'Mijn tong is mijn wapen'

Het recente conflict tussen Israël en Hezbollah wekte wereldwijd afschuw. MO* peilde naar de reacties en vooral acties binnen de Libanese en joodse gemeenschap en talrijke middenveldorganisaties in België. ‘Druppels op een hete plaat. Maar elke druppel telt.’
Een vrijdagnamiddag in Brussel. Libanese en Palestijnse vlaggen hangen vastgeknoopt aan de zuilen van het Beursgebouw, op de trappen scandeert een menigte van honderden demonstranten slogans genre ‘Israël, moordenaar’. Het conflict tussen Israël en Hezbollah is inmiddels dag 14 ingegaan, de teller staat op honderden burgerslachtoffers. ‘Zie je die man daar aan die vlag? Zijn oom is gisteren in Beiroet omgekomen’, zegt Dalia Allow, een jonge Belgisch-Libanese die sinds 1990 in België woont. ‘Ik schaam me ervoor dat mensen andere mensen zomaar ombrengen voor politieke en economische redenen. Het vuur moet stoppen, aan beide kanten.’
Een paar uur voor de protestactie aan de Beurs stond Dalia nog op het Schumanplein in de Europese Wijk te betogen tegen de oorlog in Libanon. Sinds het begin van het conflict op 12 juli organiseert de Association d’Amitié Belgo-Libanaise daar dagelijks een protestactie om EU-ambtenaren en andere functionarissen tijdens hun middagpauze te sensibiliseren over het conflict.
Ook voor Dalia is het dagelijkse routine geworden: de publieke opinie op straat wakker schudden over burgerslachtoffers in het Midden-Oosten. Dalia: ‘Eigenlijk zou ik deze zomer op vakantie gaan in Libanon. Zoals elk jaar, op familiebezoek in de buitenwijken van Beiroet. Maar de vliegtuigmaatschappij heeft laten weten dat alle vluchten geschrapt zijn. Het geld voor mijn vakantie -650 euro- heb ik met Western Union opgestuurd naar mijn familie in Libanon.’ Dalia tovert een paar affiches tegen de oorlog tevoorschijn uit haar tas. ‘Zelf gemaakt. Ik deel ze uit in Brusselse nachtwinkels, de hele Brabantstraat heb ik afgelopen. Verder heb ik op basis van foto’s en getuigenissen uit Libanon een dossier samengesteld en doorgemaild naar de Verenigde Naties. En ik schrijf af en toe brieven naar de Belgische media. Ik vraag hen waar ze hun informatie halen want ik ben het niet altijd eens met wat ik hier op tv zie.’
Gezien haar roots en familiale banden ligt Dalia’s emotionele betrokkenheid bij het conflict voor de hand. ‘Ik sta ermee op en ga ermee slapen. Als ik kan, vertrek ik volgende week al als vrijwilliger naar de regio. Niet dat ik iets ken van EHBO, maar ik kan altijd wel helpen door voor ngo’s te vertalen of papierwerk te doen.’

Hezbollah-petjes


Duizenden actievoerders kwamen op 30 juli en 6 augustus in de Europese hoofdstad samen om te betogen tegen de ‘Israëlische agressie’ in Libanon, gezien de zomervakantie een succesvolle opkomst. Opmerkelijk op beide marsen was echter de afwezigheid van de Vlaamse vredesbeweging. Bij Vrede vzw had dat enkel te maken met het zomerreces, Pax Christi daarentegen stuurde zijn kat uit principe. Brigitte Hermans van Pax Christi: ‘Wij kiezen ervoor om in conflicten consequent het geweld aan beide zijden te veroordelen. Dat was op die betogingen niet het geval. Enkel het geweld van Israël werd bekritiseerd. Nochtans is ook Hezbollah gebonden aan het respect voor het internationaal humanitair recht.’
De Brusselse betoging van 6 augustus was georganiseerd door de Coördinatie Solidariteit Libanon-Palestina, een ad-hoc coalitie van een hele reeks Belgische en Libanese ngo’s en organisaties. Voor de 30 juli-betoging, een organisatie van de Marokkaanse Association for Freedom and Dignity (AFD), had de Arabisch-Europese Liga (AEL) mee gemobiliseerd. De AEL liet trouwens ook op andere manieren van zich horen.
Niet alleen dook hun Belgisch-Libanese stichter Dyab Abou Jahjah plots op in Libanon, de AEL deelde ook flyers uit in Antwerpse winkelstraten en begon met de online verkoop van Hezbollah-petjes en T-shirts. AEL-woordvoerder Karim Hassoun: ‘Met die merchandising willen we de publieke opinie in België duidelijk maken dat er niets mis is met Hezbollah. Het is een politieke partij die ministers heeft in de Libanese regering. De organisatie heeft inderdaad ook een gewapende arm maar hun verzet is legitiem: ze hebben het recht zichzelf te verdedigen tegen Israël.’ Over Jahjahs activiteiten in het Midden-Oosten wil Hassoun niets kwijt. ‘Daarover volgt meer duidelijkheid als Dyab terugkomt.’

Boze e-mail


Op een enkele manifestatie van honderden sympathisanten voor de Israëlische ambassade na kwam de joodse gemeenschap in België nauwelijks op straat om haar stem te laten horen over het recente conflict. ‘De solidariteit binnen de joodse gemeenschap met Israël is nochtans groot want zowat iedereen heeft daar wel familie wonen’, zegt de Antwerpse Nadine Iarchy, Europees vice-voorzitster van de International Council of Jewish Women en lid van het Forum voor Joodse Organisaties. ‘Dat er geen echte straatprotesten worden georganiseerd, is vooral om de gemoederen te bedaren. Het is een conflict dat niet in België uitgevochten moet worden.’
Wel zijn er binnen de joodse gemeenschap inzamelacties op gang gekomen. Iarchy: ‘Joodse vrouwenorganisaties zoals Wizo, Emoena en Akim hebben in het Antwerpse speelgoed ingezameld voor Israëlische kinderen. Joodse gezinnen in België vragen hun kinderen iets mee te geven, uit solidariteit met de kinderen in Israël. Je mag niet vergeten dat een half miljoen Israëli’s ontheemd zijn in hun eigen land.
Daar zitten ook heel wat kinderen tussen. Die speelgoedinzamelingen zijn misschien druppels op een hete plaat. Maar elke druppel telt.’ Over de hulpactie van Unicef België -dat 150.000 euro heeft vrijgemaakt voor de slachtoffers van het conflict in Libanon- is Iarchy niet te spreken: ‘Unicef zamelt enkel in voor Libanese slachtoffers. Tellen de kinderen van Israël misschien niet mee? Mijn man heeft daarover een boze e-mail gestuurd naar Unicef.’
Iarchy volgt naar eigen zeggen de mediaberichtgeving over het conflict tussen Israël en Hezbollah heel kritisch op: ‘Ik lees alle mogelijke dagbladen na en reageer op artikels. Maar eigenlijk is dat niets nieuws. Ik analyseer de berichtgeving over Israël al 25 jaar en heb al talrijke lezersbrieven geschreven. Ook andere joden doen dat, al blijft het bij individuele initiatieven. We hebben al twintig keer gezegd dat dat meer georganiseerd zou moeten worden.’ Ook Joël Rubinfeld van de pro-Amerikaanse denktank Atlantis Institute kroop tijdens het conflict regelmatig in de pen.
Rubinfeld: ‘Ik vind dat de Belgische media absoluut niet objectief over het conflict berichten. Op het nieuws zie je wel hoe Libanezen lijden onder de oorlog maar ze tonen geen beelden van het half miljoen Israëli’s die zijn gevlucht en het miljoen Israëli’s die ‘s nachts in bunkers slapen. Ik reageer op die berichtgeving door mijn stem te laten horen, mijn tong is mijn wapen. Ik heb bijvoorbeeld een opiniestuk gepubliceerd in l’Echo en zoek nog een krant om een ander opiniestuk te plaatsen.’
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur