Marokkaanse imams leren preken

Imams verschijnen op de Vlaamse radar enkel als er geweld dreigt -Mohamedcartoons- of een moord gepleegd is -in Brussel Centraal of Antwerpen centrum. Dan verwachten we dat ze hun geloofsgenoten aanzetten tot redelijkheid. Zonder dat wij het zien, zijn imams echter jaar in jaar uit bezig met religieus én sociaal werk. Maar zijn ze daar wel op voorbereid?

Preken moet je leren


‘Wij zijn ook tegen importimams, wij willen ook imams van eigen bodem, wij willen Nederlands leren, wij willen onze jongeren van de straat houden.’
300 imams zijn er in België voor 328 moskeeën en 400.000 moslims. De meeste Marokkaanse imams in België zijn ooit geëmigreerd uit een Marokkaans dorpje waar ze een beperkte (theologische) opleiding genoten. Slechts een minderheid heeft een universitaire opleiding in Marokko of Saoedi-Arabië, Jordanië, Syrië op hun cv. Op enkele gemediatiseerde uitzonderingen na spreken imams dan ook weinig Nederlands en kennen ze te weinig de leefwereld van (jonge) moslims in België. Nochtans hebben deze imams in België een veel belangrijkere rol dan een imam in Marokko.

Enkeltje Rif - Mechelen


Mohamed Bouzakoura (47) kwam bijna 25 jaar geleden van een klein dorpje in de Rif naar Mechelen, waar hij al die tijd imam van de grootste moskee is. Een heertje met zachte ogen in traditionele djellaba, die met zijn vrouw en zes kinderen in een klein rijhuis woont. Zijn inzet is groot: minstens vijf keer per dag draaft hij naar “zijn” moskee een paar blokken verder voor het gebed.
Tussendoor doet hij geboorten, trouwfeesten, begrafenissen, geeft hij les, is hij vrijwillig aalmoezenier in ziekenhuizen en in de gevangenis, voorzitter van de UMIVA (Unie der Moskeeën en Islamitische Verenigingen van Antwerpen) en lid van de Unie van Imams. Zelf klaagt hij niet, maar zijn dochter Amina vertelt -terwijl haar vader weer naar de moskee moet hollen- hoe een goede imam eigenlijk 24 uur op 24, 7 dagen op 7 paraat staat voor de gemeenschap.
Zeker in Mechelen, waar er maar twee Marokkaanse imams zijn voor de hele stad. Zijn loonbriefje van de moskee haalt Mohamed zonder probleem boven: 1200 euro netto. Allesbehalve een riante vergoeding voor zoveel inzet. Hij heeft dan nog het geluk dat hij al meer dan tien jaar in vaste loondienst is bij zijn moskee. Veel imams in België hebben een onzeker verblijfsstatuut en moeten naast hun baan als imam bijklussen om rond te komen. Niet verwonderlijk dus dat er te weinig imams zijn of dat er nogal wat zijn die afhaken.
De rol die een goede imam in België speelt, is veel belangrijker en uitgebreider dan die van een imam op het Marokkaanse platteland. Daar is een imam gewoon de persoon die vijf maal daags het gebed voorgaat. Voor de preek op vrijdag wordt hij vervangen door een khatib. Om te bemiddelen in conflicten is er een rechter of qadi. Om de gelovigen op te roepen voor het gebed is er een muezzin…
In België doet een imam eigenlijk het werk van vier of vijf verschillende mensen in Marokko. ‘Het is hier veel moeilijker om imam te zijn’, vertelt Mohammed. Hij begon na zijn studies, op 17-jarige leeftijd, als imam te werken in Marokko. ‘In Mechelen krijg ik te maken met Marokkaanse, Turkse, Belgische en Engelstalige moslims van verschillende strekkingen en natuurlijk ook met niet-moslims. Die verscheidenheid maakt het niet gemakkelijk. Een goede imam moet naast een heel goede kennis van de islam, ook veel mensenkennis hebben, ruimdenkend zijn, een vertrouwenspersoon zijn. In Marokko heeft een imam vooral een religieuze rol, hier komt er nog een grote sociale rol bij.’

Importimams


Na drie jaar dienst vertrok Mohamed Bouzakoura, net als zo veel dorpsgenoten, naar het Noorden. De Marokkaanse gemeenschap in België had imams nodig en in België kon hij een pak meer verdienen dan in Marokko. Maar van de “importimams” van vandaag moet hij niet veel hebben. ‘Buitenlandse imams kennen de taal niet, weten niet hoe de samenleving hier werkt, ze vinden geen aansluiting bij de moslims hier. Er is een hele periode nodig om die kloof te overbruggen.
Toen ik hier 25 jaar geleden aankwam, was er niet veel verschil tussen mij en de Marokkanen die hier al waren: ze waren hier ook nog niet lang, we kwamen van dezelfde streek, er was nog geen verschil in mentaliteit, we hadden dezelfde problemen…’ Vandaag ervaart Mohamed een veel grotere kloof dan toen. Veel Marokkaanse jongeren spreken niet meer goed Arabisch of Berbers. ‘Ze begrijpen mijn preek meestal niet. Ik vind het enorm moeilijk met de jongeren in mijn moskee te communiceren. Dat is nochtans heel belangrijk. Er zijn veel problemen met jongeren. Ze moeten niet elke dag in de moskee zitten, maar naast werk en een opleiding kan het geloof hen ook helpen terug op de goede weg te geraken.’
Waarom heeft hij dan zelf nooit Nederlands geleerd? Zijn dochter vertaalt hoe hij geprobeerd heeft Nederlandse les te volgen, maar dat was niet combineerbaar met zijn zware job als imam. ‘Als ik avondlessen Nederlands wil volgen, moet de moskee een vervanger voor mij zoeken en betalen. Dat willen ze niet.
En ik wilde mijn baan niet verliezen.’ Door die financiële afhankelijkheid van de moskee kunnen imams niet altijd vertellen en doen wat ze willen, anders worden ze teruggefloten. ‘Als de staat de imams zou betalen zoals de priesters, krijgt een imam meer vrijheid, onafhankelijkheid én aanzien.’ Nu betaalt elke moskeeganger bijvoorbeeld 100 euro per jaar. Daarmee worden de facturen van de imam, de leraars, de elektriciteit en het onderhoud van de moskee betaald.

De kleine van Gmil


Mohamed Bouzakoura komt van Titula, een dorpje dat niet op de gewone landkaarten te vinden is. Tot zijn dertiende ging hij naar een koranschooltje, waar hij de koran uit het hoofd leerde reciteren. Daarna studeerde hij nog vier jaar klassiek Arabisch, de fiqh (islamitisch recht), hadith (overleveringen van de profeet) en islamitisch erfrecht in twee verschillende dorpsscholen.
Op zijn zeventiende was hij klaar om imam te worden. Vijfentwintig jaar later beseft hij dat zo’n typische plattelandsopleiding absoluut niet voldoende was voor de rol en de grote verantwoordelijkheden als imam in België. Ook al was hij altijd de jongste en beste leerling van zijn school. De kleine van Gmil -dat was vroeger de bijnaam van deze wijze imam- heeft zelfs les gegeven aan de huidige directeur van de school.
Met een gedetailleerde kaart, een ezel en een vertaler van het ministerie van Geloofszaken lukt het deze traditionele dorpsscholen in het noorden van Marokko te bezoeken. De schooltjes blijken ongeveer veertig jaar na de eerste schooldag van Mohamed Bouzakoura niet veel veranderd. Kinderen leren eerst in de dichtstbijzijnde moskee de koran lezen.
In Awrmut, een dorpje van 300 huizen op anderhalf uur van Chefchaouen in het noorden, leren de jongetjes nog altijd op dezelfde manier de koran als zoveel generaties vóór hen. Van zaterdag tot en met woensdag zitten ze op de grond of op een dun matje rond de leraar. Ze hebben elk een houten paneel waarop in uitwisbare inkt hun soera van de dag staat, die ze luidop in hun hoofdje stampen. Het donkere, afgebladderde lemen klaslokaal is gevuld met hun bezwerend gebrom. Ze wiegen van voor naar achter als mediterende monniken.

Ascese als vooruitgang


De reputatie van de school hangt af van zijn kennis en persoonlijkheid. Het schooltje in Sahra trekt daarom leerlingen van heinde en verre uit het noorden van Marokko aan en leverde al heel wat rechters en leraars af, vermeldt directeur-imam El Hassan ben Omar trots, omringd door zijn leerlingen in kleurige wollen djellaba’s. Veertien jaar geleden volgde hij zijn vader op, die de school meer dan vijftig jaar had geleid. Al die tijd is er bijna niets veranderd in de school en het dorp. Buiten staan de ezels en paarden geparkeerd en bakken de vrouwen brood in de dorpsoven zoals hun moeders en grootmoeders dat deden. De olielampen zijn opgeborgen, want sinds twee jaar ligt er elektriciteit in het dorp en in de moskee, die ook dienst doet als leslokaal.
De leerlingen leven, slapen, eten, studeren en groeien op in deze school -vaak ver van hun familie. Het plattelandsinternaat is sober op spartaanse wijze. De leerlingen slapen met twee tot vier in een hokje van twee op drie meter. Rechtstaan in hun kamertje kunnen ze niet. Op de grond ligt een zelfgemaakte rieten of stoffen mat met een ruw deken. Een koord tussen twee muren doet dienst als kleerkast. In de school in Awrmut staan nog altijd de minuscule lemen hutjes die Mohamed Bouzakoura dertig jaar geleden met zijn eigen handen heeft gebouwd.
Groenten en granen krijgen ze van de dorpsbewoners en de studenten maken er zelf hun dagelijkse potje mee klaar. Een eeuwenoude traditie die van generatie op generatie als een vanzelfsprekendheid wordt doorgegeven. Elke moskee heeft zelfs een cijfer dat aangeeft hoeveel families het dorp telt om in een beurtrol de moskee, imam en leerlingen te onderhouden. Dit volledig gratis onderwijs was en is voor heel wat plattelandsjongeren nog altijd de enige manier om een opleiding te krijgen -ook al beseft men dat de koran van buiten leren en louter theologische vakken studeren naar hedendaagse maatstaven geen volwaardige opleiding is.
Voor Abderafia (26) was een traditionele school de enige manier om te leren lezen en schrijven. Toen hij twintig en nog altijd analfabeet was, stuurde zijn vader hem naar deze traditionele bergschool in Sahra. Van het ministerie van Geloofszaken krijgt hij een beurs van 100 dirham (9 euro) per maand, waarmee hij toch al wat schoolboeken kan kopen. Veel leerlingen en imams combineren hun studie of werk dan ook met een andere activiteit. Abdellah (26) verdient wat bij als handelaar. Anderen bewerken een lap grond of verstellen kleren. ‘Een imam in Marokko moet altijd het evenwicht zoeken tussen economie en geloof’, zegt Abdellah, die het dan ook niet ziet zitten om in Marokko als imam aan de slag te gaan. Hij wil zijn kans wagen in Nederland, waar zijn nicht woont. Dat de financiële situatie van imams in Europa ook niet rooskleurig is, gelooft hij niet.

Slecht rapport


Alles lijkt versteend in de verleden tijd, maar één zaak is aan deze koranscholen wel veranderd: het aantal leerlingen. De vader van directeur El Hassan ben Omar had 170 leerlingen, nu zijn er in Sahra nog maar 56 leerlingen. Dat is het maximum aantal leerlingen dat toegestaan wordt door het ministerie. Sommige traditionele scholen in de streek tellen nog maar tien of twintig leerlingen. ‘In heel Marokko zijn er 499 traditionele scholen met in totaal 22.500 leerlingen, dat is gemiddeld 45 leerlingen per school’, telt Mohamed Ben Daoued, directeur van het traditioneel onderwijs op het ministerie van Geloofszaken.
Door de concurrentie van de moderne basisscholen en het middelbaar onderwijs verliezen de traditionele scholen leerlingen. Mohamed Ben Daoued: ‘Toch blijft de traditionele plattelandsschool broodnodig. Ze is de enige plek waar je de koran kan leren en is een kweekvijver voor theologen. Deze scholen zullen en moeten altijd blijven bestaan. De koran goed beheersen en op de juiste manier kunnen reciteren, is een voorwaarde om ernstig genomen te worden als imam.’ De overheid wil dan ook meer investeren in de traditionele scholen en kondigde in haar actieplan van 2003 15 miljoen euro extra steun aan

Eerste imamhogeschool in België


Abderrahman Benalouch is twee jaar imam in Deurne en kwam acht jaar geleden naar België met een universitair diploma in de binnenzak van zijn kostuum -hij draagt meestal geen djellaba. Abderrahman ging niet zoals de meeste Belgisch-Marokkaanse imams naar een traditionele school, maar haalde een diploma en doctoraat aan de islamuniversiteit van Tetouan, een onderdeel van de gereputeerde en eeuwenoude Kairaouine universiteit in Fez. Als ze de koran na twee tot zes jaar -afhankelijk van wanneer de leraar-imam tevreden is- van buiten kennen, kunnen ze naar een traditionele school. Daar kunnen ze zich verder bekwamen in theologische vakken, om uiteindelijk imam te worden. Sommige van deze scholen bestaan al sinds de zevende of achtste eeuw. Eén imam is leraar en directeur tegelijkertijd.
Samen met enkele andere imams is hij voortrekker van een allereerste Belgische imamopleiding in Hoboken. Een gedetailleerd vakkenpakket is er nog niet, de bouwvergunning en de redenen waarom wel. Abderrahman Benallouch: ‘Als we een Belgische imamopleiding hebben, moeten er geen imams meer uit Marokko naar hier komen of in Syrië, Saoedi-Arabië, Jemen of Jordanië gaan studeren.
We willen een nieuwe generatie jongeren van hier opleiden om de islam, de koran en de tradities goed te begrijpen. Het is belangrijk om een gedegen kennis van geloofszaken te hebben. Mensen die zonder een gefundeerde kennis over de islam praten, zijn zeer schadelijk voor ons geloof en imago. De moslimjongeren van vandaag begrijpen hun imam niet meer en gaan op zoek naar informatie op internet en satellietzenders uit Iran en Jordanië. Maar als je ziek bent, wil je toch ook een dokter die je het juiste medicijn voorschrijft in plaats van een kwakzalver die je zijn zelf gebrouwen drankjes aanbiedt?
Nu moeten we naar een moefti in Saoedi-Arabië of Jordanië bellen voor advies, maar die kent de realiteit van hier niet. Deze zomer valt het laatste gebed om 1u30 ‘s nachts. Dat is heel laat als je de dag nadien naar school of naar het werk moet. Dus willen we het laatste gebed tijdelijk laten samenvallen met het voorlaatste gebed van 22u. Dat mag natuurlijk niet van de moefti in Saoedi-Arabië.’
Abderrahman wil langsgaan bij de moskeeën om bijdragen van de Belgische moslims bijeen te sprokkelen en hoopt op een extra subsidie van het ministerie van Onderwijs. ‘Dit is een Belgisch project, we willen geen buitenlandse invloed of financiën. Marokko mag bij wijze van spreken boeken en professoren sturen, maar over de inhoud beslissen wij zelf.’

Moderne imams


In Marokko is het imamdebat ook heel actueel: zowel de overheid als de gelovigen nemen er niet langer genoegen met de traditionele imams. Ze willen “moderne” imams van eigen bodem die dicht bij hun gelovigen staan en open staan voor de wereld. De traditionele scholen bestaan nog, maar daarnaast is er een moderniseringsbeweging aan de gang, gesteund door de overheid. Zo is in Rabat in mei de eerste lichting moderne imams afgestudeerd aan een gloednieuwe opleiding in het hartje van de eeuwenoude medina.
Ahmed Abbadi, directeur islamzaken op het ministerie van Geloofszaken: ‘Met deze opleiding willen we indirect het integrisme en extremisme in Marokko bestrijden na de aanslag in Cassablanca in 2004. We willen een hedendaagse interpretatie van de islam, we willen imams die hier en nu leven en hedendaagse Marokkaanse -geen geïmporteerde- antwoorden geven.’ Om die redenen heeft het ministerie ook een eigen religieus televisie- en radiostation opgericht om de invloed van de satellietzenders uit Iran en Saoudi-Arabië tegen te gaan. ‘We willen een Marokkaanse en geen strenge wahabistische lezing van de koran’, zegt Hamid Ghono, communicatie-adviseur van het ministerie van Geloofszaken.
In de prachtige koepelhal van de fonkelnieuwe school komen enkele studenten buiten uit de les psychologie. Naast theologische vakken zoals geschiedenis en filosofie van de islam en islamitisch recht krijgen deze studenten ook informatica, Frans, Engels, Spaans, communicatie, zelfs geschiedenis van het feminisme en een vak over de problemen waarmee moslims in Europa worden geconfronteerd. Mustapha (30) draagt een djellaba en een baard. Hij was al imam voor hij hier een jaartje kwam bijstuderen: ‘Naast de theologische basis, zijn deze moderne vakken ook belangrijk om open te staan voor de wereld. Wij willen allemaal moderne imams worden, want die zijn er veel te weinig.’
Mohammed (25) heeft een diploma economie op zak maar is zoals zovelen in Marokko al enkele jaren werkloos: ‘Een gedegen kennis van de islam is belangrijk. Te veel imams vertellen onjuistheden.’ Dat de overheid niet alleen het opleidingsniveau maar ook het lage inkomen van haar imams wil opkrikken, klinkt deze jongeren in een land met torenhoge werkloosheidcijfers als muziek in de oren.
Deze studenten zijn na hun postgraduaat van een jaar verzekerd van een overheidsfunctie en een bijpassend mooi loon van 5000 dirham (450 euro). Een doorsnee imam verdient ongeveer 1600 dirham (150 euro). Toch doen ze het niet alleen voor een handvol dirhams. De vrouwelijke studenten -die geen imam maar morchidat of predikster worden- vertellen ‘s avonds op de studentenkamer die ze met z’n drieën delen waarom ze hun man en kinderen voor een jaar achterlieten aan de andere kant van het land. ‘Voor ons is dit een missie: ons geloof goed kennen én begrijpen om het door te geven zonder fouten. We willen een juist en mooi beeld van de islam geven, niet het beeld dat jullie in Europa van de islam hebben. Islam staat niet gelijk aan terrorisme.’

Meng traditie en moderniteit


Ook op de faculteit Islam van de universiteit van Tetouan probeert men vanuit de aula de strijd aan te binden met de extremistische invloeden van het Midden-Oosten door moderne imams af te leveren. Hier studeerde en doctoreerde Abderrahman Benalouch uit Deurne. Deze gereputeerde faculteit levert heel andere imams af dan een traditionele plattelandsschool.
‘Naast een zwaar pakket islam en filosofie, Hebreeuws, Frans en Engels, ligt de focus hier op de dialoog met andere religies en culturen. In totaal negen jaar studie’, vertelt Taoufik El Ghalbzouri, directeur van het departement Islamgeschiedenis en Dialoog en begeleider van imam Abderrahmans doctoraat indertijd. ‘Onwetendheid over het geloof en gebrek aan dialoog trekken fundamentalisme aan, vooral bij de jongeren’, voegt Taoufik er nog aan toe.
De professor gaat elk jaar tijdens de ramadan naar Europa omdat er dan extra nood is aan islamexperts. ‘België heeft te veel traditionele imams. De imams die hier gevormd worden, zijn beter voorbereid op hun grote verantwoordelijkheden in Europa dan de imams van dertig of veertig jaar geleden. Het is goed dat Europa een Europese islam wil creëren, maar de draad doorknippen met Marokko is geen goed idee. Een mix van Europese en Marokkaanse imams is beter, want zowel de gedegen korankennis en ervaring van de traditionele imam als de open geest van de moderne imam zijn belangrijk. Ze hebben elkaar nodig.
De laatste jaren verschijnen er in de steden meer en meer scholen die een mengvorm zijn van de traditionele koranscholen en de moderne basisscholen. Dat is ideaal: zo leren de kinderen de koran en de islam, maar ook Frans, wiskunde en aardrijkskunde.’
Mohamed Ben Daoued van het ministerie van Geloofszaken staat helemaal open voor het idee om Europese imamstudenten op te leiden aan de Marokkaanse imamfaculteiten. ‘Er wordt zelfs Japans en Chinees gedoceerd aan de universiteit van Rabat, waarom geen Nederlands? We kunnen niet blijven alleen in het Arabisch lesgeven. Van de 1 miljard moslims spreken er maar 300 miljoen Arabisch.’ Vinden ze dat aan de universiteit in Tetouan realistisch? Taoufik El Ghalbzouri: ‘We hebben hier studenten uit Afrika, Indonesië, Maleisië, Koeweit, Qatar… Maar ik vrees dat de moslimjongeren in Europa nog te weinig Arabisch kennen om hier meteen in te springen. En in de traditionele scholen met hun spartaanse regime houden ze het zeker niet lang vol. Maar we zouden wel zomercursussen van drie maanden kunnen organiseren voor Belgische imamstudenten. We zullen de Europese imamstudenten met open armen ontvangen.’
Deze reportage kwam tot stand met de steun van de Koning Boudewijnstichting

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift