Mae-Wan Ho: er bestaat geen eenzame schepper

Mae-Wan Ho komt gebloemd en gezonnebrild de kamer binnen. Vierde verdieping, hartje Londen, druk druk druk. Wie geboren en opgegroeid is in Hongkong, en leeft in Londen, weet wat grootstedelijke stress is. Tijdens het gesprek verdwijnt die drukte uit haar wezen en verschijnt er een feestelijke opstandigheid. Ze is pas terug uit Schotland en heeft er genoten van de lokale strijd tegen genetische manipulatie. ‘Grootmoeders en landbouwers, kinderen en leraressen: iedereen vindt elkaar terug in een nieuwe soort gemeenschap’, zegt ze. ‘Een nieuwe burgerrechtenbeweging krijgt vorm.’
Mae-Wan Ho heeft diploma’s biologie en scheikunde, en studeerde genetica en biofysica. Ze doceerde al deze disciplines, maar de academische overheid zette haar onlangs onder druk om op vervroegd pensioen te gaan, vanwege haar engagement in het debat over genetische manipulatie. ‘Onafhankelijke wetenschappers zijn een bedreigde soort’, lacht ze. Zelf definieert ze wetenschap als ‘een systeem van concepten en methodes om betrouwbare kennis te verkrijgen over de natuur, zodat we op een duurzame manier met haar kunnen leven’.

Dat lijkt me een definitie die net zo goed gebruikt kan worden om inheemse kennis te omschrijven.

‘Dat is ook uitdrukkelijk zo bedoeld. Er zijn namelijk verschillende manieren om kennis te verwerven, en als je ziet hoe duurzaam inheemse volkeren omgaan met hun omgeving, dan moet je vaststellen dat hun natuurwetenschap erg betrouwbaar is. Westerse wetenschappers hebben die inheemse kennis lang verworpen of genegeerd, omdat ze niet door de rituele en religieuze lagen geraakten die errond gelegd waren. Het gevolg was dat de morele kern en de fundamentele inzichten aan het wetenschappelijke oog onttrokken werden. In Bolivia slaagde men erin om gewassen te telen op grote hoogte, door het klimaat te temperen met een systeem van grachten en kanalen. Dat is praktische technologie en verifieerbare wetenschap, toch? De grondgedachte achter het inheemse denken is dat er een samenhang bestaat tussen mensen en de krachten in hun omgeving. De traditionele westerse wetenschap verwerpt dat idee, ik verdedig het. Het leven is een organisme en door het op te delen in steeds kleinere stukjes, vermink je het. In wezen is dat ook de stelling van de quantumfysica en de thermodynamica. De wetenschap van de negentiende eeuw geloofde dat je de wereld kon demonteren en dat elk stukje afzonderlijk te kennen en te wijzigen was. De wetenschap van de eenentwintigste eeuw keert terug tot de vaststelling dat het kleinste deeltje toch nog verweven is met het geheel. Het probleem is dat de industrie en de universiteiten blijven werken op basis van de oude, reductionistische dogma’s.’

De aanpak levert wel efficiënte producten af. Genetisch gemanipuleerde gewassen doen toch precies wat de ingenieurs willen dat ze doen?

‘Neen, ze werken niet zoals bedoeld en beweerd wordt. Het probleem is dat er nauwelijks wetenschappelijke studies bestaan over het gedrag van die genetisch gemanipuleerde organismen (GGO’s). Recent onderzoek toont aan dat GGO’s niet stabiel, niet productief en niet duurzaam zijn. Er zijn geen bewijzen dat genetische manipulatie veilig is, maar de bedrijven zijn er wel van overtuigd dat de technologie enorm winstgevend kan zijn. Dat volstaat blijkbaar.’

U bent het daarmee niet eens.

‘De wetenschap moet drie absolute ethische principes hanteren: eerbeid voor alle leven, medelijden en ahimsa of geweldloosheid. In werkelijkheid zien we echter dat geen enkele van deze principes standhoudt tegen het geweld van de globalisering. Het verzet van de antiglobaliseringsbeweging lijkt vaag en onbepaald, maar is in feite geïnspireerd door het aanvoelen dat deze fundamentele uitgangspunten geschonden worden. Heel wat mensen kiezen bijvoorbeeld voor biologische voeding, niet alleen omdat ze geen chemicaliën gebruikt, maar ook omdat de biologische landbouw zorg draagt voor dieren en planten. Het is een medelijdend alternatief voor de gewelddadigheid van de industriële landbouw. Je voelt je veel beter bij het eten van voedsel dat met liefde geteeld werd.’

De wetenschap herleidt de natuur tot manipuleerbare deeltjes. Heeft dat iets te maken met de economie die alles tot koopwaar herleidt?

‘Ze delen in elk geval een aantal karakteristieken, bijvoorbeeld het feit dat zowel in de wetenschap als in de economie het aspect relatie uit de woordenschat geschrapt werd. Alles wordt een investering. Schilderijen, moederschap, organen, het leven zelf, ALLES wordt te koop aangeboden. Het verzet tegen die gang van zaken noem ik de “organische revolutie”, een opstand die niet begrepen wordt door mijn vrienden marxisten of socialisten, omdat zij de fundamentele beweegredenen in hun oude schema’s niet kunnen inpassen. De politiek van de antiglobalisering vertrekt van gevoelens en intuïties, en dat kan oud-links niet plaatsen. Het heeft gewoon geen zin om het huidige verzet in de categorieën van de oude klassenstrijd te forceren.’

De protesten in Seattle en Genua zijn wél een uiting van verzet tegen het wereldwijde kapitalisme.

‘Mensen zijn tegen corporate capitalism, maar niet noodzakelijk tegen privé-ondernemingen. Bioboeren, bijvoorbeeld, zijn ondernemers, maar dat soort verantwoord ondernemerschap wordt door het huidige kapitalisme onmogelijk gemaakt. Zowel het doelwit van de acties als de beweging zelf moeten bekeken worden vanuit nieuwe denkschema’s. De antiglobaliseringsbeweging kun je vergelijken met een vlucht vogels in de lucht. Nu eens vliegt de ene vooraan, dan weer geeft een andere de wendig aan. De media slagen er niet in iets zinnigs te zeggen over deze beweging, omdat ze dat essentiële aspect ervan niet begrijpen. Er is geen voorhoede, geen leider, geen woordvoerder, geen eenduidige strategie. Er is alleen maar een pluriforme beweging die haar kracht put uit haar diversiteit en flexibiliteit.’

Wat is het fundamentele verschil tussen landbouwers die hun gewassen aanpassen en verbeteren op het veld, en wetenschappers die hetzelfde doen in hun laboratoria?

‘De landbouwers werken in een wederkerige relatie met de natuur, een relatie die enkel mogelijk is als ze op respect gebaseerd wordt. Het gaat er dus niet om de natuur ongemoeid te laten. Mensen zijn aandachtige en actieve deelnemers in het geheel van de natuur, en kunnen leven met hun omgeving in een relatie die op wederkerigheid gebaseerd is. Genetische manipulatie is een echter vorm van geweld, je kunt het zelfs verkrachting noemen. We hebben de oorlog verklaard aan de natuur en beseffen niet dat we onszelf schaden. Kijk maar naar het blinde bestrijden van microben: we worden nu zelf bedreigd door een toenemende resistentie van allerlei bacteriën tegen antibiotica. Het alternatief voor deze militaire biologie, is een benadering die met deze micro-organismen vreedzaam probeert samen te leven.’

U ziet de mens als mede-schepper, als actieve deelnemer in het proces van de schepping. Is er in die benadering ook plaats voor een Schepper?

‘Ik geloof niet in een bovennatuurlijke, eenzame Schepper. Schepping is creativiteit, is een voortdurend gebeuren, waarbij alles en iedereen betrokken is. Wij zijn de scheppers van onze eigen keuzen en toekomst. We kunnen ervoor kiezen géén ruimteschild te bouwen, we kunnen ervoor kiezen Bagdad niet meer te bombarderen, we kunnen ervoor kiezen om alle landbouw op een biologische en duurzame manier te organiseren. Ik heb een probleem met georganiseerde religies. Mensen krijgen voortdurend de boodschap dat ze goed moeten zijn, maar tegelijk vertelt hun godsdienst hen dat ze geboren zijn met een erfzonde waardoor ze het kwade willen, én vertelt de wetenschap dat mensen handelen uit zelfzuchtige motieven en dat ze dus functioneren op basis van strijd en concurrentie. Als je vertrekt van de organische samenhang van alles in de schepping, dan besef je dat goed doen voor de andere ook positief is voor jezelf. Dan besef je dat duurzaam en respectvol omgaan met de wereld ook voordelig is voor jou. Dan wordt ook duidelijk dat er in kennis geen eenrichtingsverkeer mogelijk is. Evenwicht bereiken in de relaties die je hebt met alle andere levensvormen, is de meest religieuze houding die je kunt ontwikkelen. Het maakt dan niets uit of je het bestaan van welke God dan ook erkent. Uiteindelijk is de vraag vooral of je op een creatieve manier aan het proces van de schepping deelneemt. Geloven is voor mij dan ook noodzakelijk verbonden met handelen. De scheppende kracht van mensen ontstaat uit en in de wereld, en richt zich op de wereld. De vorm die dat soort geloof krijgt, kan religieus zijn, maar evengoed artistiek. Geloof is immers de verwoording van een ervaring die zo diepgaand en fundamenteel is, dat ze enkel in poëzie, muziek of kunst uitgedrukt zou mogen worden.’

U schrijft in een van uw teksten over biologie dat liefde en het verlangen naar heelheid de drijvende krachten zijn voor alle organismen. Hoe kunt u zo’n poëtische stelling wetenschappenlijk bewijzen?

‘Liefde is de eerste en meest fundamentele ervaring van de mens. Toch deden de wetenschappelijke theorieën van de voorbije eeuwen ons geloven dat de wereld op strijd en concurrentie gebaseerd is. Je moet een onvoorstelbare ontkenningsinspanning leveren om je fundamentele ervaring te vervangen door een aangeleerde stelling. Wat je binnenin voelt, is de grootste waarheid. De wetenschap heeft alles op zijn kop gezet, met als gevolg dat we praten over hetgeen we niet begrijpen en zwijgen over hetgeen we van binnenuit verstaan. Ik voel me zo thuis in de quantumtheorie, omdat die het heeft over de ideale samenhang tussen de delen en het geheel, waarin zowel de lokale autonomie als de globale samenhang gerealiseerd zijn, en waarin zowel de persoonlijke vrijheid als de algemene verantwoordelijkheid op maximale wijze bestaan. Mensen worden gedwongen te leven als machines, terwijl ze eigenlijk feestelijke wezens zijn die openbloeien in relaties. De wereld gaat ten onder aan conflicten, terwijl zowel ecosystemen als maatschappijen alleen maar overleven dankzij de aanwezige diversiteit.’

Is er, in uw visie op het leven als een organisme, nog een onderscheid tussen geest en materie?

‘In de fysica stelt men dat materie zowel bestaat uit deeltjes als uit golven. Er is geen onderscheid. Einstein toonde toch ook al aan dat massa en energie in elkaar kunnen overgaan. Maar wie denkt dat de geest van het bestaan even meetbaar is als de energie van de materie, die heeft het ab-so-luut fout. Niet alles is meetbaar of in kwantiteit te vertalen. Energie moet je evenzeer benaderen met kwalitatieve categorieën. Telkens je verliefd wordt, is het gevoel anders. Telkens je kwaad of bedroefd bent, gaat het kwalitatief om een ander gevoel. Het heeft toch geen zin om je woede op een schaal van 1 tot 10 te meten? Dat soort meetbaarheidsobsessie staat onze authentieke ervaringen in de weg.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur