Migranten zijn mensen met rechten

‘Dit Global Forum moet de toonaard en de dynamiek van het debat over migratie veranderen’, stelde de Ierse ex-premier Mary Robinson deze ochtend in het Brusselse Egmont Paleis. Dinsdag begint daar het eerste Global Forum on Migration and Development, vandaag mochten ruim 200 vertegenwoordigers van het middenveld hun klemtonen formuleren. Niet iedereen was tevreden over deze vorm van “participatie”.
Het was een jaar geleden allesbehalve zeker dat het mondiale middenveld een stem in dit Global Forum zou krijgen. Speciaal VN gezant voor Migratie, Peter Sutherland, had naar verluid helemaal geen zin in zo’n debat. Zijn landgenote Mary Robinson zag het belang van participatie van de civiele samenleving wel in en ging daarom graag in op de vraag van de Koning Boudewijnstichting om de Civil Society Day voor te zitten. Zij legde meteen de klemtoon waar die vanuit het middenveld vanzelfsprekend en terecht gelegd wordt: op de bescherming van de migranten, op de waardigheid van de mensen en op de rechten van individuen. Van het Global Forum zelf wordt verwacht dat het veel meer de nadruk op de economische aspecten en veiligheidsoverwegingen zal leggen.
Raul Delgado Wise van de Universidad Autonoma de Zacatecas, Mexico, bevestigde in zijn inleidende lezing het belang van dat economische aspect voor de nieuwe aandacht die overheden opbrengen voor de band tussen migratie en ontwikkeling. ‘Migranten waren lange tijd een probleem voor het Noorden. Nu het geld dat de migranten terugsturen naar huis zowat het dubbele bedraagt van alle officiële ontwikkelingshulp, is het besef doorgesijpeld dat migranten helden van ontwikkeling zijn, in plaats van onwelkome problemen.’ De cruciale omslag in de hoofden van de regeringen van de rijke landen is volgens Wise nog onvoldoende vertaald in een evenwaardig partnerschap tussen overheden uit Noord en Zuid als er toekomststrategieën ontwikkeld moeten worden.
Een van de problemen om vanuit deze Civil Society Day voorstellen te formuleren voor de regeringsdelegaties die dinsdag en woensdag vergaderen, is dat de deelnemers niet echt een achterban vertegenwoordigen, maar eerder een diversiteit aan standpunten. Hoe ver die standpunten uit elkaar kunnen liggen, werd onder andere geïllustreerd tijdens een sessie over Highly skilled migration.

Milena Novy-Marx van de MacArthur Foundation stelde daar bijvoorbeeld dat ontwikkeling een eigenschap is die op personen slaat en niet op naties. ‘Zodra een verpleegster uit West-Afrika haar leven verbetert -ongeacht of dat nu in Ivoorkust, Groot-Brittannië of de VS gebeurt- spreken we over ontwikkeling.’ Larry Brown van de vakbond van overheidspersoneel in Canada zag dat helemaal anders. Hij zei dat je maar ‘voor de volle honderd procent achter het individuele recht op verplaatsing en migratie kan staan, als er ook voor de volle honderd procent gezorgd wordt voor het garanderen op het recht te blijven waar je bent -en daarvoor zijn nationale ontwikkelingsstrategieën nodig.’

De Nigeriaan Aderanti Adepoju stipte onder andere aan dat de emigratie van hoogopgeleide gezondheidswerkers of leerkrachten uit Afrikaanse landen zorgt voor een veel groter verlies aan geïnvesteerde middelen dan wat diezelfde landen aan ontwikkelingshulp terugkrijgen. Hij vond dat er ernstig nagedacht moet worden over een brain tax: een manier om rijke landen, die een beroep doen op hoogopgeleide migranten uit ontwikkelingslanden, te verplichten daarvoor een herinvestering doen in de sectoren die deze migranten verlaten hebben.
Ook sessievoorzitster Rita Süssmuth -voormalig voorzitster van de Bundestag- vond dat een of andere vorm van compensatie noodzakelijk zal zijn als we willen vermijden dat migratie gaat neerkomen op het ruwweg exploiteren van de intellectuele rijkdommen van het Zuiden voor de industriële behoeften van het Noorden. Angelo Amador van United States Chamber of Commerce wou er allemaal niet van horen. ‘Laat de markt haar werk doen. Schrap zoveel mogelijk reguleringen en administraties drempels, en pas dan kunnen we het volle potentieel van migratie laten spelen’, was zijn -betrekkelijk voorspelbare- recept.

Mevrouw Ndioro Ndiaye van de Internationale Organisatie voor Migratie pleitte enkele keren voor meer betrokkenheid van en aandacht voor de diaspora, de gemeenschappen van migranten in de rijke industrielanden. Dat was alvast iets waarover iedereen het blijkbaar eens was. Of ook de regeringsdelegaties dat voorstel even enthousiast en waarachtig zullen omarmen, is minder zeker.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur