Maoïstische opstand in India

De Nepalese maoïsten zijn wereldwijd bekend, maar dat de populariteit van hun geloofsbroeders ook in buurland India stijgt, weet bijna niemand. Jaarlijks vallen er honderden doden bij gewapende botsingen tussen het Indiase leger en de opstandelingen die aangeduid worden onder de verzamelnaam naxalieten, naar de inheemse opstand tegen grootgrondbezitters in het Bengaalse dorpje Naxalbari in 1967. Wordt het Indiase economische mirakel bedreigd?
In de buik van India woedt een vuile oorlog. Maoïstische rebellen vallen regeringsinstallaties aan, maar ze hebben het ook gemunt op “collaborerende” burgers en anti-opstandelingenbewegingen. Het leger schendt dagelijks de mensenrechten van de armste dorpsbewoners in pogingen om de opstand te onderdrukken. Op 10 februari plunderden honderden naxalieten de explosievenopslagplaats van de National Mineral Development Corporation in de deelstaat Chhattisgarh. Daarbij werden spoorwegen, treinen en andere infrastructuur die normaal gebruikt worden om hout en ertsen uit te voeren, opgeblazen. In dezelfde periode kwamen minstens 26 burgers om het leven toen de vrachtwagen die hen terugbracht van een manifestatie tegen het naxalietengeweld op een landmijn reed. De slachtoffers waren vooral adivasi’s, de inheemsen die onderaan de sociale ladder staan in India en voor wie de naxalieten beweren op te komen. Na deze aanslag zijn vooral adivasi’s uit 80 dorpen weggevlucht, uit schrik voor verdere represailles.

De rode corridor


De naxalitische groepen willen via gewapende strijd zowel het feodale kastenstelsel als de asociale klassenmaatschappij omverwerpen. Ze hebben een communistisch utopia voor ogen waar de landlozen en kastelozen evenveel rechten en inkomsten hebben als de huidige bovenlaag. De overheid reageert voorlopig verdeeld en vaak contraproductief op deze langlopende opstand. In Chhattisgarh stemde de deelstaatregering, onder luid protest van media en mensenrechtenactivisten, een wet die de pers verbiedt om over naxalieten te schrijven of te spreken. De overheid zet daar nu het leger in om het naxalitisch geweld manu militari uit te roeien -wat sterk doet denken aan de aanpak die nu al enkele jaren gehanteerd wordt in Nepal.
Nochtans noemde Raman Singh, de hindoenationalistische eerste minister van Chhattisgarh, het naxalitisme tot voor kort het product van een sociaal-economisch probleem. Op 13 april stelde Manmohar Singh, federaal premier van India, dat de naxalieten ‘de grootste interne bedreiging van wet en orde vormen die India ooit gekend heeft’. Straffe taal, zeker in het licht van de sikh-opstand in Punjab tijdens de jaren tachtig en de voortdurende opstanden in Kashmir en de noordoostelijke staten. Singh sprak tot dertien premiers van deelstaten die getroffen worden door naxalitisch geweld. In 2003 hadden 55 districten te maken met naxalieten, op dit moment gaat het al over een 170-tal districten in 15 deelstaten. Samen vertegenwoordigt deze “rode corridor” 40 procent van het Indiase grondgebied.
Tussen 2003 en 2005 steeg het aantal slachtoffers van naxalitisch geweld met dertig procent en het aantal politiemensen die gedood werden, steeg tussen 2004 en 2005 zelfs met 53 procent. De overheid gaat er van uit dat de beweging de voorbije vijf jaar haar getalsterkte zag verdubbelen tot ongeveer 10.000 strijders. Het gewicht daarvan wordt nog zwaarder doordat de groepen en bendes die vroeger los van elkaar opereerden op 21 september 2004 samensmolten tot de Communist Party of India (Maoist). Bovendien worden de banden met gelijkgezinde ondergrondse bewegingen in Nepal, Bangladesh en Sri Lanka al sinds 2001 nauwer aangehaald.
In een rapport dat Oxfam, Amnesty International en de International Network on Small Arms in juli 2005 uitbrachten, stellen de ngo’s dat van de ruwweg 75 miljoen illegale wapens die wereldwijd in omloop zijn, er zich niet minder dan 40 miljoen in India bevinden -met name in deelstaten Bihar, Chhattisgarh, Uttar Pradesh, Jharkhand, Orissa en Madhya Pradesh. Stuk voor stuk staten waar veel naxalieten opereren, naast struikrovers en andere onderwereldfiguren. Bovendien zouden nog eens evenveel wapens geproduceerd worden in illegale wapenfabriekjes in Uttar Pradesh en Bihar. Het is in de regio even makkelijk om aan een wapen te geraken als aan brood, zegt het rapport.

Inheems verzet tegen internationaal kapitaal


Een gewapende opstand heeft een lijdend voorwerp nodig. De naxalieten vinden dat in de miljoenen kastelozen en adivasi’s. De grote meerderheid van de 60 miljoen adivasi’s of kinderen van het woud, zoals Ghandi ze noemde, leeft in de heuvels en bossen van Oost- en Zuid-India. Sinds de nationalisering van alle bossen in 1957 bewerken de meeste adivasi’s hun landbouwgrond “illegaal”. Als een groot bedrijf het hout of de ertsen in de ondergrond wil ontginnen, kan de overheid deze mensen gemakkelijk opzij schuiven. Miljoenen plattelandbewoners werden al onteigend om plaats te maken voor staalfabrieken, mijnen en de grote dammen die steden en fabrieken van elektriciteit en water voorzien. In de deelstaat Orissa onteigende de overheid adivasi’s om daarna hun land voor het negenvoudige door te verkopen aan het grote staalbedrijf TATA. Toen TATA in oktober 2005 de omheining begon te bouwen was er van de beloofde compensaties niets in huis gekomen, op een are slechte grond per tien families na.
Chakradhar Haibru, de leider van de lokale adivasi’s: ‘Op 2 januari 2006 om zes uur ‘s ochtends begonnen bulldozers onze landbouwgrond te effenen. Opnieuw probeerden we ons te verzetten. Terwijl een groep de snelweg blokkeerde, bewapende een andere groep zich met stokken en stenen. Zonder waarschuwing begon de politie te schieten. Vier van ons werden ter plekke doodgeschoten, 48 mensen raakten gewond en acht werden gearresteerd. De volgende dag bracht men acht lijken terug. We wachten nog steeds op de handen en geslachtsorganen die men van vier mannen en één vrouw heeft afgehakt.’ Na dit incident werden de leiders van de beweging er prompt van beschuldigd naxalieten te zijn. Op die manier criminaliseert de overheid gewettigd verzet én geeft ze de wetteloze opstandelingen meer legitimiteit dan ze soms verdienen.
In zijn toespraak tot de deelstaatpremiers erkende Manmohan Singh dat de naxalieten niet enkel een veiligheidsprobleem zijn, maar ook een kwestie van onderontwikkeling en marginalisering. Singh stelde voor om, naast een effectieve reactie van de veiligheidsdiensten, ook structurele maatregelen te nemen om de marginalisering op het platteland tegen te gaan. Zijn regering lijkt daar ook mee bezig, al blijven de nieuwe wetten vaak waterige aftreksels van de oorspronkelijke voorstellen en bestaan er nog verschillende deelstaatregeringen die zijn visie niet delen.
De Indiase regering van Manmohan Singh probeert alvast economische efficiëntie te combineren met sociale rechtvaardigheid. Een nieuwe wet die één persoon per ruraal huishouden het recht geeft op minstens 100 dagen werk per jaar klinkt alvast revolutionair. Sinds 1 april heeft elke rurale gemeente, te beginnen met die uit de 200 armste districten, de verantwoordelijkheid om al deze mensen binnen de week werk te geven. De overheid betaalt de gemeente terug en als men geen werk kan bieden, verbindt de overheid zich er toe om een vergoeding uit te betalen. Op de lange weg van Delhi naar het dorp kan er echter veel geld verdwijnen. Een andere wet zorgt ervoor dat elke adivasi die kan aantonen dat hij sinds 1980 een stuk land bewerkt nu ook het eigendomsrecht van die grond zal krijgen. Of de plannen van de regering Singh zullen volstaan om de naxalieten de wind uit de rode zeilen te nemen, zal afhangen van de vraag hoeveel er op het terrein gerealiseerd wordt. Want van dure woorden kopen de adivasi’s geen rijst.
Nick Meynen verbleef in het kader van een studieproject voor Broederlijk Delen enkele maanden in Chhattisgarh
Reageer via info@mo.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift