Malaria aan de winnende hand in Chocó

Malaria blijft een groot probleem in de Colombiaanse provincie Chocó. De bestrijding van de broeihaarden in de uitgestrekte jungle kan de epidemie alleen in toom houden. Ontwikkeling is het enige probate middel, zeggen experts.
De rivier Atrato “zit vol malaria”, zegt het dozijn mannen in rubberlaarzen in het centrum van Tanguí. Het jungledorpje in het noordwesten van Colombia is overstroomd. Het is de vijfde keer dit jaar, en de rijstoogst is naar de vaantjes.
In een kano varen we door de hoofdstraat. Kinderen spelen vergenoegd in het stilstaande water. Alle huizen zijn op palen gebouwd: overstromingen komen hier nooit als een echte verrassing.
Tanguí is geen plaats om ziek te worden. Een arts of verpleger is er niet. Af en toe komt een reizende gezondheidsbrigade langs, gestuurd door de gouverneur. “Het is een vriend van de burgemeester”, zegt een van de mannen in rubberlaarzen. Quibdó, de hoofdstad van de provincie Chocó, is per boot een half uur verwijderd.
Tanguí ligt midden in het tropisch regenwoud en het regent er bijna elke dag. De mensen leven bij de rivieren, de belangrijkste verkeerswegen in het gebied. Dat zijn ideale omstandigheden voor de muggen die malaria overbrengen. Colombia is een relatief rijk land maar lijkt niet in staat om de plaag echt in te dammen.
“De malaria gaat niet achteruit. We zien steeds weer kleine epidemieën, ook in gebieden waar we twee of drie jaar geen gevallen meer hadden”, zegt José Dolores Palacios, een technicus van het Programma voor de Preventie van Overdraagbare Aandoeningen in Chocó.
De eerste negen maanden van dit jaar noteerden gezondheidswerkers bijna 20.000 gevallen van malaria in Chocó. Besmetting met malaria kan voorkomen worden en de ziekte is ook goed te behandelen. Maar als de behandeling uitblijft, kunnen dragers van malariaparasieten sterven.
In Colombia werd malaria in 2004 aan vierentwintig mensen fataal. Nog veel meer besmette mensen worden werkonbekwaam door de ziekte. Malaria is daardoor ook een oorzaak van armoede, zegt de Colombiaanse epidemioloog María Victoria Valero. In Chocó zijn bijna vier op vijf mensen arm.
 
Een patiënt die besmet is met plasmodium falciparum, de gevaarlijkste variant van malaria, krijgt om de drie dagen een zware koortsaanval. “Zolang de ziekte aanhoudt, kunnen patiënten daardoor zowat vijftien dagen per maand niet werken”, zegt Carlos Agudelo, de directeur van het Instituut voor Openbare Gezondheid van de Nationale Universiteit. Bij sommige mensen blijft malaria jarenlang actief.
In risicogebieden raken mensen bovendien keer op keer besmet. Veel slachtoffers raken eraan gewend toch te werken tussen de pieken van de koortsaanvallen door.
Zowat 25 van de 45 miljoen Colombianen leven in gebieden waar malaria voorkomt.  In 2004 werden over het hele land 123.000 gevallen opgetekend. Chocó en de overige provincies in het westen van het land zijn goed voor het leeuwendeel van die gevallen. De ziekte leidt er ook tot allerlei gevaarlijke complicaties bij kinderen en zwangere vrouwen.
Volgens Valero heeft Colombia de ziekte niet meer onder controle. Agudelo zegt dat de epidemie erger werd tot vijf jaar geleden, maar sindsdien gestabiliseerd is, op een opstoot af en toe na. Colombia heeft zich er internationaal toe verplicht het aantal malariagevallen tegen 2010 met de helft te verminderen, maar die doelstelling lijkt onbereikbaar.
Ontwikkeling is de enige echt afdoende remedie tegen malaria, daar zijn de twee experts het over eens. “Malaria is een economisch en sociaal probleem dat enkel verdwijnt als de getroffen streken industrialiseren en de bevolking het sociaal-economisch beter krijgt”, zegt Agudelo.
De inwoners van Tanguí weten wat er bij hen moet veranderen. “Het water van de Atrato moet weer ongehinderd naar zee kunnen stromen”, zegt een van de laarzendragers. Twaalf van de veertien rivierarmen zijn dichtgeslibd, een gevolg van ontbossing en erosie. Daarnaast moeten de inwoners meer toegang krijgen tot gezondheidszorgen. Het enige openbare ziekenhuis in Quibdó, een vervallen instelling waar sommige patiënten op de vloer moeten slapen bij gebrek aan bedden, laat mensen die van ver komen soms in de kou staan, zegt de ombudsman van Chocó, Víctor Raúl Mosquera. “Ook in andere gezondheidsposten vangen ze bot. Daardoor zijn er al kinderen gestorven.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift