Mediawatch

De media staan sinds 11 september 2001 stijf van het terrorisme. Stimuleert al die aandacht het geweld en de angst? Of spelen de media gewoon het spel van de westerse machthebbers?
Media moeten iets te melden hebben, dat is de essentie van hun bestaan. Daarom berichten ze over aanslagen, net als over koninklijke huwelijken en verkiezingen wereldwijd. Maar media zijn ook voortdurend op zoek naar nieuwe feiten, sterkere beelden, scherpere opinies. Hoe spectaculairder de feiten, hoe meer lezers, luisteraars en kijkers. Daarom stortten de Twin Towers zo vaak in en zullen ze dat bij de vijfde verjaardag wel weer met veel gedruis doen. Daarom ook betekende de eerste videotape van Osama Bin Laden voor Al Jazeera een doorbraak op internationaal vlak. Media gebruiken het terrorisme in hun onderlinge concurrentiestrijd, zoals extremistische groepen de media gebruiken in hun strijd met gevestigde machten en andere -al dan niet ingebeelde- vijanden. Dat is niet nieuw.
In de onafhankelijkheidsoorlogen van de voorbije eeuw in Azië en Afrika gebruikten verzetsstrijders eigen radiozenders om de publieke opinie te mobiliseren. De Italiaanse media-expert Alessandro Silj spreekt in bepaalde gevallen zelfs van een symbiose tussen media en terrorisme. Het klassieke voorbeeld uit pre-11 septembertijden is volgens hem de gijzelingsactie van Israëlische atleten door een Palestijnse commando tijdens de Olympische Spelen in 1972 in München. Meer dan 800 miljoen mensen volgden het gebeuren rechtstreeks op hun buis. Maar is media-aandacht een garantie voor succes, voor het winnen van de sympathie? De Palestijnen kregen aandacht in de media, maar wachten nog altijd op hun eigen staat en op hun rechten. Bin Laden haalde vaak het journaal maar is daarom niet populairder geworden in de moslimwereld.
De media hebben invloed op de publieke opinie maar ze zijn zelf het product van de samenleving. Indien ze kunnen bijdragen tot het verminderen van terrorisme, dan is dat niet door die realiteit te verzwijgen, te vergoelijken of op te blazen, maar door haar te duiden en naar de wortels van de problemen te graven. De echt belangrijke vraag is niet óf, maar hoe de media berichten over aanslagen en de politieke context errond. Hoe springen ze met het woord terrorisme om? Wie bepaalt wie terrorist en wie verzetsstrijder is? Brengen ze ook duiding en commentaar? Concreet: is Hezbollah een terroristische groepering zoals de meeste westerse kranten schrijven, of is het de voorhoede van het verzet tegen het zionisme, zoals de Arabische media meestal melden?
Een van de -meestal verborgen- elementen die de omgang van media met terroristische daden bepalen, is de mate van herkenning en identificatie met daders of slachtoffers. Met de Twin Towers stortten niet alleen twee kantoorgebouwen in, maar ook de onaanraakbaarheid van”onze” vrijheid en democratie. Daarom is de vijfde verjaardag van 11 september medianieuws. De kans is klein dat in 2011 de Israëlische oorlog tegen Libanon op dezelfde manier herdacht zal worden in België. Het land van de ceders behoort niet tot ons mentale continent. Bovendien wordt Hezbollah voorgesteld als een “terroristische organisatie” die niets met onze cultuur en waarden te maken heeft. Als de terrorist zo radicaal een Andere is, hoeven de media zich veel minder in te spannen om feiten, fictie en propaganda uit elkaar te halen, ze kunnen hun berichtgeving gewoon construeren op basis van de aanvaarde en gedeelde maatschappelijke consensus. Makkelijk, maar gevaarlijk.
Samira Bendadi is een freelance journaliste die voor MO* geregeld bijdragen schrijft.
Reageer via info@mo.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur