Lof voor Nederland en België in strijd tegen mensenhandel

Wie zijn fortuin maakt met mensenhandel, liep in 2005 meer kans dan vroeger om tegen de lamp te lopen. Het aantal veroordelingen is in dat jaar sterk gestegen, zo zegt het jaarrapport mensenhandel van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het Belgische en Nederlandse gerecht oogsten lof voor hun hardere aanpak van het fenomeen.
In 2005 werden wereldwijd bijna 5000 mensensmokkelaars veroordeeld, becijferde het jaarrapport mensenhandel van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat is een scherpe stijging in vergelijking met 2004, toen zo’n 3000 handelaren veroordeeld werden. 41 landen, waaronder België, stemden in met wetten die zwaardere straffen voorzien.

Tot daar het goede nieuws. In 32 landen is het aantal slachtoffers van mensenhandel erg hoog of neemt het significant toe. Dat is onder meer zo in Brazilië, China, Egypte, India, Indonesië, Mexico, Rusland, Zuid-Afrika en - opmerkelijk - Israël. Die landen staan op de zogenaamde Watch List van landen waar de mensenhandel sterk in de lift zit.

Jaarlijks worden bijna 800.000 mensen over internationale grenzen gesmokkeld. Mensensmokkelaars verdienen er jaarlijks bijna 10 miljard dollar mee. Ongeveer zeven op tien slachtoffers zijn vrouwen die verhandeld worden voor seksuele doeleinden.

Het jaarrapport mensenhandel van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken biedt een panoramische blik op het probleem. Dat ministerie is wettelijk verplicht om te rapporteren over landen die oorsprong, draaischijf of bestemming zijn voor mensenhandel. Het vereenvoudigde resultaat van die oefening is een rangsschikking met vier klassen.

België en Nederland, twee topbestemmingen voor mensenhandelaars, krijgen over het algemeen goede punten voor hun strijd tegen de mensenhandel.

“België heeft in 2005 lovenswaardige inspanningen geleverd. De wetgeving tegen mensenhandel is versterkt, beantwoordt aan de internationale standaarden en verbiedt sekstoerisme”, stelt het rapport. Het Belgische gerecht krijgt lof voor de veroordeling van een Belgische sekstoerist die in Thailand meer dan tientallen kinderen misbruikte (een primeur) en voor 276 vervolgingen voor mensenhandel. Maar het blijft onduidelijk hoeveel vervolgingen dat opleverde.

In Nederland werden 253 mensenhandelaars vervolgd in 2004, en dat leidde tot 136 veroordelingen - een significante stijging. De Nederlandse regering krijgt een pluim voor “het leiderschap, de capaciteitsopbouw en de financiering” van de hulp aan slachtoffers via overheidsdiensten en ngo’s.

Volgens het rapport is er ook nog veel ruimte voor verbetering. België moet meer aandacht besteden aan de reïntegratie van slachtoffers, de overheid moet het aantal veroordelingen beter kwantificeren en er moet een campagne komen die klanten van prostituees wijst op de link tussen prostitutie en mensenhandel.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken geeft Nederland wel opnieuw een standje omwille van de legalisering van prostitutie. “Dit kan geen legitieme vorm van arbeid worden.” Om dezelfde reden krijgt ook Duitsland ervan langs. De Duitse overheid krijgt goede punten voor de maatregelen tegen de mensenhandel, maar de medewerkers van Buitenlandminister Condoleezza Rice vinden het ongeoorloofd dat prostitutie gelegaliseerd is. Volgens het rapport zal dat bijdragen tot “een stijging van de seksuele uitbuiting tijdens de het WK-voetbal”. Het jaarrapport is ontstaan uit een coalitie van traditionele mensenrechtengroepen en actiegroepen uit de hoek van Christelijk Rechts.

De slechte punten zijn klein bier in vergelijking met de zware cijfers waarmee landen als Zimbabwe, Cuba en Venezuela gekapitteld worden. Die behoren tot een groep van 12 landen die bijna niets ondernemen tegen de mensenhandel. De meeste van die landen behoren tot de ‘usual suspects’ van het Amerikaanse buitenlandbeleid: Birma, Iran, Cuba, Noord-Korea, Syrië, Soedan, Venezuela en Zimbabwe. Reden waarom de ambassade van Venezuela het rapport afdeed als “politiek gemotiveerd”. Ook Saudi-Arabië, Oezbekistan, Laos en Belize staan op de lijst.

De Verenigde Staten zelf krijgen volgens critici te weinig slechte punten in het overheidsrapport. In het rapport staat weinig over het misbruik dat Amerikaanse bedrijven maken van goedkope arbeidskrachten in Irak. “De militaire bases in Irak zijn afhankelijk van tienduizenden goedkope arbeidskrachten uit Azië - velen daarvan zijn het slachtoffer van mensenhandel en worden gedwongen tot werkweken van honderd uur”, zegt Pratap Chatterjee, de directeur van de ngo CorpWatch en de auteur van het boek “Iraq Inc”.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift