sterkte was dat wij aan hetzelfde zeel trokken.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift