Mexico verbreekt zegel van 'vuile-oorlog-files'

De Mexicaanse regering heeft gisteren (dinsdag) een deel van de archieven van de Mexicaanse geheime dienst opengesteld voor het publiek. De Mexicanen zouden nu een beter zicht moeten krijgen op de vuile oorlog die de Mexicaanse regeringen van de jaren 60, 70 en 80 voerden tegen politieke activisten. Huidig president Vicente Fox steekt de pluim al op zijn hoed, maar insiders stellen vragen bij de relevantie van de documenten.





De openstelling van de archieven is een overwinning voor de families van de honderden activisten die vermoord werden en verdwenen onder de regeringen van de PRI, de partij die van 1929 tot 2000 - 71 jaar lang - het politieke landschap in Mexico wist te domineren. De PRI vestigde haar hegemonie niet louter met democratische middelen. De Nationale Commissie voor de Mensenrechten, een overheidsinstelling, kon de arrestatie en verdwijning van 482 anti-PRI activisten documenteren voor de periode 1974 tot 1984. Honderden anderen werden vermoord en ontvoerd.

Het archief bevindt zich ironisch genoeg in hetzelfde gebouw als het beruchte Lecumberri, een voormalig detentiecentrum voor politieke gevangenen. De openstelling is het gevolg van de presidentiële bekrachtiging op 10 juni van de wet op de transparantie en de toegang tot openbare informatie. Het is de zoveelste stap in een proces naar meer openheid over de politieke repressie. Dat kwam op gang bij het aantreden van president Vicente Fox in december 2000. De PRI doet de zaak af als electoraal winstbejag vanwege de regerende PAN, de centrumrechtse Nationale Actiepartij van Fox.

De verwanten van de verdwenen Mexicanen kunnen nu op zoek gaan naar informatie over hun geliefden in een berg van 80 miljoen documenten. Professor Sergio Aguayo aan het Colegio de Mexico, die de documenten al kon inkijken, waarschuwt voor overdreven optimisme. Aguayo wijst erop dat de archieven geen logische of coherente verhalen bevatten en dat vele documenten irrelevant zijn. De documenten zijn de klei waarmee het beeld moet worden gemaakt en dat is een taak voor journalisten en academici.

Edgar Cortes van het vermaarde Mensenrechtencentrum Agustín Pro Juárez houdt rekening met de mogelijkheid dat de openstelling een maat voor niets is. In ngo-kringen doet het verhaal de ronde dat het explosieve materiaal al uit de archieven werd gehaald. Santiago Creel, de Mexicaanse minister van Binnenlandse Zaken, ontkent met klem dat zijn regering geknoeid zou hebben met de archieven. Dat kan wel zijn, zegt Cortes, maar de PRI heeft genoeg tijd gehad om de archieven uit te zuiveren.

We zijn niet geïnteresseerd in oude papieren. We willen dat het recht zegeviert en dat ten minste één van de verdwenen personen teruggevonden wordt, zegt Rosario Ibarra, woordvoerster van Elektra, een groep die al 20 jaar op zoek is naar informatie over het lot en het stoffelijke overschot van de vermisten. Pas als er een concreet resultaat geboekt wordt zal de regering tonen dat er werkelijk een einde is gekomen aan de straffeloosheid uit het verleden.

Elektra gelooft dat getuigenverklaringen meer aan het licht kunnen brengen dan oude papieren. De mensenrechtengroep is erg ontgoocheld over het resultaat van anderhalf jaar Fox. De president beloofde tijdens zijn verkiezingscampagne een Waarheidscommissie, maar veranderde na zijn aantreden van idee. Hij stelde een speciale procureur aan, maar Ignacio Carrillo lijkt weinig haast te hebben. Volgende maand zou hij een begin maken met de dagvaarding van degenen die betrokken waren bij de repressie en de politieke moorden.

De Mexicaanse publieke opinie wil vooral de koppen zien rollen van de officieren die betrokken waren bij het bloedbad op het Tlatelolco-plein in Mexico-stad in oktober 1968. Het leger schoot toen met scherp en zonder waarschuwing op studenten die demonstreerden voor politieke hervormingen. Tweehonderd studenten kwamen om als gevolg van een bevel waarvan niemand weet wie het gaf. De politieke en militaire leiders van die periode wassen hun handen in onschuld.

Voormalig president Miguel de la Madrid (1982-1988) probeerde de mist rond de gebeurtenissen op Tlatelolco te verdrijven met een onderzoek maar stootte naar eigen zeggen op een muur van stilte. Ik heb het geprobeerd, maar de omstandigheden maakten het onmogelijk. Door een gebrek aan geordende dossiers en ook politieke weerstand ben ik er niet in geslaagd.

De regering-Fox gelooft dat er meer dan 30 jaar na de feiten nog duidelijkheid kan komen: Wat de gevolgen ook mogen zijn, we zullen aan het licht brengen wat er gebeurd is en welke misdrijven er plaatsvonden, verklaarde Fox bij de opening van de archieven.


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift