Mgr. Samuel Ruiz: de bevrijdende kracht van Heidense symbolen

De oorspronkelijke bewoners van de Amerikas hebben genoeg van betutteling, in welke mooie vorm die ook verpakt mag zijn. Het christendom mag niet de fout begaan te denken dat het die historische werkelijkheid kan ontlopen, zegt Mgr Ruiz, bisschop van San Cristobal de las Casas, Chiapas, Mexico. Mgr. Ruiz kreeg bij ons bekendheid op het moment dat de Zapatisten in de wouden van zijn bisdom in actie kwamen en vooral omwille van zijn eigen engagement voor de verdediging van de rechten van de Indiaanse volkeren. In onderstaande tekst breekt de bisschop een lans voor een verregaande onderdompeling van het christendom in de Indiaanse cultuur. ‘Het gaat er om de inheemse christenen toe te laten het geloof op hun eigen wijze te herdenken en een Kerk op te bouwen die rekening houdt met hun culturele praktijken’, aldus Ruiz.

Is de opstand van de Indianen in Chiapas meer dan een politiek evenement?

Wij beleven geen opstand, maar de opstanding van de Indiaan. Voor het eerst sinds de kolonisatie wordt de Indiaan subject van zijn eigen geschiedenis en dat gebeurt over het hele continent. De herdenkingen van 500 jaar Columbus hebben dat duidelijk laten zien. We bevinden ons op een moment met grote mogelijkheden én met grote uitdagingen. De rijkdom van het moment zit in de bewustwording van de inheemse mensen van hun culturele identiteit. Het lijkt evident, maar voor hen is het een enorme stap te beseffen dat ze niet slechts bestaan, maar dat ze ook waarden bezitten die doeltreffend kunnen zijn, nuttig en nodig voor de verandering van het continent in de richting van een nieuwe gemeenschapsmodel. Deze waarden, daarvan worden zij zich ook bewust, hebben zij niet ontvangen met het christelijk geloof, het zijn religieuze waarden van vóór de evangelisatie.

Is deze laatste vaststelling een uiting van nieuwe nederigheid of van postmoderne relativiteitszin?

Het is helemaal geen nieuwe vaststelling. De bisschoppen van Latijns-Amerika hebben in 1992 in Santo Domingo reeds verklaard dat Christoffel Colombus God niet meegebracht heeft in zijn karvelen. Meer zelfs: hij hoefde God helemaal niet te transporteren. Die was immers reeds aanwezig was in de culturen van het continent. Het Concilie zegt ons, en Santo-Domingo herhaalt het, dat wij autochtone kerken moeten stichten op het continent. Dat veronderstelt dat we de bestaande cultuur aanvaarden en dat we de blijde boodschap in de cultuur incarneren, in de inheemse cultuur welteverstaan. Om dat te realiseren, moet een gemeenschap op eigen kracht kunnen handelen. De kerk van Latijns-Amerika moet in haar eigen behoeften kunnen voldoen en dat veronderstelt dat zij eigen bedienaars heeft die voortkomen uit hun eigen inheemse cultuur. Dat lijkt een moeilijke, theologische materie, maar het is in de realiteit heel tastbaar en alledaags. Van Alaska tot Patagonië zijn alle inheemse gemeenschappen het erover eens dat een mens pas een volwaardige volwassene wordt indien hij of zij de ervaring van het huwelijksleven heeft meegemaakt. Plaats die culturele gegevenheid in het debat over de bedienaars van de eredienst en je beseft: cultureel respect is meer dan een theologisch hersenspinsel.

Het wordt dan meteen ook een explosieve opdracht.

Het is een enorme opdracht en een traag proces, maar als we niet resoluut de weg inslaan van evangeliserende incarnatie van het christendom binnen de inheemse culturen, dan komen zelfbewuste Indianen onvermijdelijk in een schizofrene toestand terecht. Zij blijven dan immers gedwongen tegelijk in een vreemde en in hun eigen cultuur te leven. Ik zeg niet dat de toestand tragisch is, maar wij staan voor grote verrassingen. Sommigen voorspellen dat het christendom het verzamelpunt zal worden voor de inheemsen. Ik geloof dat niet. We zullen vreemd genoeg te maken krijgen met een bevrijding die wél christelijke wortels heeft, maar waarbij men zijn eigen identiteit zal zoeken in de precolomobiaanse wortels. Zeker indien het christendom zich niet werkelijk in hun cultuur incarneert.

Ziet u tekenen van die noodzakelijke incarnatie?

Er zijn inheemse gelovigen die het incarnatieproces van hun geloof in hun eigen cultuur volop beleven. Zij beginnen hun geloof vorm te geven met ‘heidense’ symbolen en tekens. Dat leidt vaak tot paniek bij allerlei verschillende pastorale verantwoordelijken, die niet begrijpen wat er gebeurt. Deze Indiaanse christenen lijken in hun ogen verwikkeld te zijn in een regressief proces, een simpele terugkeer naar voormalige vormen en waarden. De reden voor deze beweging is eenvoudig: de geloofstaal en -symbolen van de Indiaanse Amerikanen vervreemdden van de eigen cultuur om zich aan te passen aan de Westerse cultuur. Dat leidde tot een culturele stilstand, waardoor elke incarnatie wel zal moeten teruggrijpen naar symbolen die het vooral moeten hebben van de herinnering aan het verleden -terwijl ze natuurlijk niet de inhoud bezitten die ze vroeger hadden.

Is culturele onderdompeling nog wel mogelijk in die omstandigheden?

Ik maak onderscheid tussen drie verschillende manieren om een cultuur te benaderen. Elke benadering heeft haar eigen gevolgen bij een poging om de bedoelde cultuur te veranderen. Het is één zaak om een cultuur te bekijken, een andere haar te beluisteren en nog een andere haar te begrijpen. Wie naar een cultuur kijkt, kan culturele elementen en motieven ontdekken. Wie luistert, kan de onderlinge samenhang van de culturele factoren waarnemen. En wie een cultuur begrijpt, die kan de globaliteit ervan inzien en de utopie die eraan voorafgaat. Iemand die naar een cultuur kijkt én tussenbeide komt, vernietigt haar. Iemand die een cultuur beluistert en er wil binnendringen, verandert haar. Iemand die een cultuur in haar globaliteit verstaat, maakt er reeds deel van uit en omvat haar. Hij wijzigt of vernietigt haar dus niet op het moment dat hij ingrijpt, maar transformeert haar. De echte incarnatie van het christendom in de Indiaanse culturen zal, met andere woorden, ondernomen moeten worden door christenen die tegelijk en tenvolle Indiaan zijn. Deze mensen kunnen de kern van hun Indiaan-zijn binnenbrengen in hun christelijke geloof én ze kunnen de onwaarden die bestaan in hun cultuur -zoals in elke menselijke gemeenschap en cultuur- onder de kritiek plaatsen van hun christelijke geloof. Er is dus hoop, maar dan moeten we vandaag de hand aan de ploeg slaan en allemaal in dezelfde richting gaan trekken.

(Dit gesprek is een bewerking van ‘Cultures opprimées et évangile’, een tekst van Mgr. Ruiz die verscheen in DIAL, 16-31 juli 1997.)
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift