Maleisiërs willen (geen) proefkonijnen zijn

Vandaag (donderdag) ontvouwt de Maleisische regering een nieuw beleidsplan om van biotechnologie een nieuwe groeimotor van de economie te maken. De minister van Wetenschap belooft buitenlandse biotechbedrijven dat ze in Maleisië nieuwe medicijnen op mensen kunnen testen. Tegenstanders van het plan vrezen dat Maleisiërs net als Indiërs zullen worden misbruikt als goedkope proefkonijnen.


We zullen met het ministerie van Binnenlandse Handel en Consumentenzaken praten over een volledige herziening van de patentwetten , zegt de Maleisische minister van Wetenschap, Technologie en Innovatie, Dr. Jamaludin Jarjis. Anders zullen de buitenlandse biotechgiganten hun klinische trials niet naar ons land willen uitbesteden.

De uitspraken van de minister voeden de angst dat de Maleisische overheid van plan is de toezichtmechanismen en wetten voor onderzoek te versoepelen, in de hoop de biotechindustrie te stimuleren.

India ging Maleisië daarin voor. Dat land hoopt dankzij soepele wetgeving de oprichting te stimuleren van zogenaamde contactonderzoeksorganisaties (CRO’s) die nieuwe geneesmiddelen uittesten voor farmaciereuzen. Volgens de niet-gouvernementele organisatie India Resource Center zijn onethische praktijken in CRO’s en geneesmiddelenproducenten echter schering en inslag. De ngo zegt dat nietsvermoedende Indiërs doorgaans de dupe zijn. Meestal weten de patiënten niet dat de geneesmiddelen die ze krijgen experimenteel zijn, zegt de ngo.

Op het einde van de studie moet elke deelnemende patiënt het middel met de best bewezen werking krijgen. Dat staat in de verklaring van Helsinki over ethische principes voor medisch onderzoek uit 1964. Meestal gebeurt dat niet, zegt het India Resource Center.

Klinische testen op mensen, dieren en celculturen kosten in Azië naar schatting maar een tiende van de kostprijs in Verenigde Staten of Europa. Volgens de Indiase ngo kunnen tussenpersonen en CRO’s in India daardoor immense winstmarges bereiken, maar dan wel op de rug van arme en zieke Indiërs.

Een tweede reden tot bezorgdheid in Maleisië is dat de wetenschapsminister heeft beloofd dat buitenlandse biotechbedrijven voortaan in één enkel agentschap alle formaliteiten kunnen regelen.

Als je de alarmbellen afzet, alleen om investeringen te lokken, dan vraag je om een ramp, zegt Beth Burrows, het hoofd van het Edmondsinstituut, een actiegroep in de Verenigde Staten die werkt rond bioveiligheid.

“Zelfs ministeries en overheidsagentschappen vinden dat ze onvoldoende zijn geraadpleegd over het beleidsvoorstel, zegt Chee Yoke Ling, de rechtsadviseur van het Third World Network - een coalitie van niet-gouvernementele organisaties uit ontwikkelingslanden.

Het is niet de eerste poging van Maleisië om op de biotechkar te springen. In 2001 lanceerde de regering de ‘Bio Valley’, een programma om op tien jaar tijd 10 miljard dollar aan buitenlandse en lokale investeringen naar de biotechindustrie te lokken. Het werd een flop. Vier jaar later maken nog maar drie bedrijven aanstalten om een vestiging op te richten.

Er liggen kapers op de kust. Australië, Japan, Zuid-Korea en China hebben allemaal gezorgd voor nieuwe wetgeving en financiering om hun biowetenschapindustrie een vliegende start te bezorgen. Singapore heeft twee miljard dollar opzij gezet om pioniersbedrijven te lokken en om te investeren in de eigen biotechstarters. (ADR/MM)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift