Metaalkoorts op de Filipijnen

Miljoenen Filippino’s gaan op 10 mei naar de stembus om een nieuwe president, een nieuw parlement en nieuwe gemeentebesturen te kiezen. De huidige regering zet zwaar in op de mijnbouw om de economische groei op de Filippijnen eindelijk op gang te krijgen. Wie zich daartegen verzet, loopt gevaar: het voorbije decennium werden al twintig antimijnbouwactivisten vermoord. En wie in de mijnbouw werkt, dreigt al snel ten onder te gaan aan kwik of cyanide.
  • Caroline Frijlink De bewoners van Gambang op het eiland Benguet, bijvoorbeeld, protesteren al jaren tegen de overdracht van hun voorouderlijke gebieden aan het Australische mijnbouwbedrijf Royalco. Caroline Frijlink
Begin februari 2010 werd Horacio Ramos minister voor Milieu en Natuurlijke Hulpbronnen. De Mijnkamer is opgetogen en hoopt nog voor de verkiezingen in mei nieuwe grote investeringen vast te leggen.
Ramos speelde als directeur van het Bureau voor Mijnen en Geowetenschappen een belangrijke rol bij het goedkeuren van de Mijnbouwwet van 1995 en het regeringsbevel 270-A, sleuteldocumenten in het mijnbouwrevitaliseringsplan van de Filippijnse regering dat van start ging in 2004. Samen met de Mijnkamer hield zijn Bureau internationale beurzen in Manila om de verschillende mijnbouwprojecten aan te prijzen bij buitenlandse investeerders.
Niet iedereen is blij met het succes van die mijnbouwpolitiek. De bewoners van Gambang op het eiland Benguet, bijvoorbeeld, protesteren al jaren tegen de overdracht van hun voorouderlijke gebieden aan het Australische mijnbouwbedrijf Royalco. Hun beroep werd in januari nogmaals verworpen op basis van de ingewikkelde uitvoering van de wet op vrije, voorafgaande en geïnformeerde consensus.
Royalco’s exploratievergunning voor goud- en koperontginning in Gambang voor 1532,35 hectare werd toegekend op 6 oktober 2009. Het Bureau voor Mijnen en Geowetenschappen gaf de nieuwe lijst met vergunningen in januari vrij. Als het volledige project doorgaat, zouden 5400 hectare traditioneel grondgebied verloren gaan.
Ook in Anislagan, in Surigao del Norte, moeten de inheemse bewoners niets hebben van mijnbouw op hun grondgebied. In januari verhinderden ze een konvooi trucks van het mijnbouwbedrijf Philex Mining de toegang tot hun grondgebied. Een jaar tevoren was hen hetzelfde gelukt met het mijnbouwbedrijf Anglo-American.
De dorpsraad keurde al in 2002 en opnieuw in 2009 een resolutie goed die mijnbouwbedrijven de toegang tot hun grondgebieden ontzegt, waardoor elke aanvraag volgens de grondwet en de lokale regeringscode van 1991 bij voorbaat afgewezen zou moeten worden. Toch moeten de inwoners alert blijven, want met allerlei middelen proberen de bedrijven toegang te krijgen tot nikkel en goud onder hun grond.
Deze keer boden de manschappen van Philex zich aan onder het mom van het opbouwen van een survival training center voor de bevolking. Het buurdorp Tubod, dat aanvankelijk even fanatiek verzet aantekende, zwichtte wel voor de tactiek van Philex Mining. Philex beloofde er drainage-infrastructuur op te zetten en investeerde er in goede relaties door het organiseren van sportactiviteiten. Philex Mining opereert nu in Tubod.

Vergiftiging


Het verzet tegen de mijnbouw heeft alles te maken met het grondbeslag en de milieuvervuiling die de industrie met zich meebrengt. In het rapport The Philippines: Mining or Food van 2009 beschrijven de Britse wetenschappers Robert Goodland en Clive Wicks de gevolgen van grootschalige mijnbouw voor de voedselzekerheid en de levenskwaliteit op de Filippijnen.
Mijnbouw, stellen ze, is een belangrijke oorzaak van de achteruitgang van visbestanden in de rivieren en in zee, vooral door vergiftiging van de waterkringloop en dus van de landbouw en de voedselketen. Het weglekken van zware metalen als kwik, cadmium, arseen en lood en van cyanide vormt een aanzienlijk gevaar voor de volksgezondheid, zelfs decennia na het sluiten van een mijn. Goodland en Wicks pleiten dan ook voor een onmiddellijk moratorium op nieuwe mijnbouwprojecten.
Daarnaast is volgens de onderzoekers een herziening van alle bestaande mijnbouwvergunningen door een objectieve onafhankelijke partij fundamenteel om voedselzekerheid op de Filippijnen te kunnen garanderen. De regering zou haar eigen nationale voedselproductie voorrang moeten geven, in plaats van mijnbouwprojecten van buitenlandse bedrijven te promoten.
Het tegendeel lijkt te gebeuren. Begin 2008 richtte president Arroyo de Investment Defense Force op om mijnbouwoperaties te beveiligen. Het Filippijnse leger en de politiediensten kregen de opdracht weerstand en protestacties van plaatselijke gemeenschappen te bestrijden. Mijnbouwbedrijven huren zelf ook paramilitaire en militaire groepen en zetten buitenlandse veiligheidsbedrijven in om hun mijnen en belangen te beschermen.
Het Filippijnse milieunetwerk Kalikasan rapporteert twintig moorden op antimijnbouwactivisten tijdens het voorbije decennium en een toename van incidenten waarbij gemeenschappen in de mijnbouwgebieden lastig gevallen of geïntimideerd worden.

Geen ver-van-ons-bedshow


De problemen doen zich voor 10.000 kilometer van hier, maar zijn geen ver-van-ons-bedshow, omdat verschillende Europese bedrijven actief zijn in de Filippijnse mijnsector. Het Brits-Zwitserse mijnbouwbedrijf Xstrata runt bijvoorbeeld de 28.000 hectare omvattende Tampakan-kopermijn op Mindanao.
De Crew Gold Corporation (Groot-Brittannië) exploiteert op Palawan de Berong-nikkelmijn en op Mindanao de Maco Masara-goudmijn. De enige kopersmederij en -raffinaderij op de Filippijnen op het eiland Leyte is voor het grootste deel eigendom van het Zwitserse Glenncore International. Daarnaast zijn er grote investeringen uit verschillende Europese landen in grote mijnbouwprojecten, waarbij de meeste grote banken, zoals ABN-Amro, Standard Chartered Bank, Deutsche Bank, Allianz AG en de Dresdner Bank, betrokken zijn.
Europa is ook betrokken via de handel in chemische stoffen die gebruikt worden bij de delfprocessen. Zo voeren Spanje en Nederland aanzienlijke hoeveelheden kwik uit naar de Filippijnen. In maart 2011 is de Europese Unie van plan de uitvoer van kwik te verbieden. Peter Maxson, een Europees expert op het gebied van kwik en andere zware metalen en consulent van de Europese Commissie en de Verenigde Naties, verwacht dat landen als Japan dan het gat in de markt zullen opvullen. De Verenigde Staten beginnen met een exportban voor kwik in 2013. Het gebruik van kwik bij kleinschalige mijnbouw is schadelijk vanwege het gebrek aan kennis en vaardigheden van de mijnwerkers.

De ondergrond van de archipel


De Filippijnse eilanden liggen op de Circumpacifische Gordel, een seismische strook van eilanden en vulkanische bergketens aan de randen van de tektonische plaat onder de Stille Oceaan. Als gevolg van de verschuivingen en botsingen van tektonische platen vormde zich op de Filippijnen een ruime hoeveelheid aan belangrijke mineralen. De Filippijnen behoren tot de wereldtop met hun voorraden goud-, nikkel- en kopererts. Daarnaast zijn er chroom, ijzer en zilver. Cement, zeezout en minerale brandstoffen in de vorm van steenkool en olie zijn de voornaamste niet-metalen die op de Filippijnen geëxploiteerd worden.
In 2008 stelde het Mijnen- en Geowetenschappenbureau van de Filippijnse regering 294 mijnbouwexploitatieovereenkomsten op, die een gezamenlijke oppervlakte van om en bij de 6000 vierkante kilometer beslaan. Van deze 294 mijnbouwprojecten waren in januari 2008 officieel 24 metaalmijnen operationeel. De officiële bruto productiewaarde van de Filippijnse mijnbouwsector bedroeg in 2007 ongeveer 1,56 miljard euro. Volgens het geologische jaarrapport van de United States Geological Survey produceerden de Filippijnen in 2007 39 ton goud, 28 ton zilver, 23.000 ton koper, 32.000 ton chroom en 85.000 ton nikkel.
Alleen al in de kleinschalige goudmijnen van de Filippijnen werken er volgens de Verenigde Naties ongeveer 250.000 mannen, vrouwen en kinderen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness