Mijnbouwbedrijf Drummond voor de rechter in VS

Het Amerikaanse mijnbouwbedrijf Drummond moet maandag in de VS voor de rechter verschijnen op beschuldiging van mensenrechtenschendingen in Colombia. Eerder al gaf bananenproducent Chiquita toe betalingen te hebben gedaan aan paramilitairen en guerrillagroepen in het land.
Beide bedrijven zijn in de VS aangeklaagd op grond van de Torture Victim Protection Act en de Alien Tort Claims Act, die buitenlanders toestaat om internationale mensenrechtenschendingen in de VS voor de rechter te brengen. Chiquita Brands International, de bananengigant uit Cincinnati in Ohio, wordt vervolgd op beschuldiging van betrokkenheid bij de moord op meer dan twintig Colombiaanse arbeiders. Zij werden tussen 1997 en 2004 vermoord door paramilitairen. Drummond Company, een grote kolenproducent uit Birmingham in Alabama, heeft te maken met soortgelijke beschuldigingen. Het bedrijf zou medeplichtig zijn geweest aan de moord op drie vakbondsleiders in 2001.
Chiquita gaf in maart toe dat geld betaald was aan guerrillagroepen en paramilitairen, inclusief de rechtse Verenigde Zelfverdedigingstroepen van Colombia (AUC). Het bedrijf stemde in met de betaling van 25 miljoen dollar om de zaak te schikken. Chiquita, dat zegt dat de betalingen nodig waren om de plantages “te beschermen”, verkocht zijn activiteiten in Colombia drie jaar geleden.
De afgelopen twintig jaar zijn naar schatting 4.000 vakbondsleden in Colombia vermoord, zegt het AFL-CIO Solidariteitscentrum, een organisatie van de Amerikaanse vakbeweging. Uit cijfers van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch blijkt dat alleen in 2006 al 58 vakbondsactivisten omkwamen. Escuela Nacional Sindical, een Colombiaanse organisatie voor arbeidsrechten, schat dat aantal op 72.
De AUC rondde vorig jaar een controversieel, gedeeltelijk demobilisatieproces af, een uitvloeisel van onderhandelingen met de regering van de rechts president Álvaro Uribe. Uit diverse verslagen blijkt echter dat de paramilitairen zich hergroeperen.
“Relaties tussen rechtse paramilitaire groepen en Amerikaanse bedrijven in Colombia worden steeds duidelijker zichtbaar”, zegt het John F. Henning Centre for International Labour Relations van de Universiteit van California in Berkeley. “De ultrarechtse organisaties van de AUC zijn verantwoordelijk voor 90 procent van de moorden op vakbondsleden in Colombia”, zeggen onderzoekers van het centrum.
Veel activisten en deskundigen beweren dat de geostrategische ligging van het land de belangrijkste aanstichter is van het al vier decennia durende geweld in Colombia. “Urabá is de noordwestelijke regio die verbonden is met Panama en de Cariben. Die regio ligt strategisch voor het transport van drugs, wapens en strijders met verschillende achtergronden”, zegt Renata Rendon van Amnesty International.
De bananenproductie in Colombia is grotendeels geconcentreerd in de twee noordelijke regio’s, Urabá en Santa Marta. Urabá is een arm landbouwgebied “waar de burgerbevolking al heel lang doelwit is van paramilitaire groepen”, zegt Rendon. “De paramilitairen hebben altijd politieke, militaire en economische steun gekregen. Van de politiek en van het bedrijfsleven.”
Volgens Marselha Gonçalves Margerin van het Robert F. Kennedy Memorial Centre for Human Rights in Washington, ziet de wereld Colombia te vaak als een “post-conflict country”, terwijl het land in feite nog verwikkeld is in een burgeroorlog. “Een van onze zorgen is dat met geld uit de VS paramilitaire groepen gefinancierd worden, wat het mensenrechtenprobleem verergert.”
Ze wijst erop dat Colombia is uitgeroepen tot het gevaarlijkste land voor mensenrechtenactivisten. “De situatie is de afgelopen jaren sterk verslechterd”, zegt Margerin. Een aantal groepen heeft de VS gevraagd de steun aan Colombia te verminderen, omdat met het geld paramilitaire groepen versterkt worden. Die zouden nauwe banden hebben met het Colombiaanse leger. In plaats daarvan zou het geld naar ontwikkelingshulp moeten gaan, zoals armoedebestrijding en hulp aan ontheemden. Door de burgeroorlog raakten drie miljoen Colombianen ontheemd.
Vorige maand stemde het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden in met een begroting voor buitenlandse hulp waarin het percentage militaire steun aan Colombia verlaagd wordt van 76 naar 55 procent. “Sinds 2000 ging meer dan 80 procent van de Amerikaanse hulp aan Colombia naar de veiligheidstroepen”, stelt het Centre for International Policy (CIP).
De Amerikaanse regering gaf Colombia de afgelopen tien jaar voor miljarden dollars aan hulp. Het land is na Israël en Egypte de grootste ontvanger van Amerikaanse militaire steun.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift