Maleisie weigert socialistische partij te erkennen

Een hogere rechtbank in Maleisië steunt de regering in haar beslissing om een socialistische partij in dat land niet te erkennen. De partij vecht al sinds bijna tien jaar voor officiële erkenning, zegt S. Arulchelvam, de secretaris-generaal van de organisatie.
“We hebben duizenden leden, deden mee aan drie nationale verkiezingen en genieten internationale erkenning. In Maleisië maken ze ons nu illegaal. We worden als paria’s behandeld, en dat terwijl de grondwet duidelijk de vrijheid van vereniging waarborgt.”

De aanhangers van de partij willen zich echter niet gewonnen geven. Fabrieksarbeiders, vakbondsmilitanten en studenten staken onlangs de koppen bij elkaar in Brickfields, een voorstad van de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur. Ze deden dat in een klein, donker kamertje dat moet doorgaan voor het “nationaal hoofdkwartier van de Socialistische Partij van Maleisië”.

Arulchelvam, een academicus en acupuncturist, vindt dat de handelwijze van de autoriteiten onaanvaardbaar is in een democratie. “Ze weigeren onze partij te erkennen om politieke redenen, en niet om bestuurlijke redenen. Waarom zijn ze zo bang voor ons?” De socialisten willen nu in beroep gaan bij het Federaal Gerechtshof, de hoogste rechtbank in Maleisië. “Onze leden zijn diep ontgoocheld”, vertelt Nasir Othman, de voorzitter van de socialistische partij. “Wij zetten de strijd voort, via de rechtbanken of op straat, tot we de overwinning behalen.”

Voor de socialisten was het uitermate belangrijk om deze maand officieel te worden erkend. Ze wilden zich voorbereiden op de volgende nationale verkiezingen, die hoogstwaarschijnlijk eind 2008 zullen worden gehouden. “Door ons geen erkenning te geven verhindert de regering dat we meedoen aan die verkiezingen”, aldus Othman. “Ons ervan weerhouden om deel te nemen is een zware klap voor de democratie en de vrijheid.”

De socialisten profileren zich bij de Maleisische bevolking als een alternatief voor de huidige machthebbers. Bij het Nationaal Front, de coalitie die de macht uitoefent, spelen etnische en religieuze verschillen nog een grote rol. De socialisten willen die verschillen overstijgen. “Ons alternatief is gebaseerd op gelijkheid en socialistische gerechtigheid”, vertelt Nasir Othman.

Voor regeringsgezinde politieke partijen is het een koud kunstje om officiële erkenning te krijgen. De socialisten vragen nu al bijna tien jaar om erkenning. De eerste aanvraag om te worden geregistreerd dateert al van 1998. Aanvankelijk werden allerlei uitvluchten ingeroepen om de erkenning te kunnen weigeren. Nadien deed de regering zelfs geen moeite meer om nog argumenten op tafel te leggen.

Na allerlei vruchteloze beroepsprocedures trokken de socialisten in oktober 1999 eindelijk naar de rechter. Voor de rechter nam de regering het standpunt in dat de socialistische partij de nationale veiligheid zou bedreigen. De autoriteiten deden geen moeite om bewijzen voor die “bedreiging” aan te dragen. Ze verwezen slechts naar de mening van de Maleisische politie.

Een hogere rechtbank trok zich van de “argumentatie” van de regering weinig aan. Desondanks haalden de Maleisische machthebbers hun slag thuis. De rechters wezen namelijk op het technische detail dat er in de raad van leiders van de socialistische partij geen leden zaten uit minstens zeven van de dertien deelstaten van Maleisië.

Volgens advocaten en mensenrechtenactivisten beseften de rechters niet dat ze vooral de vrijheid van vereniging moesten beschermen. “De rechtbank verloor zich in technische futiliteiten”, luidt het.

De bepaling over de samenstelling van het leiderschap van een partij is geen regel die in een wet staat. Het is eerder een soort ongeschreven regel die uit de koker van de binnenlandse veiligheidsdiensten komt. Politiek ongewenste stromingen worden wel vaker geconfronteerd met nieuwe regeltjes, zeggen advocaten. “De machthebbers willen geen concurrenten. Ze willen gewoon de macht in handen houden.”

Maleisië wordt beschouwd als een erg stabiele democratie in de regio. Sinds de onafhankelijkheid (1957) werd iedere regering gevormd door het Nationaal Front. Politieke tegenstanders stellen dat de regeringscoalitie in het zadel kan blijven door haar controle over de media, wettelijke beperkingen op politieke organisaties en andere ongrondwettelijke methodes om de oppositie zwak te houden.

Josef Roy Benedict, de directeur van Amnesty International in Maleisië, vindt de uitspraak van de rechters over de socialistische partij een slechte zaak. “Dit is een zware klap voor de vrijheid van vereniging in het land. Deze vrijheid wordt gewaarborgd door artikel 20 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en door deel II van de Maleisische grondwet.”

Amnesty vindt het verontrustend dat de regering de nationale veiligheid inroept om politieke partijen het zwijgen op te leggen. Volgens de mensenrechtenvereniging misbruikt de overheid de wetgeving om “ongewenste” organisaties, partijen en verenigingen de pas af te snijden.

De politie, regeringsfunctionarissen en moslimfundamentalisten zien de socialisten als wolven in schaapskleren. “We maakten hier al eens een bloedige communistische opstand mee, en dat is meer dan genoeg”, aldus een prominente islamitische leider. De eerdere opstand van de ter ziele gegane communistische partij was bijzonder gewelddadig. Veel Maleisiërs zijn die opstand nog niet vergeten. (DB/JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift