Dossier: 

Mali: kroniek van een aangekondigde interventie

Frankrijk is sinds vrijdag 11 januari openlijk betrokken bij een militaire interventie (Opération Serval) in Mali. Ze ondersteunen het Malinese leger vanuit de lucht nadat dit eerder die week voor het eerst in het zuidelijke landsgedeelte was aangevallen door de islamisten van Ansar Dine. Na de militaire staatsgreep in maart 2012, de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van het noorden (Azawad) door de toeareg-rebellen van het MNLA in april en de daaropvolgende inname van die regio door islamisten van Ansar Dine, MUJAO en AQIM, stond een internationale interventie in de sterren geschreven. Tegen de achtergrond van de actualiteit licht MO* de veelzijdige Malinese crisis in vogelvlucht door.

  • Abaca/Reporters Franse Mirages in het Malinese luchtruim, 12 januari. Met Franse luchtsteun lanceerden Malinese troepen een offensief tegen rebellen die het noorden van het land controleren. Abaca/Reporters

Geen interventie voor de herfst van 2013

Tot voor kort leken de neuzen van de internationale gemeenschap in dezelfde richting te staan. Ondanks de voorkeur voor een snelle militaire interventie in het noorden van Mali bij sommige landen, zoals Frankrijk, enkele buurlanden en delen van de politieke klasse in Bamako, leek er rond de jaarwisseling een consensus te bestaan om voor een langzame en vooral politieke aanpak van Mali’s dubbele crisis te gaan..

De ECOWAS en andere Afrikaanse troepen hadden immers eerst nog een specifieke opleiding nodig om succesvol te kunnen optreden in de Sahel. Bovendien waren de Malinese staatsinstellingen en het leger na de staatsgreep van maart 2012 nog steeds danig verzwakt en verdeeld. Idealiter zouden er eerst verkiezingen plaatsvinden ergens in dit voorjaar, voor het verstrijken van het mandaat van de overgangsregering in mei 2013. Ook al zou de bevolking in het noorden mogelijk niet (kunnen) deelnemen aan de verkiezingen, toch zou op die manier de herovering van het noorden op z’n minst in een democratische, door het volk gedragen context kunnen gebeuren.

De VN, de VS, de EU en de Afrikaanse landen via ECOWAS en de AU zouden de handen in elkaar slaan om deze politiek-militaire operatie van lange adem tot een goed einde te brengen. De westerse partners zouden zelf geen troepenmachten ontplooien maar vooral financieel en logistiek bijdragen alsook instaan voor de opleiding van de Malinese en andere Afrikaanse strijdkrachten. De VN-resolutie 2085 van 20 december formaliseerde dit plan en zette het licht op groen voor een mogelijke militaire interventie. Men ging er echter van uit dat die zich pas in de herfst van 2013 zou kunnen ontplooien. Het opblazen van de het staakt-het-vuren door de islamisten van Ansar Dine begin januari en hun aanval op het Malinese leger in het zuiden trok echter een streep door deze langzame aanpak.

Azawad Onafhankelijk

Vele analyses linken de gebeurtenissen in Mali aan het verdwijnen van Khadaffi in Libië. De Libische leider had namelijk een heleboel manschappen uit verschillende West-Afrikaanse landen in zijn leger en speciale eenheden. Met het uiteenvallen van zijn regime keerden velen in de loop van 2011 terug huiswaarts naar onder andere Niger, Nigeria, Mauritanië en Mali. In de chaos van de Libische burgeroorlog en de internationale interventie namen velen van hen ongestoord hun zware wapens mee naar huis, zo ook de toearegs van noord Mali. Voor hen en sommige analisten met hen, was de neergang van Khadaffi echter slechts een aanleiding, een kans om een strijd die reeds lang aan de gang was nieuw leven in te blazen.

Wanneer begin jaren zestig Mali Franse kolonie af is, wordt een deel van het woestijngebied waarin de Kel Tamasheq (‘zij die Tamasheq spreken’ zoals de toearegs zichzelf liever noemen) nomaden leven, aan de nieuwe staat toegekend. Hetzelfde gebeurt in Niger en Algerije. De toearegs komen hier meteen tegen in opstand. Wat hen betreft zijn ze dus reeds een halve eeuw in een strijd verwikkeld voor meer autonomie of onafhankelijkheid om hun levensstijl, taal, cultuur en economische ontwikkeling van hun regio veilig te stellen. Geplaagd door een gebrek aan middelen, onderlinge verdeeldheid, repressie en verdeel-en-heers tactieken van de centrale overheid in Bamako — vaak uitgevoerd door lokale milities — slaagden de toeareg-strijders er tot voor kort niet in om het hele noorden te veroveren en hun onafhankelijk af te dwingen.

Het offensief van januari 2012 bracht hierin verandering. Een minutieuze voorbereiding op het vlak van fondsenwerving en communicatie, het sluiten van de rangen onder de verschillende toeareg-organisaties en de terugkeer van de getrainde soldaten uit Libië met hun materiaal zorgde voor een momentum. Het resultaat was de inname van het noorden en de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Azawad op 6 april door het MNLA (Mouvement National de la Libération de l’Azawad). Vanuit Bamako klonk het dat het om een exclusieve toeareg-aangelegenheid zou gaan, tégen de andere bevolkingsgroepen (peul, songhaï, arabieren,…) in het noorden. Het MNLA drukt er echter systematisch op dat ze opkomen voor alle bewoners van Azawad, en dat hun leiders uit alle verschillende bevolkingsgroepen komen.

Onder de noord-Malinezen intussen, is niet iedereen laaiend enthousiast over de onafhankelijkheidspogingen van het MNLA. Velen zien zich, na vele decennia oorlog en repressie, genoodzaakt om nog langer in het buitenland te blijven of opnieuw op de vlucht te slaan. Anderen vereenzelvigen zich, na zo vele jaren onder Malinese vlag, intussen met de Malinese staat en identiteit.

Islamisten kapen de bevrijding

De overwinningsvreugde is van korte duur voor het MNLA. Aanvankelijk bestaat er onduidelijkheid over hun linken met de islamistische beweging Ansar Dine van voormalige strijdmakker en leider van de toeareg-rebellieën in de jaren negentig Iyad Ag Ghali. Ze lijken het noorden gezamenlijk te bevrijden, het MNLA vooral militair, waarop Ansar Dine de touwtjes in handen neemt in de bevrijde gebieden. Dit gaat gepaard met berichten over prompte invoering van extreme interpretaties van de sharia: verplichte hoofdbedekking voor de vrouwen, gruwelijke lijfstraffen bij diefstal en overspel, verbod op westerse muziek en vernieling van de wereldberoemde graftomben van de heiligen in Timboektoe, omdat dit zou ingaan tegen de echte Islam. Gezien de zo mogelijk nog onduidelijkere banden tussen Ansar Dine en de als terroristen erkende groeperingen van Al-Qaeda in de Magreb (AQIM), laat Bamako geen kans onbenut om het MNLA via deze organisaties te linken aan het islamisme, terrorisme en drugsmokkel in de regio.

In juni is de breuk tussen het MNLA en Ansar Dine echter compleet en officieel. Het MNLA kan zich niet vinden in het islamisme van Ansar Dine, en wil onder geen beding geassocieerd worden met AQIM. In de maanden die er op volgen vechten ze vooral tegen elkaar, en moet het MNLA de duimen leggen voor de islamisten. Tegen de zomer zijn ze de controle over Azawad kwijt. Dit brengt hen er toe om hun onafhankelijkheidseis voor even op zij te willen schuiven. Ze zijn bereid tot politieke onderhandelingen met Bamako en bieden ook hun hulp aan, in ruil voor wat bewegingsruimte en steun, om het islamisme in Azawad zelf te lijf te gaan. Niettemin wordt Ansar Dine zowel door Bamako, het MNLA als de internationale onderhandelaars als politieke gesprekspartner gezien, en dus mogen ook zij aan de onderhandelingstafel schuiven in buurland Burkina Faso. Het is deze onderhandelingstafel die ze begin januari verlaten met het opheffen van het staakt-het-vuren die de bal van de huidige Franse interventie aan het rollen brengt.

Islamisme en terrorisme

Alhoewel in de berichtgeving over Mali islamisme en terrorisme door elkaar worden gebruikt, wordt op politiek vlak een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de Ansar Dine en de andere islamisten die actief zijn in de regio. AQIM staat op de Amerikaanse terroristenlijst. In de VN-resolutie 2085 van 20 december wordt ook de ‘Mouvement pour l’Unité du Jihad en Afrique de l’Ouest’ (MUJAO) die recenter de islamistische rangen is komen vervoegen, op de VN Al Qaeda sanctielijst opgenomen. In Mali worden ze eerst en vooral gezien als bewegingen die door buitenlanders, — veelal Algerijnen — worden geleid die niet bijzonder geïnteresseerd zijn in Azawad. Vooral veteranen van de strijd tussen de Algerijnse overheid en de islamisten in de vorige eeuw, en een magneet voor recentere verjaagde strijders zoals de Boko Haram van Nigeria, zijn ze eerder gebrand op de omverwerping van het westerse staatssysteem en een streng islamistisch samenlevingsmodel.

Om deze doelen te bereiken deinzen ze er niet voor terug om hun zaak te financieren met het losgeld dat ze krijgen via ontvoeringen van de westerlingen in de regio en door openlijk een band met Al Qaeda te claimen. Zonder dat deze band eenduidig bewezen is, verhoogt het niettemin hun kansen op internationale financiële steun uit die hoek. Bovendien zouden ze diep verwikkeld zitten in de drugshandel, drugs die van Zuid-Amerika over Guinee-Bissau via de Sahel zijn weg vindt naar Europa. Het paradoxale van de strenge islamitische leer die ondubbelzinnig gekant is tegen het gebruik van verdovende middelen verzoenen ze met de gedachte dat die drugs voor het westen bestemd zijn. Zo zien ze hun strijd, net zoals via de ontvoeringen, gefinancierd door de westerlingen zelf.

Intussen blijkt dat een strikt onderscheid tussen de binnenlandse strijders zoals die van Ansar Dine en MNLA en de ‘buitenlandse’ anderen niet houdbaar is. Zoals Ansar Dine voor hen, slagen zowel AQIM als de MUJAO er in om veel noord-Malinese jongeren in te lijven. Omdat ze over veel meer middelen beschikken maar ook omdat er zijn die zich verraden voelen door de recente keuzes van de MNLA-leiding. De voorstanders van een langzame en vooral politieke interventie in noord-Mali wezen vooral op dit ondoordringbaar en steeds veranderend kluwen van allianties om te waarschuwen tegen een overhaaste militaire operatie. Die zou immers per definitie neerkomen op een burgeroorlog van Malinezen tegen Malinezen.

Intussen in Bamako

De paradoxen in het noorden houden niet op bij de grenzen van Azawad. In de buurlanden wordt Algerije ervan verdacht via haar geheime diensten geregeld een dubbele rol te hebben gespeeld tegenover AQIM. Door de terrorismedreiging te hebben overdreven in de hoop op meer internationale en vooral Amerikaanse steun of door zelf een hand te hebben gehad in aanvallen of ontvoeringen die ze aan AQIM toeschreven. In Mali zelf wordt het regime van de recentelijk afgezette president Amadou Toumani Touré (ATT) er van beticht zichzelf verrijkt te hebben met de drugstrafiek en het losgeld van de ontvoeringszaken in het noorden, alsook met het internationale geld dat het land binnenrijfde om de strijd tegen het terrorisme op te drijven.

Intussen bleef het Malinese leger onderbetaald en slecht uitgerust en opgeleid achter. De frustraties over deze gang van zaken laaiden extra hoog op in het begin van 2012 toen het leger geconfronteerd werd met de erg goed uitgeruste en nietsontziende rebellen in het noorden. De gewone Malinese soldaten leden zware verliezen terwijl de top van het leger ervan verdacht werd zich te verrijken via allerlei vormen van corruptie. Het is op deze gronden dat de jonge kapitein Amadou Sanogo, die tussen 2004 en 2010 een militaire opleiding in de VS genoot, op 21 maart een militaire staatsgreep leidde en ATT deed aftreden. Binnen de kortste keren regende het internationale veroordelingen en sancties, maar na de installatie van een overgangsregering met interim-president Dioncounda Traoré en eerste minister Cheikh Modibo Diarra, werden de meeste relaties intussen genormaliseerd. Officieel wordt het land geregeerd door deze politieke instituten, maar de arrestatie en afzetting van premier Modibo Diarra door Sanogo’s mannen in december 2012 toont dat de echte politieke macht nog steeds bij de militaire putschisten ligt.

Intussen zijn de meningen in het zuiden van het land ook verdeeld bij zo veel politieke onduidelijkheid. De overgrote meerderheid kan weinig begrip opbrengen voor onafhankelijkheidsstrijd van Azawad en ziet er vooral een afwijzing van de donkere Malinese bevolking door de lichtere toearegs in. Ze zien zichzelf bovendien even goed als slachtoffers van de armoede waar de toearegs over klagen. Tegen de achtergrond van jarenlang flagrante corruptie door de (politieke) elite naast de extreme armoede onder de rest van bevolking, valt bovendien de roep naar de terugkeer van de normen en waarden en een radicaal andere, op politieke islam geïnspireerde samenleving, ook in het zuiden niet bij iedereen in dovemansoren.

Een kruispunt van belangen

De opmars van zowel afscheidingsbewegingen als de politieke islam en de opportunistische manipulatie ervan door gevestigde regimes in binnen- en buitenland en door internationale terreurnetwerken, is in heel de Sahelregio — maar ook zuidelijker tot in Nigeria met de Boko Haram — al enige tijd aan de gang. De gebeurtenissen in Libië hebben het proces hoogstens versneld of verscherpt. Voor het westen is vooral het islamistische en antiwesters discours van de jihadisten alarmerend. Tegelijkertijd rukt deze ideologie vaak op in regio’s met cruciale grondstoffen of energievoorraden waar de grootmachten toegang toe willen behouden.

In Mali is dat niet anders. Naast de lucratieve drugshandel waar de uitgestrekte en ongecontroleerde woestijnregio in het noorden zich toe leent, herbergt het ook onontgonnen uranium-, fosfaat- en olievoorraden. In het zuiden van Mali liggen dan weer goudmijnen die nu al geëxploiteerd worden en de economie mee draaiende houden. Naast de bekommernissen voor de territoriale integriteit van Mali, de penetratie van het jihadisme in de rest van de regio en het lot van de burgerbevolking, speelt ook de idee dat deze goudmijnen in handen van de islamisten zouden vallen, allicht mee in de beslissing om sneller dan verwacht in te grijpen. Momenteel overwegen ook anderen, zoals de Britten en de Amerikanen, om de Fransen te vervoegen in hun luchtoffensief tegen de islamisten in Mali, niet enkel in het zuiden maar ook in het noorden van het land. Het is uitkijken welke van deze waaier aan belangen uiteindelijk gediend zal worden door deze afgedwongen interventie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift