Marwan Bishara: 'Een revolutie heeft tijd nodig'

Politiek analist Al-Jazeera

Marwan Bishara, politiek analist van Al-Jazeera English en maker en presentator van Empire, een programma dat machthebbers in de wereld en hun agenda’s bespreekt, was een van de prominente gasten op het congres over de Arabische Lente van Friends of Europe. De Arabische Lente is voor Marwan Bishara vooral een politieke revolutie van het bewustzijn. ‘Het revolutionaire zaad is gezaaid’, zegt hij. ‘Een stap achterwaarts is niet meer mogelijk’.

Marwan Bishara is niet somber over de toekomst van de Arabische revoluties. Ook niet als verkiezingen niet in reële verandering uitmonden, hervormingen niet ver genoeg gaan of opstanden bloedig worden onderdrukt. Uit zogenaamd realisme de nadruk leggen op wat er allemaal fout gaat, is voor deze vroegere docent internationaal recht aan de Amerikaanse universiteit van Parijs een vorm van cynisme, dat een negatief effect heeft.

Hoe ziet u de situatie in de Arabische wereld evolueren?

Marwan Bishara: Dat hangt af van land tot land. In Noord-Afrika gaat men ondanks alles richting stabiliteit. Er zullen nog periodes van relatieve onrust zijn, maar over het algemeen zal elke stap achterwaarts gevolgd worden door twee stappen vooruit. In het Midden-Oosten is de situatie veel ingewikkelder. Syrië kan volledig ineenstorten, met een burgeroorlog tot gevolg die zich mogelijk uitbreidt naar buurlanden Libanon, Jordanië en Irak. Als we de Palestijnse kwestie erbij nemen, kan dit leiden tot langdurige burgeroorlogen en verdeling van die landen. Maar het kan evengoed opgelost geraken op Jemenitische wijze en het inlassen van een overgangsperiode.

In de Golfstaten is het veel moeilijker. Je hebt veel geld en veel conservatisme. De dingen  zullen meer tijd nemen en de verandering zal trager zijn. Maar over het algemeen zal wat in Tunesië begonnen is zich verder verspreiden in de Arabische wereld.

De revoluties werden in het begin met veel enthousiasme onthaald, zelfs met euforie. Maar door de bloedige wending die de opstanden namen, heeft dat enthousiasme plaatsgemaakt voor pessimisme. Zelfs uw schets van de situatie is niet bepaald rooskleurig. Kunnen we dan over een Arabische Lente spreken?

Marwan Bishara: Toen de Chinese leider Zhou Enlai in de jaren vijftig gevraagd werd hoe hij oordeelde over de Franse Revolutie meer dan een eeuw nadat die had plaatsgevonden, zei hij dat honderd jaar veel te vroeg is om de Franse Revolutie te beoordelen. We zijn slechts één jaar en enkele maanden voorbij de start van de Arabische Lente. Het is veel te vroeg om een balans op te maken. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk. En we kennen geen revoluties die geen prijs hebben. Revolutie op zich is een historisch breekproject. Breken op zich houdt geweld in. Geestelijk of fysiek geweld. Daarom is wat we in Tunesië en in Egypte hebben gezien voor een groot deel de droom, de uitzondering die de regel bevestigt. De Arabische revoluties zijn vreedzaam begonnen maar daarna zijn ze ingewikkeld geworden. En dat is volgens mij normaal. Natuurlijk is het pijnlijk en vervelend. Er is de ineenstorting van Syrië en er was de buitenlandse interventie in Libië. Maar dat is het resultaat van decennialange dictaturen. Sommige dictaturen zijn afgezwakt. Andere zijn erin geslaagd een sterk veiligheidsapparaat op te bouwen waarmee ze stand konden houden tegen de volkse en revolutionaire opstand. Maar één zaak is zeker, of het nu in Jemen, in Bahrein of in Syrië is: een stap terug is niet mogelijk.

Hoe kunt u daar zo zeker van zijn?

Marwan Bishara: Er is een breuk met het verleden. Ik denk dat het revolutionaire zaad een nieuw Arabisch bewustzijn heeft gecreëerd dat in staat is met angst te breken. Dat is heel belangrijk. In elk land heeft men nieuwe manieren van verzet uitgevonden en tegelijkertijd vastgehouden aan de principes van democratie en humanisme.

Wat zijn deze nieuwe verzetsmiddelen?

Marwan Bishara: Het gebruik van sociale netwerken en nieuwe media bij de organisatie van het verzet, de bezetting van straten en pleinen, de sociale en revolutionaire communicatie die tot stand is gekomen binnen elk land en tussen de activisten in de verschillende landen. Het vasthouden aan vreedzaam betogen en protesteren. Ook als het regime met geweld antwoordde, zijn de mensen erin geslaagd zich op verschillende manieren te organiseren en stand te houden. In Syrië bijvoorbeeld is er een soort autonomie, een soort zelforganisatie ontstaan in de dorpen en de steden.

Er is in Syrië de zelforganisatie in de dorpen en de steden maar er is ook het Vrije Syrische Leger, de buitenlandse inmenging en de wapens die vanuit het buitenland komen.

Marwan Bishara: Inderdaad, dat is het resultaat van de bloederigheid van het regime en het feit dat een deel van de bevolking en een deel van het leger verplicht werden om naar de wapens te grijpen om zichzelf te verdedigen. In de meeste gevallen en ondanks de dood van duizenden mensen hebben de gewapende Syriërs en ook het Vrije Syrische Leger in het begin alleen zichzelf verdedigd. We kunnen mensen die zichzelf verdedigen niet veroordelen. Ik had graag gehad dat alle revoluties vreedzaam zouden verlopen, maar deze regimes hebben dat niet toegelaten.

Hoe ziet u de situatie in Syrië evolueren?

Marwan Bishara: Er zijn vier scenario’s. Er is het zogenaamde Algerijnse scenario. Het regime in Syrië rekent daarop. Het wordt gedekt door Rusland, dat elke internationale interventie verhindert, een gaat door met de onderdrukking van de opstand, zoals in Algerije in de jaren negentig is gebeurd. Het regime hoopt zo de opstand definitief te begraven. Er is het Libische scenario, een militaire interventie dus, maar dat lijkt me onwaarschijnlijk nu. Maar als de situatie blijft achteruitgaan, gaat het land richting burgeroorlog en etnische zuivering en in dat geval spreken we van een Balkanscenario, waarbij er interventies komen zonder internationaal mandaat. Dat was het geval in 1998 in Kosovo en in Belgrado. Ik denk dat het beste en minst bloederige scenario het Jemenitische is, waarbij Bashar al-Assad onder internationale druk afgezet wordt en vervangen wordt door de vicepresident. In dat geval breekt een overgangsperiode aan en begint men aan de democratisering van het systeem en de organisatie van verkiezingen.

De eerste ronde van de verkiezingen in Egypte is geëindigd met de overwinning van Ahmed Shafiq, een vroegere medewerker van Moebarak.

Marwan Bishara: De vraag die in verband met Egypte gesteld wordt, is: zijn we één jaar na de revolutie of één jaar ver in de revolutie? Als we ervan uit gaan dat we één jaar na de revolutie zijn, dan is de overwinning van Shafiq iets vreemds. Maar als we ervan uit gaan dat wat nu aan het gebeuren is deel ui

‘De Arabische revoluties zijn vreedzaam begonnen maar daarna zijn ze ingewikkeld geworden. Dat is volgens mij normaal.’
akt van deze revolutionaire situatie, dan is het normaal dat het regime op die manier een deel van zijn macht probeert terug te winnen. De complexe politieke situatie in Egypte en de complexe veiligheidssituatie in Syrië zijn inderdaad een stap of stappen achteruit. Maar in het algemene kader zal dit, denk ik, een detail zijn tegenover de volksstuwing, die blijft duren.

Ook kenmerkend voor de situatie in Egypte is de verdeeldheid tussen de revolutionairen. Zelfs over deelname aan de verkiezingen waren ze het oneens.

Marwan Bishara: Wat we weten over revoluties is dat ze ofwel totalitair zijn ofwel vechten tegen het totalitarisme. De bolsjewistische, Chinese en Iraanse revolutie waren totalitair: een groep mensen met revolutionaire ideeën legde een bepaalde werkelijkheid op aan de rest. De Arabische revoluties zijn geen totalitaire revoluties maar opstanden tegen het totalitarisme. Dat houdt een deelname van het volk en van allerlei instellingen en structuren aan deze revolutie in. Als dan snel verkiezingen worden gehouden, dan zit je met de mentaliteit van het verleden en niet met de mentaliteit van de toekomst.

Wat we nu in Egypte en in andere landen zien, is niet de revolutionaire situatie en haar toekomstige mogelijkheden. Wat we zien, is de mentaliteit van de mensen na decennialange totalitaire regimes. De Moslimbroeders en de salafisten bijvoorbeeld zijn geen resultaat van de revolutie. Maar de revolutie heeft licht geworpen op wat er al was in de maatschappij. De Moslimbroeders en de salafisten zijn populair geworden door de dictatuur. Toen de mensen de kans kregen om te stemmen, hebben ze gestemd op mensen die ze kenden en van wie ze wisten dat ze opposanten waren. Een revolutie heeft tijd nodig. Een revolutie betekent ook een sociale en een intellectuele revolutie aangaan, een revolutie in het onderwijs, enzovoort. En dat zal veel tijd in beslag nemen.

En de vrouw in dit alles? Vaak wordt gezegd dat haar situatie achteruit is gegaan. Kijk maar naar de verkiezingsresultaten in Egypte, Tunesië en Marokko.

Marwan Bishara: Er is zeker een achteruitgang wat de positie van de vrouw betreft. Niet alleen achteruitgang vanuit het principe van gelijkheid maar ook en vooral achteruitgang ten opzichte van haar aanwezigheid op de pleinen en haar leidende rol in de revoluties. Die leidende rol heeft zich niet vertaald in de resultaten van de verkiezingen. Dat komt door het conservatisme en de niet- revolutionaire structuur van de politieke partijen en instellingen. In deze overgangsperiode krijgt de vrouw niet wat ze verdient, maar er is hoop dat het revolutionaire zaad dat streeft naar gelijkheid en democratische en humanistische waarden de weg bereidt voor een veel grotere rol voor de vrouw in de sociale bewegingen en in de politieke structuren die tot stand zullen komen.

Wat kan Europa doen om deze revoluties te helpen? Is dat een legitieme vraag? Is helpen mogelijk?

Marwan Bishara: Laat Europa beginnen met niet langer schade toe te brengen aan de revoluties. Nu nog wordt met twee maten en twee gewichten gewerkt. Er worden voorwaarden vastgelegd om met Annahda in Tunesië samen te werken, maar voor de samenwerking met een veel conservatiever regime, namelijk dat van Saoedi-Arabië, worden geen voorwaarden geformuleerd. Dat is slecht voor de geloofwaardigheid van Europa. Europa kan ook helpen door het ontwikkelen van een visie voor de hele Arabische wereld in plaats van met elk land apart samen te werken. Op die manier kan Europa de samenwerking tussen de Arabische landen bevorderen.

Is dat niet de taak van de Arabische landen zelf, beter met elkaar samenwerken?

Marwan Bishara: Uiteraard. De Arabieren moeten hun verantwoordelijkheid opnemen, maar we hebben het hier over Europa. Europa heeft een rol te spelen en die moet opbouwend zijn. Zeggen dat elk land of elk blok achter het eigen belang aanholt en dat dat nu eenmaal de realiteit is, is cynisch en heeft een negatief effect. In de huidige revolutionaire omgeving spreken we van een kans en niet van realisme.

Qatar speelde, speelt, wil spelen. Wat wil Qatar eigenlijk?

Marwan Bishara: In Qatar is de politieke leiding enthousiast over deze nieuwe situatie. Men beschouwt dit als een kans om in actie te komen en de volkeren te helpen in de strijd tegen dictatuur. Ik weet niet wat de diepe redenen zijn maar blijkbaar investeren ze in deze revoluties zonder winst, zonder zichtbare winst in elk geval. Qatar kan ook geen beslissende rol spelen in wat er aan het gebeuren is. En wie zich stoort aan de rol van Qatar, moet zelf maar een rol spelen.

Is het beeld van de Arabier veranderd dankzij de Arabische Lente?

Marwan Bishara: In elke beweging, van Chili tot Moskou, van Spanje tot Beijing, spreekt men over de Arabische wereld. Iedereen verwijst naar wat er in Tunesië en Egypte gebeurd is en dat heeft het beeld van de Arabier positief beïnvloed. Natuurlijk zullen mensen die twijfel willen zaaien over de mogelijkheden en de capaciteiten van de volkeren in de Arabische wereld om vooruit te gaan richting democratie en mensenrechten dat blijven doen. Maar over het algemeen is de Arabische wereld in de geesten anno 2012 niet meer dezelfde als voor de revoluties.

Wat zijn nu de grootste uitdagingen voor de revoluties?

Marwan Bishara: Er zijn verschillende niveaus natuurlijk. Het eerste is het schrijven van grondwetten die het mogelijk maken de macht over te dragen. Ten tweede moet er aan duurzame ontwikkeling gewerkt worden, waarbij een einde wordt gemaakt aan de honger en de achterstelling. Er is nood aan samenwerking, niet alleen binnen een land maar tussen landen onderling.

U zei ook dat er geen democratische revolutie mogelijk is zonder intellectuele revolutie.

Marwan Bishara: De economische situatie is niet de enige beslissende factor. Er is ook een intellectuele revolutie nodig, die gaat over de diepere betekenis van democratie, over zaken zoals gelijkheid, de rechten van de vrouw, de rechten van minderheden en burgerschap. En die revolutie is nu volop bezig.

Marwan Bishara is auteur van het boek ‘The Invisible Arab. The Promise and Peril of the Arab Revolutions’, dat begin dit jaar verscheen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur