Lula trommelt oude getrouwen op

In het zog van de nieuwe Braziliaanse
president Luiz Inácio Lula da Silva trekt straks een heel regiment
oudgedienden uit de Braziliaanse Arbeiderspartij naar Brasilia om daar op 1
januari allerlei bestuursfuncties op te nemen. Paradoxaal genoeg zullen die
oude getrouwen in veel opzichten een frisse nieuwe wind door het
Braziliaanse bestel doen waaien.


Veel Braziliaanse politici hebben een bijzonder vaag ideologisch profiel en
verwisselen van partij als van overhemd. Meer dan een derde van de
volksvertegenwoordigers die in 1998 verkozen werden, is intussen al van
partij veranderd.

Maar in de Braziliaanse Arbeiderspartij (PT) is overloperij zeldzaam. Veel
huidige medestanders van Lula waren er al bij toen de PT in 1980 werd
opgericht. Terwijl mandatarissen van andere partijen de roep van het geld
volgen, staan PT-politici die verkozen worden of een bestuursmandaat
krijgen, een deel van hun salaris af aan de partij. Veel PT-leiders zijn
politici met principes voor wie partijtrouw boven persoonlijk gewin gaat.

De volksvertegenwoordiger José Dirceu de Oliveira e Silva, de voorzitter van
de PT en straks misschien de politieke coördinator van de regering-Lula,
vormt een goed voorbeeld van die in Brazilië eerder zeldzame soort politici.
Lula grapt dat de PT in haar beginjaren wel iets van een bende struikrovers
had - de meeste stichters hadden tijdens de dictatuur (van 1965 tot 1985)
wel enige tijd achter de tralies doorgebracht omwille van hun politiek
overtuigingen. Lula zelf zat in 1980, het oprichtingjaar van de partij, een
maand in de gevangenis omdat hij een staking van metaalarbeiders had geleid.
Dirceu, de leider van de studentenopstanden in Sao Paulo van 1968, verdween
dat jaar in de cel en kwam pas in september 1969 vrij in ruil voor de door
linkse rebellen ontvoerde Amerikaanse ambassadeur Charles Elbrick. Dirceu
kwam in Mexico terecht en reisde later naar Cuba, waar hij zich aansloot bij
een groep guerrillastrijders. Die werd gedecimeerd toen de strijders naar
Brazilië terugkeerden, maar Dirceu overleefde en bleef ondergedoken tot hij
in 1979 kon genieten van een amnestieregeling die door de laatste
Braziliaanse dictator, generaal Joao Figueiredo werd afgekondigd.

José Genoino is een andere overlevende van de gewapende strijd tegen de
Braziliaanse dictatuur die nu eindelijk bij de macht is aanbeland. Door de
analisten wordt hij als een van de meest bekwame Braziliaanse
parlementsleden beschouwd, wat niet kon beletten dat hij zondag het
onderspit moest delven in de tweede ronde van de verkiezingen voor het
gouverneurschap van de staat Sao Paulo. Genoino, die in het bestuur van de
PT zetelt, zet zich vooral in voor de consolidering van de democratie en
spreekt een gematigde taal. Ondanks zijn verleden als guerrillero wordt hij
door de militairen geaccepteerd als gesprekspartner. Dat heeft blijkbaar
zoveel indruk gemaakt, dat hij nu genoemd wordt als minister van Defensie in
de nieuwe regering.

De Arbeiderspartij heeft nog nooit deel uitgemaakt van een federale regering
in Brazilië, maar over een gebrek aan politieke ervaring heeft de partij
niet te klagen. Een sterke figuur is bijvoorbeeld Cristovam Buarque, de
voormalige gouverneur van Brasilia die zondag verkozen werd voor de
Braziliaanse senaat, en naar verluidt kans maakt op de portefeuille van
Onderwijs. Verscheidene andere medestanders van Lula zijn vakbondsmensen die
politieke ervaring hebben opgedaan in het parlement. Onder hen Luiz Dulci,
de voormalige voorzitter van de Lerarenvakbond van de deelstaat Minas Gerais
en Luiz Gushiken die aan het hoofd stond van de Bankenvakbond van Sao Paulo.

Dirceu heeft wel al aangekondigd dat de regering-Lula niet vol PT-pionnen
wordt gestoken. Zelfs de economische en sociale portefeuilles kunnen volgens
hem in principe naar figuren buiten de partij gaan. De financiële crisis
waarmee Brazilië worstelt, was voor Lula een reden om zich met goede
economen te omringen. Als directe raadgever heeft hij voor Guido Mantega
gekozen, een professor van de Stichting Getulio Vargas in Sao Paulo. Dat is
een gerespecteerde onderwijs- en onderzoeksinstelling. Maar Aloizio
Mercadante, één van de belangrijkste economen van de PT, wordt wel een nog
grotere kanshebber geacht op één van de sleutelfuncties in het nieuwe
kabinet. Mercadante haalde met 10,5 miljoen voorkeurstemmen al een zitje in
de senaat van Sao Paulo binnen, het grootste stemmenaantal dat een
Braziliaanse parlementslid ooit deed optekenen.

Vreemd genoeg was het een niet-econoom die er de voorbije dagen in slaagde
de de financiële markt te sussen. Dat was de arts Antonio Palocci, een
PT-politicus die de uitwerking van het regeringsplan van Lula coördineerde.
In de jaren 90 was Palocci burgemeester van Ribeirao Preto, een van de grote
steden in de deelstaat Sao Paulo. Terwijl de achterban van de PT stormliep
tegen het privatiseringsbeleid van de federale regering, verkocht Palocci in
zijn stad doodgemoedereerd de bedrijven die te zwaar wogen op de
stadsbegroting.

Lula heeft veel mensen uit Sao Paulo om zich verzameld. Maar in dat
PT-bastion lopen ook enkele van zijn grootste concurrenten rond. Martha
Suplicy, de burgemeester van Sao Paulo, maakt er geen geheim van dat ze in
de toekomst wil doorstoten naar het presidentschap. De PT heeft nog wel meer
sterke vrouwen in haar rangen. Het is dan ook de meest ‘feministische’
partij van Brazilië. De PT voerde al in 1991 een vrouwenquotum voor haar
bestuur in, en telt 19 vrouwelijke parlementsleden op een totaal van 105
verkozenen in het federale parlement.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift