Schrijfster wint alternatieve Nobelprijs voor de Literatuur

Maryse Condé: ‘Een veralgemening is een vervalsing’

Maryse Condé won in oktober 2018 de alternatieve Nobelprijs voor de Literatuur. Ze werd 68 jaar geleden geboren in Guadeloupe, een eiland van de Franse Antillen. Haar grote doorbraak als schrijfster kende Condé in de jaren tachtig, met de tweedelige historische roman Ségou. MO* had in 2005 een gesprek met de auteur.

  • © Georgia Popplewell (CC BY-NC-ND 2.0) Maryse Condé tijdens het Calabash Literary Festival 2007 © Georgia Popplewell (CC BY-NC-ND 2.0)

Maryse Condé werd 68 jaar geleden geboren in Guadeloupe, een eiland van de Franse Antillen. Haar levensweg liep langs de Parijse universiteiten, postkoloniaal West-Afrika, literair Amerika en terug naar huis -al is ‘thuis’ niet langer een plek voor haar. Haar grote doorbraak als schrijfster kende Condé in de jaren tachtig, met de tweedelige historische roman Ségou.

Vandaag, in oktober 2018 won ze de alternatieve Nobelprijs voor de Literatuur.

MO* had in 2005 een gesprek met de auteur:

‘Ik vind het allesbehalve leuk om nog steeds opgevoerd te worden als “de auteur van Ségou”. De aarden wallen en De verkruimelde aarde, de twee delen van het epos, verschenen meer dan twintig jaar geleden. Mijn ideeën over creatief schrijven zijn intussen fundamenteel veranderd. In de jaren tachtig zag ik het nog als mijn taak om de ongeschreven geschiedenis van de Antilliaanse bevolkingen op papier te zetten.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

‘Tot dan waren we voor onze eigen herinnering immers afhankelijk van wat de Fransen aan geschiedschrijving gedaan hadden. Ik zag het schrijven van historische romans als het werk van een tussenpersoon, iemand die bemiddelde tussen het verleden en het heden van een volk. Vandaag denk ik dat een schrijver zich alleen moet houden aan de waarheid van het verhaal dat hij of zij wil vertellen.’

‘Of dat historisch klopt, of de geschiedenis trouw wordt weergegeven, dat is de taak van de historici, niet van een romanschrijver. Een schrijver is een heel zelfzuchtig iemand die enkel aan zichzelf denkt, aan het verhaal dat hij of zij wil vertellen. Ik schrijf dus niet met de bedoeling om bij de lezers of in de samenleving een verandering te bewerkstelligen. Ik schrijf omdat ik voldoening zoek en omdat ik die vind in mijn literaire creativiteit. Een goed geschreven boek maakt mij gelukkig en dat volstaat, zelfs als de lezers het maar niets vinden.’

Niet meer schrijven in naam van anderen

‘Ik ben natuurlijk een vrouw uit de Antillen, maar heb niet het recht alle vrouwen uit onze regio te versimpelen tot één categorie en dan in de naam van die onbestaande groep te gaan spreken.’

‘In het begin van mijn schrijverscarrière schreef ik in de geest van Aimé Cesaire, wat betekende dat elke “ik” eigenlijk “wij” betekende: wij, de afstammelingen van de zwarte slaven, wij Antillianen, wij vrouwen. Nu probeer ik niet meer de ambassadeur te zijn van welke groep dan ook. Ik wil en kan niet meer in naam van anderen spreken. Misschien is dat nog het meest uitgesproken in verband met Antilliaanse vrouwen. Ik ben natuurlijk een vrouw uit de Antillen, maar heb niet het recht alle vrouwen uit onze regio te versimpelen tot één categorie en dan in de naam van die onbestaande groep te gaan spreken.’

‘Er zijn zo veel verschillende stemmen, zo veel verschillende verlangens, zo veel verschillende belangen en zo veel reële onderlinge conflicten, dat elke veralgemening meteen ook een vervalsing is. Heel vaak bevat zo’n veralgemening ook de impliciete overtuiging dat zwarte, Antilliaanse vrouwen meer te lijden hebben onder verdrukking dan middenklassevrouwen uit het Westen. Ik ben daar allang niet meer van overtuigd. In de grond is het concept van “de Antilliaanse vrouw” een koloniaal concept dat bedoeld is om de bestaande complexiteit te verhullen én te controleren. Ik wens daar niet aan mee te doen.’

Veranderende wereld

‘Ik voel me nu vrij genoeg om in mijn romans van de ene plek naar de andere te verhuizen. Die vrijheid dank ik onder andere aan het feit dat ik veel minder belang hecht aan mijn Afrikaanse afkomst. Vroeger vertrok ik van de idee dat je als mens altijd aan een bepaalde plaats toebehoorde. Intussen ben ik erachter gekomen dat het voor de menselijke natuur niet zo belangrijk is of je geboren bent in Parijs, Mali, New York of Guadeloupe. Wat telt, zijn de keuzes die je maakt, de ervaringen waardoor je getekend wordt, de mensen die je toelaat in je leven.’

‘Daarmee wil ik zeker niet zeggen dat alle mensen broeders en zusters zijn. Want terwijl de identiteit van een individu in de feiten al niet meer gebonden is aan de plaats waar hij of zij woont, zien we dat juist dat voor een toenemend aantal mensen bedreigend is. Blanke Fransen, bijvoorbeeld, voelen zich bedreigd door de komst van gekleurde Afrikanen, Maghrebijnen of Antillianen in hun buurten en steden. Ze voelen zich bedreigd in hun economische bestaan, maar ook de taal die ze gewoon waren te horen en te spreken verandert, de kleuren en geuren van hun straat of wijk zijn niet meer dezelfde. De wereld verandert, ook voor wie ter plaatse blijft. Wie zelf grenzen oversteekt, verwacht zich aan een ander perspectief. Wie blijft, is daar meestal minder op voorbereid.’

Creool én global citizen

‘Een niet-versteende, open identiteit kan verschillende vormen aannemen. Het kan een creoolse identiteit zijn, zoals wij die in de Antillen kennen: een historisch gegroeide veelvuldigheid waaruit je niet moet kiezen, maar die juist door de samenhang van die schakeringen een specifieke eigenheid creëert. Het kan ook de identiteit van de global citizen zijn, die zich op heel veel plaatsen in de wereld kan thuisvoelen en die geen nostalgie voelt naar een -reële of mythische- plaats van oorsprong. Ik ben beide: creool én global citizen. Als men mij verwijt dat zo’n global citizen een erg elitaire positie is, alleen weggelegd voor wie genoeg geld en kansen heeft om te reizen en in allerlei globale steden te werken, dan aanvaard ik dat verwijt. Ik pleit schuldig.’

‘In het deel van de wereld waar ik vandaan kom, is de scheiding tussen de wereld van het zichtbare en de wereld van het onzichtbare onduidelijk. Ik wil het bestaan van de onzichtbare werkelijkheid ook niet ontkennen, want daardoor zou ik een vitaal onderdeel van mijn bestaan afknippen. De ervaring van die gelaagde, veelvoudige werkelijkheid reist zonder enig probleem met mij mee als ik als nomade door de wereld trek.’

‘Ik ben de schelp die deze spirituele realiteit meedraagt, of ik nu in Guadeloupe ben, in Antwerpen of New York. De geesten reizen mee met mij. De dromen, het geloof en de kennis die verankerd zitten in de wereld van het onzichtbare zijn bepalend voor ons menszijn. We moeten dat niet ontkennen, maar met elkaar delen, over alle fysieke en culturele grenzen heen.’

‘Ik ben ervan overtuigd dat mensen die niets hebben, toch echte en volle levens kunnen leiden. De diepe menselijkheid van zo’n onopgemerkt leven zichtbaar maken in een roman, is een schitterende uitdaging’

‘Momenteel werk ik aan een boek over mijn grootmoeder, die stierf voor ik geboren werd. Ik heb die vrouw dus nooit zelf gekend en probeer ook niet haar leven waarheidsgetrouw te beschrijven. Er is bijna niemand te vinden die echt iets van haar weet en daardoor is ze, in zekere zin, geen “historisch figuur”. Ze was een niemand, een zwarte vrouw in de Antillen die erg jong gestorven is. Ze heeft geen stempel gedrukt op de geschiedenis en dat is juist wat me in haar aantrekt, dat maakt van haar zo’n dankbaar personage om over te schrijven.’

‘Veel mensen zijn steeds op zoek naar leiders en helden, ik niet. Het bestaan van mijn grootmoeder belichaamt het tegenovergestelde van sterrendom. Ik ben er echter van overtuigd dat mensen die niets hebben, toch echte en volle levens kunnen leiden. De diepe menselijkheid van zo’n onopgemerkt leven zichtbaar maken in een roman, is een schitterende uitdaging.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur